ORIËNTATIE IN DE
WERELD 2 (TIJD)
Robbe Brisard
2025-2026
VERKORT TRAJECT LAGER ONDERWIJS
, HOOFDSTUK 1: BASISKENNIS – ONS KONINGSHUIS
1.1 HOLLANDSE TIJD (1815-1830)
• Na de nederlaag van Napoleon Bonaparte in de Slag van Waterloo (1815)
kwamen de grote Europese landen samen op het Congres van Wenen
• Congres Van Wenen: er wordt besproken hoe West-Europa ‘verdeeld’ werd
• Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden worden één staat/worden
samengevoegd tot ‘Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (huidige
Nederland en België)
De noordelijke Nederlanden (Nederland)
De zuidelijke Nederlanden (België)
• Staatshoofd: koning Willem I
KONING WILLEM I:
Voerde enkele belangrijke beslissingen door
Tot op vandaag belangrijke erfenis op
Economisch vlak
Cultureel vlak
Economisch vlak:
• Uitbouw economische infrastructuur (vb: textiel in Vlaanderen, extra
handel door bv. Willemdok)
• Economische bloei, maar toename proletariaat
• Noorden: handel, koloniale wereldmacht, landbouw
• Zuiden: geïndustrialiseerd door industriële revolutie (steenkool en staal in
Wallonië en textiel in Gent)
Cultureel vlak:
1
, • Verdere uitbouw onderwijs tegengaan analfabetisme
• De staat gaat onderwijs organiseren en niet de kerk
• Huidig Vlaanderen: Nederlands wordt een officiële taal
• katholicisme en protestantisme op gelijke voet (godsdienstvrijheid)
• opleiding van priesters, onderwijzers via de staat
• Willem streeft naar eenheid
1.1.1 NOORDEN EN ZUIDEN KRIJGEN MEER EN MEER CONFLICTEN
Redenen:
1. Godsdienst
• Noorden protestants
• Zuiden Katholiek
2. Demografisch onevenwicht
• Noorden 2 miljoen, Zuiden 3,5 miljoen
• Zuiden voelt zich ondervertegenwoordigd
3. Verschillende economische situatie
• Noorden: transport en kolonies
• Zuiden: industrie
4. Noorden: intellectueel verder
5. Noorden: sociale status minder afhankelijk van afkomst, Zuiden: nog meer
standen ingeburgerd
• In het zuiden sprak de rijke elite Frans
• Zij waren boos omdat Nederlands de officiële taal werd
1.2 BELGISCHE REVOLUTIE (1830-1831)
Willem krijgt veel tegenstand:
1. Willem I trad vaak ‘hard’ op als vorst – wilde pers ook ‘censureren’
• Kreeg op die manier tegenstand van liberalen (voorstander van
vrijheid, gelijkheid, ‘verlichtingsdenken’, …)
• Liberalen: tegen vorstelijk absolutisme
• Eisten parlementair regime en grondwettelijke rechten (bv.
persvrijheid)
2. Katholieken: tegen Willem I
2
WERELD 2 (TIJD)
Robbe Brisard
2025-2026
VERKORT TRAJECT LAGER ONDERWIJS
, HOOFDSTUK 1: BASISKENNIS – ONS KONINGSHUIS
1.1 HOLLANDSE TIJD (1815-1830)
• Na de nederlaag van Napoleon Bonaparte in de Slag van Waterloo (1815)
kwamen de grote Europese landen samen op het Congres van Wenen
• Congres Van Wenen: er wordt besproken hoe West-Europa ‘verdeeld’ werd
• Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden worden één staat/worden
samengevoegd tot ‘Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (huidige
Nederland en België)
De noordelijke Nederlanden (Nederland)
De zuidelijke Nederlanden (België)
• Staatshoofd: koning Willem I
KONING WILLEM I:
Voerde enkele belangrijke beslissingen door
Tot op vandaag belangrijke erfenis op
Economisch vlak
Cultureel vlak
Economisch vlak:
• Uitbouw economische infrastructuur (vb: textiel in Vlaanderen, extra
handel door bv. Willemdok)
• Economische bloei, maar toename proletariaat
• Noorden: handel, koloniale wereldmacht, landbouw
• Zuiden: geïndustrialiseerd door industriële revolutie (steenkool en staal in
Wallonië en textiel in Gent)
Cultureel vlak:
1
, • Verdere uitbouw onderwijs tegengaan analfabetisme
• De staat gaat onderwijs organiseren en niet de kerk
• Huidig Vlaanderen: Nederlands wordt een officiële taal
• katholicisme en protestantisme op gelijke voet (godsdienstvrijheid)
• opleiding van priesters, onderwijzers via de staat
• Willem streeft naar eenheid
1.1.1 NOORDEN EN ZUIDEN KRIJGEN MEER EN MEER CONFLICTEN
Redenen:
1. Godsdienst
• Noorden protestants
• Zuiden Katholiek
2. Demografisch onevenwicht
• Noorden 2 miljoen, Zuiden 3,5 miljoen
• Zuiden voelt zich ondervertegenwoordigd
3. Verschillende economische situatie
• Noorden: transport en kolonies
• Zuiden: industrie
4. Noorden: intellectueel verder
5. Noorden: sociale status minder afhankelijk van afkomst, Zuiden: nog meer
standen ingeburgerd
• In het zuiden sprak de rijke elite Frans
• Zij waren boos omdat Nederlands de officiële taal werd
1.2 BELGISCHE REVOLUTIE (1830-1831)
Willem krijgt veel tegenstand:
1. Willem I trad vaak ‘hard’ op als vorst – wilde pers ook ‘censureren’
• Kreeg op die manier tegenstand van liberalen (voorstander van
vrijheid, gelijkheid, ‘verlichtingsdenken’, …)
• Liberalen: tegen vorstelijk absolutisme
• Eisten parlementair regime en grondwettelijke rechten (bv.
persvrijheid)
2. Katholieken: tegen Willem I
2