Samenvatting filosofie
HS1: WETENSCHAPSFILOSOFIE VAN DE
PEDAGOGIEK
Wetenschap = kennis.
Wetenschapsfilosofie van de pedagogiek = een rationeel-kritische reflectie over de fundamenten van
de pedagogiek, een nadenken over het wetenschappelijk denken. (wetenschappen is een vorm van
kennen en denken)
Elke pedagogische wetenschapper = een filosoof of hij dat nu wilt of niet. (Het filosofisch denken
over het wetenschappelijk denken is belangrijk voor de postitie die de pedagogische wetenschapper
inneemt + er zijn veel filosofische vragen over het studieobject)
1.1. WAT IS FILOSOFIE
We beginnen met het extern afgrenzen van wijsbegeerte t.o.v. andere wereldoriënterende
praktijken, en met het intern opdelen in filosofische subdisciplines.
1.1.1. COMMON SENSE, GODSDIENST EN WETENSCHAPPEN VERSUS FILOSOFIE
De mens oriënteert en situeert zich a.d.h.v. verschillende betekeniskaders; voor de filosofie waren er
reeds common sense en ideologie, godsdienst en mythe
Ontstaan filosofie = de oudste wetenschap. (5 de Eeuw v.C.).
Ontstaan moderne natuurwetenschappen (16 de-17de Eeuw).
Ontstaan moderne menswetenschappen (19 de Eeuw).
o Deze was lang een onderdeel van filosofie; heeft zich hiervan los gesplitst en is er naast
komen te staan.
5 Wereld oriënterende kaders : Common sense en ideologie, godsdienst en mythe, filosofie,
wetenschappen.
1.1.1.1. COMMON SENSE (‘HET GEZOND VERSTAND’) EN IDEOLOGIE
Common sense = drukt uit wat men denkt, zegt en doet = ‘gezond verstand’
De binnen een bepaalde cultuur levende opvattingen en natuurlijke waarderingen.
Zijn algemeen aanvaarde overtuigingen en waardeoordelen, meestal impliciet en gaan van de
ene op de andere generatie over.
Common sense-houdingen spreken elkaar vaak tegens zijn contradictorisch.
Die voor filosofische overtuigingen komen vaak terug in spreekwoorden en gezegden
Krijgt vaak statuut van een ideologie omdat het vaak gaat over onkritische vooroordelen en
vanzelfsprekendheden.
Ideologie in de pejoratieve zin: een geheel van opvattingen en waarderingen met een
praktische strekking in de context van sociopolitieke invloed en machtsuitoefening, zonder dat
zo’n ideologisch geheel kritisch en/of rationeel kan gerechtvaardigd worden.
o Conservatieve ideologie = valse legitimaties of justificaties om het status quo te
behouden of om een selecte minder te bevooroordelen (vb. racisme)
1
, Samenvatting filosofie
o Revolutionaire ideologie = utopische justificaties in termen van toekomstige
droomwerelden hanteren (vb. sekten)
Probleem van het vervalste of irreële bewustzijn
1.1.1.2. GODSDIENST EN MYTHE
Deze betekeniskaders geven een wereld- en levensbeschouwing op basis van een geopenbaarde of
overgeleverde waarheid.
Vb. de bijbel: openbaring van God + heilsgeschiedenis van de mens
Vb. de Griekse mythe: een mythische verklaring, toekomstpersepectief, moralistische lessen
Wereldgodsdiensten volledig betekeniskader waarbij de oorsprong, plaats en bestemming van de
mens verbonden worden met de goddelijke of sacrale dimensie van de kosmos.
ð Bieden de mens verlossing.
1.1.1.3. FILOSOFIE (WIJSBEGEERTE)
Filosofie = een rationeel kritische reflectie over de fundamenten van de werkelijkheid.
Verschilt ten gronde van:
o Common sense en ideologie is onkritisch
o Godsdienst en mythe is irrationeel of ten minste arationeel 1
Methode van de filosofie: rationeel-kritisch filosofie maakt gebruik van radicale kritiek en
het rationele argument. (geen observatie, geen experimenten => net zoals de wiskunde: zijn
gewoon berekeningen wetenschap)
o Beroept zich op de rede van de rationaliteit
Doel van de filosofie: bereiken van intelligibiliteit 2 en waarheid betreffende de werkelijkheid en
het menselijk bestaan. => Of toch een streven naar (valt onmogelijk te bereiken)
o Streven geen praktische bruikbaarheid na ( wetenschap)
Motor filosofie = het verlangen naar de waarheid en de liefde voor het redelijk inzicht in wereld
en mens.
1.1.1.4. WETENSCHAP
Onderscheid filosofie en wetenschap is artificieel en arbitrair
Filosofie is in wezen wetenschap, en wetenschap is in wezen filosofie
Filosofie is de eerste wetenschap, en de meest fundamentele 3
De Copernicaanse revolutie = cruciaal breukmoment = centrale omwenteling binnen het westerse
project van rationeel, kritisch onderzoek. Beroep op rationaliteit blijft de rode draad, maar de
wetenschap onderscheid zich ten delen qua methode als que doel van de filosofie als volgt:
De wetenschappelijke methode = rationeel-kritisch maar steunt op empirische observaties en
maakt gebruik van experimenten en testen.
1
Irrationeel = tegen de rationaliteit, arationeel = buiten de rationaliteit
2
= waarnemen, begrijpen, verstaan
3
Blijft het fundament van de disciplines die zich in de 17 e eeuw uitriepen tot wetenschap
2
, Samenvatting filosofie
Het doel van de wetenschap is niet alleen de intelligibele verklaring en de waarheid, maar
vooral de praktische bruikbaarheid.
o De wetenschappelijke finaliteit ligt in de technologische toepassing.
3
, Samenvatting filosofie
1.1.2. DE DOMEINEN VAN DE FILOSOFIE
De rationeel-kritische reflectie heeft betrekking op twee fundamentele aspecten van het menszijn :
Het praktische aspect (praktische filosofie) : menselijk handelen
o Moraalfilosofie, sociale en politieke filosofie, filosofie van het handelen
Het theoretisch aspect (theoretische filosofie): menselijk kennen
o Metafysica, epistemologie, logica en wetenschapsleer
Wij leggen accent op theoretische filosofie
! De filosofische domeinen en disciplines kunnen ingedeeld worden in drie concentrische cirkels !:
1) De traditionele koninginnenstukken, met name de metafysica* (= leer van het
zijn/ontologie), de epistemologie** en de logica***.
2) De moraalfilosofie of ethiek, de filosofische psychologie, alsook de filosofie van de
wetenschappen en de taalfilosofie.
3) De sociale en politieke filosofie, de filosofie van X, Y en Z. 4
* Metafysica = de leer van het zijn
ð Oorspronkelijk naam boeken van Aristoteles die ‘na’ zijn boek Fysica kwamen (meta = na)
ð Meer letterlijke betekenis: de studie van wat aan de zijde v/d fysica of empirische
wetenschap ligt, het bovenzinnelijke of bovennatuurlijke (vb. Plato)
ð Vaak ontologie = metafysica, MAAR: ontologie is etymologisch meer correct
o Ontologie bestudeert de verschillende dingen (in hun meest abstracte aspect 5) die
bestaan, is de studie van het zijn(de) als zijn(de)n
** Epistemologie = de leer v/d kennis
ð Bestudeert de natuur, de bronnen en de limieten van de menselijke kennis
*** Logica = de leer van het redeneren
ð Geeft minimale voorwaarden waaraan rationeel-kritisch onderzoek moet voldoen
1.2. FILOSOFIE VAN DE WETENSCHAPPEN EN THEORIE VAN DE KENNIS
1.2.1. PRAGMATISCHE INDELING VAN DE WETENSCHAPPEN
Wetenschap ontstaan in 5e E v.Chr. oorspronkelijk geen onderscheid tussen wetenschap en
filosofie
16e -17e E: Copernicaanse revolutie natuurwetenschappen splits zich los van filosofie
Wetenschap = die nieuwe, verschillende disciplines (= gehelen van samenhangende problemen
en oplossingen)
18e E: opsplitsing tussen natuurwetenschappen en menswetenschappen
! Het is nuttig de wetenschappen in te delen in drie groepen !:
4
= specifieke domeinen, zoals religie, recht, geschiedenis, kunst en opvoeding
5
=> namelijk dat ze bestaan
4
HS1: WETENSCHAPSFILOSOFIE VAN DE
PEDAGOGIEK
Wetenschap = kennis.
