TESTBANK: SOCIALE
ZEKERHEIDSWETGEVIN
G (ZW, WW & WIA)
Inhoudsopgave
● DEEL I: De Voorbeschouwing
○ De "Kritieke Axioma's" Spiekbrief
● DEEL II: De Elite Testbank
○ Niveau 1 (Vragen 1–18): Fundamentele Syntaxis & Toepassing
○ Niveau 2 (Vragen 19–37): Complexe Toepassing & Simulatie
○ Niveau 3 (Vragen 38–55): Grootmeester Synthese
DEEL I: De Voorbeschouwing
Deze testbank smeedt fundamentele theoretische kennis om tot vlijmscherpe klinische en
juridische besluitvorming binnen het Nederlandse socialezekerheidsstelsel. Beheersing van dit
document vertaalt zich direct naar superieure uitvoering van WIA-, ZW- en WW-casuïstiek op
het absolute hoogste professionele niveau.
De "Kritieke Axioma's" Spiekbrief
Domein Axioma / Wettelijke Regel Cruciale Toepassing & Bron
WW (Referte) Wekeneis: 26 uit 36 weken. Een contractverlies van 4 uur
Urenverlies: Minimaal 5 uur óf geeft géén recht op WW, de
50% van de arbeidsuren. 5-uur drempel is absoluut.
WW (WAB Premie) Lage AWf-premie (2,74% in Herziening naar de hoge
2026) vereist een schriftelijk premie (7,74%) is verplicht bij
vast contract (geen oproep). ontslag binnen 2 maanden of
>30% meerwerk.
ZW (Vangnet) Nawerking (Art. 46 ZW): 4 Ziek uit dienst = ZW. Ziek
weken dekking na uit dienst. binnen 4 weken zonder nieuwe
baan/WW = ZW ten laste van
de ex-werkgever.
WIA (Dagloon) Uitsluiting loonloze periodes. Conform CRvB juli 2024 is het
meerekenen van onbetaald
,Domein Axioma / Wettelijke Regel Cruciale Toepassing & Bron
verlof in de deler strijdig met
het EVRM (Art. 14).
Wvp (Loonsanctie) Maximaal 52 weken (3e Toetsing geschiedt uiterlijk vóór
ziektejaar) verlenging 104 weken; bekortingsverzoek
loondoorbetaling. stopt de sanctie bij reparatie.
DEEL II: De Elite Testbank
Niveau 1 (Vragen 1–18)
Q1: Een medewerker (32 uur/week) raakt op 1 maart werkloos. In de voorgaande 36 weken
was hij 28 weken werkzaam, maar hij verliest slechts 4 uur per week aan arbeid. Op basis van
de voorwaarden voor de Werkloosheidswet, wat is de EERSTE conclusie omtrent zijn recht op
een WW-uitkering? A) Hij heeft recht op WW, aangezien hij voldoet aan de wekeneis van 26 uit
36 weken. B) Hij heeft geen recht op WW, aangezien zijn arbeidsurenverlies minder dan 5 uur
bedraagt en hij niet de helft van zijn uren verliest. C) Hij heeft recht op een gedeeltelijke
WW-uitkering gebaseerd op het verlies van 4 uur. D) Hij heeft geen recht op WW, aangezien hij
niet voldoet aan de jareneis (4 uit 5 jaar).
● Antwoord: B (Hij heeft geen recht op WW, aangezien zijn arbeidsurenverlies minder dan 5
uur bedraagt en hij niet de helft van zijn uren verliest)
● Distractor Analyse:
○ A is onjuist: Voldoen aan de referte-eis (26 weken gewerkt) is onvoldoende; men
moet tevens voldoen aan de wekeneis voor arbeidsurenverlies.
○ C is onjuist: Gedeeltelijke WW ontstaat pas bij een relevant verlies; de
drempelwaarde van 5 uur (of de helft bij kleine contracten) is absoluut.
○ D is onjuist: De jareneis bepaalt enkel de verlengde duur van de WW-uitkering, niet
het basisrecht.
De Analyse van de Mentor: Het basisrecht op WW kent twee harde, cumulatieve ingangseisen:
de referte-eis (Art. 17 WW) én het verlies van arbeidsuren (Art. 16 WW). Door de
drempelwaarde van 5 uur of 50% rigide toe te passen, omzeilt de professional foutieve
toekenningen in de marge. Professionele Intuïtie: Toets altijd éérst het objectieve urenverlies
voordat de wekeneis wordt berekend.
