• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 44 pages
Summary

Samenvatting Neurofysiologie | RUG | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 44 pages

Uitgebreide samenvatting van Neurofysiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, gericht op Bewegingswetenschappen. De aantekeningen behandelen membraanstructuur, ionentransport, rustmembraanpotentiaal, Nernst- en Goldman-Hodgkin-Katz-potentialen, spanningsafhankelijke ionkanalen, en actiepotentialen. Dit is ideaal als voorbereiding op examens: alle kernconcepten zijn helder uitgelegd met formules, mechanismen en praktische voorbeelden uit de colleges.

Content preview

Neurofysiologie

Hoorcollege 1 Membraanpotentialen
06-02

Membraan bestaat uit fosfolipiden: hydrofiele kop en hydrofobe staart.

- Hydrofiele stoffen kunnen hydrofobe staart niet passeren.

Het celmembraan scheidt de intracellulaire en extracellulaire vloeistof. Daardoor kunnen
concentraties deeltjes (binnen en buiten) verschillen -> concentratiegradiënt.

Kalium veel binnen de cel -> wil naar buiten.
Natrium veel buiten de cel -> wil naar binnen.

Membraantransport

- Simpele diffusie
- Transport via kanalen of carriers

Verschil kanalen en carriers: kanalen zijn open (kan ook dichtgaan) en is een soort gat in het
membraan. Carriers zijn open of dicht, er is nooit een open verbinding.

 Transport door kanalen is altijd passief, carrier transport kan passief of actief zijn.



Rustmembraanpotentiaal: het spanning/voltage verschil over het celmembraan in rust (-70 mV), dus
in de cel.

- Er zijn meerdere geladen deeltjes betrokken: Na+, K+, Cl- en ook niet-ionen (eiwitten).
- Bijdrage van ion membraanpotentiaal afhankelijk van: lading, concentratiegradiënt en
permeabiliteit.
- Goldman-Hodgkin-Katz:




Bij een positief ion draaien de ins en outs om

R = gasconstante T = absolute temperatuur

F = Faradays constante en z = lading ion



Drijvende krachten van ionen

K+ diffundeert met hun gradiënt mee (de cel uit) via lekkanalen. Verlies van K+ resulteert in een
negatieve lading op het binnenste plasmamembraan vlak. K+ gaat ook de cel in, omdat ze zich
aangetrokken voelen tot negatieve lading vastgesteld op het binnenste plasmamembraanvlak. Een
negatief membraanpotentiaal (-90 mV) komt tot stand wanneer de uitstroom van K+ gelijk is aan de
K+ instroom.

1

,Evenwichts/Nernstpotentiaal

- Stel je voor dat een cel alleen K+ kanalen heeft.
- Evenwichts/Nernstpotentiaal: membraanpotentiaal waarbij een ion in evenwicht is.
- Chemische kracht sterker dan elektrische kracht.
- Nernstpotentiaal Na+ = 70 mV en K+ = -90 mV

De chemische gradiënt verandert nauwelijks

- Ladingsoverschot over membraan is extreem klein, ook bij rustmembraanpotentiaal.
- Binnenkant cel negatiever dan buitenkant, als er een paar positieve ionen naar buiten
transporteren wordt de binnenkant nog negatiever.
- Waarom gaat kalium niet oneindig naar buiten?
 Als 1 uit elke 100.000 K+ ionen naar buiten stroomt, gaat Em van +30 mV naar -70 mV.
 Gevolg: concentratiegradiënt blijft vrijwel gelijk bij opening ionkanalen.



Evenwichtspotentiaal

- Het laat zien waar een ion heen beweegt bij het openen van kanalen.
- Hoe het ion het rustmembraanpotentiaal beïnvloedt.
- Er zijn veel meer kalium lekkanalen.



Onderhouden van het rustmembraanpotentiaal

- De Na+/K+ pomp compenseert lek-stromen en behoudt zo de gradiënten.
- Na+ en K+ bepalen vooral rustmembraanpotentiaal door Na+/K+ pomp.



