Oefeningen Internationaal recht
Inhoudsopgave
Hoe los ik een casus op?.................................................................................3
Oefeningen Deel 1: Bronnen van internationaal recht......................................4
1.1. Van cybercrime tot cyberchaos?..............................................................................4
Situering: H2.9 – Toepassing van een verdrag.............................................................6
Situering: H3.5.1 – Eenzijdige rechtshandeling van staten..........................................7
1.2. Spitsbergen: koude oorlog?.....................................................................................8
Situering: H2.9 – Toepassing van verdragen en H2.1 – (Inleiding) De
gewoonterechterlijke status van het WVV...................................................................9
Situering: H2.14 beëindiging en opschorting van verdragen.....................................10
1.3. Syrië en het VN-Folterverdrag................................................................................12
Situering: H2.6 – Voorbehouden................................................................................13
Situering: H2.6 – Rechtsgevolgen voorbehoud..........................................................14
1.4. Genocidezaak tegen Belgische regering................................................................15
Situering: H4.3. – Inroepbaarheid verdragrechterlijke bepalingen.............................16
Oefeningen Deel 2: Subjecten.......................................................................17
2.1. Onafhankelijkheid van Nagorno-Karabach.............................................................17
Situering: H5.2 – Staatsvorming................................................................................18
2.2. De wereld en het Midden-Oosten...........................................................................19
Situering: H5.2.3 – Erkenning van staten en H5.1 – Definitie van een staat..............20
Situering: H3.1 – Gewoonterecht en eenzijdige rechtshandelingen van internationale
organistaties............................................................................................................. 23
Oefeningen Deel 3: Jurisdictie.......................................................................24
3.1. Spitsbergen: Koude oorlog (deel 2)........................................................................24
Situering: H9.2 – Diplomatieke onschendbaarheid en immuniteit.............................25
Situering: H12.1 – Niet-gewelddadige middelen........................................................27
3.2. De wereld en het Midden-Oosten (deel 2)..............................................................28
Situering: H9.1.3 – Immuniteit van vreemde overheidsfunctionarissen.....................29
Oefeningen Deel 4: Geschillen......................................................................30
4.1. Route gewijzigd – van Grozny naar Den Haag.......................................................30
Situering: H11.2.2 – Gerechtelijke geschilbeslechting...............................................31
Situering: H10.1 – Oorzaken van staatsaansprakelijkheid en H10.2 – Gevolgen van
aansprakelijkheid...................................................................................................... 32
Situering: H2.14.2 – Opzegging of terugtrekking.......................................................34
Situering: H12.1 – Tegenmaatregelen........................................................................35
4.3. Australische misdaden........................................................................................... 37
A. Straffen van militairen..............................................................................38
Situering: H6.4.2 – Internationale strafrechterlijke aansprakenlijkheid......................38
1
, Situering: H11.2.2 – Gerechtelijke geschilbeslechting...............................................39
Situering: H7 – Jurisdictie over personen en grondgebied.........................................40
B. Aansprakelijkheid van Australië................................................................40
Situering: H10.3 – Diplomatieke bescherming en staataansprakelijkheid..................41
Situering: H9.1.2 – Immuniteit van vreemde staten en H9.3.3..................................42
2
,Hoe los ik een casus op?
3
, Oefeningen Deel 1: Bronnen van internationaal recht
1.1. Van cybercrime tot cyberchaos?
In december 2019 richtte de Verenigde Naties (hierna: “VN”) een Ad-Hoc
Comité op dat de opdracht kreeg een “alomvattend internationaal verdrag
tegen het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën (ICT)
voor criminele doeleinden” te ontwikkelen. Op 8 augustus 2024 bereikte
het Ad-Hoc Comité overeenstemming over een “Ontwerpverdrag van de
Verenigde Naties tegen cybercriminaliteit” (hierna: “het VN-verdrag”). Dit
VN-verdrag werd in de herfst van 2024 ter stemming voorgelegd aan de
Algemene Vergadering van de VN en zal in werking treden indien minstens
40 staten het hebben geratificeerd.
De doelen van dit nieuwe VN-verdrag tegen cybercriminaliteit zijn
geformuleerd in Art. 1:
“Artikel 1. Doelverklaring
(a) Het bevorderen en versterken van maatregelen om cybercriminaliteit
efficiënter en effectiever te voorkomen en te bestrijden;
(b) Het bevorderen, faciliteren en versterken van internationale
samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van cybercriminaliteit;
(c) Het bevorderen, faciliteren en ondersteunen van technische bijstand
en capaciteitsopbouw om cybercriminaliteit te voorkomen en bestrijden, in
het bijzonder ten behoeve van ontwikkelingslanden.” (vertaling)
Het VN-Verdrag tegen cybercriminaliteit kan een belangrijk wereldwijd
juridisch kader worden voor internationale samenwerking bij het
voorkomen en onderzoeken van cybercriminaliteit en het vervolgen van
cybercriminelen. Verschillende staten, waaronder China, Frankrijk,
Rusland, Canada en Venezuela, hebben al aangegeven het VN-Verdrag te
zullen ratificeren.
Mensenrechtenorganisaties waarschuwen echter dat het VN-verdrag
zonder duidelijke bepalingen en waarborgen de mensenrechten, zowel
online als offline, in gevaar kan brengen. Er is bezorgdheid dat repressieve
regeringen het verdrag zouden kunnen misbruiken om online vrije
meningsuiting te onderdrukken. In reactie op deze bezorgdheden
verklaarde onder meer Venezuela in een document, ondertekend door de
Venezolaanse president en verspreid via sociale media, het volgende:
“Hoewel we het eens zijn met de standpunten van de delegaties van
Egypte, Rusland, Pakistan, Vietnam en Mauritanië dat het VN-verdrag te
veel mensenrechtenwaarborgen bevat, bevestigen wij hierbij dat
Venezuela de vrijheid van meningsuiting zal blijven beschermen, zowel
4
Inhoudsopgave
Hoe los ik een casus op?.................................................................................3
Oefeningen Deel 1: Bronnen van internationaal recht......................................4
1.1. Van cybercrime tot cyberchaos?..............................................................................4
Situering: H2.9 – Toepassing van een verdrag.............................................................6
Situering: H3.5.1 – Eenzijdige rechtshandeling van staten..........................................7
1.2. Spitsbergen: koude oorlog?.....................................................................................8
Situering: H2.9 – Toepassing van verdragen en H2.1 – (Inleiding) De
gewoonterechterlijke status van het WVV...................................................................9
Situering: H2.14 beëindiging en opschorting van verdragen.....................................10
1.3. Syrië en het VN-Folterverdrag................................................................................12
Situering: H2.6 – Voorbehouden................................................................................13
Situering: H2.6 – Rechtsgevolgen voorbehoud..........................................................14
1.4. Genocidezaak tegen Belgische regering................................................................15
Situering: H4.3. – Inroepbaarheid verdragrechterlijke bepalingen.............................16
Oefeningen Deel 2: Subjecten.......................................................................17
2.1. Onafhankelijkheid van Nagorno-Karabach.............................................................17
Situering: H5.2 – Staatsvorming................................................................................18
2.2. De wereld en het Midden-Oosten...........................................................................19
Situering: H5.2.3 – Erkenning van staten en H5.1 – Definitie van een staat..............20
Situering: H3.1 – Gewoonterecht en eenzijdige rechtshandelingen van internationale
organistaties............................................................................................................. 23
Oefeningen Deel 3: Jurisdictie.......................................................................24
3.1. Spitsbergen: Koude oorlog (deel 2)........................................................................24
Situering: H9.2 – Diplomatieke onschendbaarheid en immuniteit.............................25
Situering: H12.1 – Niet-gewelddadige middelen........................................................27
3.2. De wereld en het Midden-Oosten (deel 2)..............................................................28
Situering: H9.1.3 – Immuniteit van vreemde overheidsfunctionarissen.....................29
Oefeningen Deel 4: Geschillen......................................................................30
4.1. Route gewijzigd – van Grozny naar Den Haag.......................................................30
Situering: H11.2.2 – Gerechtelijke geschilbeslechting...............................................31
Situering: H10.1 – Oorzaken van staatsaansprakelijkheid en H10.2 – Gevolgen van
aansprakelijkheid...................................................................................................... 32
Situering: H2.14.2 – Opzegging of terugtrekking.......................................................34
Situering: H12.1 – Tegenmaatregelen........................................................................35
4.3. Australische misdaden........................................................................................... 37
A. Straffen van militairen..............................................................................38
Situering: H6.4.2 – Internationale strafrechterlijke aansprakenlijkheid......................38
1
, Situering: H11.2.2 – Gerechtelijke geschilbeslechting...............................................39
Situering: H7 – Jurisdictie over personen en grondgebied.........................................40
B. Aansprakelijkheid van Australië................................................................40
Situering: H10.3 – Diplomatieke bescherming en staataansprakelijkheid..................41
Situering: H9.1.2 – Immuniteit van vreemde staten en H9.3.3..................................42
2
,Hoe los ik een casus op?
3
, Oefeningen Deel 1: Bronnen van internationaal recht
1.1. Van cybercrime tot cyberchaos?
In december 2019 richtte de Verenigde Naties (hierna: “VN”) een Ad-Hoc
Comité op dat de opdracht kreeg een “alomvattend internationaal verdrag
tegen het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën (ICT)
voor criminele doeleinden” te ontwikkelen. Op 8 augustus 2024 bereikte
het Ad-Hoc Comité overeenstemming over een “Ontwerpverdrag van de
Verenigde Naties tegen cybercriminaliteit” (hierna: “het VN-verdrag”). Dit
VN-verdrag werd in de herfst van 2024 ter stemming voorgelegd aan de
Algemene Vergadering van de VN en zal in werking treden indien minstens
40 staten het hebben geratificeerd.
De doelen van dit nieuwe VN-verdrag tegen cybercriminaliteit zijn
geformuleerd in Art. 1:
“Artikel 1. Doelverklaring
(a) Het bevorderen en versterken van maatregelen om cybercriminaliteit
efficiënter en effectiever te voorkomen en te bestrijden;
(b) Het bevorderen, faciliteren en versterken van internationale
samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van cybercriminaliteit;
(c) Het bevorderen, faciliteren en ondersteunen van technische bijstand
en capaciteitsopbouw om cybercriminaliteit te voorkomen en bestrijden, in
het bijzonder ten behoeve van ontwikkelingslanden.” (vertaling)
Het VN-Verdrag tegen cybercriminaliteit kan een belangrijk wereldwijd
juridisch kader worden voor internationale samenwerking bij het
voorkomen en onderzoeken van cybercriminaliteit en het vervolgen van
cybercriminelen. Verschillende staten, waaronder China, Frankrijk,
Rusland, Canada en Venezuela, hebben al aangegeven het VN-Verdrag te
zullen ratificeren.
Mensenrechtenorganisaties waarschuwen echter dat het VN-verdrag
zonder duidelijke bepalingen en waarborgen de mensenrechten, zowel
online als offline, in gevaar kan brengen. Er is bezorgdheid dat repressieve
regeringen het verdrag zouden kunnen misbruiken om online vrije
meningsuiting te onderdrukken. In reactie op deze bezorgdheden
verklaarde onder meer Venezuela in een document, ondertekend door de
Venezolaanse president en verspreid via sociale media, het volgende:
“Hoewel we het eens zijn met de standpunten van de delegaties van
Egypte, Rusland, Pakistan, Vietnam en Mauritanië dat het VN-verdrag te
veel mensenrechtenwaarborgen bevat, bevestigen wij hierbij dat
Venezuela de vrijheid van meningsuiting zal blijven beschermen, zowel
4