ORIËNTATIE IN DE WERELD
(TIJD)
Robbe Brisard
2025-2026
VERKORT TRAJECT LAGER ONDERWIJS
, HOOFDSTUK 1: BASISKENNIS - WAT IS GESCHIEDENIS
1.1 HET CONCEPT GESCHIEDENIS
= een studiegebied dat een reconstructie van het verleden van de mens opstelt
→ Het is geen exacte wetenschap
→ Geschiedenis is het geheel van het menselijk handelen dat in het verleden plaatsgreep
→ De studie van het verleden van mensen die in maatschappijen samenleven
Verklaringen:
1. Niet alle feiten worden een bron
• We moeten kritisch zijn tegenover alle soorten bronnen en nagaan of ze
objectief, dan wel subjectief zijn, wie ze gemaakt heeft en wanneer dat gebeurd
is, of deze met kennis van zaken die bron maakte of ze eerder toevallig ontstond
• Unwitting testimony = als een bron onbedoeld ontstond
2. Niet alle bronnen bereiken de historicus
3. De historicus kiest op basis van zijn voorkennis en interesse de bronnen waar hij mee wil
werken
4. Komt het verhaal dat de historicus schreef wel overeen met wat er echt gebeurd is
1
,1.2 HISTORISCH EN CHRONOLOGISCH KADER
= structuur voor analyse of inleiding ter verwerking van informatie.
= kunnen ondersteuning bieden om een veelheid aan informatie te ordenen/structureren
→ V.o.t. = voor onze tijdrekening (voor Christus)
→ N.o.t. = na onze tijdrekening (na Christus)
Eeuwen:
• Eeuw = 100 jaar
• Nieuwe eeuw begint met jaartal dat eindigt op 01 en eindigt op een jaartal dat eindigt op
00
• Vb: 18de eeuw = van 1701 tot 1800
Verdeling van de geschiedenis:
Historici verdelen de geschiedenis in in een aantal grote tijdsvakken, MAAR:
• Afhankelijk van historicus tot historicus
• Afhankelijk van land tot land, continent tot continent, …
• Bv. verschil België – China (zie later)
OVSG:
• Prehistorie/Oudheid … tot ca 500 n.C.
• Middeleeuwen vanaf ca. 500 n.C. tot ca. 1500
• Nieuwe Tijden van ca. 1500 tot 1945
• Onze tijd vanaf de jaren 1945
GO:
Mogelijkheid 1:
• Prehistorie/oudheid (… tot 500)
• Middeleeuwen (500 tot 1500)
• Nieuwe tijden (1500 tot 1945)
• Onze tijd (1945 tot …)
2
, Mogelijkheid 2:
• de tijd van de zwervende mens
• de tijd van de eerste landbouwers
• de tijd van de grote rijken
• de tijd van Grieken en Romeinen
• de tijd van monniken, ridders en boeren
• de tijd van de steden
• de tijd van de grote ontdekkingen
• de tijd van de vorsten
• de tijd van de volkeren
• onze tijd
BINNEN DEZE CURSUS KIEZEN WE VOOR:
• Prehistorie (… tot 3500 v.C.)
• Oude Nabije Oosten (3500 v.C. – 800 v.C.)
• Klassieke Oudheid (800 v.C. – 500)
• Middeleeuwen (500 – 1500)
• Nieuwe tijd (1500 – 1750)
• Nieuwste tijd (1750 – 1945)
• Eigen tijd (1945 - …)
1.3 HISTORISCHE PERIODISERING
• Prehistorie (… tot 3500 v.C. – ontwikkeling van het schrift)
• Oude Nabije Oosten (3500 v.C. – 800 v.C. – ontwikkeling stadstaten in Griekenland)
• Klassieke Oudheid (800 v.C. – 500 – val West-Romeinse Rijk)
• Middeleeuwen (500 – 1500 – ontdekking Amerika door Columbus)
• Nieuwe tijd (1500 – 1750 – Franse Revolutie)
• Nieuwste tijd (1750 – 1945 - einde WO II)
• Eigen tijd (1945 - …)
3
(TIJD)
Robbe Brisard
2025-2026
VERKORT TRAJECT LAGER ONDERWIJS
, HOOFDSTUK 1: BASISKENNIS - WAT IS GESCHIEDENIS
1.1 HET CONCEPT GESCHIEDENIS
= een studiegebied dat een reconstructie van het verleden van de mens opstelt
→ Het is geen exacte wetenschap
→ Geschiedenis is het geheel van het menselijk handelen dat in het verleden plaatsgreep
→ De studie van het verleden van mensen die in maatschappijen samenleven
Verklaringen:
1. Niet alle feiten worden een bron
• We moeten kritisch zijn tegenover alle soorten bronnen en nagaan of ze
objectief, dan wel subjectief zijn, wie ze gemaakt heeft en wanneer dat gebeurd
is, of deze met kennis van zaken die bron maakte of ze eerder toevallig ontstond
• Unwitting testimony = als een bron onbedoeld ontstond
2. Niet alle bronnen bereiken de historicus
3. De historicus kiest op basis van zijn voorkennis en interesse de bronnen waar hij mee wil
werken
4. Komt het verhaal dat de historicus schreef wel overeen met wat er echt gebeurd is
1
,1.2 HISTORISCH EN CHRONOLOGISCH KADER
= structuur voor analyse of inleiding ter verwerking van informatie.
= kunnen ondersteuning bieden om een veelheid aan informatie te ordenen/structureren
→ V.o.t. = voor onze tijdrekening (voor Christus)
→ N.o.t. = na onze tijdrekening (na Christus)
Eeuwen:
• Eeuw = 100 jaar
• Nieuwe eeuw begint met jaartal dat eindigt op 01 en eindigt op een jaartal dat eindigt op
00
• Vb: 18de eeuw = van 1701 tot 1800
Verdeling van de geschiedenis:
Historici verdelen de geschiedenis in in een aantal grote tijdsvakken, MAAR:
• Afhankelijk van historicus tot historicus
• Afhankelijk van land tot land, continent tot continent, …
• Bv. verschil België – China (zie later)
OVSG:
• Prehistorie/Oudheid … tot ca 500 n.C.
• Middeleeuwen vanaf ca. 500 n.C. tot ca. 1500
• Nieuwe Tijden van ca. 1500 tot 1945
• Onze tijd vanaf de jaren 1945
GO:
Mogelijkheid 1:
• Prehistorie/oudheid (… tot 500)
• Middeleeuwen (500 tot 1500)
• Nieuwe tijden (1500 tot 1945)
• Onze tijd (1945 tot …)
2
, Mogelijkheid 2:
• de tijd van de zwervende mens
• de tijd van de eerste landbouwers
• de tijd van de grote rijken
• de tijd van Grieken en Romeinen
• de tijd van monniken, ridders en boeren
• de tijd van de steden
• de tijd van de grote ontdekkingen
• de tijd van de vorsten
• de tijd van de volkeren
• onze tijd
BINNEN DEZE CURSUS KIEZEN WE VOOR:
• Prehistorie (… tot 3500 v.C.)
• Oude Nabije Oosten (3500 v.C. – 800 v.C.)
• Klassieke Oudheid (800 v.C. – 500)
• Middeleeuwen (500 – 1500)
• Nieuwe tijd (1500 – 1750)
• Nieuwste tijd (1750 – 1945)
• Eigen tijd (1945 - …)
1.3 HISTORISCHE PERIODISERING
• Prehistorie (… tot 3500 v.C. – ontwikkeling van het schrift)
• Oude Nabije Oosten (3500 v.C. – 800 v.C. – ontwikkeling stadstaten in Griekenland)
• Klassieke Oudheid (800 v.C. – 500 – val West-Romeinse Rijk)
• Middeleeuwen (500 – 1500 – ontdekking Amerika door Columbus)
• Nieuwe tijd (1500 – 1750 – Franse Revolutie)
• Nieuwste tijd (1750 – 1945 - einde WO II)
• Eigen tijd (1945 - …)
3