• EHRM 21 februari 1984, Series A, Vol. 73, NJ 1988/937, m.nt. Alkema (Öztürk)
• ABRvS 30 juni 2004, JB 2004/293, m.nt. Albers (Illegale dakkapel Haarlem)
• ABRvS 5 oktober 2011, JB 2011/261, m.nt. Albers (Rolhanddoekautomaat)
• ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1356, JB 2019/99, m.nt. Timmermans (Gedogen in Bladel)
• HR 19 juni 1985, NJ 1986/104 (Fiscale boete)
• EHRM 24 februari 1994, NJ 1994/496 (Bendenoun)
• CRvB 19 februari 1996, RSV 1996/144 (De Samenwerking)
• ABRvS 4 juni 1996, JB 1996/172, m.nt. Van der Linden (Intrekking APK-keuringsbevoegdheid)
• ABRvS 11 februari 2000, JB 2000/75, m.nt. Albers (Dubbel gepakte ‘Shredderraarster’)
• HvJ EG 7 juni 2007, JB 2007/131, m.nt. Albers en Schlössels (Van der Weerd)
• ABRvS 6 maart 2013, JB 2013/69, m.nt. Schlössels (Stichting Geertgen)
• CRvB 9 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1500 (Geen ambtshalve toetsing tijdigheid bezwaar of beroep bij
voorgaande instantie)
• ABRvS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:362 (Geen grondenfuik bij de Afdeling bestuursrechtspraak
voor zover het gaat om niet-omgevingsrechtelijke zaken I)
• ABRvS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:363 (Geen grondenfuik bij de Afdeling bestuursrechtspraak
voor zover het gaat om niet-omgevingsrechtelijke zaken II)
• ABRvS 29 juli 1996, JB 1996/190 (Firma Bentvelsen)
• HR 16 mei 1986, AB 1986/573, m.nt. Van der Burg (Heesch/Van de Akker)
• HR 31 mei 1991, AB 1992/290, m.nt. Van der Burg (Van Gog/Nederweert)
• HR 11 oktober 1996, AB 1997/1, m.nt. Drupsteen (Leenders/Ubbergen
• HR 9 september 2005, JB 2005/275, m.nt. R.J.N. Schlössels (Kuipers/Valkenswaard)
• HR 22 oktober 1993, AB 1994/1 (Staat/Magnus)
• HR 18 februari 1994, AB 1994/415, m.nt. Van der Veen (Kabayel)
• HR 7 oktober 1994, AB 1995/47 (Zomerhuisje Nieuwveen)
,Leereenheid 1
Bestuursrechtelijke handhaving
Bestuursrechtelijke handhaving is bedoeld om de naleving van bestuursrechtelijke regels af te dwingen.
Naast het strafrecht heeft de wetgever bestuursorganen eigen handhavingsbevoegdheden gegeven. Hierdoor
kunnen bestuursorganen zelf optreden tegen overtredingen. Sommige bestuursrechtelijke sancties lijken
sterk op strafrechtelijke straffen, zoals de bestuurlijke boete. Het belangrijkste verschil is dat een
bestuursrechtelijke sanctie wordt opgelegd door een bestuursorgaan en niet door een onafhankelijke
strafrechter.
Ontwikkeling van hoofdstuk 5 Awb
Oorspronkelijk bevatte de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen algemene regeling voor toezicht en
handhaving. Met de derde tranche van de Awb (1998) werd hoofdstuk 5 ingevoerd. Hierin werden algemene
regels opgenomen over toezicht, bestuursdwang en de last onder dwangsom.
Met de vierde tranche van de Awb (2009) werd hoofdstuk 5 verder uitgebreid. Er kwamen algemene
bepalingen over begrippen als overtreding en overtreder, en er werd een aparte regeling ingevoerd voor de
bestuurlijke boete. Omdat de bestuurlijke boete een bestraffende sanctie is, bevat de Awb sindsdien ook
strafrechtelijke waarborgen, zoals het ne bis in idem-beginsel. Niet alle bestraffende sancties zijn echter
volledig geregeld in de Awb. Zo bestaat er geen algemene regeling voor de intrekking van een begunstigende
beschikking als sanctie, behalve bij subsidies.
Regels die van toepassing zijn
Bij bestuursrechtelijke sancties zijn verschillende rechtsbronnen van belang. Naast hoofdstuk 5 Awb gelden
ook de algemene bepalingen uit hoofdstuk 3 en titel 4.1 Awb. Daarnaast kunnen bijzondere wetten
aanvullende regels bevatten. Bij bestraffende sancties spelen bovendien het EVRM en het IVBPR een
belangrijke rol, omdat daarin fundamentele rechtswaarborgen zijn opgenomen.
Toezicht en handhaving
Bestuurlijke handhaving bestaat uit twee fasen. Eerst vindt toezicht plaats. Tijdens deze fase onderzoekt het
bestuursorgaan of wettelijke voorschriften worden nageleefd. Wanneer een overtreding wordt vastgesteld,
kan worden overgegaan tot de tweede fase: het opleggen van een sanctie.
Beginselplicht tot handhaving
Wanneer een bestuursorgaan constateert dat een overtreding is begaan, mag het deze overtreding niet
zomaar negeren. Hoewel gedogen soms voorkomt, geldt volgens de rechtspraak de beginselplicht tot
handhaving. Dit betekent dat het bestuursorgaan in beginsel verplicht is handhavend op te treden, tenzij
sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
Herstelsancties en bestraffende sancties
Binnen het bestuursrecht wordt onderscheid gemaakt tussen herstelsancties en bestraffende sancties.
Herstelsancties zijn gericht op het beëindigen of herstellen van een overtreding. Voorbeelden zijn
bestuursdwang en de last onder dwangsom.
Bestraffende sancties zijn juist bedoeld om leed toe te voegen als reactie op een overtreding en om herhaling
te voorkomen. De belangrijkste bestraffende sanctie in de Awb is de bestuurlijke boete.
Artikel 6 EVRM en de 'criminal charge'
Omdat bestraffende sancties vergelijkbaar zijn met strafrechtelijke straffen, kunnen zij worden aangemerkt
als een 'criminal charge' in de zin van artikel 6 EVRM. Wanneer daarvan sprake is, gelden belangrijke
,strafrechtelijke waarborgen. De betrokkene heeft dan onder meer recht op een eerlijk proces, behandeling
van de zaak binnen een redelijke termijn en beoordeling door een onafhankelijke rechter.
Het arrest Bendenoun
In het arrest Bendenoun heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bepaald wanneer een
bestuurlijke boete als een 'criminal charge' moet worden beschouwd. Daarbij kijkt het Hof onder andere naar:
• het algemene karakter van de overtreden norm;
• het bestraffende en preventieve doel van de sanctie;
• de hoogte van de boete.
In deze zaak werd een fiscale boete als strafvervolging aangemerkt, waardoor de waarborgen van artikel 6
EVRM van toepassing waren.
De fiscale boete
Ook de Hoge Raad heeft geoordeeld dat fiscale boetes onder artikel 6 EVRM vallen. Daarom moet degene aan
wie een fiscale boete is opgelegd de mogelijkheid hebben om de zaak voor te leggen aan een onafhankelijke
rechter. Die rechter moet de zaak volledig kunnen beoordelen en de boete indien nodig kunnen verminderen.
De uitspraak De Samenwerking
De Centrale Raad van Beroep bevestigde in De Samenwerking dat bestuurlijke boetes een 'criminal charge'
zijn. Daarom moet de procedure binnen een redelijke termijn worden afgerond.
Bij de beoordeling of de redelijke termijn is overschreden kijkt de rechter naar:
• de totale duur van de procedure;
• de ingewikkeldheid van de zaak;
• het gedrag van partijen;
• de behandeling door bestuursorgaan en rechter;
• de hoogte van de boete.
Wanneer de redelijke termijn is overschreden, wordt de boete doorgaans verminderd of ontvangt de
betrokkene een schadevergoeding. Tegenwoordig geldt bovendien dat de bestuursrechter, als hij een
boetebesluit vernietigt, zoveel mogelijk zelf in de zaak voorziet.
Evenredigheidsbeginsel
Bij alle bestuursrechtelijke sancties geldt het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4, tweede lid, Awb. Dit
houdt in dat de sanctie in verhouding moet staan tot de ernst van de overtreding.
Bij bestraffende sancties toetst de bestuursrechter volledig of de sanctie evenredig is. Dit wordt ook wel volle
toetsing genoemd. Deze intensieve toetsing vloeit voort uit de eisen van artikel 6 EVRM.
Een belangrijk voorbeeld is de uitspraak over de intrekking van de APK-keuringsbevoegdheid. De Afdeling
bestuursrechtspraak oordeelde dat de zwaarste sanctie onevenredig was omdat sprake was van een
eenmalige, niet-opzettelijke overtreding die de verkeersveiligheid slechts indirect raakte.
Ontwikkeling van de evenredigheidstoets
Vroeger toetste de bestuursrechter besluiten waarbij het bestuursorgaan beleidsvrijheid had meestal slechts
terughoudend. Alleen bij bestraffende sancties werd volledig getoetst.
, Sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 2 februari 2022 wordt per geval bekeken hoe
intensief de rechter moet toetsen. Hoe ingrijpender de gevolgen van een besluit voor de burger of diens
fundamentele rechten, hoe intensiever de toetsing.
Bij bestraffende sancties blijft de toetsing altijd volledig. Ook bij herstelsancties vindt tegenwoordig een
intensievere toets plaats wanneer de gevolgen voor de burger ernstig of onomkeerbaar zijn.
Cumulatie van sancties
Soms kan één overtreding leiden tot meerdere sancties. Dit wordt cumulatie van sancties genoemd. Dat kan
bijvoorbeeld wanneer zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke handhaving mogelijk is of wanneer
meerdere wettelijke voorschriften zijn overtreden.
Cumulatie is niet onbeperkt toegestaan. Bij bestraffende sancties spelen het ne bis in idem-beginsel en het
una via-beginsel een belangrijke rol. Deze beginselen voorkomen dat iemand tweemaal voor hetzelfde feit
wordt bestraft. Ook wanneer cumulatie is toegestaan, moeten de gezamenlijke sancties altijd voldoen aan
het evenredigheidsbeginsel.
⸰ EHRM 21 februari 1984, Series A, Vol. 73, NJ 1988/937, m.nt. Alkema (Öztürk)
De heer Öztürk kreeg een verkeersboete voor een administratieve overtreding. Het EHRM moest beoordelen
of deze boete onder het begrip 'criminal charge' van artikel 6 EVRM viel. Het Hof oordeelde dat lidstaten niet
zelf kunnen bepalen of iets strafrechtelijk is; het EVRM geeft een autonome uitleg.
Rechtsregel
Er is sprake van een 'criminal charge' aan de hand van drie criteria:
1. Classificatie naar nationaal recht.
2. Aard van de overtreding.
3. Aard en zwaarte van de sanctie.
Als de sanctie bestraffend en afschrikwekkend is, gelden de waarborgen van artikel 6 en 7 EVRM, ook als de
sanctie nationaal als bestuursrechtelijk is aangemerkt.
⸰ ABRvS 30 juni 2004, JB 2004/293, m.nt. Albers (Illegale dakkapel Haarlem)
Bewoners bouwden een dakopbouw in strijd met de bouwvergunning. De gemeente legde een last onder
dwangsom op. De Afdeling oordeelde dat de gemeente terecht handhavend optrad.
Rechtsregel
Bij een overtreding geldt een beginselplicht tot handhaving. Het bestuursorgaan moet in principe
handhaven, tenzij: er concreet zicht op legalisatie bestaat; handhaving onevenredig is; sprake is van
bijzondere omstandigheden (zoals het vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel).
⸰ ABRvS 5 oktober 2011, JB 2011/261, m.nt. Albers (Rolhanddoekautomaat)
Een omwonende vroeg de gemeente op te treden tegen geluidsoverlast van een café. De gemeente weigerde,
maar de Afdeling oordeelde dat handhaving verplicht was omdat geen uitzonderingen golden.
Rechtsregel
De beginselplicht tot handhaving blijft uitgangspunt. Wel mag een bestuursorgaan een redelijk
handhavingsbeleid voeren, bijvoorbeeld eerst waarschuwen en daarna handhaven. Structureel gedogen is
niet toegestaan.
⸰ ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1356, JB 2019/99, m.nt. Timmermans (Gedogen in Bladel)