Hedendaagse sociologische theorieën – inleiding + microsociologie
1 Inleiding – Les 1
1.1 Wat is theorie?
Wat is theorie?
- Het ‘droge deel’ volgens Alexander
- Wat maakt iets tot theorie?
- Volgens de tekst van Alexander is theorie het ‘hart van wetenschap’
Theorie als:
- Verklarend
- Beschrijven hoe iets gaat zijn, voorspellingen
- Hoe iets zou moeten zijn
Voorbeelden van definities
- “Any form of generalization about observations that provides a potentially
useful insight about the world. Useful means that the theory extends its
potential to future actions and understandings”
o Dagdagelijkse theorie
o Van zeer breed: waardoor het ook ‘dagdagelijkse’ theorie omvat
o Bv. Een theorie over Belgische politiek, of over het brood van de
bakker van achter de hoek.
- “A statement about the explanation of a phenomenon” een uitspraak
over een verklaring van een fenomeen
o Al iets meer wetenschappelijk
o Onderliggende patroon in werkelijkheid dat maakt dat dingen
gebeuren op een bepaalde manier
- “Logically interconnected sets of propositions from which empirical
uniformities can be derived through empirically testable hypotheses”
o Testbare hypotheses, falsificatie
Verwachtingen in je data
Theorie als iets dat werkelijkheid verklaart waarbij je
theorieën moet testen
o Als iets wat werkelijkheid helpt te verklaren: set van beweringen die
leiden tot empirisch falsifieerbare hypothesen
o Popperiaanse visie op theorie (Karl Popper)
“a statement of relations among concepts within a boundary set of assumptions
and constraints. It is no more than a linguistic device used to organize a complex
empirical world. . . . the purpose of a theoretical statement is twofold: to organize
(parsimoniously) and to communicate (clearly)”
Theorie als een parapluconcept waar vanalles onder zit: van verifieerbare
hypothesen tot speculatie, tot ideeënsystemen.
Theorie?
1
,Hedendaagse sociologische theorieën – inleiding + microsociologie
- Is Logisch geordend of geïntegreerd geheel van uitspraken over de sociale
werkelijkheid
o Vertrekken vanuit assumpties, beginselen
o Dingen die je voor ‘waar’ aanneemt
o Hierop bouw je theorie op
- Hoe werkt de sociale werkelijkheid? Wat is de basisstructuur?
o Vloeien voort uit de beginselen
- Abstract (abstraherend van specifieke tijd en ruimte)
- Maar tegelijk ook gesitueerd:
o Theorieën vertellen ons hoe we de (sociale) werkelijkheid kunnen (of
moeten) begrijpen, maar die werkelijkheid beïnvloedt ook hoe we
erover denken
- Theorieën verklaren waarnemingen en sturen ook de waarnemingen.
Naar een werkdefinitie
Logisch geordend:
- Bv. Theorie van Marx als systematisch geheel, vertrekt van bepaalde
assumpties (bv. mens als arbeidend wezen die bestaansvoorwaarden moet
produceren).
- Logisch geheel van uitspraken die naar elkaar verwijzen en elkaar
veronderstellen.
- Doel van dit vak is deels proberen duidelijk maken hoe theoretische
bouwwerken in elkaar steken, vaak vanuit vrij eenvoudige aannames.
- Theoretiseren als een ‘as if’: als we het zo bekijken, wat zien we dan, waar
komen we dan als we het doortrekken?
Abstract:
- Theorieën zijn abstract en veralgemenend, niet enkel over één specifieke
gebeurtenis.
- Het is de bedoeling dat je er meer mee kan verklaren.
- Theorieën sturen de waarnemingen (van de maatschappelijke
werkelijkheid) en de interpretaties van die waarnemingen, maar worden
anderzijds zelf mee beïnvloed door de steeds veranderende
maatschappelijke omgeving.
1.1.1 Theorieën worden gevormd door empirische observaties als door
algemene veronderstellingen
Figuur 1.1: DIA 19
Alle theorieën zitten ergens op het continuüm.
o Met 2 verschillende polen (feitelijke en niet-feitelijke)
o Empirische theoretische omgeving
Sociologische theorieën komen tot stand door wisselwerking.
Theorie stuurt observatie, maar ook omgekeerd: realiteit legt beperkingen
op aan theorie.
2
,Hedendaagse sociologische theorieën – inleiding + microsociologie
Er is een dubbele relatie tussen theorie en feiten:
o Dubbele relatie, pijlen in beide richtingen.
o Enerzijds is er de observeerbare realiteit.
o Anderzijds ‘niet-feitelijke’ vooronderstellingen (ideeën verkregen
door speculatie, socialisatie, lessen, etc.).
Sociologische theorie komt tot stand door de wisselwerking tussen beide
polen, nooit door slechts één van de twee.
DIA 18 afbeelding
- Je ziet een vrouw of een landschap, je kan nooit beiden tegelijk zien
- Afhankelijk van de verwachtingen die we in ons hoofd meedragen
- Effect van specifieke kaders en verwachtingen op hoe wij werkelijkheid
bekijken
Figuur 1.2: DIA 20
Metaphysical environment (voorbij fysieke werkelijkheid) empirical
environment
Theorie als parapluconcept:
o Alexander’s schema van wetenschappelijk continuüm:
Rechts: empirie, data, observaties.
Observaties worden gestuurd door theoretische assumpties.
Links: concepten verwijzen niet per se naar empirische
werkelijkheid (bijv. wat er gebeurt na de dood, filosofische
denkexperimenten, rechtvaardigheid).
o In dit vak varieert de focus van theorieën, afhankelijk van waar ze
zich op toespitsen.
o Sociologische theorieën vertellen iets over de empirische
werkelijkheid.
o Theorie geeft ook vorm aan onze observatie en stuurt de
observaties.
Gebruik van Alexander’s schema:
o Schema wordt gebruikt om discussies over theorie te groeperen.
o Theoretische tradities focussen zich vaak op één element uit het
continuüm.
o Alexander beargumenteert dat we theorie niet tot één level moeten
reduceren.
1.1.2 Theoretische lens
Theorie als bril of lens:
o Theorie is niet gewoon een weerspiegeling van de werkelijkheid,
maar een bril (referentiekader) waardoor sociologen naar de
maatschappelijke werkelijkheid kijken.
o Laat toe om iets te zien, maar beperkt het ook:
Lens laat ons meer, maar ook minder zien.
De lens die we opzetten is verkleurd.
3
, Hedendaagse sociologische theorieën – inleiding + microsociologie
o Leidraad voor onderzoek, bron voor richtinggevende concepten en
formulering van hypothesen.
o Sociale werkelijkheid als een toneel met een front- en backstage.
o Systematische poging om de resultaten van het onderzoek te
ordenen en te interpreteren.
Theorieën sturen waarnemingen en interpretaties:
o Theorieën sturen de waarnemingen (van de maatschappelijke
werkelijkheid) en de interpretaties van die waarnemingen.
o Theorieën worden zelf beïnvloed door de steeds veranderende
maatschappelijke omgeving.
Theorie als enabling en disabling:
o Theorie maakt iets mogelijk om te zien (‘enabling’) maar beperkt de
blik ook (‘disabling’).
o Niet enkel ‘enabling’ om te observeren, maar ook creatief: laat toe
concepten, hypothesen, etc. te formuleren.
Voorbeeld: als het sociale leven een soort toneel of
performance is, zijn er dan ook scripts, een front- en
backstage.
Dan theoretiseren we ‘deductief’ vanuit de theorie naar de
empirie.
o Omgekeerd theoretiseren we ook vaak meer inductief: vanuit de
empirie naar de theorie om observaties te ordenen en interpreteren.
1.1.3 Theorie en onderzoek: het praktische nut van theorie?
3 functies van theorie:
Heuristiek
o Orde in de chaos vinden
o Theorie functioneert als een heuristiek
o Theoretisch concept om patronen te kunnen herkennen
Kader of framing
o Theorie helpt ons de relevante zaken te selecteren
o Een theoretisch kader of frame omschrijft een fenomeen in
specifieke theoretische termen en classificeert het daarmee in een
bredere …
Systematisering
o Observaties systematiseren
o Zelfde blik doortrekken naar andere situaties?
o Theorie ordent & brengt bevindingen samen
o Theorie als systematische poging om resultaten vh onderzoek te
ordenen en interpreteren
o Theorie is een veralgemening …
4
1 Inleiding – Les 1
1.1 Wat is theorie?
Wat is theorie?
- Het ‘droge deel’ volgens Alexander
- Wat maakt iets tot theorie?
- Volgens de tekst van Alexander is theorie het ‘hart van wetenschap’
Theorie als:
- Verklarend
- Beschrijven hoe iets gaat zijn, voorspellingen
- Hoe iets zou moeten zijn
Voorbeelden van definities
- “Any form of generalization about observations that provides a potentially
useful insight about the world. Useful means that the theory extends its
potential to future actions and understandings”
o Dagdagelijkse theorie
o Van zeer breed: waardoor het ook ‘dagdagelijkse’ theorie omvat
o Bv. Een theorie over Belgische politiek, of over het brood van de
bakker van achter de hoek.
- “A statement about the explanation of a phenomenon” een uitspraak
over een verklaring van een fenomeen
o Al iets meer wetenschappelijk
o Onderliggende patroon in werkelijkheid dat maakt dat dingen
gebeuren op een bepaalde manier
- “Logically interconnected sets of propositions from which empirical
uniformities can be derived through empirically testable hypotheses”
o Testbare hypotheses, falsificatie
Verwachtingen in je data
Theorie als iets dat werkelijkheid verklaart waarbij je
theorieën moet testen
o Als iets wat werkelijkheid helpt te verklaren: set van beweringen die
leiden tot empirisch falsifieerbare hypothesen
o Popperiaanse visie op theorie (Karl Popper)
“a statement of relations among concepts within a boundary set of assumptions
and constraints. It is no more than a linguistic device used to organize a complex
empirical world. . . . the purpose of a theoretical statement is twofold: to organize
(parsimoniously) and to communicate (clearly)”
Theorie als een parapluconcept waar vanalles onder zit: van verifieerbare
hypothesen tot speculatie, tot ideeënsystemen.
Theorie?
1
,Hedendaagse sociologische theorieën – inleiding + microsociologie
- Is Logisch geordend of geïntegreerd geheel van uitspraken over de sociale
werkelijkheid
o Vertrekken vanuit assumpties, beginselen
o Dingen die je voor ‘waar’ aanneemt
o Hierop bouw je theorie op
- Hoe werkt de sociale werkelijkheid? Wat is de basisstructuur?
o Vloeien voort uit de beginselen
- Abstract (abstraherend van specifieke tijd en ruimte)
- Maar tegelijk ook gesitueerd:
o Theorieën vertellen ons hoe we de (sociale) werkelijkheid kunnen (of
moeten) begrijpen, maar die werkelijkheid beïnvloedt ook hoe we
erover denken
- Theorieën verklaren waarnemingen en sturen ook de waarnemingen.
Naar een werkdefinitie
Logisch geordend:
- Bv. Theorie van Marx als systematisch geheel, vertrekt van bepaalde
assumpties (bv. mens als arbeidend wezen die bestaansvoorwaarden moet
produceren).
- Logisch geheel van uitspraken die naar elkaar verwijzen en elkaar
veronderstellen.
- Doel van dit vak is deels proberen duidelijk maken hoe theoretische
bouwwerken in elkaar steken, vaak vanuit vrij eenvoudige aannames.
- Theoretiseren als een ‘as if’: als we het zo bekijken, wat zien we dan, waar
komen we dan als we het doortrekken?
Abstract:
- Theorieën zijn abstract en veralgemenend, niet enkel over één specifieke
gebeurtenis.
- Het is de bedoeling dat je er meer mee kan verklaren.
- Theorieën sturen de waarnemingen (van de maatschappelijke
werkelijkheid) en de interpretaties van die waarnemingen, maar worden
anderzijds zelf mee beïnvloed door de steeds veranderende
maatschappelijke omgeving.
1.1.1 Theorieën worden gevormd door empirische observaties als door
algemene veronderstellingen
Figuur 1.1: DIA 19
Alle theorieën zitten ergens op het continuüm.
o Met 2 verschillende polen (feitelijke en niet-feitelijke)
o Empirische theoretische omgeving
Sociologische theorieën komen tot stand door wisselwerking.
Theorie stuurt observatie, maar ook omgekeerd: realiteit legt beperkingen
op aan theorie.
2
,Hedendaagse sociologische theorieën – inleiding + microsociologie
Er is een dubbele relatie tussen theorie en feiten:
o Dubbele relatie, pijlen in beide richtingen.
o Enerzijds is er de observeerbare realiteit.
o Anderzijds ‘niet-feitelijke’ vooronderstellingen (ideeën verkregen
door speculatie, socialisatie, lessen, etc.).
Sociologische theorie komt tot stand door de wisselwerking tussen beide
polen, nooit door slechts één van de twee.
DIA 18 afbeelding
- Je ziet een vrouw of een landschap, je kan nooit beiden tegelijk zien
- Afhankelijk van de verwachtingen die we in ons hoofd meedragen
- Effect van specifieke kaders en verwachtingen op hoe wij werkelijkheid
bekijken
Figuur 1.2: DIA 20
Metaphysical environment (voorbij fysieke werkelijkheid) empirical
environment
Theorie als parapluconcept:
o Alexander’s schema van wetenschappelijk continuüm:
Rechts: empirie, data, observaties.
Observaties worden gestuurd door theoretische assumpties.
Links: concepten verwijzen niet per se naar empirische
werkelijkheid (bijv. wat er gebeurt na de dood, filosofische
denkexperimenten, rechtvaardigheid).
o In dit vak varieert de focus van theorieën, afhankelijk van waar ze
zich op toespitsen.
o Sociologische theorieën vertellen iets over de empirische
werkelijkheid.
o Theorie geeft ook vorm aan onze observatie en stuurt de
observaties.
Gebruik van Alexander’s schema:
o Schema wordt gebruikt om discussies over theorie te groeperen.
o Theoretische tradities focussen zich vaak op één element uit het
continuüm.
o Alexander beargumenteert dat we theorie niet tot één level moeten
reduceren.
1.1.2 Theoretische lens
Theorie als bril of lens:
o Theorie is niet gewoon een weerspiegeling van de werkelijkheid,
maar een bril (referentiekader) waardoor sociologen naar de
maatschappelijke werkelijkheid kijken.
o Laat toe om iets te zien, maar beperkt het ook:
Lens laat ons meer, maar ook minder zien.
De lens die we opzetten is verkleurd.
3
, Hedendaagse sociologische theorieën – inleiding + microsociologie
o Leidraad voor onderzoek, bron voor richtinggevende concepten en
formulering van hypothesen.
o Sociale werkelijkheid als een toneel met een front- en backstage.
o Systematische poging om de resultaten van het onderzoek te
ordenen en te interpreteren.
Theorieën sturen waarnemingen en interpretaties:
o Theorieën sturen de waarnemingen (van de maatschappelijke
werkelijkheid) en de interpretaties van die waarnemingen.
o Theorieën worden zelf beïnvloed door de steeds veranderende
maatschappelijke omgeving.
Theorie als enabling en disabling:
o Theorie maakt iets mogelijk om te zien (‘enabling’) maar beperkt de
blik ook (‘disabling’).
o Niet enkel ‘enabling’ om te observeren, maar ook creatief: laat toe
concepten, hypothesen, etc. te formuleren.
Voorbeeld: als het sociale leven een soort toneel of
performance is, zijn er dan ook scripts, een front- en
backstage.
Dan theoretiseren we ‘deductief’ vanuit de theorie naar de
empirie.
o Omgekeerd theoretiseren we ook vaak meer inductief: vanuit de
empirie naar de theorie om observaties te ordenen en interpreteren.
1.1.3 Theorie en onderzoek: het praktische nut van theorie?
3 functies van theorie:
Heuristiek
o Orde in de chaos vinden
o Theorie functioneert als een heuristiek
o Theoretisch concept om patronen te kunnen herkennen
Kader of framing
o Theorie helpt ons de relevante zaken te selecteren
o Een theoretisch kader of frame omschrijft een fenomeen in
specifieke theoretische termen en classificeert het daarmee in een
bredere …
Systematisering
o Observaties systematiseren
o Zelfde blik doortrekken naar andere situaties?
o Theorie ordent & brengt bevindingen samen
o Theorie als systematische poging om resultaten vh onderzoek te
ordenen en interpreteren
o Theorie is een veralgemening …
4