• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 153 pages
Summary

Samenvatting criminaliteit en politiek

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 153 pages

Deze samenvatting bevat zowel de PowerPoint als een uitgebreide samenvatting van de colleges, inclusief de uitleg van de leerkracht.

Content preview

Criminaliteit en politiek
Introductie: toelichting vakinhoud en examen

Doelstelling:
Dit vak gaat over de studie van criminaliteit als politiek construct:
 We gaan ons toeleggen op politiek: politiek is het ordenen van de
samenleving aan de hand van beslissingen die op een dwingende manier
aan een bevolking wordt opgelegd
o Het gaat over politici die geacht worden de samenleving vorm te
geven, te ordenen. Criminologen bestuderen dat proces, want wij
zijn geïnteresseerd in de manier waarop een veilige samenleving
wordt vormgegeven.
 We gaan ons richten op de belangrijkste evoluties in het
criminaliteitsbeleid in België met een bijzondere focus op de evoluties na
WOII. We gaan ons daarbij focussen op specifieke vraagstukken die dat
veiligheidsbeleid mee bepalen (vb. de crisis van de democratie, populisme,
evidence based policymaking, whole-of-government benadering,
marktdenken)
 We kijken naar de manier waarop beleidskeuzes tot stand komen en we
leggen ons daarbij specifiek toe op het vraagstuk van maakbaarheid en
beleidsinnovatie.
o De politicus verschijnt als een architect, iemand die de samenleving
moet vormgeven en kan ontwerpen. Is die ambitie realistisch?
Mogen we dat verwachten van een politicus? Is dat in de reële zin
mogelijk om de samenleving vorm te geven conform de definitie? Is
de politicus een architect?
 We kijken naar specifieke strategieën die overheden hanteren om gedrag
te sturen (“orde scheppen in de samenleving”, vb. nudging, biopolitics en
necropolitics).
Schriftelijk examen:
 Examen bestaat uit 2 open vragen op basis van de slides van de
hoorcolleges en teksten die je terugvindt op CANVAS (examen op 20
punten)
o Examen op 4 juni om 9u
 In een eerste vraag peilt hij naar kennis die op een 6-tal punten zal staan.
 In een tweede vraag (14 punten) peilt hij naar analytische reflectie
o Hij geeft ons een aantal stellingen (gaat hij op voorhand
aankondigingen). Op het examen kiest hij 1 van die stellingen en
gaat hij ons vragen om een standpunt in te nemen. Ben je akkoord
of niet akkoord met die stelling?
o Je moet eerst een positie innemen (akkoord of niet akkoord),
vervolgens moet je twee argumenten innemen om u positie te
verdedigen. Vervolgens ga je in een laatste fase een tegenargument
ontwikkelen (waarom zou je oneens kunnen zijn met die stelling?), je
gaat tegen je eigen positie argumenteren. Vervolgens ga je
uitleggen waarom dat tegenargument jouw niet heeft overtuigd.

,Hoorcollege 1: historiek en achtergronden

We gaan in vogelvlucht door 200 jaar veiligheidsbeleid en bekijken die historiek
vanuit het idee van ‘criminaliteit en politiek’. Politiek verstaan we hier als het
vormgeven van de samenleving – wat we ook van politici verwachten. In die zin
gaat criminaliteit en politiek over het vormgeven van een veilige samenleving.
Wat meteen opvalt zijn een drietal zaken:
Ten eerste impliceert het vormgeven van de samenleving dat je keuzes maakt –
dat is wat beleid is, het vermogen om keuzes te maken. In het begin van onze
periode is er nog weinig sprake van echt doordacht beleid. Maar naarmate we
dichter bij vandaag komen, wordt dat steeds gerichter en bewuster. We worden
beter in het stellen van concrete doelen (bijvoorbeeld bepaalde vormen van
criminaliteit bestrijden) en slagen er ook beter in om gedrag te sturen. We
kunnen dus steeds beter de effecten bereiken die we bedoelen.
Ten tweede zien we een sterke samenhang tussen drie elementen: de visie op de
overheid (bijvoorbeeld het verschil tussen een nachtwakersstaat en een
verzorgingsstaat), onze opvattingen over menselijk gedrag en daderschap in het
bijzonder (over wat mensen aanzet tot het plegen van criminele feiten), en de
manier waarop we criminaliteit aanpakken in ons land. Die drie zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden. In een nachtwakersstaat is er weinig aandacht voor
preventie, terwijl een verzorgingsstaat veel interventionistischer optreedt, wat
belangrijke gevolgen heeft voor hoe we criminaliteit begrijpen en bestrijden.
Overzicht
 Chronologisch overzicht van de evolutie van het Belgisch strafrechtelijk
beleid tussen 1830-1980: we bekijken zowel inhoudelijke als vormelijke
evoluties, met een aantal belangrijke stappen tot de jaren 70
o Een eigen strafwet en handhavingsapparaat (1830-1875)
o Transformatie naar een dadersbeleid (1875-1945)
o Een (al te) ambitieus daderbeleid met menselijk gelaat (1945-1980)



1.1 eigen strafwet en handhavingsapparaat
Een eigen strafwet en handhavingsapparaat (1830-1875)
We beginnen bij het ontstaan van België. In de aanpak van criminaliteit is België
vooral bezig met het verstevigen en veiligstellen van zijn positie op dat
internationale toneel. We zijn een jong land, het is helemaal niet zeker dat we
gaan blijven bestaan, het wemelt hier van de spionnen en dat is ook waar we ons
het meest mee bezighouden: het bewaken van die jonge, nieuwe staat.
 Een land in de steigers
o Een nieuw land zoekt positie (bescherming veiligheid van de staat)
in woelige sociaaleconomische tijden
 We zitten met barre winters, veel honger, en economische
crisis. Je ziet een enorme toename van criminaliteit
o In zo een jong land is er niet echt sprake van een veiligheidsbeleid
of een eigen aanpak van criminaliteit. We nemen de Napoleontische

, wetboeken van strafrecht en strafvordering over (1810). We slagen
er niet in om deze te vervangen in echte wetsboeken
 Je krijgt ook een discussie over lijfstraffen (doodstraf,
afhakken van handen, brandmerken van mensen, ..) of die
nog moeten worden opgelegd of niet. Bv de doodstraf is vanaf
1835 terug uitgevoerd en dat leidde tot heel wat discussies
o Ducpétiaux heeft ons straffenarsenaal in deze periode
vormgegeven. Men is ervan overtuigd dat mensen die criminele
feiten plegen, dat dit een morele criminele keuze is en dat men dus
heeft gekozen voor het kwade. Dus een sanctie heeft als doel:
morele verbetering. Je doet dit door mensen te gaan afzonderen in
cellen zodat ze tot inkeer kunnen komen
 Dit moet in overeenstemming zijn met het misdrijf die je hebt
gepleegd: hoe ernstiger de feiten die je pleegt, hoe meer tijd
je nodig hebt om tot inkeer te komen.
 De straf is een reactie op het misdrijf, geen reactie op de
mens! De dader is onbelangrijk!
o We zien dat er gaandeweg een evolutie zal plaatsvinden naar een
systeem dat meer aangepast is aan de Belgische realiteit en dat ook
het gevolg is van meer Belgische keuzes. We zullen bijvoorbeeld
zien dat strafrechters geleidelijk aan iets meer beslissingsruimte
krijgen en keuzes kunnen maken in de manier waarop zij aan
straftoemeting doen. Dat houdt op zich ook een vorm van beleid in,
in die zin dat men keuzes maakt, maar nog geen beleid zoals we dat
vandaag begrijpen.
 Er komt ook een eigen strafwetboek dat lange tijd ons
juridisch landschap zal mee bepalen: strafwetboek Haus
(1867) gebaseerd op 1810 maar minder vergelding (geen
lijfstraffen, maar wel nog de doodstraf, verzachtende
omstandigheden met grotere discretionaire ruimte voor
strafrechters)
 In deze periode zien we ook het idee van economisch liberalisme, laissez
faire en de nachtwakerstaat
o Nachtwakersstaat-ideologie: De overheid heeft volgens deze visie
een zeer beperkte rol. Haar belangrijkste taken zijn het laten
functioneren van de economie en het beschermen van enkele
fundamentele rechten van burgers. Voor de rest moet de overheid
zich zo weinig mogelijk mengen in het leven van mensen. Ze
probeert de samenleving dus niet actief te veranderen, maar treedt
vooral reactief op wanneer de veiligheid van mensen in gevaar
komen.
 De drijvende kracht achter het strafrechtelijk beleid is niet de uitvoerende
macht (zoals we dat vandaag gewoon zijn), maar dat is vooral de
wetgevende macht (wetgever)
o In het eerste jaar is men vooral bezig met het creëren van formele/
wettelijke kaders als reactie op criminaliteit.
 Met andere woorden: wat zijn de misdrijven, hoe reageren we
erop, ..
o Men is heel hard gefocust op openbare veiligheid, defensie (leger,
gendarmerie), burgerwacht en de gemeentepolitie

, o Hoofdzakelijk gebaseerd op Franse systeem. Dat wil zeggen geen
beleidsruimte, geen opsporingsonderzoek en geen
opportuniteitsprincipe (policy implementing en instrumenteel)
 Het gaat om een systeem waarin actoren weinig ruimte
hebben om zelf keuzes te maken of beslissingen te nemen. Zo
moest de procureur des Konings vroeger voor elk misdrijf dat
hij in zijn arrondissement vaststelde een onderzoeksrechter
vorderen. Hij kon dus niet zelf beslissen om een zaak niet
verder te vervolgen. Van het opportuniteitsbeginsel — waarbij
het parket kan kiezen om een zaak bijvoorbeeld te seponeren
— was toen nog geen sprake.
o Minister van Justitie beperkte rol in strafrechtelijk beleid
 De minister van justitie is geen belangrijke functie in het
strafrechtelijk beleid (in tegenstelling tot vandaag). Ze was
enkel iemand die wetten uitvoerde, de wetgeving
voorbereide, maar echt een beleidsactor zoals ze vandaag is
kan je haar moeilijk noemen
Je ziet hier een aanpak van criminaliteit gedomineerd door de klassieke school:
 Mensen hebben een vrije wil en maken hun eigen rationele keuzes, hoewel
ze een natuurlijke neiging hebben tot het nastreven van eigenbelang en
plezier.
 Mensen hebben bepaalde natuurlijke rechten, waaronder het recht op
leven, vrijheid en eigendom.
 Overheden zijn er voor en door burgers om deze rechten te beschermen,
er is een sociaal contract tussen degenen die regeren en degenen die
geregeerd worden.
 Burgers geven slechts een deel van hun natuurlijke rechten op ten
voordele van de staat die hen moet beschermen tegen het natuurlijke
eigenbelang van individuen.
 Focus op het duidelijk omschrijven van criminaliteit en de aanpak ervan,
d.w.z. dat wetgevers het proces vastleggen voor het vaststellen van schuld
en het bepalen van de straf.
 Criminaliteit is een inbreuk op het sociaal contract; daarom is criminaliteit
een morele overtreding tegen de samenleving.
 Straf is alleen gerechtvaardigd om het sociaal contract te behouden. Het
doel van de straf is afschrikking. Straffen moeten proportioneel zijn.
 Als reactie op ancien régime: alle mensen hebben gelijke rechten en
moeten gelijk worden behandeld voor de wet.
= dat zijn elementen die je vertaald ziet in de strafwetgeving. Dat is onze kijk op
de aanpak van criminaliteit in deze periode.


1.2 transformatie naar een daderbeleid (1875-1945)
Naar het einde van de laatste kwart van die 19 de eeuw komt er een omkering.
Transformatie naar een daderbeleid: we krijgen een drietal belangrijke
ontwikkelingen
 Een interventionistische overheid

Document information

Study
Uploaded on
September 21, 2026
Number of pages
153
Written in
2026/2027
Type
Summary
$11.93

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
3
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions