• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 88 pages
Summary

Samenvatting Menselijke erfelijkheidsleer | KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 88 pages

Deze samenvatting behandelt het volledige vak menselijke erfelijkheidsleer aan de KU Leuven. Ik was geslaagd dankzij deze samenvatting.

Content preview

Menselijke erfelijkheidsleer

Hoofdstuk 1: DNA structuur en DNA replicatie


DNA structuur

GESCHIEDENIS
• 4,8 miljard: ontstaan aarde
• 3,8-3,5 miljard:
o Ontstaan van het eerste leven: prokaryoten (unicellulair)
o Atmosfeer initieel anaeroob (= geen zuurstof nodig)
• 2,4-2 miljard:
o Ontstaan fotosynthese
o Toenemende zuurstofconcentratie in atmosfeer
• 1,5 miljard: ontstaan van eukaryoten (multicellulaire organismen)
• 0,5 miljard: vissen
• 420 miljoen: eerste landdieren
• 50.000: homo sapiens
o Mens pas relatief laat ontstaan, heel wat dingen gaan vooraf aan ons bestaan
Endosymbiosis

= Opname van prokaryotische bacteriën in eukaryote cellen

• Hierdoor ontstaat er een symbiotische relatie: afhankelijkheid en wederzijds winstgevend
o Mitochondria ontstaan door bacteriën die aerobisch konden ademhalen
o Chloroplasten ontstaan door inname van fotosynthetische bacteriën
→ eerst heel warm op aarde met erg veel stikstof in atmosfeer waardoor weinig kon
groeien, vanaf fotosynthese meer zuurstof in atmosfeer → ganse evolutie van bacteriën
komt op gang
• Evidentie: mitochondria en chloroplasten hebben eigen DNA dat circulair is, i.p.v. lineair

PROKARYOOT VS EUKARYOOT
Prokaryoot Eukaryoot
• Kleine cel: 1µm • Grotere cel: 10-100 µm
• Geen kernmembraan (geen afgebakende • Wel kernmembraan (afgebakende kern,
kern) DNA erg goed beschermd)
• Circulair chromosoom • Lineaire chromosomen
• DNA: 1-5 x 106 nucleotiden (eerste cellen • DNA: 1-5 x 109 nucleotiden
waren erg basaal, maar bevatten toch al • Wel cytoskelet
DNA) • Wel organellen (bv.: mitochondriën met
• Geen cytoskelet eigen stukje DNA)
• Geen organellen

1

, • Lichaam opgebouwd uit miljarden
eukaryote cellen (elke cel bevat dezelfde
kopie van hetzelfde genoom)




De mens komt voort uit de multicellulaire eukaryoten (dieren):

• Prokaryoten: erg primitieve cellen waarvan slechts nog een
aantal organismen in ons milieu voorkomen
(prentje slechts ter illustratie, geen examenvraag!)
BOUWSTENEN VAN DE CEL

• H20 (grootste deel)
• Suikers (sacchariden) → polysacchariden
• Vetzuren → vetten
• Aminozuren → eiwitten
• Nucleïnezuren
o Opgebouwd uit nucleotiden (=essentiële bouwsteen DNA, ganse genoom bestaat uit drie
miljard nucleotiden): base + pentose (=suiker) + fosfaat
▪ Fosfaat
− Zonder fosfaat: nucleoside i.p.v. nucleotide
− Vaak drie fosfaatgroepen aangehecht waarvan er
twee afsplitsen, energie die vrijkomt wordt
gebruikt om DNA op te bouwen
− RNA
− DNA
→ één nucleotide = eenheid van RNA/DNA, bestaande uit een basenpaar
→ DNA is dubbelstrengig door paring van nucleotiden
▪ Pentose/suiker




− Deoxy= ontbreking zuurstofatoom
▪ Base
− Pyrimidines
➢ Cytosine (C)
➢ Thymine (T) → enkel bij DNA
2

, ➢ Uracil (U) → enkel bij RNA
− Purines
➢ Adenine (A)
➢ Guanine (G)
o Fosfodiester binding
▪ Verbindt verschillende pentoses met elkaar om zo DNA te vormen
▪ Fosfaat vormt een brug tussen OH (3) en CH2 (5)
▪ DNA is dubbelstrengig (biedt stabiliteit)
− Daarom 2 strengen, die in een omgekeerde
richting/oriëntatie lopen (5’ naar 3’ en 3’
naar 5’)
− Twee strengen zijn complementair: door
opeenvolging ene streng te weten, weet je
automatisch opeenvolging andere streng
− De basen van elke steng gaan steeds op
dezelfde manier paren en waterstofbruggetjes vormen
➢ A paart met T en vormt 2 waterstofbruggen
➢ C paart met G en vormt 3 waterstofbruggen (sterker verbonden,
moeilijker om tijdens experimenten uit elkaar te halen)




Verschillen tussen DNA en RNA

• DNA = dubbelstrengig <-> RNA = enkelstrengig
• Thymine bij DNA <-> Uracil bij RNA
• Deoxyribose bij DNA (één O minder) <-> ribose bij RNA
• RNA kan wel de celkern verlaten <-> DNA niet

Het menselijke genoom
• In elk van onze cellen zit ons menselijk genoom
• Bestaat uit sequentie van 3 miljard basenparen
o 1000 basenparen = 1 kb
• Er is ook DNA buiten de nucleus
o In de mitochondria (mitochondriale DNA)
o Extranucleair DNA: nodig om mitochondria te doen werken
• 2% coderende sequenties = eiwitten (genen die coderen voor eiwitten zijn het belangrijkste!)
• Menselijke genoom is erg groot, waarvan meer dan de helft niet nuttig is of de functie zelfs
onbekend is
3

, DNA replicatie

• Nodig voor de continue celdeling die gebeurt (bv.: darmwand vernieuwt elke drie dagen)
o Een moedercel splitst op in 2 dochtercellen
o Iedere dochtercel krijgt een exacte kopie van de 3 miljard basen
• Semi-conservatieve replicatie
o Elke dochtercel krijgt 1 DNA streng van de moeder, vermits beide strengen
complementair zijn
o Elke dochtercel eindigt zo met 1 streng van de moeder en 1 nieuwe
complementaire streng
• Cyclus/leven van een cel
o Mitose= celdeling
o Bv.: darmcellen delen erg vaak, maar er zijn ook cellen zoals breincellen die nooit meer
delen en voor altijd in fase G0 blijven zitten
o G1: Cel doet wat ze moet doen
▪ Sommigen blijven voor altijd in G1 of gaan dood
▪ Anderen gaan verder naar S
o S: synthesefase, waar semi-conservatieve DNA-replicatie
plaatsvindt
o G2= voorbereiding op eigenlijke mitose
o Interfase= alle fases behalve mitose
• Origins of replication
o DNA-replicatie start op heel veel verschillende plaatsen tegelijk, zodat het proces zo snel
mogelijk gebeurt
o Op 8 uur tijd is het volledige genoom gekopieerd, DNA-polymerase werkt aan 100
basenparen/seconde
• Proces van replicatie
o Dubbele helix wordt uit elkaar gehaald door het enzym helicase (waterstofbruggen worden
losgemaakt)
o RNA-primer bestaat uit een aantal nucleotiden, waaraan het polymerase eiwit zal
vasthechten en waarna het begint aan zijn taak
▪ DNA-polymerase kan zich niet rechtstreeks aan strengen vasthechten, primer nodig
die complementair is aan DNA-polymerase
o DNA-polymerase synthetiseert de nieuwe DNA-streng van de dochtercellen (complementair
aan moederstreng)
▪ Zorgt voor de fosfodiesterbinding
− DNA-polymerase zorgt er steeds opnieuw voor dat een nucleotide wordt
ingebracht
▪ Polymerase werkt altijd van 5’ naar 3’, waardoor dit proces enkel vlot verloopt aan
de linker kant (= leading strand: leidende streng die in één ruk wordt gemaakt)
▪ Rechterkant: polymerase werkt in stukjes (= lagging strand: achterlopende streng)
− Eerste stukje wordt gevormd
− Hierna springt de polymerase terug naar boven om het volgende stukje te
gaan vormen
− Elk stukje dat hier gevormd wordt, noemt men Okazaki fragmentjes


4

Document information

Study
Uploaded on
September 22, 2026
Number of pages
88
Written in
2025/2026
Type
Summary
$9.35

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
6
Followers
0
Items
22
Last sold
2 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions