1.2.5 Tijdzones
1. bewijs van de aardrotaties
Slinger van Foucault: is een lange slinger die laat zien dat de aarde draait, doordat het slingervlak
langzaam van richting verandert.
2. van zonnetijd naar tijdzones
Zonnetijd: met behulp van een zonnewijzer kon men door middel van de schaduw de tijd ongeveer
correct aflezen.
Probleem -> hoe dichter een gebied bij de polen lag, hoe minder bruikbaar de zonnewijzer werd door
de verschillende hoogtes van de zon doorheen het jaar.
Uurgordels: de tijd wordt opgedeeld in uren.
UTC: indeling in tijdzones.
GMT: Greenwich Mean Time, de tijdzone waarop de verschillen gebaseerd zijn. UT+0
3. tijdverschil berekenen
-> oefeningen maken
4. zomertijd en wintertijd
Zomertijd: UT+2 -> 1u verder gedraaid, natuurlijke tijd (1u + verschil atlas) maart
Wintertijd: UT+1 -> 1u terug gedraaid, standaardtijd (tijd van atlas) oktober
Culmineren (hoogste stand) 12U
1.2.6 De rol van de maan
Maan:
- 380 000 km natuurlijke satelliet
- ½ straal van de aarde (diameter dus 3476km)
- dichtbij, zichtbaar en observeerbaar
1. kenmerken van de maan
- Zee of mare: donkere plaatsen en lage gebieden die minder zonlicht weerkaatsen.
- Hooglanden of terrae: lichte plaatsen met hoge gebieden.
- draait even snel om eigen as als van aarde
-> daardoor krijg je steeds de zelfde kant van de maan te zien, deze kant is beter beschermd tegen
meteorietinslagen omdat de aarde deze kant afschermt
-> andere kant bezaaid met kraters
1
, Aardrijkskunde semester 2
Ontstaan:
1. Botsing van een jonge planeet met een andere planeet, de hypothetische planeet Theia.
2. Door botsing versmolten beide planeten in elkaar, maar er werd ook materiaal weggeslingerd.
3. Weggeslingerd materiaal bleef in baan rond de aarde en koelde af tot een vaste massa.
- zwaartekracht 6x kleiner dan op aarde (door kleine straal)
-> kan daardoor geen dampkring vasthouden
- groot temperatuurverschil tussen dag (100°) en nacht (-150°)
-> verweren van gesteenten aan maanoppervlak en blijven als stof liggen
- geen atmosfeer
-> geen wind, steenstof blijft liggen (voetstappen blijven staan zoals ze origineel gevormd zijn)
Nieuwe maan Eerste kwartier Volle maan Laatste kwartier
De maan wordt niet De rechterkant (50%) 100% van de maan De linkerkant (50%)
frontaal verlicht. van de maan wordt wordt verlicht. van de maan wordt
verlicht. verlicht.
Wassende maan Wassende maan Wassende maan Afnemende maan
- Synodische maand: de cyclus tussen twee nieuwe manen, duurt gemiddeld 29,5 dagen.
- zonneclips: het fenomeen waarbij het licht van de zon overdag wordt afgeschermd voor de aarde
door de maan. (slechts 2x per jaar)
- maan 400x kleiner dan zon, 400x dichter bij aarde
-> daardoor lijken ze even groot
- kernschaduw of umbra: volledige verduistering
- halfschaduw of penumbra: gedeeltelijke eclips
- corona: de atmosfeer van de zon is alleen zichtbaar.
-> enige moment waarbij deze goed kan bestudeerd worden vanop aarde
-> zon en maan perfect op elkaar, lichtrand zichtbaar omdat maan geen perfecte egale oppervlakte
heeft door de vele kraters
- aardverduistering of zoneclips: de aarde die verduisterd wordt omdat de maan voor de zon schuift.
2