Leerdoelen week 1:
U kunt uitleggen hoe de internationale rechtsorde zich in de loop van de geschiedenis
heeft ontwikkeld en in hoeverre deze rechtsorde verschilt van een nationale rechtsorde.
Vrijheid en gelijkheid van staten kunnen alleen worden gewaarborgd door een systeem van
rechtsregels dat voor iedereen gelijk van toepassing is.
1648: Vrede van Westfalen
Ontstaan soevereine en gelijke staten
Beginsel van territoriale integriteit
1945: beginsel van zelfbeschikking wordt neergelegd in VN-Handvest
Volkeren recht om over eigen lot te beschikken
Periode van dekolonisatie
Twee ontwikkelingen
Toename van bovennationale vormen van organisatie
Een toenemende macht van niet-statelijke statuten
Internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag in de internationale
gemeenschap en kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag uitoefenen.
Internationaal recht kan op twee manieren doorwerken
Dualisme = internationale rechtsorde en nationale rechtsorde zijn geheel gescheiden
rechtssystemen
Monisme = internationaal en nationaal recht vormen samen één rechtsorde.
U kunt de bronnen van het internationaal publiekrecht identificeren en uitleggen in
hoeverre deze bronnen van elkaar verschillen. U kunt uitleggen hoe deze bronnen zich
tot elkaar verhouden.
Art. 38 Statuut van internationaal gerechtshof
- Internationale verdragen
- Internationaal gewoonte
- Algemene rechtsbeginselen
- Onder voorbehoud rechterlijke beslissingen en opvattingen van schrijvers =
hulpmiddel
Rechtspraktijk kan als gezaghebbende bron worden beschouwd
Besluiten van internationale organisaties, billijkheid en eenzijdige rechtshandelingen
, S.S. Lotus zaak: soevereiniteit en decentrale karakter van internationaal recht brengen in
beginsel mee dat staten niet zonder toestemming kunnen worden gebonden aan een regel van
internationaal gewoonterecht
Uitzonderingen
- Gewoonterecht
- Soms Besluiten van internationale organisaties
- Algemene rechtsbeginselen die kunnen leiden tot algemeen, wereldwijd geldend recht
Gewoonterecht: opeenvolging van elkaar ondersteunde gedragingen van staten die door actief
aan een praktijk deelnemen, dan wel deze duiden, deze praktijk zodanig aanvaarden dat deze
erop mag worden vertrouwd dat zij zich ook in de toekomst in overeenstemming met die
praktijk zullen gedragen.
Gewoonterecht wordt in de hoofdregel gevormd door staten
Voorwaarden gewoonterecht
Moet sprake zijn van een algemene praktijk (objectief)
o Er is geen specifieke tijdsduur vereist
o Regel moet omvangrijk(extensive) en vrijwel uniform zijn
o Uniform: praktijk van betrokken staten bij vorming van een gewoonterechtelijke
regel voldoende consistent moet zijn
o Extensive: praktijk door relatief veel staten moet worden gevolgd
Moet sprake zijn van een rechtsovertuiging (opinio juris)
Bijzondere rechtsbetrekkingen
Gewoonte recht kan niet universeel van toepassing zijn in de volgende situaties:
Regionaal gewoonterecht: indien praktijk en rechtsovertuiging niet wereldwijd maar
in bepaalde regio worden gevolgd
Persistent objector: als staat regelmatig te kennen geeft dat hij deze regel niet als
gewoonterecht aanvaardt gedurende periode dat de regel zich ontwikkelt
Bilaterale rechtsbetrekking: in de periode dat de stand van gewoonterecht onzeker
is, kan de inhoud onbepaald blijven en dan kunnen staten onderling aanvaarde regels
afstemmen
Besluiten van internationale organisaties
U kunt uitleggen hoe de internationale rechtsorde zich in de loop van de geschiedenis
heeft ontwikkeld en in hoeverre deze rechtsorde verschilt van een nationale rechtsorde.
Vrijheid en gelijkheid van staten kunnen alleen worden gewaarborgd door een systeem van
rechtsregels dat voor iedereen gelijk van toepassing is.
1648: Vrede van Westfalen
Ontstaan soevereine en gelijke staten
Beginsel van territoriale integriteit
1945: beginsel van zelfbeschikking wordt neergelegd in VN-Handvest
Volkeren recht om over eigen lot te beschikken
Periode van dekolonisatie
Twee ontwikkelingen
Toename van bovennationale vormen van organisatie
Een toenemende macht van niet-statelijke statuten
Internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag in de internationale
gemeenschap en kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag uitoefenen.
Internationaal recht kan op twee manieren doorwerken
Dualisme = internationale rechtsorde en nationale rechtsorde zijn geheel gescheiden
rechtssystemen
Monisme = internationaal en nationaal recht vormen samen één rechtsorde.
U kunt de bronnen van het internationaal publiekrecht identificeren en uitleggen in
hoeverre deze bronnen van elkaar verschillen. U kunt uitleggen hoe deze bronnen zich
tot elkaar verhouden.
Art. 38 Statuut van internationaal gerechtshof
- Internationale verdragen
- Internationaal gewoonte
- Algemene rechtsbeginselen
- Onder voorbehoud rechterlijke beslissingen en opvattingen van schrijvers =
hulpmiddel
Rechtspraktijk kan als gezaghebbende bron worden beschouwd
Besluiten van internationale organisaties, billijkheid en eenzijdige rechtshandelingen
, S.S. Lotus zaak: soevereiniteit en decentrale karakter van internationaal recht brengen in
beginsel mee dat staten niet zonder toestemming kunnen worden gebonden aan een regel van
internationaal gewoonterecht
Uitzonderingen
- Gewoonterecht
- Soms Besluiten van internationale organisaties
- Algemene rechtsbeginselen die kunnen leiden tot algemeen, wereldwijd geldend recht
Gewoonterecht: opeenvolging van elkaar ondersteunde gedragingen van staten die door actief
aan een praktijk deelnemen, dan wel deze duiden, deze praktijk zodanig aanvaarden dat deze
erop mag worden vertrouwd dat zij zich ook in de toekomst in overeenstemming met die
praktijk zullen gedragen.
Gewoonterecht wordt in de hoofdregel gevormd door staten
Voorwaarden gewoonterecht
Moet sprake zijn van een algemene praktijk (objectief)
o Er is geen specifieke tijdsduur vereist
o Regel moet omvangrijk(extensive) en vrijwel uniform zijn
o Uniform: praktijk van betrokken staten bij vorming van een gewoonterechtelijke
regel voldoende consistent moet zijn
o Extensive: praktijk door relatief veel staten moet worden gevolgd
Moet sprake zijn van een rechtsovertuiging (opinio juris)
Bijzondere rechtsbetrekkingen
Gewoonte recht kan niet universeel van toepassing zijn in de volgende situaties:
Regionaal gewoonterecht: indien praktijk en rechtsovertuiging niet wereldwijd maar
in bepaalde regio worden gevolgd
Persistent objector: als staat regelmatig te kennen geeft dat hij deze regel niet als
gewoonterecht aanvaardt gedurende periode dat de regel zich ontwikkelt
Bilaterale rechtsbetrekking: in de periode dat de stand van gewoonterecht onzeker
is, kan de inhoud onbepaald blijven en dan kunnen staten onderling aanvaarde regels
afstemmen
Besluiten van internationale organisaties