Q2: Een werknemer met een vast contract wordt ontslagen. Voor zijn WW-uitkering weigert hij
na 8 maanden te solliciteren op vacatures die een reistijd van 2,5 uur per dag vereisen en
aanzienlijk onder zijn opleidingsniveau liggen. Welke sanctie of actie is MEEST PASSEND
volgens het huidige UWV-beleid inzake de acceptatieplicht? A) Geen sanctie, aangezien een
reistijd van meer dan 2 uur nooit als passend wordt beschouwd. B) Een maatregel wegens het
weigeren van passend werk, aangezien na 6 maanden álle arbeid als passend wordt gezien,
inclusief 3 uur reistijd. C) Een tijdelijke opschorting totdat werk op zijn eigen hbo-niveau is
gevonden. D) Een permanente uitsluiting van de WW wegens ernstige werkweigering en
fraude.
● Antwoord: B (Een maatregel wegens het weigeren van passend werk, aangezien na 6
maanden álle arbeid als passend wordt gezien, inclusief 3 uur reistijd)
● Distractor Analyse:
○ A is onjuist: Na 6 maanden wordt de maximaal aanvaardbare reistijd verruimd van
2 naar 3 uur per dag.
○ C is onjuist: Na 6 maanden vervalt de eis dat werk op het eigen opleidingsniveau
, moet liggen; inkomensgarantie vervalt ten gunste van werkhervatting.
○ D is onjuist: Permanente uitsluiting (of boetes uit het Fraudebesluit) volgt bij
opzet/fraude of dringende redenen, niet direct bij een eenmalige overtreding van de
acceptatieplicht, welke gradueel wordt bestraft.
De Analyse van de Mentor: Na 6 maanden WW-uitkering treedt een absolute
paradigmaverschuiving op in de definitie van passend werk. Door alle reguliere banen als
passend te beschouwen, inclusief langere reistijden en lagere niveaus, forceert het stelsel
langdurig werklozen naar de actieve arbeidsmarkt. Professionele Intuïtie: De grens van 6
maanden degradeert het subjectieve opleidingsniveau naar ondergeschiktheid ten faveure van
de algemene acceptatieplicht.
Q3: Een werknemer wordt ziek en het dienstverband (bepaalde tijd) eindigt na 3 weken ziekte.
Op welk moment valt de werknemer DIRECT onder de bepalingen van de Ziektewet (vangnetter
zonder werkgever) met betrekking tot de uitkeringsbetaling? A) Op de eerste dag van de
ziekmelding, onafhankelijk van het lopende contract. B) Na 104 weken ziekte, wanneer de
wachttijd voor de WIA is verstreken. C) Exact op de dag volgend op de beëindiging van de
arbeidsovereenkomst. D) Binnen 4 weken na de eerste ziektedag, wegens de
nawerkingsregeling (Art. 46 ZW).
● Antwoord: C (Exact op de dag volgend op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst)
● Distractor Analyse:
○ A is onjuist: Zolang de werknemer een lopend contract heeft, geldt de civiele
loondoorbetalingsverplichting (Art. 7:629 BW), niet het financiële vangnet van de
ZW (behoudens no-risk).
○ B is onjuist: Na 104 weken volgt de WIA-beoordeling; dit markeert het einde van de
wachttijd, niet de intrede in de ZW.
○ D is onjuist: Nawerking (Art. 46 ZW) geldt wanneer men ziek wordt na het einde
van de verzekering, niet als men al ziek tijdens het dienstverband was en ziek uit
dienst treedt.
De Analyse van de Mentor: Het overnamemoment van financieel risico van de werkgever (civiel)
naar het UWV of de ERD (publiek/hybride) volgt strikt de contractdatum. Door de status Ziek uit
dienst correct te timen, borgt men de rechtmatige instroom in de Ziektewet zonder hiaten.
Professionele Intuïtie: De loondoorbetalingsplicht van de werkgever heerst superieur; de
Ziektewet ontwaakt pas exact als de civiele plicht expireert.
Q4: Een werkgever heeft een werknemer in dienst op basis van een oproepcontract. Om in
aanmerking te komen voor de lage WW-premie onder de WAB (Wet arbeidsmarkt in balans),
wat is UITGEZONDERD in de voorwaarden voor premiedifferentiatie en resulteert dus toch in
een lage premie? A) Een addendum dat het oproepcontract omzet naar een vast aantal uren
voor onbepaalde tijd, zonder nieuwe handtekening. B) Het aanbieden van een
BBL-leerovereenkomst (Beroepsbegeleidende Leerweg) met de juiste administratieve borging.
C) Een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die materieel nog steeds als
oproepcontract functioneert. D) Een mondelinge afspraak voor een vast 40-urige werkweek die
structureel wordt uitbetaald.
