Politiek = alles wat te maken heeft met het besturen van de (een) samenleving
-> afspraken als mensen iets samen willen doenµ
Afspraken in gezinnen, verenigingen, sportclubs
DUS Grotere groep = meer afspraken = formeel (op papier, officieel via de wet)
Πολιτικα (politika) = dat wat met de staat (polis) te maken heeft
Polis = samenleving
Afspraken geven dus per definitie ook conflicten (meningsverschillen, discussies door geslacht, afkomst,
leeftijd…) over sturen van de samenleving -> politiek is dus het oplossen van een conflict op een vreedzame
manier
MAAR politiek = brede definitie, want politiek is overal, overal waar er regels bestaan
-> ook in verenigingen en organisaties
Politiekers zijn gevormd door het zitten in verenigen, organisaties -> dus dit zijn leerscholen voor de ‘grote’
politiek
Belang van politiek
Politiek = belangrijk !! Heeft invloed op van alles !!
Invoering van de autogordel -> waardoor minder doden MAAR veel verzet, waarom zou de politiek bemoeien?
‘Dauwtrappers’ (cursus pagina 20)
Politiek heeft impact -> MAAR bescheiden, wat kan de regering aan? Regering kan bepaalde zaken niet aan
Migratencrisis, vluchtelingencrisis, radicalisering, corona, Oekraïne
=> nationale politiek mist een greep, niet alles in handen
Actor = een groep, instelling die iets wil van de regering
Vakbonden zijn opgericht door individuen, staat heeft dit overgenomen, is de staatszekerkerheid geworden, maar vakbonden (die
individuen nog steeds inspraak
Comparative politics
= belangrijke tak in de politieke wetenschappen (naast bestuurskunde, internationale politiek en politieke
filosofie)
‘If you only knows one country, you do not know any country at all’
België voortdurend vergelijken met andere landen
Variaties in politiek
1) Territorium
1
,Welk soort samenleving wordt gestuurd? Een vereniging… (vrijwillig) of een gemeente… (niet vrijwillig)
Samenlevingen met en zonder territorium voor dewelke afspraken gelden
Kan je er uit stappen of niet?
Uitstappen: van een fietsclub kan je ontsnappen, je stopt met fietsen
Niet uitstappen: kan niet ontsnappen uit de Belgische politiek als Belg, buiten door te verhuizen, maar dan heb
je daar (op je nieuwe woonplek) ook territoriale politiek
MET territorium = omvattender en dwingender
‘Staten’ hebben bepaald grondgebied maar de katholieke kerk met een klein terretorium (Vaticaanstad) wilde
ook ‘sturen’ en soeverein zijn (= geen macht er boven of soevereiniteit is de definitie van een ‘staat’)
Russische referenda in Oekraïens gebied, houden zich niet aan de soevereiniteit
Niet alleen staten hebben grondgebied !! (decentralisatie (regio’s) en internationalisering (NAVO)
Gemeenten, kantons… hebben grondgebied maar de staat is de hoogste macht !!
2) Cultureel
Verschillende & verschuivende opvattingen over mate waarin regels mogen ingrijpen (reikwijdte) -> dramatisch
verschoven
- 19de eeuwse ‘nachtwakersstaat’, staat deed niks (was alleen ordehandhaving, defensie, belastingen)
Nu is er steeds meer vraag om domeinen ‘politiek’ te regelen -> bij problemen wordt er altijd gekeken naar de
overheid
Sociale bescherming: en veel later milieu en klimaat -> minder aandacht voor milieu… want overheid deed hiermee niets
Arbeidsbeweging: vrije economie inperken
Enorme explosie van politiek ingrijpen !! Vroeger minder kijk naar zo’n onderwerpen
homohuwelijk en adoptie
Politieke cultuur wijzigt: grenzen tussen privé en publiek verschuiven
(verplicht aanwerven van mensen met een migratieachtergrond door werkgevers, praktijktesten, roken in bijzijn van kinderen,
verplaatsingsverbod tijdens Corona, partnergeweld…
Technologische ontwikkelingen (afluisterapparatuur, bijhouden van computerinformatie…) zorgen ervoor dat
deze grens verkleint
3) Vormen
Welke vorm neemt de sturing van de (territoriale) samenleving aan? Wat zijn de verschillend tussen politieke
systemen (‘regimes’)
Classificaties
- democratische vs. autoritaire regimes
2
,Democratisch regime = macht is tijdelijk & verspreid over verschillende groepen, burgers kiezen zelf en
fundamentele vrijheden worden beschermd
Land waar de basisrechten van de individuele burger niet gerespecteerd wordt -> onmogelijk democratisch !!
