1. Het bloed
1.1 bloedvolume
= bedraagt ongeveer 1/13 van het lichaamsgewicht
1.2 functie van het bloed
1. Transportfunctie
- Vervoer van stoffen en gassen in oplossing en in gebonden toestand
- Vervoer van warmte
2. Afweerfunctie
- Door bloedstolling ontstaan een eerste afsluiting van een verwondering
- Door leukocyten die een rol spelen in het onschadelijk maken van binnengedrongen micro-
organismen
- Door immunoglobulinen: eiwitten herkennen en opruimen
1.3 samenstelling van het bloed
1.3.1 het vaste gedeelte
Bloed bestaat uit 45% uit vaste bestanddelen à bestaat uit: bloedcellen of corpusculaire fractie
1.3.1.1 rode bloedcellen en erytrocyten
= rol bij aanvoer van zuurstof en afvoer van CO2
2 soorten eiwitten
- Hemoglobine
- Koolzuuranhydrase àzet CO2 en H2O om in bicarbonaat
Levensduur: 120 dagen
Afgegeven: milt die hemoglobine afgeeft en afgebroken wordt tot bilirubine
Normale waarden:
- Man: 4,5 – 6,5 miljoen/mm3
- Vrouw: 4,5 – 5,6 miljoen/mm3
Dalen bij anemie en hemolyse
1.3.1.2 witte bloedcellen of leukocyten
= worden geproduceerd in beenmerg vertrekkende van stamcellen die zich delen en daarna afgebroken
worden in de milt
Normale waarde:
- 3000 – 10000 mm3
Verschillende soorten WBC verdeeld door granulen:
Granulocyten
o Neutrofielen
= verantwoordelijk voor 1e afweer tegen bacteriële infectie en andere ontstekingsreactie
, o Eosinofielen
= bestrijden parasitaire infecties + indicatie voor bepaalde allergieën
o Basofielen
=hoofdverantwoordelijke voor allergische en antigeenrespons door vrijmaken van histamine die
ontsteking veroorzaken + stijft bij ontstekingsreactie en intoxicaties
Agranulocyten
o Lymfocyten
= stijgt bij virale infecties + T-lymfocyten die meerdere jaren overleven
o Monocyten
= fagocyterende werking
= rol in vorming van antistoffen
= macrofagen als ze vanuit het bloed naar ander weefsel migreren
1.3.1.3 bloedplaatjes of trombocyten
= spelen een belangrijke rol in de bloedstolling
Wanneer een bloedvat beschadigd is à bloedplaatjes aan beschadigde wand plakken à binding van
bloedplaatjes aan collageenvezels, die blootliggen door de beschadiging
Ze plakken aan elkaar, aggregeren en propvorming
Fibrine à uit fibrinogeen
= vezelachtige stof dat een netwerk van draden gaat vormen om de bloedprop te verstevigen
Tromboplastine à komt vrij uit beschadigd weefsel à vormt uiteindelijk een bloedstolsel
Normale waarde:
- 140000 – 400000 mm3
Trombocytopenie:
- < 50000 mm3
- Reëel gevaar voor spontane bloedingen
Oorzaken:
- Verminderde productie door gebrek aan vit 12 en foliumzuur
- Leukemie
- Beenmergonderdrukking door bestraling en cytostatica
Behandeling:
- Geven van transfusie = geen optie
- Medicatie = Prednison
- Evt. miltverwijdering
1.3.2 het vloeibare gedeelte
= het bloedplasma (bestaat uit 55%)
1) Water (90%)
2) Eiwitten (7%)
o Fibrinogeen: van belang voor de bloedstolling
o Globulinen:
Alfa: invloed op enzymes
Beta: transport
, Gamma: afweer (IgA, IgG, IgM, IgD, IgE)
o Albumine: van belang voor osmose en transport
3) Gluciden (60 – 110 mg%)
4) Vetten
5) Elektrolyten
o Natrium
o Kalium
o Calcium
o Chloriden
o Bicarbonaat
6) Afvalstoffen
o Ureum
o Creatinine
o Urinezuur
7) Hormonen
Enzymen
= enkele zijn aanwezig in bloed andere krijgen een hoge concentratie in pathologische toestand
8) Oligo elementen en vitamines
1.4 onderscheid tussen serum en plasma
Bloed buiten bloedvaten à stollen
Voorkomen? Bloed opvangen in buisjes met anticoagulantia à bloed in natuurlijke staat, dus suspensie van
cellen en plasma
Bloed afnemen zonder anticoagulans à stolling à onoplosbaar netwerk van fibrine = bloedkoek
= na tijdje samentrekken, bloed wordt stolsel => serum = waterige gedeelte van gestold bloed à bloedplasma
Plasma Serum
Bevat fibrinogeen Bevat fibrine + bloedcellen = bloedkoek
Wordt bekomen door centrifugeren van onstolbaar Uit stolbaar bloed bekomen
gemaakt door bloed door toevoeging van
anticoagulantia
Bevat protrombine Bevat trombine
Tube: met anticoagulantia stollingsproces kan niet Gestolde tube: geen anticoagulantia: stollingsproces
starten vindt plaats
, 2. Het aanvraagformulier voor bloedanalyses
Bloedaanvraagformulier moet voorzien zijn van:
- Identificatie van de aanvragende arts: naam, voornaam, RIZIV, stempel, handtekening
- Identificatie van de patiënt: vignet
- Indien gegevens met de hand geschreven worden op formulieren en tubes: naam en voornaam met
HOOFDLETTERS
- Datum van afname + uur
- Gewenste analyse aankruisen
- Noteren klinische informatie, antibiotica
- Indien dringende aanvraag: vermelden