Hoofdstuk 5: Het endocrien stelsel
1
,Inhoud
1. Inleiding: het endocrien stelsel ....................................................................................... 3
1.1 Hormonen ............................................................................................................... 3
2. Alvleesklier (pancreas) ................................................................................................... 6
3. Schildklier...................................................................................................................... 7
3.1 Synthese van schildklierhormoon ............................................................................ 7
3.2 Effecten vd hormone afgescheiden door de schildklier ............................................ 8
4. Bijschildklieren .............................................................................................................. 8
5. Bijnieren ........................................................................................................................ 9
5.1 Effecten van de hormonen afgescheiden door het bijniermerg ................................. 9
5.2 Effecten van de hormonen afgescheiden door de bijnierschors ................................ 9
6. Hypothalamus .............................................................................................................. 11
6.1 Neuro-endocriene cellen vd hypothalamus / neurohypofyse .................................. 11
7. Hypofyse ..................................................................................................................... 12
7.1 Prolactine & oxytocine regelen lactatie ................................................................. 12
7.2 Oxytocine regelt de baring .................................................................................... 13
7.3 Hypathalamo – hypofysaire as............................................................................... 13
7.3.1 Hypothalamo-glandulaire as ........................................................................... 14
7.3.2 Hypothalamo – thyroïdale as .......................................................................... 14
7.3.3 Hypothalamo – adrenale as ............................................................................ 14
7.3.4 Hypothalamo – gonadale as (man) ................................................................. 15
7.3.5 Hypothalamo – gonadale as (vrouw) .............................................................. 15
8. Epifyse (pijnappelklier) ............................................................................................... 15
9. Organen m secundaire endocriene functie .................................................................... 16
2
, 1. Inleiding: het endocrien stelsel
= Homeostase & regulatie v/h lichaam
Exocriene klieren: Klieren die product afscheiden aan het extern milieu adhv afvoergang
Endocriene klieren: Klieren die product afscheiden aan het bloed, zonder afvoergang
1.1 Hormonen
Hormonen: 3 groepen
Derivaten v AZ Peptidehormonen Derivaten v vetten
= Lijken qua structuur op = Ketens van AZ - Lijken op
AZ cholesterol: steroïden
Vb. ADH, oxytocine, Vb. Oestrogeen, cortisol
Vb. Adrenaline, dopamine, groeihormoon - Lijken op vetzuren:
melatonine eicosanoïden
Vb. Prostaglandines
Hormoon: Boodschappermolecule
dat aangemaakt w do endocriene
klieren oiv adequate stimulus, dat
wordt vrijgegeven ih bloed
- Werken op afstand vd klier
in op doelwitcellen
- Brengen respons weer thv
target cells
- Respons heft stimulus op (=
negatieve feedback)
- Nood aan een receptor,
anders geen invloed
Verwijdering adhv receptor, nieren
& lever
Functie:
1. Regulering eetlust + spijsvertering
2. Regulering stofwisseling
a. Katabolisme
b. Anabolisme
3. Regulatie v membraantransport & v utischeiding
a. pH-waarde
b. Water & elektrolytenhuishouding
4. Regulering groei & maturatie
5. Regulering vruchtbaarheid & voortplantingsdrift
6. Ism. ZS: acute stress respons
3
,Algemene werking
Insuline Glucagon
ADH
4
, Verschil zenuwstelsel & endocrien stelsel
Zenuwstelsel Endocrien stelsel
- Snelle signalering - Langzame, chronische
- Gebruikt zenuwbanen signaaloverdracht
- Boodschap tss cellen w doorgegeven - Gebruikt bloedsomloop om grotere
door neurotransmitters afstanden te overbruggen
- Boodschapperstoffen zijn hormonen
Hormonen beïnvloeden elkaar
Antagonisme: Hormonen werken elkaar
tegen (heffen elkaar op, neutraliseren
elkaar)
Vb. insuline <-> Glucagon
Synergisme: Hormonen versterken
elkaars effect
Vb. Steroïdhormonen
Permissief: het ene hormoon moet
aanwezig zijn zodat tweede effect
aanwezig is
Vb. Adrenaline: gn effect op
energieverbruik; tenzij
schildklierhormonen ook
aanwezig zijn
Integratief: Hormonen h vss maar
complementaire effecten
Vb. Calcitriol &
parathyroïdhormoon: beiden betrokken
bij calciumstofwisseling
5
, 2. Alvleesklier (pancreas)
2 delen
- Exocrien gedeelte: Verteringsenzyemen
& buffers via twaalfvingere darm nr papil
v Vater (GROOTSTE GEDEELTE)
- Endocrien gedeelte: eilandjes van
Langerhans
o Alfacellen: glucagon →
Vrijzetting cellen glucose uit
glycogeenreserve, zetten z om in
glucose → ↑ Glycemie
o Beta-cellen: insuline: Cellen
glucose opnemen uit bloed &
opslaan als glycogeen → ↓ Glycemie
Diabetes mellitus: suikerziekte
Hyperglycemie: Extreem hoge glucose concentraties ih bloed (>180 mg/dl)
1. Type 1: insulineafhankelijk
o Te weinig insuline synthese
o Jeugd diabetes: ontstaat in jeugd
o Behandeling: insuline
2. Type 2: niet-insulineafhankelijk
o Insulineresistentie: ongevoelig lichaam
o Ouderdom diabetes: >40j → Icm obesitas
o Behandeling: afvallen, aanegpast dieet & medicatie
6
1
,Inhoud
1. Inleiding: het endocrien stelsel ....................................................................................... 3
1.1 Hormonen ............................................................................................................... 3
2. Alvleesklier (pancreas) ................................................................................................... 6
3. Schildklier...................................................................................................................... 7
3.1 Synthese van schildklierhormoon ............................................................................ 7
3.2 Effecten vd hormone afgescheiden door de schildklier ............................................ 8
4. Bijschildklieren .............................................................................................................. 8
5. Bijnieren ........................................................................................................................ 9
5.1 Effecten van de hormonen afgescheiden door het bijniermerg ................................. 9
5.2 Effecten van de hormonen afgescheiden door de bijnierschors ................................ 9
6. Hypothalamus .............................................................................................................. 11
6.1 Neuro-endocriene cellen vd hypothalamus / neurohypofyse .................................. 11
7. Hypofyse ..................................................................................................................... 12
7.1 Prolactine & oxytocine regelen lactatie ................................................................. 12
7.2 Oxytocine regelt de baring .................................................................................... 13
7.3 Hypathalamo – hypofysaire as............................................................................... 13
7.3.1 Hypothalamo-glandulaire as ........................................................................... 14
7.3.2 Hypothalamo – thyroïdale as .......................................................................... 14
7.3.3 Hypothalamo – adrenale as ............................................................................ 14
7.3.4 Hypothalamo – gonadale as (man) ................................................................. 15
7.3.5 Hypothalamo – gonadale as (vrouw) .............................................................. 15
8. Epifyse (pijnappelklier) ............................................................................................... 15
9. Organen m secundaire endocriene functie .................................................................... 16
2
, 1. Inleiding: het endocrien stelsel
= Homeostase & regulatie v/h lichaam
Exocriene klieren: Klieren die product afscheiden aan het extern milieu adhv afvoergang
Endocriene klieren: Klieren die product afscheiden aan het bloed, zonder afvoergang
1.1 Hormonen
Hormonen: 3 groepen
Derivaten v AZ Peptidehormonen Derivaten v vetten
= Lijken qua structuur op = Ketens van AZ - Lijken op
AZ cholesterol: steroïden
Vb. ADH, oxytocine, Vb. Oestrogeen, cortisol
Vb. Adrenaline, dopamine, groeihormoon - Lijken op vetzuren:
melatonine eicosanoïden
Vb. Prostaglandines
Hormoon: Boodschappermolecule
dat aangemaakt w do endocriene
klieren oiv adequate stimulus, dat
wordt vrijgegeven ih bloed
- Werken op afstand vd klier
in op doelwitcellen
- Brengen respons weer thv
target cells
- Respons heft stimulus op (=
negatieve feedback)
- Nood aan een receptor,
anders geen invloed
Verwijdering adhv receptor, nieren
& lever
Functie:
1. Regulering eetlust + spijsvertering
2. Regulering stofwisseling
a. Katabolisme
b. Anabolisme
3. Regulatie v membraantransport & v utischeiding
a. pH-waarde
b. Water & elektrolytenhuishouding
4. Regulering groei & maturatie
5. Regulering vruchtbaarheid & voortplantingsdrift
6. Ism. ZS: acute stress respons
3
,Algemene werking
Insuline Glucagon
ADH
4
, Verschil zenuwstelsel & endocrien stelsel
Zenuwstelsel Endocrien stelsel
- Snelle signalering - Langzame, chronische
- Gebruikt zenuwbanen signaaloverdracht
- Boodschap tss cellen w doorgegeven - Gebruikt bloedsomloop om grotere
door neurotransmitters afstanden te overbruggen
- Boodschapperstoffen zijn hormonen
Hormonen beïnvloeden elkaar
Antagonisme: Hormonen werken elkaar
tegen (heffen elkaar op, neutraliseren
elkaar)
Vb. insuline <-> Glucagon
Synergisme: Hormonen versterken
elkaars effect
Vb. Steroïdhormonen
Permissief: het ene hormoon moet
aanwezig zijn zodat tweede effect
aanwezig is
Vb. Adrenaline: gn effect op
energieverbruik; tenzij
schildklierhormonen ook
aanwezig zijn
Integratief: Hormonen h vss maar
complementaire effecten
Vb. Calcitriol &
parathyroïdhormoon: beiden betrokken
bij calciumstofwisseling
5
, 2. Alvleesklier (pancreas)
2 delen
- Exocrien gedeelte: Verteringsenzyemen
& buffers via twaalfvingere darm nr papil
v Vater (GROOTSTE GEDEELTE)
- Endocrien gedeelte: eilandjes van
Langerhans
o Alfacellen: glucagon →
Vrijzetting cellen glucose uit
glycogeenreserve, zetten z om in
glucose → ↑ Glycemie
o Beta-cellen: insuline: Cellen
glucose opnemen uit bloed &
opslaan als glycogeen → ↓ Glycemie
Diabetes mellitus: suikerziekte
Hyperglycemie: Extreem hoge glucose concentraties ih bloed (>180 mg/dl)
1. Type 1: insulineafhankelijk
o Te weinig insuline synthese
o Jeugd diabetes: ontstaat in jeugd
o Behandeling: insuline
2. Type 2: niet-insulineafhankelijk
o Insulineresistentie: ongevoelig lichaam
o Ouderdom diabetes: >40j → Icm obesitas
o Behandeling: afvallen, aanegpast dieet & medicatie
6