2024 – 2025 JULIETTE DUMONT UGENT
,H1 – INLEIDING FISCAAL RECHT
HOGE RAAD VAN FINANCIËN
In België komen er ongeveer 114 miljard inkomsten uit belastingen waarvan
bedrijfsvoorheffing een groot deel uitmaakt. Wij hebben zeer hoge belastingen
(ongeveer 46%)
Het Belgisch probleem?
1. Belastingen uit kapitaal: normaal hoeveelheid
2. Belastingen op inkomen uit arbeid: zeer grote hoeveelheid
3. Belasting uit consumptie: kleine hoeveelheid - het land met het minste deel
belastingen uit consumptie)
Belangrijk = Wij belasten te veel op inkomen uit arbeid en te weinig op consumptie!
wij vragen dus te weinig btw (+- 23%). Onze btw moet dus stijgen?
Te veel producten zitten bij ons in de 6 en 12%-categorie i.p.v. 21%
Taks shift? => inkomen uit arbeid minder belasten, nog steeds onvoldoende
resultaat. De taks shift heeft het doel arbeid minder te belasten en de belasting op
consumptie te laten stijgen.
Multinationals aantrekken? Moeilijk -> arbeidskost zeer hoog hier.
België heeft in feite 2 problemen:
Het eerste probleem ‘Concurrentie tussen landen’ werd hierboven reeds
besproken.
Het tweede probleem betreft de ‘vluchtlanden’ Dit zijn landen waar geen of
zeer weinig belasting moet betaald worden. Dit drijft de concurrentie alleen
nog maar omhoog maar er zijn reeds veel maatregelen getroffen omtrent de
taks ’heavens’.
VERSCHILLENDE WETBOEKEN
1 groot wetboek: directe belastingen
3 grote wetboeken: indirecte belastingen
Bevoegdheid belastingstelsel
1 van de facetten van soevereiniteit van Staat: recht om belastingen te heffen
Elke Staat volledig vrij om zijn belastingstelsel te regelen
Belastingsoevereiniteit wel beperkt omwille van de noodzaak de soevereiniteit van andere
Staten te eerbiedigen
Elke staat heeft het recht om zelf te bepalen hoe zij belastingen int en welk belastingstelsel zij wil
hanteren. Maar deze vrijheid is niet onbeperkt. Staten moeten rekening houden met de soevereiniteit
van andere landen, wat betekent dat ze geen belastingwetten kunnen maken die andere landen
schaden of hun eigen regels opleggen aan anderen.
Met andere woorden, een staat is vrij om zijn eigen belastingsysteem te bepalen, maar moet daarbij wel
de autonomie van andere landen respecteren.
,Fiscale rechtsmacht strekt uit tot
Territorialiteitsbeginsel: alle personen & goederen die zich op grondgebied bevinden
Nationaliteitsbeginsel: alle personen & goederen tot haar eigen staatsonderdanen
Nationaliteitsbeginsel
Nationaliteit = een element waarmee slechts in enkele landen rekening wordt gehouden bij de
afbakening van de belastingbevoegdheid -> VS
Type 1: Personen die genieten van publieke diensten
Diegene dat genieten van de publieke diensten, moeten ook deelnemen aan financiering ervan
Type 2: Personen die geen gebruik maken van publieke diensten
Diegene die enkel de nationaliteit bezitten MAAR geen gebruik maken van de publieke diensten
Sommige gevallen: beroep gedaan als ‘ondergeschikt criterium’ voor ambtenaren van Staat die
naar buitenland trekken
Territorialiteitsbeginsel
De Staat kan personen (RP & NP) belasten die op haar grondgebied zijn
Drie gevallen:
Op grondgebied wonen
Op grondgebied gevestigd – personeel aanknopingspunt
Zakelijke & economische betrekkingen met grondgebied – zakelijk of economisch
aanknopingspunt
o Een persoon bezit een goed dat op grondgebied van Staat ligt
o Een persoon handelingen op grondgebeid heeft gesteld
Iedereen die een band heeft met het grondgebied draagt bij in de uitgaven van de overheid & dit in de
mate van zijn aanwezigheid.
Persoon van personeel aanknopingspunt: inkomstenbelasting op basis van wereldwijd inkomen
Persoon van zakelijk & economisch aanknopingspunt: inkomensbelasting beperkt tot inkomen
dat in betreffende Staat werd behaald
In België
Onderscheid gemaakt tussen ‘domiciliebeginsel’ & ‘liggingsbeginsel’
Domiciliebeginsel: Staat laat toe belasting te heffen op alle personen die op het Belgisch
grondgebied wonen of gevestigd zijn
Liggingsbeginsel: Staat laat toe belasting te heffen op goed of handeling die op Belgisch
grondgebied is gelokaliseerd
Bij inkomstenbelasting ook ‘bronstaatbeginsel’ genoemd!
Inkomstenbelasting betreft – personenbelasting, vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting
=> alle toepassing van domiciliebeginsel
Inkomstenbelasting van niet-inwoners betreft
=> toepassing van bronstaatbeginsel
, Belastingheffende overheid
Belastingen worden ingedeeld in:
Rijksbelastingen: geheven door federale staat
Regionale belastingen: geheven door gemeenschappen & gewesten
Lokale belastingen: geheven door provincies & agglomeraties & gemeenten
De inachtneming (door federale wetgever) van het evenredigheidsbeginsel betekent dat de
uitoefening van de gewestelijke bevoegdheden & gemeenschap bevoegdheden niet onmogelijk of
overdreven moeilijk mogen worden gemaakt.
Drie fiscale bevoegdheden onderscheiden bij gemeenschappen en gewesten
1. Eigenlijke fiscale bevoegdheden: uit Art 170 Grondwet -> enkel gebruik gemaakt voor
Gewesten dus ‘eigenlijke gewestelijke belastingen’
2. Oneigenlijke fiscale bevoegdheden: opgesomd in Titel III van Bijzondere Financieringswet
1989 -> ook vooral gebruik voor gewesten dus ‘oneigenlijke gewestelijke belastingen’
3. Fiscale autonomie inzake personenbelasting: uit Titel IIIvan Bijzondere Financieringswet
1989 (2014) -> ze kunnen de gewesten opcentiemen heffen op de personenbelasting
Wijze van berekening
Vaste belastingen Evenredige belastingen Progressieve belastingen
Bedrag steeds zelfde Belasting geheven als Belasting geheven als
ongeacht omvang van het vast percentage op percentage dat fluctueert
belastbaar feit belastbare grondslag -> percentage neemt toe
naarmate belastbare
grondslag toeneemt
Persoonsgebonde elementen of niet?
Bij het vaststellen van de verschuldigde belasting kunnen belastingen ingedeeld worden:
Persoonlijke belastingen: bij de vaststelling wordt rekening gehouden met de persoonlijke
toestand van belastingplichtige (draagkracht, gezinstoestand)
Personenbelasting
Zakelijke belastingen: bij vaststelling wordt belasting vastgesteld volgens objectieve
maatstaven zonder rekening te houden met de persoon van de betalingsplichtige
BTW
Directe en indirecte belastingen
Soort Hoe Periode Wat Voorbeeld
belasting
Directe Voorturend of Verschuldigd Belasting Inkomensbelasting
belasting permanente voor bepaalde wordt Registratierechten
toestand treft periode gedragen door Successierechten
(periodiek) persoon die
het betaalt
Indirecte Belasting op Wanneer Belasting BTW
belasting individuele belastbaar feit wordt Accijnsrechten op
feiten of of handeling gedragen door minerale oliën
handelingen zich voortdoet persoon die
ze betaalt, dat
nadien wordt
afgewenteld
aan derden