Typen ionkanalen:

- Chemische ionkanalen: neurotransmitter bindt aan het kanaal en zo gaan ze open.
- Spannings-afhankelijke ionkanalen: gaan open bij een bepaalde spanning.
 Spannings-afhankelijke Na+ kanalen worden tijdelijk geïnactiveerd na het openen.
 Spannings-afhankelijke K+ kanalen openen bij een zeker membraanpotentiaal.
 De spanningsafhankelijke Na+ kanalen openen zich sneller dan de
spanningsafhankelijke K+ kanalen. Na+ kanalen gaan open door de
membraandepolarisatie.
 Tetrodotoxine (TTX) blokkeert spannings-afhankelijke Na+ kanalen -> stopt Na+ instroom.

Depolarisatie: Na+ kanalen open

Repolarisatie/hyperpolarisatie: Na+ kanalen inactief en K+ kanalen open

Direct na een AP volgt de refractaire periode, waarin een AP niet of moeilijker opgewekt kan worden
-> komt door: na de activatie volgt tijdsafhankelijke inactivatie van Na+ kanalen




2

,Wanneer ontstaat er geen actiepotentiaal?

Depolarisatie opent Na+ kanalen, maar ook K+ kanalen. Als die instroom van Na+ kleiner is dan
uitstroom K+ zal het membraanpotentiaal niet verder depolariseren.

Drempel: meer instroom Na+ dan uitstroom K+ -> wel actiepotentiaal.



Conductie ionen en het actiepotentiaal

- Snelle depolarisatie dor positieve feedback bij bereiken drempel: Na+ > k+
- Na+ kanalen openen sneller dan K+ kanalen, maar sluiten ook eerder.
- AP wordt gevolgd door een refractaire periode (RP), waarin het generen van een AP eerst
onmogelijk (absolute RP) en daarna moeilijker (relatieve RP) is.

Geleiding van het actiepotentiaal

- Membraan naast AP depolariseert door verplaatsing positieve ionen in het axon.
- Openen spannings-afhankelijke Na+ kanalen en AP start opnieuw (in één richting, want in de
tegengestelde richting zijn de Na+ kanalen nog geblokkeerd).

Variabele potentialen: amplitude dooft langzaam uit door ion lekkanalen.

Actiepotentialen: spannings-afhankelijke kanalen onderhouden amplitude (myeline verhoogt
snelheid).

Myeline versnelt het AP door:

- Blokkeert groot deel lekkanalen.
- Kleinere stukjes membraan, makkelijker te depolariseren.




3

, Hoorcollege 2 Synaptische transmissie I
07-02

Neuron



Knopen van Ranvier:
onderbrekingen in het myeline-
omhulsel rond een axon.
Vergemakkelijken beweging.
Positieve ionen kunnen de cel
instromen en een
actiepotentiaal voortzetten. Het
actiepotentiaal wordt
gedwongen van knoop tot
knoop te springen.

Een axon geleidt signalen van de zenuwcellen af, een dendriet geleidt signalen ernaartoe. Axonen
zijn lang en dun, dendrieten zijn dik en sterk vertakt.



Axonaal transport

- Anterograad: snel (400 mm/dag) en langzaam (1 mm/dag) – naar synaps toe.
- Retrograad: 200 mm/dag (MAP-1c/dynein) – van synaps af.

Synaptische transmissie

- Elektrische synapsen
- Chemische synapsen
 Direct geactiveerde synapsen (motor eindplaat, ‘’centrale’’ synaps)
 Indirect geactiveerde synapsen (2nd messenger)

Elektrische synapsen: gap junctions

- Gap junctions zijn gaatjes in het celmembraan
- Directe verbinding tussen pre- en postsynaptische cel




Verschil tussen chemische en elektrische transmissie

Elektrische

- Contact tussen pre- en postsynaptische cel
- Lading stroomt direct van pre- naar postsynaptische cel

4

Document information

Study
Uploaded on
September 25, 2026
Number of pages
44
Written in
2022/2023
Type
Summary
$8.84

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
1
Items
16
Last sold
2 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions