Kwalitatieve en gemengde methoden
College 1: les en handboek
Waarom kwalitatief onderzoek?
WAAROM METHODEN?
• Niet alle psychologen doen zelf onderzoek (maar toch meer dan je denkt)
• En, álle psychologen maken gebruik van psychologische kennis
→ iedere psycholoog moet kennisclaims kunnen beoordelen!!
• bv: “Baby’s en peuters zijn te jong om een trauma op te doen”
o Moeten we dan nog wel zorgen voor de psychologische begeleiding van jonge
vluchtelingen?
o Weerlegd door psychologen!
• Bv: “Constant bereikbaar zijn voor het werk veroorzaakt stress”
o Blijkt wel degelijk zo te zijn
o Moeten werkgevers e-mailverkeer verbieden buiten de werkuren?
o Hierover doet een psycholoog onderzoek; deze kennisclaim onderzoeken
IEDERE PSYCHOLOOG MOET KENNISCLAIMS KUNNEN BEOORDELEN
Wetenschappelijke kennisclaims…
• Steunen op wetenschappelijk onderzoek
• Onderscheiden zich van…
o Persoonlijke ervaringen of meningen (“zelf meegemaakt”) (niemand kan falsifiëren wat je
zelf hebt meegemaakt)
▪ Ervaringsdeskundigheid is niet wetenschappelijk, ookal levendig
▪ Levenswijsheid is geen wetenschappelijke kennis
o Sociale normen (“gezond verstand”; “iedereen ziet toch dat”)
▪ Niet omdat iets gezond verstand, sociaal wenselijk is, betekent dat opeens ook dat
het ‘waarheid’ is
o Informatie van ‘experts’
▪ Niet iedere ‘expert’ doet aan wetenschappelijk onderzoek
▪ Vb. GEMS (coronataskforce): niet allemaal wetenschappers
• Niet: door god gegeven (= theologie)
• Niet: abstract beredeneerd (=metafysica)
WETENSCHAPPELIJKE KENNIS VERSUS GEWONE KENNISCLAIM
Wat maakt conclusies uit wetenschappelijk onderzoek anders dan andere kennisclaims?
• Manier waarop kennis tot stand komt, de methodologie
• De methode voldoet aan wetenschappelijke kwaliteitscriteria:
o Precies weten hoe je aan die kennis komt → transparantie
1
, o Men moet onderzoek kunnen nakijken (peer review), kritisch kunnen nakijken, onderzoek
repliceren en zelfde resultaten of eventueel andere bekomen
o Mee kunnen beoordelen of de conclusies legitiem zijn
o Psycholoog moet vertrouwd zijn met wetenschappelijke methoden om (1) psychologische
kennis kritisch te beoordelen (2) verantwoord te gebruiken en (3) eventueel zelf onderzoek
te doen
Controlevragen college 1
• Wat is kwalitatief psychologisch onderzoek?
• Waarin verschillen kennistheoretische benaderingen in kwantitatief en kwalitatief onderzoek?
→ positivisme + postmodernisme (constructivisme)
• Uit welke fasen bestaat empirische cyclus
• Wanneer wordt kwalitatief onderzoek vooral gebruikt?
→ nadruk op inductieve fase, creëren van theorie
Wat is kwalitatief onderzoek?
Typische kenmerken van kwalitatief onderzoek (dataverzameling en -analyse):
• Rijke data = weinig preselectie
o Veel body, details; weinig vaste structuur (<-> kwantitatief: sterk ingeperkt, vb
oordeelsschaal; nauwe vraagstelling)
o Niet zo gestandaardiseerd
o Niet vooraf vastgelegd wat er gecodeerd en geregistreerd moet worden
o Open ipv gesloten vragen, …
• Perspectief van het individu = betekenis van de ervaring → insiderperspectief (weinig afstand
onderzoeker-participant)
o Hoe kijkt persoon naar iets?
o Individueel perspectief en betekenisgeving
• Natuurlijke settings → belang van context (want deze context bepaalt perspectief individu)
o Kenmerken van dagelijks leven → ecologische validiteit!
o Interesse in persoonlijke beleving, betekenis, … ➔ bekijken in natuurlijke habitat van
persoon
o <-> kwantitatief onderzoek: laboratoriumstudies en alle storende elementen elimineren
• Idiografisch (studie van een individu als een individu) <-> nomothetisch (studie van een groep van
individuen → generaliseren)
• Diepere band onderzoeker-participant
• Onderzoeksstrategieën relatief ongestructureerd
• Géén hypothesetoetsing, maar theorieën en concepten uitdenken
Onderscheid tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek
• Kennistheoretische benadering: andere visie op ‘wat kennis is’
→ ander doel van onderzoek
• Methode(n) van dataverzameling en -analyse zijn specifiek voor dit soort onderzoek
→ andere gereedschapskist dan in ‘gewone leven’
• Onderzoeksproces
→ andere accenten in de empirische cyclus
2
,Kennistheoretische benadering in kwalitatief onderzoek
KENNISTHEORIE (EPISTEMOLOGIE, WETENSCHAPSFILOSOFIE)
• Kennistheorie (epistemologie; wetenschapsfilosofie)
o Hoe wordt kennis vergaard?
o Wat is de waarde van wat we weten?
• Gemeenschappelijk kwantitatief en kwalitatief: kennis op basis van empirisch onderzoek
o Niet… door God gegeven (theologie)
o Niet… abstract beredeneerd (metafysica)
• Houdt een visie in op:
o De staat van de wereld
o Het doel van de wetenschap
o De rol van de onderzoeker
KWANTITATIEVE KENNISTHEORIE: LOGISCH POSITIVISME (COMTE)
• Oorsprong, inhoud, fases
o Periode van de Verlichting
o Theologische fase (kennis obv God en religie) → metafysische fase (kennis obv redeneren;
vb. mensenrechten, heeft mens een ziel) → wetenschappelijke fase (empirie)
• Er bestaat objectieve kennis: de externe wereld bepaalt wat waar is
o Toets aan externe realiteit bepaalt wat waar en onwaar is (=realisme)
• Onderzoek brengt ons steeds dichter bij de “waarheid”
o Wetenschap is cumulatief en leidt tot het ontdekken van de objectieve realiteit (onderzoek
= ontdekkingsreis, speurtocht naar finaal doel, de schat)
o Onderzoek brengt ons stap voor stap wat dichter bij de waarheid
• Neutrale onderzoeker: kennisproductie is onafhankelijk van de onderzoeker; onderzoeker moet
‘neutraal blijven’, moet zich uitgommen, als ‘registratiemachine’
• Determinisme: leven gebonden aan fysische wetten, externe krachten
• Positivisme als grond voor behaviorisme
KWALITATIEVE KENNISTHEORIE: SOCIAAL CONSTRUCTIVISME, RELATIVISME EN POSTMODERNISME
• Er bestaat geen objectieve kennis:
o Hooguit bestaan er meerdere manieren om de wereld te kennen
o Enkel intersubjectieve kennis: ‘kennis’ die gedeeld worden door mensen met zelfde visie
• Kennis gebaseerd op interactie: cultuur, milieu, tijd waarin we leven en in interactie treden met
anderen bepaalt ons perspectief op de wereld
• Onderzoek leidt tot waardevolle interpretatie van de werkelijkheid: meerdere interpretaties vullen
elkaar aan (onderzoek = bouwproject)
o Meer interpretaties mogelijk
o Meer realiteiten en dimensies
• Perspectief van onderzoeker van invloed op geproduceerde kennis:
o Niet alleen het theoretisch perspectief maar ook sociale en culturele achtergrond
onderzoeker is van belang
o Kennis niet compleet neutraal (manier waarop we de wereld interpreteren is vaak beïnvloed
door onze achtergrond; sommige dingen gaan we nooit zeker weten)
3
, o Dus: wees als onderzoeker zo transparant mogelijk over assumpties en perspectieven, zodat
anderen hier ook kritisch op kunnen reflecteren
• Nadruk op agency: zelf werkelijkheid scheppen door interactie; mensen determineren hun eigen
handelingen
• Soorten onderzoeksstijlen
o Focus op interactie, microniveau: visie op wereld bepaald door persoonlijke interacties
→ agency
o Focus op maatschappij, macroniveau: visie bepaald door sociale structuren
→ structure
VERGELIJKING KENNISTHEORIEËN: DOEL EN SOCIAAL ENGAGEMENT
Positivisme Constructivisme
Kwantitatief kwalitatief
Doel: waarheid kennen (“realisme”) Doel: een perspectief laten zien (“relativisme”)
Doel: meerdere perspectieven combineren in
dialoog (“sociaal constructivisme”)
• Laten zien hoe perspectief tot stand komt in
een dialoog met anderen
• “sociaal constructivisme”: je maakt een
perspectief, constructie samen met
participanten, peers
Kennistheorie en sociaal engagement gaan soms samen
• Doel: onderbelicht perspectief laten zien (vb. aandacht voor perspectief van minder machtigen)
• Doel: laten zien hoe perspectief samen kan worden geconstrueerd
o Werkelijkheid veranderen door samen in interactie te gaan en tot ander perspectief te
komen
o Vb. minder stigmatiserende kijk op homoseksualiteit
Kwalitatief onderzoek in de empirische cyclus
INDUCTIE EN DEDUCTIE
Onderzoek beweegt zich voortdurend heen en weer…
• Theorie naar data (deductie)
• Data terug naar theorie (inductie)
WAT IS DEDUCTIE?
Je vertrekt van een algemene theorie waaruit je toetsbare uitspraken afleidt (‘hypothesen’)
• Algemeen → specifiek
• Vb. ‘meisjes zijn minder goed dan jongens in wis- en natuurkunde’
→ toetsbare hypothesen:
4
College 1: les en handboek
Waarom kwalitatief onderzoek?
WAAROM METHODEN?
• Niet alle psychologen doen zelf onderzoek (maar toch meer dan je denkt)
• En, álle psychologen maken gebruik van psychologische kennis
→ iedere psycholoog moet kennisclaims kunnen beoordelen!!
• bv: “Baby’s en peuters zijn te jong om een trauma op te doen”
o Moeten we dan nog wel zorgen voor de psychologische begeleiding van jonge
vluchtelingen?
o Weerlegd door psychologen!
• Bv: “Constant bereikbaar zijn voor het werk veroorzaakt stress”
o Blijkt wel degelijk zo te zijn
o Moeten werkgevers e-mailverkeer verbieden buiten de werkuren?
o Hierover doet een psycholoog onderzoek; deze kennisclaim onderzoeken
IEDERE PSYCHOLOOG MOET KENNISCLAIMS KUNNEN BEOORDELEN
Wetenschappelijke kennisclaims…
• Steunen op wetenschappelijk onderzoek
• Onderscheiden zich van…
o Persoonlijke ervaringen of meningen (“zelf meegemaakt”) (niemand kan falsifiëren wat je
zelf hebt meegemaakt)
▪ Ervaringsdeskundigheid is niet wetenschappelijk, ookal levendig
▪ Levenswijsheid is geen wetenschappelijke kennis
o Sociale normen (“gezond verstand”; “iedereen ziet toch dat”)
▪ Niet omdat iets gezond verstand, sociaal wenselijk is, betekent dat opeens ook dat
het ‘waarheid’ is
o Informatie van ‘experts’
▪ Niet iedere ‘expert’ doet aan wetenschappelijk onderzoek
▪ Vb. GEMS (coronataskforce): niet allemaal wetenschappers
• Niet: door god gegeven (= theologie)
• Niet: abstract beredeneerd (=metafysica)
WETENSCHAPPELIJKE KENNIS VERSUS GEWONE KENNISCLAIM
Wat maakt conclusies uit wetenschappelijk onderzoek anders dan andere kennisclaims?
• Manier waarop kennis tot stand komt, de methodologie
• De methode voldoet aan wetenschappelijke kwaliteitscriteria:
o Precies weten hoe je aan die kennis komt → transparantie
1
, o Men moet onderzoek kunnen nakijken (peer review), kritisch kunnen nakijken, onderzoek
repliceren en zelfde resultaten of eventueel andere bekomen
o Mee kunnen beoordelen of de conclusies legitiem zijn
o Psycholoog moet vertrouwd zijn met wetenschappelijke methoden om (1) psychologische
kennis kritisch te beoordelen (2) verantwoord te gebruiken en (3) eventueel zelf onderzoek
te doen
Controlevragen college 1
• Wat is kwalitatief psychologisch onderzoek?
• Waarin verschillen kennistheoretische benaderingen in kwantitatief en kwalitatief onderzoek?
→ positivisme + postmodernisme (constructivisme)
• Uit welke fasen bestaat empirische cyclus
• Wanneer wordt kwalitatief onderzoek vooral gebruikt?
→ nadruk op inductieve fase, creëren van theorie
Wat is kwalitatief onderzoek?
Typische kenmerken van kwalitatief onderzoek (dataverzameling en -analyse):
• Rijke data = weinig preselectie
o Veel body, details; weinig vaste structuur (<-> kwantitatief: sterk ingeperkt, vb
oordeelsschaal; nauwe vraagstelling)
o Niet zo gestandaardiseerd
o Niet vooraf vastgelegd wat er gecodeerd en geregistreerd moet worden
o Open ipv gesloten vragen, …
• Perspectief van het individu = betekenis van de ervaring → insiderperspectief (weinig afstand
onderzoeker-participant)
o Hoe kijkt persoon naar iets?
o Individueel perspectief en betekenisgeving
• Natuurlijke settings → belang van context (want deze context bepaalt perspectief individu)
o Kenmerken van dagelijks leven → ecologische validiteit!
o Interesse in persoonlijke beleving, betekenis, … ➔ bekijken in natuurlijke habitat van
persoon
o <-> kwantitatief onderzoek: laboratoriumstudies en alle storende elementen elimineren
• Idiografisch (studie van een individu als een individu) <-> nomothetisch (studie van een groep van
individuen → generaliseren)
• Diepere band onderzoeker-participant
• Onderzoeksstrategieën relatief ongestructureerd
• Géén hypothesetoetsing, maar theorieën en concepten uitdenken
Onderscheid tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek
• Kennistheoretische benadering: andere visie op ‘wat kennis is’
→ ander doel van onderzoek
• Methode(n) van dataverzameling en -analyse zijn specifiek voor dit soort onderzoek
→ andere gereedschapskist dan in ‘gewone leven’
• Onderzoeksproces
→ andere accenten in de empirische cyclus
2
,Kennistheoretische benadering in kwalitatief onderzoek
KENNISTHEORIE (EPISTEMOLOGIE, WETENSCHAPSFILOSOFIE)
• Kennistheorie (epistemologie; wetenschapsfilosofie)
o Hoe wordt kennis vergaard?
o Wat is de waarde van wat we weten?
• Gemeenschappelijk kwantitatief en kwalitatief: kennis op basis van empirisch onderzoek
o Niet… door God gegeven (theologie)
o Niet… abstract beredeneerd (metafysica)
• Houdt een visie in op:
o De staat van de wereld
o Het doel van de wetenschap
o De rol van de onderzoeker
KWANTITATIEVE KENNISTHEORIE: LOGISCH POSITIVISME (COMTE)
• Oorsprong, inhoud, fases
o Periode van de Verlichting
o Theologische fase (kennis obv God en religie) → metafysische fase (kennis obv redeneren;
vb. mensenrechten, heeft mens een ziel) → wetenschappelijke fase (empirie)
• Er bestaat objectieve kennis: de externe wereld bepaalt wat waar is
o Toets aan externe realiteit bepaalt wat waar en onwaar is (=realisme)
• Onderzoek brengt ons steeds dichter bij de “waarheid”
o Wetenschap is cumulatief en leidt tot het ontdekken van de objectieve realiteit (onderzoek
= ontdekkingsreis, speurtocht naar finaal doel, de schat)
o Onderzoek brengt ons stap voor stap wat dichter bij de waarheid
• Neutrale onderzoeker: kennisproductie is onafhankelijk van de onderzoeker; onderzoeker moet
‘neutraal blijven’, moet zich uitgommen, als ‘registratiemachine’
• Determinisme: leven gebonden aan fysische wetten, externe krachten
• Positivisme als grond voor behaviorisme
KWALITATIEVE KENNISTHEORIE: SOCIAAL CONSTRUCTIVISME, RELATIVISME EN POSTMODERNISME
• Er bestaat geen objectieve kennis:
o Hooguit bestaan er meerdere manieren om de wereld te kennen
o Enkel intersubjectieve kennis: ‘kennis’ die gedeeld worden door mensen met zelfde visie
• Kennis gebaseerd op interactie: cultuur, milieu, tijd waarin we leven en in interactie treden met
anderen bepaalt ons perspectief op de wereld
• Onderzoek leidt tot waardevolle interpretatie van de werkelijkheid: meerdere interpretaties vullen
elkaar aan (onderzoek = bouwproject)
o Meer interpretaties mogelijk
o Meer realiteiten en dimensies
• Perspectief van onderzoeker van invloed op geproduceerde kennis:
o Niet alleen het theoretisch perspectief maar ook sociale en culturele achtergrond
onderzoeker is van belang
o Kennis niet compleet neutraal (manier waarop we de wereld interpreteren is vaak beïnvloed
door onze achtergrond; sommige dingen gaan we nooit zeker weten)
3
, o Dus: wees als onderzoeker zo transparant mogelijk over assumpties en perspectieven, zodat
anderen hier ook kritisch op kunnen reflecteren
• Nadruk op agency: zelf werkelijkheid scheppen door interactie; mensen determineren hun eigen
handelingen
• Soorten onderzoeksstijlen
o Focus op interactie, microniveau: visie op wereld bepaald door persoonlijke interacties
→ agency
o Focus op maatschappij, macroniveau: visie bepaald door sociale structuren
→ structure
VERGELIJKING KENNISTHEORIEËN: DOEL EN SOCIAAL ENGAGEMENT
Positivisme Constructivisme
Kwantitatief kwalitatief
Doel: waarheid kennen (“realisme”) Doel: een perspectief laten zien (“relativisme”)
Doel: meerdere perspectieven combineren in
dialoog (“sociaal constructivisme”)
• Laten zien hoe perspectief tot stand komt in
een dialoog met anderen
• “sociaal constructivisme”: je maakt een
perspectief, constructie samen met
participanten, peers
Kennistheorie en sociaal engagement gaan soms samen
• Doel: onderbelicht perspectief laten zien (vb. aandacht voor perspectief van minder machtigen)
• Doel: laten zien hoe perspectief samen kan worden geconstrueerd
o Werkelijkheid veranderen door samen in interactie te gaan en tot ander perspectief te
komen
o Vb. minder stigmatiserende kijk op homoseksualiteit
Kwalitatief onderzoek in de empirische cyclus
INDUCTIE EN DEDUCTIE
Onderzoek beweegt zich voortdurend heen en weer…
• Theorie naar data (deductie)
• Data terug naar theorie (inductie)
WAT IS DEDUCTIE?
Je vertrekt van een algemene theorie waaruit je toetsbare uitspraken afleidt (‘hypothesen’)
• Algemeen → specifiek
• Vb. ‘meisjes zijn minder goed dan jongens in wis- en natuurkunde’
→ toetsbare hypothesen:
4