- unitaire vs. federale staten
-> bestuur vanuit één punt (unitair) of niet
- variaties in instellingen en procedures
Zaken worden verschillend georganiseerd
Verkiezingen (kunnen op verschillende manier georganiseerd worden), partijen, parlement, grondwet, staatshoofd …
Wat doet een politicoloog?
= iemand die nauwkeurig feiten & processen analyseert zonder meningen te delen
Doel = regelmaat (patronen) ontdekken in fenomenen & complexe patronen vereenvoudigen
Meisjes worden meer pro groen en jongens meer Vlaams Belang
De waarschijnlijkheid neemt toe !! Maar er zijn natuurlijk uitzonderingen
Sociale werkelijkheid = complex want reflexief (een voorspelling doen, die niet gaat uitkomen omdat ze ervoor
gaan zorgen dat de voorspelling niet uitkomt)
Werkelijkheid ‘formaliseren’ in variabelen / analytisch (geslacht, leeftijd…)
Structuren: posities en rollen determineren gedrag -> gedrag wordt bepaald door de context of omgeving (niet
alleen persoonlijkheden, maar zie Georges-Louis Bouchez, die zich niet laat voorschrijven hoe hij zich zou
moeten gedragen, doet zijn eigen ding)
Bart de Wever is veranderd na zijn verandering van functie, moet een andere rol spelen
Trump is te extreem om te bestuderen wat hun persoonlijkheid overschrijdt de structuur, ze handelen niet
structureel of binnen een bepaald patroon
Patronen zie je door te vergelijken, twee manieren:
1. veel waarnemingen (grote N)
2. goed gekozen waarnemingen (kleine N)
Politieke wetenschap
Veel groepen (burgers, journalisten, kunstenaars…) praten over politiek
Politieke wetenschappers en journalisten willen politieke gebeurtenissen en instellingen beschrijven, begrijpen
en verklaren en NIET beoordelen !!
Daarom volgen ze de intellectuele distantie regel
Doel = niet in de eerste plaats te zeggen hoe het moet en om zelf deel te nemen
3
, MAAR neutraliteit bestaat niet, worden nog steeds beïnvloed doorvoorkeuren, belangen, interesses… (=
essentie van sociale wetenschappen, mensen bepaald door hun omgeving)
Keuze van onderwerpen hangen ook af van de onderzoeker -> doen onderzoek naar wat zij een probleem vinden
MAAR de conclusie zou neutraal moeten zijn !!
‘Denkt u ook niet dat’ -> slechte vraag !!
Politicoloog doet verslag van zijn bevindingen (kan dan gebruikt worden door anderen)
Wetenschappelijke methode
Doel van deze methode: intellectuele distantie tegenover de samenleving & politiek bereiken
- vele, bewust ingezamelde waarnemingen afnemen (vaak zaken vergelijken)
Systematische inzameling van gegevens
Ad hoc
Gebeurtenis duiden als fenomeen dat uiting is van een bredere categorie
(algemeen verschijnsel)
Belgisch confederalisme
Vergelijking, bewust zoeken naar gelijkaardige en verschillende cases
- keuze van onderzoekstechnieken
Hoe data analyseren?
Kwantitatief of kwalitatief (veel of kwaliteit) -> makkelijker generaliseren met veel waarnemingen
- Repliceerbaarheid = cruciaal !! (= als iemand anders dit onderzoek zou die op hetzelfde antwoord moeten
komen (niet subjectief dus) (journalistiek)
Men moet dus open rapporteren over wat en waarom
Controleren en verfijnen (cumulatief, verder bouwen)
Instrumenten van (politieke) wetenschap
Eigen ‘taal’ van politieke wetenschappen: orde brengen in de chaos, complexiteit
Instrumenten van die taal zijn (1) concepten, (2) modellen, en (3) theorieën
1) Concepten
= een begrip of algemene categorie dat een verschijnsel precies afbakent
Doel: hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden
Concept = ideaaltype (essentiële kenmerken: hoofd- en bijzaken)
Gender vs. geslacht, concept geslacht als biologische verschillen & concept gender duidt op sociale en culturele verschillen
-> zonder concepten kunnen we niet over politiek spreken (casuïstiek)
4