• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 51 pages
Summary

Samenvattingen Anatomie en Fysiologie 2 | eerstejaar | SEM 2

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 51 pages

Dit is een samenvatting van het vak anatomie en fysiologie voor het eerstejaar, tweede semester vroedkunde. De samenvatting is gebasseerd op de powerpoint slides en de cursus. Ik behaalde een 14/20 door enkel deze samenvatting te studeren.

Content preview

ANATOMIE EN FYSIOLOGIE
H6: HET BEENDERSTELSEL
Vijf belangrijkste functies van het beenderstelsel

1. Ondersteuning van het lichaam: Botten geven vorm en zorgen dat je rechtop kan staan.
2. Opslag van mineralen en vetten: Calcium, fosfor + vetopslag.
3. Vorming van bloedcellen: In rood beenmerg.
4. Bescherming van organen: Ribben → hart & longen; schedel → hersenen.
5. Beweging mogelijk maken: Botten = hefbomen voor spieren.
Vier typen beenderen

 Lang bot  Plat bot
 Kort bot  Onregelmatig bot

Twee typen beenweefsel

Compact beenweefsel

Kenmerken

 Dicht, stevig botweefsel  Vormt de wand van de diafyse + de
 Bevat evenwijdige osteonen buitenlaag van de epifysen

Osteon (basisstructuur)

 Bestaat uit concentrische ringen van  Lamellen rond een centraal kanaal
botmatrix = lamellen gerangschikt: kanaal van Havers

Kanaal van Havers

 Centrale kanaal in het osteon
 Bevat: bloedvaten + zenuwen
 Voorziet bot van zuurstof en voedingsstoffen

Kanalen van Volkmann (perforerende kanalen)

 Lopen loodrecht op osteonen  Transporteren:
 Verbinden: o Bloedvaten
o Havers-kanalen o Zenuwsignalen
o Buitenste botoppervlak o Voedingsstoffen
o Periost (vlies dat het bot bedekt) o Zuurstof

Spongieus beenweefsel

Kenmerken

 Bestaat uit trabeculae (dunne  Trabeculae vormen een open, poreuze
beenachtige balkes/plaatjes) structuur
 Lijkt op een spons

Functie

 Licht maar sterk
 Trabeculae zijn zo georiënteerd dat ze krachten en spanningen efficiënt kunnen weerstaan




1

,Locatie

 Uiteinden van lange botten
 Binnenkant van: wervels, bekken en andere botten

Beenmerg

 Open ruimtes gevuld met beenmerg  Hier worden bloedcellen geproduceerd

Structuur van een lang bot (ALLE te kennen onderdelen)

Onderdelen

 Diafyse  Spongieus bot
 Proximale epifyse  Mergholte
 Distale epifyse  Endost
 Gewrichtskraakbeen  Periost
 Compact bot

Uitleg per onderdeel

Diafyse

 Lange schacht van het bot  Binnenin bevindt zich de mergholte
 Wand bestaat uit compact bot

Epifysen (proximaal & distaal)

 Uiteinden van het bot  Bedekt met gewrichtskraakbeen
 Bevatten spongieus bot

Gewrichtskraakbeen

 Hyalien kraakbeen  Vermindert wrijving tussen botten

Compact bot

 Dichte buitenlaag  Bestaat uit osteonen

Spongieus bot

 Trabeculae  Open ruimtes gevuld met beenmerg

Mergholte

 Holte in diafyse  Bevat beenmerg

Endost

 Dun vlies aan binnenzijde van bot  Bekleedt mergholte

Periost

 Buitenste botvlies  Bevat bloedvaten, zenuwen, osteoblasten




Drie primaire celtypen in beenweefsel

Osteocyten
2

,  Volwassen botcellen  Helpen bij herstel van botten na breuk
 Zitten in lacunae

Osteoclasten

 Grote cellen  Breken bot af → osteolyse

Osteoblasten

Vormen nieuw bot → ossificatie/verbening

Botturnover

Levenslang evenwicht tussen:

 Osteoclasten (breken af)  Osteoblasten (bouwen op)

Continu proces van botafbraak + botvorming

Verbening en botgroei

Verschil tussen verbening en botgroei

Verbening (ossificatie/osteogenese/botvorming)

 Proces waarbij botten ontstaan  Calciumzouten worden afgezet →
 Embryo tot ± 8 weken: skelet = vezelige calcificatie → botweefsel ontstaat
membranen + kraakbeen

Botgroei

 Bestaand bot wordt groter  Toename van botweefsel

Twee soorten verbening

Intramembraneuze verbening

 Stamcellen in vezelige membranen →  Er ontstaan beenkernen die naar buiten
differentiëren tot osteoblasten groeien
 Osteoblasten vullen zich met  Hele membraan verandert in botweefsel
calciumzouten → worden osteocyten

Voorbeelden

 Cranium  Clavicula  Scapula  Mandibula

Enchondrale verbening

(vooral lange botten: humerus, tibia)

Proces

1. Kraakbeencellen in midden worden groter → sterven af → matrix verkalkt
2. Osteoblasten vormen dun laagje bot rond schacht
3. Bloedvaten dringen binnen → primaire beenkern
4. Schacht wordt dikker, kraakbeen in epifysen wordt vervangen
5. Bloedvaten dringen epifysen binnen → secundaire beenkernen
6. Tussen diafyse en epifyse blijft
epifysekraakbeenzone (groeischijf)

→ Er is een proximale en een distale groeischijf.

Twee soorten botgroei
3

, Lengtegroei van lange beenderen

Groeischijf heeft 2 zijden:

 Epifysaire zijde → aanmaak van nieuw kraakbeen
 Diafysaire zijde → osteoblasten zetten kraakbeen om in bot

Puberteit

 Lengtegroei versnelt
 Groei stopt wanneer:
o Omzetting kraakbeen → bot sneller gaat dan aanmaak nieuw kraakbeen
→ Groeischijven sluiten

Breedtegroei (appositionele botgroei)

Proces

 Osteoclasten breken bot af aan binnenzijde mergholte
 Osteoblasten zetten nieuw bot af aan buitenzijde
→ Bot wordt dikker, mergholte wordt groter

Vier vereisten voor normale botgroei

1. Gezonde voeding

 Calciumzouten  Vitamine A
 Vitamine D3  Vitamine C
→ essentieel voor opbouw & onderhoud van botten
2. Zonlicht

 Huid zet cholesterolmolecule om in vitamine D3
 Lever + nieren → vitamine D3 → calcitriol
 Calcitriol bevordert calciumopname uit spijsverteringsstelsel
3. Voldoende beweging

 Druk in lengterichting van bot stimuleert botgroei
 Onvoldoende beweging → botten worden zwakker
4. Hormonen

 Groeihormoon → stimuleert groei
 Calcitonine (schildklier) → remt osteoclasten → verlaagt calcium in bloed
 Parathyroïdhormoon → stimuleert osteoclasten → verhoogt calcium
 Calcitriol (nieren) → verhoogt calciumopname in darmen
 Geslachtshormonen (oestrogeen, testosteron) → groei & ontwikkeling tijdens puberteit
Axiaal vs. appendiculair skelet

Het axiale skelet

Functies

 Vormt een raamwerk dat stevigheid geeft.
 Beschermt: hersenen, ruggenmerg en organen in borst- en buikholte



 Biedt groot oppervlak voor aanhechting van spieren die:
o Bewegingen van hoofd, romp en hals uitvoeren
o Ademhalingsbewegingen mogelijk maken

4

Document information

Study
Uploaded on
September 29, 2026
Number of pages
51
Written in
2025/2026
Type
Summary
$9.20

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
19
Last sold
3 weeks ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions