• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 317 pages
Summary

Samenvatting Oefenvragen (MCQ) Voortplanting en Embryologie | UA | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 317 pages

Dit document bevat 292 oefenvragen voor het vak Voortplanting en Embryologie aan de Universiteit Antwerpen. De vragen dekken alle kernthema's: embryologische ontwikkeling (klieving, gastrulatie, organogenese), geslachtscelvorming (spermatogenese, oögenese), bevruchting, hormonale regulatie en kiemlaagvorming. Ideaal voor examenvoorbereiding - de vragen zijn gericht op het testen van conceptbegrip en helpen je de meest relevante onderwerpen van het vak onder de knie te krijgen.

Content preview

Embryologie: De voorplanting
Vraag 1 Wat bestudeert de embryologie?
A. De functie van volwassen organen
B. De ontwikkeling van het organisme vanaf bevruchting tot geboorte
C. Alleen genetische mutaties na de geboorte
D. De anatomie van het skelet



Vraag 2 Welke van de volgende is GEEN morfologisch verschijnsel in de embryologie?
A. Celproliferatie
B. Celmigratie
C. Fotosynthese
D. Celdifferentiatie



Vraag 3 Wat gebeurt er tijdens celproliferatie?
A. Cellen groeien zonder te delen
B. Cellen differentiëren tot gespecialiseerde types
C. Cellen delen via mitose om het aantal te verhogen
D. Cellen sterven gecontroleerd af



Vraag 4 Welke uitspraak over celmigratie is correct?
A. Cellen blijven altijd op hun plaats
B. Cellen verplaatsen zich naar een functionele eindlocatie
C. Cellen delen sneller tijdens migratie
D. Cellen verliezen hun DNA tijdens migratie



Vraag 5 Wat is een voorbeeld van celdood in de embryologie?
A. Vorming van spieren
B. Apoptose tussen vingers
C. Mitose in het epitheel
D. Groei van het skelet



Vraag 6 Wat is de correcte volgorde van de prenatale ontwikkeling?
A. Foetale fase → embryonale fase
B. Embryonale fase → foetale fase
C. Postnatale fase → embryonale fase
D. Gastrulatie → bevruchting

1

,Vraag 7 Wat kenmerkt een nestvlieder?
A. Volledig afhankelijk van ouders
B. Kan zelfstandig functioneren bij geboorte
C. Heeft geen zintuigen bij geboorte
D. Wordt geboren zonder organen



Vraag 8 Wat gebeurt er tijdens de klieving?
A. Organen vormen zich
B. Het embryo groeit sterk in grootte
C. Snelle celdelingen zonder volumetoename
D. Gameten worden gevormd



Vraag 9 Wat is een morula?
A. Een hol embryo met blastocoel
B. Een massieve klomp cellen na klieving
C. Een volwassen orgaan
D. Een kiemlaag



Vraag 10 Wat is het blastocoel?
A. De buitenlaag van het embryo
B. Een holte in de blastula
C. Een type cel
D. Een kiemlaag



Vraag 11 Wat gebeurt er tijdens gastrulatie?
A. Vorming van gameten
B. Vorming van kiembladen
C. Groei van organen
D. Bevruchting



Vraag 12 Welke structuur ontstaat uit het ectoderm?
A. Spieren
B. Huid en zenuwstelsel
C. Darmen
D. Bloedvaten

2

,Vraag 13 Wat is de functie van het mesoderm?
A. Vormt huid
B. Vormt GI-tractus
C. Vormt spieren, bot en bloedvaten
D. Vormt alleen hersenen



Vraag 14 Wat is de organogenese?
A. Vorming van gameten
B. Vorming van organen uit kiembladen
C. Celdood
D. Bevruchting



Vraag 15 Waar vindt spermaproductie plaats?
A. Epididymis
B. Testes
C. Prostaat
D. Blaas



Vraag 16 Wat is de functie van Sertoli-cellen?
A. Testosteronproductie
B. Ondersteuning en voeding van zaadcellen
C. Eicelproductie
D. Hormonale afbraak



Vraag 17 Wat is het resultaat van spermatogenese?
A. 1 eicel
B. 2 spermatocyten
C. 4 spermatiden
D. 1 spermatogonium



Vraag 18 Wat gebeurt er tijdens spermiogenese?
A. Mitose van spermatogonia
B. Vorming van diploïde cellen
C. Omvorming van spermatiden tot spermatozoa
D. Bevruchting

3

, Vraag 19 Wat bevat het acrosoom?
A. Mitochondriën
B. DNA
C. Enzymen voor penetratie van eicel
D. Hormonen



Vraag 20 Waar vindt bevruchting meestal plaats?
A. Uterus
B. Vagina
C. Eileider
D. Ovarium



Vraag 21 Wat is de functie van de zona pellucida?
A. Hormoonproductie
B. Bescherming en herkenning bij bevruchting
C. Celverdeling
D. Bloedvorming



Vraag 22 Wat gebeurt er bij de LH-piek bij vrouwen?
A. Folliculaire rust
B. Ovulatie
C. Spermaproductie
D. Apoptose van oöcyten



Vraag 23 Wat is het corpus luteum?
A. Een kiemlaag
B. Rest van de follikel na ovulatie
C. Een spermatozoa
D. Een embryonale holte



Vraag 24 Wat is het belangrijkste verschil in meiose tussen man en vrouw?
A. Mannen hebben geen meiose
B. Vrouwen hebben symmetrische deling
C. Vrouwen hebben asymmetrische deling met poollichaampjes
D. Mannen hebben meiotische stops

4

Document information

Study
Uploaded on
September 22, 2026
Number of pages
317
Written in
2025/2026
Type
Summary
$5.85

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
zdp
Sold
0
Followers
0
Items
37
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions