H1
Cognitieve psychologie: gaat om dat wat we weten alles wat we weten en hoe we dat
omschrijven. Je kan alleen maar iets waarnemen als je er aandacht oor hebt gehad.
Richt op de menselijke kennis. Ontvangen, leren, onthouden, denken, verklaren en
begrijpen. Vakgebied is voortgekomen uit de filosofie.
- Subvelden:
o Cognitieve neuropsychologie: over het brein
o Cognitieve Neuroscience: onderliggende hersenfactoren
o Experimentele cognitieve psychologie: naar op welke manier we
experimenten kunnen opzetten
- Cognitieve psychologie levert de bouwstenen voor klinische psychologie, sociale
psychologie, ontwikkelingspsychologie en cognitieve Neuroscience
Mentale processen: samenspel van input van buiten (bottum-up) en hetgeen wat we al
hebben (top-down)
Patiënt H.M.
Introspectie (bij jezelf naar binnen kijken) > Wundt en Titchener voorstander
- We moeten beschrijven wat we waarnemen bij het observeren. Hij had hierbij
feiten (de termen) die je moest leren en je moest stabiel zijn
- Is volledig subjectief. Mentale wereld kan niet direct worden bestudeerd
(gedachten, gevoelens etc.)
Behaviorisme (niet kijken wat er in je gebeurt)
- Stimulus > response > measurable, fysiek
- Je moet de context meenemen om te weten wat er met een stimulus wordt
bedoeld
- Het werkt voor simpele mappings
- Mentale processen zijn nodig
,Het pad van cognitieve psychologie
- Toen behaviorisme niet meer kon in de jaren 50/ 60 kwamen ze uit bij de
computer die net uitgevonden was
o Technologie heeft de weg geopend naar AI en heeft geleid tot central
processors, buYers, gates, storage...
Immanuel Kant is ook nuttig > niet in college
College 2
H3
Visual perception
Sensation (triggeren van de zintuigen) vs perception (ook interpretatie)
Waarneming: ontvangen van prikkels via de zintuigen. Er zijn 5 zintuigen:
- Vision (zien)
- Hearing (horen)
- Smell (ruiken)
- Taste (proeven)
- aanraking/pijn/proprioception (voelen)
- Many types of perception
- Zicht, geluid (dus de zintuigen), tijd perceptie, gezichtsperceptie, ontvangen van
emoties
Perceptie: interpretatie van die waarnemingen door de hersenen. Er zijn meerdere
soorten waarnemingen, zoals waarneming van tijd, emoties, visie etc.
Waarom dan de focus op visuele perceptie?
- De helft van de neocortex (deel van de hersenschors) is gewijd aan visuele
verwerking
- We weten het meeste over het visuele systeem
- Het staat vol met illustratieve voorbeelden > illusies etc.
- Ook vertrouw je vaak je visuele perceptie!
- Het zicht is bij mensen erg dominant
,The Visual pathways (visuele paden)
- Licht komt via de pupil door de lens en komt op het netvlies terecht. Op het
netvlies wordt het beeld ondersteboven en in het spiegelbeeld geprojecteerd. In
het midden van het netvlies (de fovea) zie je het scherpst. Fovea is een soort
kleine inham/putje. Licht gaat volgens via de bipolaire cellen naar de
ganglioncellen. Daarna gaat het naar de horizontale cellen (inhibitoir) en bereikt
het uiteindelijk de fotoreceptoren. 100 miljoen fotoreceptoren zetten licht om
naar elektrische potentialen.
- Er zijn 2 soorten fotoreceptoren:
o Cones (kegels):
dicht
opeengepakt,
daglichtzicht,
fijne details,
kleurenzicht
o Rods (staafjes):
nachtzicht (blinde vlek in de fovea),
perifeer (niet in het midden van het
veld)
§ Als je een ster in de nacht wilt zien moet je ernaast kijken om hem
te kunnen waarnemen
- Fundus: back of the eye
o Fovea
o Optic disc (blind spot):waar alle axonen en bloedvatten het oog verlaten.
Gebied in het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat.
§ Geen receptoren hier waardoor dit de blind spot vormt
o Bloodvessels (bloedvaten)
Filling in: blind spot > een stap van interpreteren
, Hersenen vullen de blind spot in. Ze nemen een gok o.b.v.
omgevingspatronen > voorbeeld van vroege perceptie!
Bij welk getal zie je de rode vlek niet meer als je je
linkeroog sluit?
Hyper early perception (hyper vroege perceptie)
- Al in het netvlies interacteren fotoreceptoren
- Om betekenisvolle aspecten van de input te benadrukken
o Laterale inhibitie van buurcellen
- Laterale inhibitie: fotoreceptoren interacteren. Stimulus van licht naar donker.
Inhibitoire horizontale cellen. Proces in het netvlies waarbij zenuwcellen elkaar
remmen om contrast beter te zien. Hierdoor worden sommige overgangen tussen
licht en donker extra benadrukt. Je oog wil namelijk contrast duidelijk maken.
Hierdoor remt een fotoreceptor de activiteit van zijn buren een beetje af als het
veel licht ontvangt, waardoor het lijkt alsof de rand tussen licht en donker extra
scherp is.
- Laterale inhibitie benadrukt contrasten
- Het produceren van ‘mach’ Bands en andere intensiteitsillusies
Van het oog tot V1
- Licht valt op de fovea, het deel van het netvlies waar je het scherpste ziet. In de
fovea wordt licht door fotoreceptoren omgezet in elektrische signalen. Omdat de
fovea in het midden van je zicht is, besteedt je brein hier extra veel
hersencapaciteit. Hierdoor zie je kleine details in het midden veel beter dan
dingen aan de rand en dit wordt corticale vergroting genoemd. De elektrische