Samenvatting Neurofysiologie PH
3Ba BMW
2025 - 2026
Samenvatting Neurofysiologie
Hoofdstuk 1: Reflexen
1. Inleiding reflexen
Reflex
• = motorisch antwoord op prikkel die CZS
passeert
• = vaste automatische respons na een
eenvoudige stimulus
o Vereist daarom geen mentale
processing (automatisch)
→ hersenschors niet betrokken
• 5 componenten van een reflex:
o Receptoren → prikkel detectie
o Afferente vezels → sensibele
vezels die info naar CZS sturen
o Motorneuronen → moeten
gestimuleerd worden (exciterende postsynaptisch potentiaal)
o Efferente vezels → vervoeren respons
o Effectoren → worden geactiveerd (skeletspieren)
Onbewust bewust
• Reflexen zijn onbewust MAAR passeren wel doorheen het CZS
o Ruggenmerg en hersenstam niveau
• MAAR je wordt je wel bewust van de beweging die je maakt en pijn die je voelt
o Informatie komt dus op bepaalde manier wel door cortex
▪ Info door cortex = bewustwording
o Pijn wordt doorgestuurd naar somatosensorische cortex (via thalamus)
▪ Je wordt je wel bewust van de pijn MAAR ondertussen is de actie van de
reflex al ondernomen geweest
• Sensorisch neuron gaat info
even goed doorsturen naar
hoger gelegen
hersengebieden en via
thalamus somatosensorische
cortex bereiken
o THALAMUS
= schakelstuk
(Relay centrum)
→ info uit periferie
naar speciale corticale
kernen sturen
Pagina 1 van 55
,Samenvatting Neurofysiologie PH
3Ba BMW
2025 - 2026
Thalamus
• Thalamus ontvangt ook:
o info uit limbisch systeem
▪ Hypocampus (leer en geheugen), amygdala (emotionele
responsen)
o Info uit reticulair systeem (v hersenstam)
▪ Corticale informatie van slaapwaak ritme
o Allemaal door thalamus doorgestuurd vr functies elders
uit te voeren
• Thalamus heeft verschillende sub kernen
o Kernen voor somatosensorische cortex:
▪ Nucleus ventralis posterior (met hierin de
posterior lateralis en medialis)
▪ Deze gaan sensorische informatie doorsturen naar
somatosensorische cortex (vanuit de periferie)
Soorten reflexen
Locatie receptor/effector
• Ipsilateraal
o Receptor en effector aan zelfde kant lichaam
▪ Rechter voet in scherp voorwerp → rechter
voet wegtrekken
• Contralateraal
o Receptor en effector aan tegenovergestelde kant
▪ Rechter voet in scherp voorwerp → Linker
been stabiele stap voor wegtrekken van rechter voet
• Bilateraal
o Unilaterale receptor → reactie aan 2 kanten
▪ Pupil reflex (reactie op licht in 1 oog → cfr. Neuroanatomie, chiasma)
Functioneel
• Proprioceptieve reflex = spierrekkingsreflexen
o proprioreceptoren ontvangen stimulus
o bevinden zich op bewegingsstelsel (gewricht detectoren, spierspoeltjes, golgi
pees organen, binenoor)
• Exteroceptieve reflexen = huidreflexen
o Receptoren zijn gescheiden van effectoren (spieren)
o Pijn en aanraking in de huid die SPIEREN aanstuurt (somatosensibel systeem)
• Pathologische reflexen = afwijkende reflexen
o Aanwezigheid geeft indicatie van pathologie (niet normaal aanwezig)
o Zowel proprio- als exteroceptieve reflexen
2. Proprioceptieve reflexen
• Proprioceptie = positiezin = kinesthesie
o Vermogen van een organisme om de positie van het eigen lichaam en
lichaamsdelen waar te nemen
Pagina 2 van 55
,Samenvatting Neurofysiologie PH
3Ba BMW
2025 - 2026
o Dieptesensibiliteit = oppikken van diepliggende informatie/structuren
o STEL: fles oppakken ⇒ eerst weten wat startpositie van lichaam is
• Proprioreceptoren
o Gewrichtreceptoren: info over positie van een gewricht
▪ 3 met capsule (lijkend op lichaampjes van Vater-Pacini of van Ruffini,
golgi peeslichaampjes) → zowel op banden als kapsels v gewrichten
▪ 1 zonder capsule → extreme beweging en pijndetectie
o Golgi-peeslichaampjes: op niveau van pezen
▪ Bestaat uit dens netwerk v collageen vezels en sensorische (Ib) vezels
→ uitlopers verweven met collageen
▪ Spier contraheert → collageenvezels uitrekken (zelfde richting als pees)
→ komen dichter bij elkaar te liggen ⇒ DRUK op sensorische vezels
Spierspoeltjes
• Intrafusale spiervezels tussen de (extrafusale) dwarsgestreepte spiervezels
o Intrafusaal = in kapsel waarin ze gelegen zijn
• Normale skeletspieren kan over gehele lengte contraheren
o NIET bij spierspoel ⇒ 2 uiteinden contraheren MAAR
centrale deel (buik) contraheert NIET = belangrijk vr
functie v spierspoel
• Geïnerveerd door y-motorneuronen → sturen contractie aan
• Centrale buik = sensorische vezels (Ia sensorische vezels)
o Kunnen op 2 manieren geactiveerd worden:
▪ Hele skeletspier contraheert
▪ Contractie van spierspoel uiteinden → uitrekking centrale buik
2 Types spiervezels
• Skeletspier (extrafusale vezels)
o a-motorneuron → activatie (contractie) spier
• Spierspoeltjes (intrafusale vezels)
o y-motorneuronen → activatie (contractie) uiteinden spierspoel
Eigenreflex (uitzwaaien/extensie been)
Voorbeeld activatie Quadtriceps
• = myotatische reflex → stimulus en antwoord in zelfde regio
o Treed op wanneer spier op passieve
manier wordt uitgetrokken
▪ Door tik op pees te geven
gaat spier kortstondig
contraheren
→ uitwerpen v been (vb)
▪ Spier rekt uit door druk (slag)
→ spierspoeltjes activeren
→ info naar ruggenmerg → Spier gaat contraheren
o Monosynaptische reflexboog = directe contact van sensorische vezels naar
Motorneuronen
▪ korte reflextijd (2ms)
Pagina 3 van 55
, Samenvatting Neurofysiologie PH
3Ba BMW
2025 - 2026
• Lichaam doet constant aan eigen reflexen → lengte spier constant houden
o Mens stabiel houden en spierlengte aanpassen bij verandering houding etc
Voorbeeld inhibitie Hamstrings
• Voor snelle beweging na tik te krijgen inhibitie van hamstrings nodig
o Tegenwerking bij uitzwaaien tegen gaan
• Sensorisch neuron (van spierspoel) → door middel van inhiberend interneuron
o Informatie van inhibitie voor contractie flexoren achterzijde been (hamstrings)
• RESULTAAT:
o Aanspanning Quadtriceps
o Inhibitie van Hamstrings
⇒ krachtige snelle reflexmatige
reactie van been
Golgi peeslichaampjes
• Door extensie van spier (door tik) →
contractie van quadtriceps → Pees van quadtriceps wordt uitgerokken
o ⇒ Golgi peeslichaampjes gaan OOK geactiveerd worden (Ib sensorische vezels)
• Quadtriceps:
o Activatie Golgi peeslichaampjes → Signaal via inhiberende interneuronen →
inhibitie van a-motorneuronen van quadtriceps
▪ Quadtriceps contractie wordt geïnhibeerd/gestopt
• Hamstrings:
o Activatie golgi peeslichaampjes
→ activatie a-motorneuronen van
Hamstrings
▪ Hamstrings worden geactiveerd
(contractie)
• RESULTAAT:
o Remming a-motorneuronen eigen spier
(relaxatie quads)
o Excitatie antagoniserende spier
(contractie Hamstrings)
⇒ na heel snel uitslaan van been komt
been ook snel terug naar start positie
(blijft niet hangen)
Beëindigen eigenreflex
• 4 mechanismen van remming reflexspiercontratie
1. Tik op pees → reflexmatige contractie van spieren → spierspoeltjes niet meer
uitgerokken → geen sensorische info (via Ia) doorgeven (want niet uitgerokken)
⇒ Door activatie van reflex wordt deze automatisch beëindigd
2. Peesreceptoren (golgi peeslichaampjes, zie eerder)
3. Ib-vezels → motorneuron antagoniserende spier (= reciproke innervatie)
4. Teruglopende collaterale motorneuronen → lateraal zit inhiberend interneuron die
a-motorische neuronen gaat inhiberen
Pagina 4 van 55
3Ba BMW
2025 - 2026
Samenvatting Neurofysiologie
Hoofdstuk 1: Reflexen
1. Inleiding reflexen
Reflex
• = motorisch antwoord op prikkel die CZS
passeert
• = vaste automatische respons na een
eenvoudige stimulus
o Vereist daarom geen mentale
processing (automatisch)
→ hersenschors niet betrokken
• 5 componenten van een reflex:
o Receptoren → prikkel detectie
o Afferente vezels → sensibele
vezels die info naar CZS sturen
o Motorneuronen → moeten
gestimuleerd worden (exciterende postsynaptisch potentiaal)
o Efferente vezels → vervoeren respons
o Effectoren → worden geactiveerd (skeletspieren)
Onbewust bewust
• Reflexen zijn onbewust MAAR passeren wel doorheen het CZS
o Ruggenmerg en hersenstam niveau
• MAAR je wordt je wel bewust van de beweging die je maakt en pijn die je voelt
o Informatie komt dus op bepaalde manier wel door cortex
▪ Info door cortex = bewustwording
o Pijn wordt doorgestuurd naar somatosensorische cortex (via thalamus)
▪ Je wordt je wel bewust van de pijn MAAR ondertussen is de actie van de
reflex al ondernomen geweest
• Sensorisch neuron gaat info
even goed doorsturen naar
hoger gelegen
hersengebieden en via
thalamus somatosensorische
cortex bereiken
o THALAMUS
= schakelstuk
(Relay centrum)
→ info uit periferie
naar speciale corticale
kernen sturen
Pagina 1 van 55
,Samenvatting Neurofysiologie PH
3Ba BMW
2025 - 2026
Thalamus
• Thalamus ontvangt ook:
o info uit limbisch systeem
▪ Hypocampus (leer en geheugen), amygdala (emotionele
responsen)
o Info uit reticulair systeem (v hersenstam)
▪ Corticale informatie van slaapwaak ritme
o Allemaal door thalamus doorgestuurd vr functies elders
uit te voeren
• Thalamus heeft verschillende sub kernen
o Kernen voor somatosensorische cortex:
▪ Nucleus ventralis posterior (met hierin de
posterior lateralis en medialis)
▪ Deze gaan sensorische informatie doorsturen naar
somatosensorische cortex (vanuit de periferie)
Soorten reflexen
Locatie receptor/effector
• Ipsilateraal
o Receptor en effector aan zelfde kant lichaam
▪ Rechter voet in scherp voorwerp → rechter
voet wegtrekken
• Contralateraal
o Receptor en effector aan tegenovergestelde kant
▪ Rechter voet in scherp voorwerp → Linker
been stabiele stap voor wegtrekken van rechter voet
• Bilateraal
o Unilaterale receptor → reactie aan 2 kanten
▪ Pupil reflex (reactie op licht in 1 oog → cfr. Neuroanatomie, chiasma)
Functioneel
• Proprioceptieve reflex = spierrekkingsreflexen
o proprioreceptoren ontvangen stimulus
o bevinden zich op bewegingsstelsel (gewricht detectoren, spierspoeltjes, golgi
pees organen, binenoor)
• Exteroceptieve reflexen = huidreflexen
o Receptoren zijn gescheiden van effectoren (spieren)
o Pijn en aanraking in de huid die SPIEREN aanstuurt (somatosensibel systeem)
• Pathologische reflexen = afwijkende reflexen
o Aanwezigheid geeft indicatie van pathologie (niet normaal aanwezig)
o Zowel proprio- als exteroceptieve reflexen
2. Proprioceptieve reflexen
• Proprioceptie = positiezin = kinesthesie
o Vermogen van een organisme om de positie van het eigen lichaam en
lichaamsdelen waar te nemen
Pagina 2 van 55
,Samenvatting Neurofysiologie PH
3Ba BMW
2025 - 2026
o Dieptesensibiliteit = oppikken van diepliggende informatie/structuren
o STEL: fles oppakken ⇒ eerst weten wat startpositie van lichaam is
• Proprioreceptoren
o Gewrichtreceptoren: info over positie van een gewricht
▪ 3 met capsule (lijkend op lichaampjes van Vater-Pacini of van Ruffini,
golgi peeslichaampjes) → zowel op banden als kapsels v gewrichten
▪ 1 zonder capsule → extreme beweging en pijndetectie
o Golgi-peeslichaampjes: op niveau van pezen
▪ Bestaat uit dens netwerk v collageen vezels en sensorische (Ib) vezels
→ uitlopers verweven met collageen
▪ Spier contraheert → collageenvezels uitrekken (zelfde richting als pees)
→ komen dichter bij elkaar te liggen ⇒ DRUK op sensorische vezels
Spierspoeltjes
• Intrafusale spiervezels tussen de (extrafusale) dwarsgestreepte spiervezels
o Intrafusaal = in kapsel waarin ze gelegen zijn
• Normale skeletspieren kan over gehele lengte contraheren
o NIET bij spierspoel ⇒ 2 uiteinden contraheren MAAR
centrale deel (buik) contraheert NIET = belangrijk vr
functie v spierspoel
• Geïnerveerd door y-motorneuronen → sturen contractie aan
• Centrale buik = sensorische vezels (Ia sensorische vezels)
o Kunnen op 2 manieren geactiveerd worden:
▪ Hele skeletspier contraheert
▪ Contractie van spierspoel uiteinden → uitrekking centrale buik
2 Types spiervezels
• Skeletspier (extrafusale vezels)
o a-motorneuron → activatie (contractie) spier
• Spierspoeltjes (intrafusale vezels)
o y-motorneuronen → activatie (contractie) uiteinden spierspoel
Eigenreflex (uitzwaaien/extensie been)
Voorbeeld activatie Quadtriceps
• = myotatische reflex → stimulus en antwoord in zelfde regio
o Treed op wanneer spier op passieve
manier wordt uitgetrokken
▪ Door tik op pees te geven
gaat spier kortstondig
contraheren
→ uitwerpen v been (vb)
▪ Spier rekt uit door druk (slag)
→ spierspoeltjes activeren
→ info naar ruggenmerg → Spier gaat contraheren
o Monosynaptische reflexboog = directe contact van sensorische vezels naar
Motorneuronen
▪ korte reflextijd (2ms)
Pagina 3 van 55
, Samenvatting Neurofysiologie PH
3Ba BMW
2025 - 2026
• Lichaam doet constant aan eigen reflexen → lengte spier constant houden
o Mens stabiel houden en spierlengte aanpassen bij verandering houding etc
Voorbeeld inhibitie Hamstrings
• Voor snelle beweging na tik te krijgen inhibitie van hamstrings nodig
o Tegenwerking bij uitzwaaien tegen gaan
• Sensorisch neuron (van spierspoel) → door middel van inhiberend interneuron
o Informatie van inhibitie voor contractie flexoren achterzijde been (hamstrings)
• RESULTAAT:
o Aanspanning Quadtriceps
o Inhibitie van Hamstrings
⇒ krachtige snelle reflexmatige
reactie van been
Golgi peeslichaampjes
• Door extensie van spier (door tik) →
contractie van quadtriceps → Pees van quadtriceps wordt uitgerokken
o ⇒ Golgi peeslichaampjes gaan OOK geactiveerd worden (Ib sensorische vezels)
• Quadtriceps:
o Activatie Golgi peeslichaampjes → Signaal via inhiberende interneuronen →
inhibitie van a-motorneuronen van quadtriceps
▪ Quadtriceps contractie wordt geïnhibeerd/gestopt
• Hamstrings:
o Activatie golgi peeslichaampjes
→ activatie a-motorneuronen van
Hamstrings
▪ Hamstrings worden geactiveerd
(contractie)
• RESULTAAT:
o Remming a-motorneuronen eigen spier
(relaxatie quads)
o Excitatie antagoniserende spier
(contractie Hamstrings)
⇒ na heel snel uitslaan van been komt
been ook snel terug naar start positie
(blijft niet hangen)
Beëindigen eigenreflex
• 4 mechanismen van remming reflexspiercontratie
1. Tik op pees → reflexmatige contractie van spieren → spierspoeltjes niet meer
uitgerokken → geen sensorische info (via Ia) doorgeven (want niet uitgerokken)
⇒ Door activatie van reflex wordt deze automatisch beëindigd
2. Peesreceptoren (golgi peeslichaampjes, zie eerder)
3. Ib-vezels → motorneuron antagoniserende spier (= reciproke innervatie)
4. Teruglopende collaterale motorneuronen → lateraal zit inhiberend interneuron die
a-motorische neuronen gaat inhiberen
Pagina 4 van 55