thematisch werken
Wero in 2EBALO
Losse lessen opgemaakt volgens het 5-stappenplan -> wero thema’s
opmaken
Overzicht
Minimumdoelen (eindtermen), leerplannen en jaarplanning wero
Krachtlijnen wero-onderwijs
Een weroles volgens het 5-stappenplan
Een wero-thema uitwerken m.b.v. de strategiekaart
o Het thema kiezen
o Het thema voorbereiden
Cursorische inhouden TIJD
Cursorische inhouden RUIMTE
Een aantal specifieke didactieken
o Leerwandeling
o STEM – onderzoekend leren
o Computationeel denken
Educaties
Inleiding
Onderwijs in Vlaanderen gebaseerd op de eindtermen/ binnenkort nieuwe
minimumdoelen (door Vlaamse overheid)
Minimumdoelen: verschillende vakdisciplines, maar ook attitudes.
-> niet enkel attitudes, maar ook doelen die bij geen enkele vakdiscipline
passen
Maatschappelijke uitdagingen
Maatschappij voortdurend in beweging -> leerlingen voorbereiden op actuele
en toekomstige maatschappelijke vraagstukken = belangrijke rol voor
educaties
Rol van de leerkracht/ basisschool: selectie maken
Veel educaties
Veelheid aan materialen en informatie
,Overzicht:
De wereld in je klas
Burgerschap - kinderrechteneducatie
Financiële en economische educatie
Gezondheidseducatie
Relationele en seksuele vorming
Verkeerseducatie
EDO (educatie voor Duurzame Ontwikkeling)
Zie apart document
Krachtlijnen wero
Verwondering
Kwalificatie
Socialisatie
Subjectivering
Kind vrijheid geven om te beslissen (zelf effectiever kind)
Hoe meer vragen je stelt, hoe meer je weet en hoe meer je zal zien.
Manieren om te verwonderen:
Wereld in de klas: objecten, beelden, verhalen, nieuws, boek…
Denk luidop, vraag jezelf luidop af
Stel observatie- en denkvragen
Ga op onderzoek uit
Neem tijd en neem vragen mee
Verwondering uit zich in woorden en daden (ook non-verbaal)
Verwondering = belang van verwodering en (leef) wereld, meer
verwondering hangt samen met meer weten
Onderzoek = onderzoek stimuleren en modelleren, de wereld in vraag stellen
Verbondenheid = zich verbonden voelen met anderen en de wereld, dankzij
verwondering maak je verbinding
,Het totaalkind
Hoofd (kennis en denken), hart (waardering, voelen) en handen
(vaardigheden, toepassen) = kwaliteitsvol onderwijs
Verwondering hangt hieraan vast
Betekenisvol
Wat ik leer heeft betekenis, leerling ziet het nut van wat je hen leert.
Thema: voorkennis bij kinderen Niet vertrouwde leerstof:
Vertrouwde leerstof: Maatschappelijk
Schoolomgeving thema
Weg van school/ huis Verkiezingen
De ‘kleine’ wereld Seksualiteit
Link met media Sparen
Familie Waardevol voor het
Vertrouwde kanalen kind
Interesse leraars
Functioneel: schrijven, lezen, meten, tellen worden door een context
functioneel
Betrokken en doelgericht werken
Actualiteit:
Schooljaar (feestdagen), leer- en leefomgeving (persoonlijke
gebeurtenissen), ‘grote’ actualiteit (nieuwbericht, karrewiet)
Alert zijn voor nieuwsberichten
Aandacht voor breed perspectief
Aanknopen bij de actualiteit
Geïntegreerd werken
Tijd
Wat was de oorzaak, wanneer, wie was er toen aan de macht, wat is het
gevolg?
Ruimte
Waar is dit gebeurd, waar ligt dat, wat betekent dit in die streek?
Een brede kijk
Maatschappij Ruimte
, Tijd Techniek Verkeer
Rommelmarkt
Elke gebeurtenis bekijken uit verschillende invalshoeken (vb. met je klas
naar het bos)
Ruimte (kaartvaardigheden, van punt A naar punt B in het bos)
Tijd (ontbossing, waarom vroeger meer bossen, waar nog bossen in de
buurt?)
Wetenschap en natuur (verschillende dieren/ planten in het bos)
Techniek (wat kan je doen met hout, hoe bomen kappen)
Samenleving (gezondheid, CO2)
Vb. rondpunt:
Oorzaak-gevolg -> gevaarlijk kruispunt (vaak ongevallen, dus we leggen een
rondpunt)
Onderdeel van een geheel -> hier moeten we een rondpunt zetten zodat het
verkeer vlot kan doorrijden
Verschillende perspectieven -> als fietser misschien gevaarlijker, als iemand
die eens een ongeval heeft gehad opgelucht
Tijd -> hoe was het vroeger, vandaag en toekomst
Ruimte -> hoe is het hier en ergens anders
Thermatisch vs. Cursorisch
Cursorisch = 1 vak centraal zetten