● Antwoord: B (Het aanbieden van een BBL-leerovereenkomst (Beroepsbegeleidende
Leerweg) met de juiste administratieve borging)
● Distractor Analyse:
○ A is onjuist: De WAB vereist dat contracten of addenda voor onbepaalde tijd
schriftelijk én door beide partijen ondertekend zijn (Art. 2.4 lid 4 Besluit Wfsv).
○ C is onjuist: Zodra de vorm een oproepovereenkomst is, is de hoge WW-premie
(7,74% in 2026) verplicht, ongeacht of de looptijd onbepaald is.
, ○ D is onjuist: Zonder schriftelijk, gedagtekend contract geldt standaard de hoge
premie, ongeacht de feitelijke stabiliteit van de uren.
De Analyse van de Mentor: De WAB eist harde administratieve bewijslast. Leerlingen in de
BBL-route en jongeren onder de 21 jaar (≤ 48 uur per 4 weken) vormen de zeldzame, wettelijk
verankerde uitzonderingen die direct recht geven op de lage WW-premie ter stimulering van
leerwerkplekken. Professionele Intuïtie: Administratieve vormvoorschriften in de WAB zijn
geen formaliteit; zij dicteren de tarifering in de loonaangifte.
Q5: Een WW-gerechtigde (alleenstaande ouder, inkomen € 1.500 bruto) verzoekt om een
aanvulling via de Toeslagenwet (TW). Het sociaal minimum voor deze leefsituatie in 2026
bedraagt € 1.669 bruto. Welke procedurele voorwaarde is BESLISSEND of het UWV deze
toeslag maximaal toekent? A) De uitkeringsgerechtigde moet de WW-uitkering al minimaal zes
maanden ontvangen. B) De toeslag moet uiterlijk binnen 6 weken na de inkomensdaling of start
van de uitkering zijn aangevraagd om een lagere toeslag (sanctie) te voorkomen. C) De
aanvrager mag geen eigen vermogen hebben dat de normen van de Participatiewet
overschrijdt. D) De aanvrager moet jonger zijn dan 21 jaar.
● Antwoord: B (De toeslag moet uiterlijk binnen 6 weken na de inkomensdaling of start van
de uitkering zijn aangevraagd om een lagere toeslag (sanctie) te voorkomen)
● Distractor Analyse:
○ A is onjuist: De TW kan direct ingaan zodra het inkomen onder het sociaal
minimum daalt; er is geen wachttijd.
○ C is onjuist: In schril contrast met de Participatiewet kent de Toeslagenwet géén
vermogenstoets, aangezien het een werknemersverzekering-gerelateerde
voorziening is.
○ D is onjuist: Een voorwaarde is juist dat men minimaal 18 jaar is (of 21 jaar als men
thuis woont en niet studeert); jongeren <21 jaar die thuis wonen zijn expliciet
uitgesloten.
De Analyse van de Mentor: De Toeslagenwet fungeert als inkomensgarantie op het
bestaansminimum voor uitkeringsgerechtigden (WW, ZW, WIA). Door de 6-wekentermijn strak
aan te houden, stelt de professional het volledige recht op aanvulling veilig en vermijdt men de
standaard bestuursrechtelijke korting bij laattijdigheid. Professionele Intuïtie: De TW vult aan
tot het absolute bestaansminimum zónder vermogenstoets, maar is genadeloos bij het missen
van de 6-weken aanvraagtermijn.
Q6: Een zwangere werkneemster (uitgerekend op 15 november) wordt op 1 oktober ziek ten
gevolge van haar zwangerschap. Welke uitkeringssituatie is DIRECT van toepassing op de
inkomensdekking in deze specifieke periode vóór het WAZO-verlof? A) De reguliere civiele
loondoorbetalingsplicht van de werkgever, zolang het flexibiliseringsverlof nog niet is ingegaan.
B) Zij krijgt direct een ZW-uitkering van 100% van het dagloon, aangezien ziekte ten gevolge
van zwangerschap een vangnetbepaling is. C) Het zwangerschapsverlof (WAZO) gaat verplicht
met terugwerkende kracht onmiddellijk in om de loonschade te dekken. D) Zij wordt
civielrechtelijk gekort tot 70% van haar salaris tot de formele startdatum van het WAZO-verlof.
● Antwoord: B (Zij krijgt direct een ZW-uitkering van 100% van het dagloon, aangezien
ziekte ten gevolge van zwangerschap een vangnetbepaling is)
● Distractor Analyse:
○ A is onjuist: Ziekte door zwangerschap is een expliciete uitzondering op het civiele
risico (Art. 7:629 BW); de ZW neemt dit financiële risico direct over.
○ C is onjuist: Het WAZO-verlof kan maximaal 6 weken voor de uitgerekende datum
ingaan; ziekte vóór die periode resulteert in ZW, niet in een vervroegd
bevallingsverlof.