Burgerlijk Recht Deel 1 | Samenvatting en arrestenbundel | Eerstejaars hbo/wo
1. De basis van het verbintenissenrecht
Verbintenis. Een rechtsbetrekking waarbij de schuldenaar een prestatie verschuldigd is aan de schuldeiser. Voorbeelden:
betaling van een koopprijs, levering van een zaak en vergoeding van schade.
Bronnen van verbintenissen: overeenkomst (art. 6:213 BW e.v.), onrechtmatige daad (art. 6:162 BW), onverschuldigde
betaling (art. 6:203 BW), ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW) en zaakwaarneming (art. 6:198 BW e.v.).
Niet-nakoming. Een tekortkoming is het uitblijven of gebrekkig verrichten van de verschuldigde prestatie. Verzuim (art.
6:81-83 BW) is onder meer relevant voor schadevergoeding en ontbinding. Belangrijke bepalingen: art. 6:74 BW
(schadevergoeding), art. 6:265 BW (ontbinding) en art. 6:277 BW (schade na ontbinding).
2. Het overeenkomstenrecht
Totstandkoming. Een overeenkomst komt in beginsel tot stand door aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW). Onderzoek of er
een voldoende bepaald aanbod en aanvaarding zijn, of verklaringen de wederpartij hebben bereikt (art. 3:37 BW), en of wil en
verklaring overeenstemmen (art. 3:33 BW). Art. 3:35 BW beschermt onder voorwaarden gerechtvaardigd vertrouwen.
Wilsgebreken. Bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden vallen onder art. 3:44 BW; dwaling onder art. 6:228 BW.
Het rechtsgevolg is in beginsel vernietigbaarheid.
Uitleg. De Haviltex-maatstaf kijkt naar wat partijen in de omstandigheden redelijkerwijs aan bepalingen mochten toekennen en
van elkaar mochten verwachten. De tekst is belangrijk, maar niet altijd doorslaggevend.
Redelijkheid en billijkheid. Art. 6:2 BW ziet op schuldeiser en schuldenaar; art. 6:248 BW op de overeenkomst. De
redelijkheid en billijkheid kunnen aanvullen. De beperkende werking van art. 6:248 lid 2 BW geldt alleen wanneer toepassing
naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
3. Onrechtmatige daad
Voor aansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW moeten in beginsel aanwezig zijn: (1) onrechtmatigheid, (2)
toerekenbaarheid, (3) schade, (4) causaal verband en (5) relativiteit (art. 6:163 BW). Onrechtmatigheid kan bestaan uit inbreuk
op een recht, strijd met een wettelijke plicht of strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid.
Toerekening. Art. 6:162 lid 3 BW: toerekening kan berusten op schuld of op een oorzaak die krachtens wet of
verkeersopvattingen voor rekening van de dader komt. Art. 6:98 BW begrenst de toerekenbare schade. Art. 6:101 BW regelt
vermindering wegens eigen schuld en de mogelijke billijkheidscorrectie.
4. Arrestenbundel: kernarresten
Lindenbaum/Cohen — HR 31 januari 1919, ECLI:NL:HR:1919:AG1776
Feiten: Cohen haalde een werknemer van concurrent Lindenbaum over vertrouwelijke offerte-informatie door te geven, om
zijn concurrentiepositie te verbeteren.
Rechtsregel: Onrechtmatig handelen omvat niet alleen strijd met een wettelijke plicht of subjectief recht, maar ook strijd met
de maatschappelijke zorgvuldigheid.
Rechtsgevolg: Ook schending van een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm kan onrechtmatige daad opleveren; deze ruime
benadering ligt ten grondslag aan art. 6:162 BW.
Kelderluik — HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079
Feiten: Een medewerker liet een kelderluik openstaan in een doorgang. Een bezoeker viel erin en raakte gewond.
Rechtsregel: Bij gevaarzetting zijn relevant: (1) kans dat anderen onvoldoende oplettend zijn, (2) kans op een ongeval, (3)
mogelijke ernst van de gevolgen en (4) bezwaarlijkheid van voorzorgsmaatregelen.
Rechtsgevolg: Het openlaten kon onzorgvuldig zijn. De gezichtspunten helpen beoordelen welke veiligheidsmaatregelen
redelijkerwijs nodig waren.