Wetenschapsfilosofie van de pedagogiek = een rationeel-kritische reflectie over de fundamenten van
de pedagogiek, een nadenken over het wetenschappelijk denken. (wetenschappen is een vorm van
kennen en denken)
Elke pedagogische wetenschapper = een filosoof of hij dat nu wilt of niet. (Het filosofisch denken
over het wetenschappelijk denken is belangrijk voor de postitie die de pedagogische wetenschapper
inneemt + er zijn veel filosofische vragen over het studieobject)
1.1. WAT IS FILOSOFIE
We beginnen met het extern afgrenzen van wijsbegeerte t.o.v. andere wereldoriënterende
praktijken, en met het intern opdelen in filosofische subdisciplines.
1.1.1. COMMON SENSE, GODSDIENST EN WETENSCHAPPEN VERSUS FILOSOFIE
De mens oriënteert en situeert zich a.d.h.v. verschillende betekeniskaders; voor de filosofie waren er
reeds common sense en ideologie, godsdienst en mythe
Ontstaan filosofie = de oudste wetenschap. (5 de Eeuw v.C.).
Ontstaan moderne natuurwetenschappen (16 de-17de Eeuw).
Ontstaan moderne menswetenschappen (19 de Eeuw).
o Deze was lang een onderdeel van filosofie; heeft zich hiervan los gesplitst en is er naast
komen te staan.
5 Wereld oriënterende kaders : Common sense en ideologie, godsdienst en mythe, filosofie,
wetenschappen.
1.1.1.1. COMMON SENSE (‘HET GEZOND VERSTAND’) EN IDEOLOGIE
Common sense = drukt uit wat men denkt, zegt en doet = ‘gezond verstand’
De binnen een bepaalde cultuur levende opvattingen en natuurlijke waarderingen.
Zijn algemeen aanvaarde overtuigingen en waardeoordelen, meestal impliciet en gaan van de
ene op de andere generatie over.
Common sense-houdingen spreken elkaar vaak tegens zijn contradictorisch.
Die voor filosofische overtuigingen komen vaak terug in spreekwoorden en gezegden
Krijgt vaak statuut van een ideologie omdat het vaak gaat over onkritische vooroordelen en
vanzelfsprekendheden.
Ideologie in de pejoratieve zin: een geheel van opvattingen en waarderingen met een
praktische strekking in de context van sociopolitieke invloed en machtsuitoefening, zonder dat
zo’n ideologisch geheel kritisch en/of rationeel kan gerechtvaardigd worden.
o Conservatieve ideologie = valse legitimaties of justificaties om het status quo te
behouden of om een selecte minder te bevooroordelen (vb. racisme)
1
, Samenvatting filosofie
o Revolutionaire ideologie = utopische justificaties in termen van toekomstige
droomwerelden hanteren (vb. sekten)
Probleem van het vervalste of irreële bewustzijn
1.1.1.2. GODSDIENST EN MYTHE
Deze betekeniskaders geven een wereld- en levensbeschouwing op basis van een geopenbaarde of
overgeleverde waarheid.
Vb. de bijbel: openbaring van God + heilsgeschiedenis van de mens
Vb. de Griekse mythe: een mythische verklaring, toekomstpersepectief, moralistische lessen
Wereldgodsdiensten volledig betekeniskader waarbij de oorsprong, plaats en bestemming van de
mens verbonden worden met de goddelijke of sacrale dimensie van de kosmos.
ð Bieden de mens verlossing.
1.1.1.3. FILOSOFIE (WIJSBEGEERTE)
Filosofie = een rationeel kritische reflectie over de fundamenten van de werkelijkheid.
Verschilt ten gronde van:
o Common sense en ideologie is onkritisch
o Godsdienst en mythe is irrationeel of ten minste arationeel 1
Methode van de filosofie: rationeel-kritisch filosofie maakt gebruik van radicale kritiek en
het rationele argument. (geen observatie, geen experimenten => net zoals de wiskunde: zijn
gewoon berekeningen wetenschap)
o Beroept zich op de rede van de rationaliteit
Doel van de filosofie: bereiken van intelligibiliteit 2 en waarheid betreffende de werkelijkheid en
het menselijk bestaan. => Of toch een streven naar (valt onmogelijk te bereiken)
o Streven geen praktische bruikbaarheid na ( wetenschap)
Motor filosofie = het verlangen naar de waarheid en de liefde voor het redelijk inzicht in wereld
en mens.
1.1.1.4. WETENSCHAP
Onderscheid filosofie en wetenschap is artificieel en arbitrair
Filosofie is in wezen wetenschap, en wetenschap is in wezen filosofie
Filosofie is de eerste wetenschap, en de meest fundamentele 3
De Copernicaanse revolutie = cruciaal breukmoment = centrale omwenteling binnen het westerse
project van rationeel, kritisch onderzoek. Beroep op rationaliteit blijft de rode draad, maar de
wetenschap onderscheid zich ten delen qua methode als que doel van de filosofie als volgt:
De wetenschappelijke methode = rationeel-kritisch maar steunt op empirische observaties en
maakt gebruik van experimenten en testen.
1
Irrationeel = tegen de rationaliteit, arationeel = buiten de rationaliteit
2
= waarnemen, begrijpen, verstaan
3
Blijft het fundament van de disciplines die zich in de 17 e eeuw uitriepen tot wetenschap
2
, Samenvatting filosofie
Het doel van de wetenschap is niet alleen de intelligibele verklaring en de waarheid, maar
vooral de praktische bruikbaarheid.
o De wetenschappelijke finaliteit ligt in de technologische toepassing.
3
, Samenvatting filosofie
1.1.2. DE DOMEINEN VAN DE FILOSOFIE
De rationeel-kritische reflectie heeft betrekking op twee fundamentele aspecten van het menszijn :
Het praktische aspect (praktische filosofie) : menselijk handelen
o Moraalfilosofie, sociale en politieke filosofie, filosofie van het handelen
Het theoretisch aspect (theoretische filosofie): menselijk kennen
o Metafysica, epistemologie, logica en wetenschapsleer
Wij leggen accent op theoretische filosofie
! De filosofische domeinen en disciplines kunnen ingedeeld worden in drie concentrische cirkels !:
1) De traditionele koninginnenstukken, met name de metafysica* (= leer van het
zijn/ontologie), de epistemologie** en de logica***.
2) De moraalfilosofie of ethiek, de filosofische psychologie, alsook de filosofie van de
wetenschappen en de taalfilosofie.
3) De sociale en politieke filosofie, de filosofie van X, Y en Z. 4
* Metafysica = de leer van het zijn
ð Oorspronkelijk naam boeken van Aristoteles die ‘na’ zijn boek Fysica kwamen (meta = na)
ð Meer letterlijke betekenis: de studie van wat aan de zijde v/d fysica of empirische
wetenschap ligt, het bovenzinnelijke of bovennatuurlijke (vb. Plato)
ð Vaak ontologie = metafysica, MAAR: ontologie is etymologisch meer correct
o Ontologie bestudeert de verschillende dingen (in hun meest abstracte aspect 5) die
bestaan, is de studie van het zijn(de) als zijn(de)n
** Epistemologie = de leer v/d kennis
ð Bestudeert de natuur, de bronnen en de limieten van de menselijke kennis
*** Logica = de leer van het redeneren
ð Geeft minimale voorwaarden waaraan rationeel-kritisch onderzoek moet voldoen
1.2. FILOSOFIE VAN DE WETENSCHAPPEN EN THEORIE VAN DE KENNIS
1.2.1. PRAGMATISCHE INDELING VAN DE WETENSCHAPPEN
Wetenschap ontstaan in 5e E v.Chr. oorspronkelijk geen onderscheid tussen wetenschap en
filosofie
16e -17e E: Copernicaanse revolutie natuurwetenschappen splits zich los van filosofie
Wetenschap = die nieuwe, verschillende disciplines (= gehelen van samenhangende problemen
en oplossingen)
18e E: opsplitsing tussen natuurwetenschappen en menswetenschappen
! Het is nuttig de wetenschappen in te delen in drie groepen !:
4
= specifieke domeinen, zoals religie, recht, geschiedenis, kunst en opvoeding
5
=> namelijk dat ze bestaan
4