Die nieren filteren het bloed
Een groot deel van water en elektrolyten wordt opnieuw
opgenomen
De overblijvende urine gaat:
1. Via de ureters naar de urineblaas (vesica)
2. Wordt opgeslagen in de blaas
3. Verlaat het lichaam via de urethra (urinebuis)
De nieren (nephros)
Ligging
De nieren zijn boonvormige, gepaarde organen
Liggen retroperitoneaal (achter het buikvlies) in de bovenbuik
Hoogte: tussen wervels T12 en L3
Liggen tegen de achterste buikwand en zijn omgeven door vet
Verschil tussen linker- en rechternier
Rechternier:
Ligt lager
Grenst vooraan aan de lever
Linkernier
Grenst aan:
o Milt
o Jejenum
o Milthoek van het colon
o Staart van de pancreas
Beschermende kapsels van de nier
De nier heeft drie lagen bescherming:
Capsula fibrosa
Stevig vezelig kapsel
Zit vast aan het nieroppervlak
Capsula adiposa (perirenaal vet)
Vetlaag rond de nier
Beschermt tegen schokken
Fascia renalis
Bindweefselkapsel
Houdt de nier op zijn plaats
Vorm en belangrijke structuren
, Laterale rand: convex (bol)
Mediale rand: concave (hol) gericht naar de wervelkolom
Nierhilus
Diepe inkeping in de mediale rand
Hier passeren:
Ureter (verlaat de nieren)
Bloedvaten (komen binnen en gaan weg) (V. renalis en A. renalis)
Bijnieren
Liggen boven op de nieren
Zijn endocriene klieren
Hebben geen functionele relatie met de nieren
Inwendige bouw van de nier
Cortex (nierschors)
Buitenste laag
Licht van kleur
Medulla (niermerg)
Binnenste laag
Donker roodbruin
Structuren in de medulla
Pyramides renales
kegelvormige structuren
Basis naar de cortex
Punt (papil) naar binnen gericht
Papil
Hier komt urine in de nierkelken
Calices (nierkelken)
Eerste deel van het urine-afvoersysteem
Renale kolommen
Delen van de cortex die tussen de piramides lopen
Bloedvoorziening van de nieren
Arteriële bloedtoevoer
De nieren krijgen bloed via de aa. renales