• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 71 pages
Summary

Samenvatting Teamleren en groepsdynamica

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 71 pages

Samenvatting Teamleren en groepsdynamica uit de tweede bachelor Pedagogische Wetenschappen. Ik slaagde voor dit vak door het leren van deze samenvatting.

Content preview

INTRODUCTIELES

GROEPEN & TEAMS ZIJN OVERAL…

IK & GROEPEN/TEAMS

Wat heb ik met groepen / teams?
 Positieve / negatieve ervaringen?
 Welke rol heb ik in groepen / teams?
 Link met wie ik ben als persoon?

Je bent lid van zéér veel groepen:
 Familie
 Werk
 Universiteit
 Vrienden
 Sport/ muziek/ hobby
 Kerk/geloof
 Politiek

Die groepen hebben vaak verschillende soorten afhankelijkheden:
1. Doel => wat willen we bereiken?
2. Taak => hoe voeren we onze taak uit?
3. Sociaal => hoe steunen we elkaar?
4. Uitkomst => hoe delen we in de opbrengst?

En het gevoel dat je hebt om in groepen/teams te werken kan ook verschillend zijn:

 Functioneel
 Plezierig
 Neutraal
 Onaangenaam

GROEPEN > TEAMS



Groep = Two or more individuals who are connected by and within social
relationships

Team = a group that pursues performance goals through interdependent interaction
 Werken aan een gedeeld doel
 Taakgerichte interpendentie



GROEPEN & TEAMS ZIJN OVERAL …
Maar succes is niet gegarandeerd  het loopt wel eens mis, met soms desastreuze gevolgen
 Vb.: operatieteam, luchtvaartcommunicatie,…
 Meestal minder bedreigend, maar toch met negatieve impact
o Vb.: negatieve ervaringen, kosten organisatie, kwaliteit werk, welzijn, sociale gevolgen…
 Groeps- & teamwerk is niet eenvoudig!  groepsdynamica als wetenschappelijke discipline

,DRIE AANDACHTSVELDEN (SCHEIN, 1987)




IJSBERG

,LES 1: ALGEMENE INTRO GROEPEN & GROEPSDYNAMIEK

GROEPEN: SOORTEN & FUNCTIES

Groepen en teams zijn overal…
 Jeugdbeweging
 Werkomgeving
 Familie
 Studie
 …

GROEPEN?
= Two or more individuals who are connected by and within social relationships
 Verschillende soorten sociale relaties (familiebanden, taakgerelateerd, vriendschap, interesses,…) onderscheiden
verschillende soorten groepen

TAXONOMIE:
 Primaire groepen => hebben vaak veel invloed op jou
o Vb.: Familie, hechte vrienden,…
 Sociale (secundaire) groepen => minder invloed, maar nog steeds heel impactvol
o Vb. : teams, studiegroepen, crews, sportclub,…
 Collectieven => hier ontstaan vaak ook dynamieken
o Vb.: publiek bij een concert, wachtrij (in een supermarkt), menigte,…
 Categorieën
o Vb.: mannen, dokters, etnische groepen, studenten,…

 Ook op WhatApp, Facebook, Instagram, Twitter, TikTok,… zijn er een hele hoop groepen
o Vb.: wanneer je iemand volgt behoor je ook tot die bepaalde groep

FUNCTIES VAN GROEPEN
 Belongingness hypothesis: mensen hebben natuurlijke behoefte om zich aan te sluiten bij anderen

 Verschillende groepen oefenen zeer verschillende functies uit:
 Affiliatie – ergens bij horen, geaccepteerd worden
 Zekerheid – voelen zich sterker
 Intimiteit – contacten met anderen
 Sociale steun – aanmoedigen, opbeuren
 Sociale vergelijkingsinformatie – info over hoe vergelijkbare anderen het doen
 Invloed – mogelijkheid om invloed uit te oefenen (macht van groepen is groter, kunnen meer mensen bereiken + invloed op
groepsleden)
o Vb.: betogingen
 Status – lidmaatschap van een groep die anderen belangrijk vinden
o Vb.: denk aan groepen die je later op je CV zou zetten
 Productiviteit – productiviteit verhogen, persoonlijke en gezamenlijke doelen realiseren
 Exploratie - info, nieuwe ideeën, nieuwe ervaringen, mogelijkheden om te leren van elkaar


Functies van groepen => Heel divers!
< “belongingness hypothese”: Natuurlijke behoefte om zich aan te sluiten
 Erbij horen, zekerheid, sociale steun, status, productiviteit…
 Nadruk op taak vs. nadruk op relaties



GROEPEN <-> INDIVIDUEN
 De invloed van een groepen op ons gedrag is vaak veel groter dan we denken

 Sociale identiteit: An individual’s sense of self derived from relationships and memberships in groups; those aspects of the self
that are assumed to be common to most or all of the members of the same group or social category
 Hoe heeft deel zijn van een bepaalde groep invloed op je eigen indentiteitsbeleving. Lid zijn van een bepaalde groep geeft
mee vorm aan je identiteit. (vb.: “Ik ben student Pedagogische Wetenschappen”)

, o Je veronderstelt dat dit stukje identiteit gemeenschappelijk is bij de andere leden van de groep

 Sterke invloed! Bv. Conformisme; invloed van groepen op persoon wordt vaak onderschat (fundamental attribution error)



In-group VS out-group (Tajfel)
 Categorisering (= vereenvoudiging) => We willen als mens de wereld altijd vereenvoudigen, door te denken in groepen
vereenvoudigen we die wereld al een stukje (we kunnen informatie reduceren)
 Sociale identificatie => Behoren tot de groep, identiteit, invloed op gedrag (bv. “student”)
o We zien hierbij vaak de eigen groep als superieur, dit draagt bij als ons eigen waardegevoel
 Sociale vergelijking: Superioriteit eigen groep (bv. Jeugdbewegingen: Scouts vs Chiro )



GROEPSDYNAMIEK IN ORGANISATIES
SOCIALE INTERACTIES IN ORGANISATIES ALS SOCIAAL KAPITAAL
GROEPSDYNAMIEK IN ORGANISATIES

Je maakt deel uit van veel verschillende groepen, maar ook binnen deze groepen is er een diversiteit aan sociale “structuren”:
 Proffesional (Learning) Communities
 Communities of Practice
 Mentorship
 Social networks
 Coaches
 Teams
 Deze staan in interactie met elkaar en overlappen ook soms

 Hoe verlopen sociale interacties? Wie ”is verbonden” met wie?
 = vormen van sociaal kapitaal


SOCIAAL KAPITAAL?




Sociaal kapitaal: “Sum of the actual and potential resources embedded within, available through, and derived from ties within
networks of social relationships” (Bourdieu, 1986; Lee et al., 2014, p. 951)

 Toegang tot resources, informatie, expertise via sociale relaties/netwerken
 De connecties die je hebt, mensen waarmee je verbonden bent en die ervoor zorgend dat je toegang hebt tot resources (je
netwerk)
 Vb.: Wanneer je op zoek gaat naar een job, ga je je netwerk aanspreken

Sociaal kapitaal in werkomgeving?
 Human Capital = werkgerelateerde kennis, vaardigheden, kenmerken van werknemers (Campbell, Coff, & Kryscynski, 2012)
o Mensen binnen een organisatie die bepaalde expertise hebben (werknemers die bepaalde kennis hebben)
 Social Capital = Toegang tot resources & expertise via sociale relaties/netwerken (Adler & Kwon, 2002)
o Toegang tot die expertise via sociale relaties
 Voordelen voor individu: Omgaan met uitdagingen & flexibiliteit van job, makkelijker vinden van job
 Voordelen voor organisatie: Kennisdeling, innovatie

Document information

Study
Uploaded on
September 26, 2026
Number of pages
71
Written in
2023/2024
Type
Summary
$8.78

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
12
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions