Recht algemeen en staatsrecht
Wat doet een jurist: bekijkt een probleem stap voor stap
Juridisch redeneren = conclusie onderbouwen met de wet- en regelgeving
Jurist toetst feiten aan regels en legt uit wat het gevolg is
Juridische denktrap wordt gebruikt door juristen:
1. Feiten – wat is er precies gebeurd?
a. Wie zijn de betrokken partijen?
b. Wat is er afgesproken of gebeurd?
2. Rechtsregel – welke wettelijke regel hoort hierbij?
a. Zoek in Awb, Omgevingswet of andere bronnen
3. Toepassing – wat betekent die regel in dit geval?
a. Pas de wet toe op de feiten
4. Conclusie – wat is het juridische gevolg?
a. Wie heeft gelijk? Wat moet er gebeuren?
Voorbeeld:
1. Feit: ondernemer vraagt bij de gemeente een vergunning aan voor een verbouwing
2. Rechtsregel: art. 3:46 Awb > besluit moet berusten op een deugdelijke motivering
3. Toepassing: gemeente moet in besluit uitleggen waarom vergunning wordt geweigerd
4. Conclusie: ontbreekt goede motivering, dan is het besluit juridisch onjuist en kan het
vernietigd worden
Een wetsartikel is als een bouwpakket: elk onderdeel heeft een betekenis
- Artikelnummer: verwijst naar hoofdstuk: artikel
- Leden: elk lid bevat een eigen regel/uitzondering
- Aanhef: de inleidende zinsnede vóór een opsomming; bepaalt het kader waaronder
de onderdelen vallen
- Subonderdelen: genummerde/letterlijke opsomming binnen een lid
Moet = verplichting, mag = bevoegdheid, kan = beleidsruimte, en = alles vereist, of = keuze!!!
Voorbeeld: art. 1:3 lid 1 Awb: “Onder een besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing
van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. ”Drie
cumulatieve vereisten (alles moet aanwezig zijn):
- Schriftelijk de beslissing moet vastgelegd zijn (brief, digitaal besluit)
- Bestuursorgaan; het besluit moet afkomstig zijn van een bestuursorgaan 1:1 Awb
- Publiekrechtelijke rechtshandeling; de beslissing moet een juridisch gevolg hebben
op grond van een publiekrechtelijke bevoegdheid (bijv. vergunning verlenen of
weigeren)
- Gevolg: ontbreekt één van deze elementen, dan is er géén besluit in de zin van de
Awb
Let op: vervang je één woord (bijv. schriftelijk of publiekrechtelijk), dan verandert direct de
juridische uitkomst. Daarom lezen juristen wetsartikelen zeer precies.
Elke term heeft een vast, wettelijke betekenis. Klein verschil kan grote gevolgen hebben voor
de uitkomst van de zaak. Juristen gebruiken daarom vaste begrippen uit de wet. Wie een
wetsartikel leest, moet nauwkeurig kijken naar formulering, volgende en
verbindingswoorden (zoals en, of, tenzij). Let ook op woorden als moet, mag en onverwijld.
Recht = geheel van regels die bepalen wat mag en niet mag in de samenleving. Regels zijn
algemeen geldend en komen uit erkende rechtsbronnen. Kenmerk: afdwingbaarheid > niet
naleven kan leiden tot sancties. Recht verandert mee met maatschappelijke ontwikkelingen.
,Het Nederlandse recht is opgebouwd uit twee hoofdgebieden: privaatrecht en publiekrecht
1. Privaatrecht = rechtsverhoudingen tussen burgers en bedrijven onderling
2. Publiekrecht = organisatie tussen overheid en burgers/bedrijven
Privaatrecht: stelt afspraken centraal, gaat uit van contractsvrijheid, is gericht op individuele
belang en geldt ook voor de overheid wanneer zij als gewone partij optreedt
Vb. koopovereenkomst woning, huurovereenkomst winkelpand, aannemingsovereenkomst
verbouwing
Publiekrecht: kent machtspositie voor overheid, vereist altijd wettelijke grondslag, is gericht
op algemeen belang, regelt ook bescherming tegen overheidsbesluiten
Vb. verlenen of weigeren van omgevingsvergunning, opleggen van een last onder
dwangsom, intrekken van een vergunning
Het onderscheid tussen privaatrecht en publiekrecht heeft directe gevolgen voor procedures
en rechtsbescherming: het bepaalt welke regels gelden én bij welke rechter een geschil
terechtkomt
Het is dus niet alleen theoretisch onderscheid, maar werkt direct in de praktijk.
Vb. geschil over huurprijs > civiel rechter
Vb. geschil over vergunning > bestuursrechter
Het belang van publiekrecht
Overheid beschikt over vergaande bevoegdheden die diep kunnen ingrijpen in het leven en
de bedrijfsvoering van burgers en bedrijven. Zonder begrenzing zou deze macht onbeheerst
kunnen worden gebruikt.
Vb. een vergunning mag niet zomaar worden geweigerd; de gemeente moet dat besluit
motiveren en je kunt bezwaar tegen de weigering maken
Het publiekrecht is niet één geheel, maar bestaat uit meerdere rechtsgebieden.
Elk rechtsgebied heeft een eigen rol:
- Staatsrecht = over inrichting van de staat, de overheid en grondrechten
- Bestuursrecht = over besluiten van bestuursorganen en bescherming daartegen
- Strafrecht = over strafbare feiten en bestraffing
- Belastingrecht = over het heffen en innen van belastingen
Samen regelen deze rechtsgebieden hoe de overheid is georganiseerd, hoe zij optreedt en
hoe zij wordt begrensd.
Codificatie = systematisch vastleggen van rechtsregels in wetten. Regels zijn daardoor
vooraf kenbaar, overzichtelijk en toepasbaar
Codificatie zorgt voor: rechtszekerheid, gelijke toepassing van regels en houvast voor
burgers, bedrijven en overheid
Vb. Grondwet – staatsinrichting en grondrechten
,Vb. Algemene wet bestuursrecht (AwB) – algemene regels voor bestuursoptreden
Vb. Bijzondere wetten – zoals Omgevingswet
Het publiekrecht is grotendeels gecodificeerd
- Bevoegdheden van overheid zijn vastgelegd in wetten;
- Zonder wettelijke basis mag overheid niet optreden als overheid.
Dat betekent dat:
- Overheid alleen publiekrechtelijk mag handelen als de wet daarvoor een
bevoegdheid geeft;
- Burgers en bedrijven vooraf kunnen zien wat de overheid wel en niet mag.
Publiekrecht is echter niet volledig gecodificeerd
- Wetten bevatten open normen die ruimte laten voor beoordeling in concrete gevallen
o Redelijke termijn en zorgvuldig handelen
- Rechter bepaalt per geval wat in die concrete situatie redelijk en zorgvuldig is
Deze open normen worden verder ingevuld door:
- Rechtspraak – rechters beoordelen of een bestuursorgaan heeft gehandeld
- Algemene beginselen – zoals zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel
Recht ontstaat uit officiële bronnen, die we rechtsbronnen noemen:
- Alleen regels uit formele rechtsbronnen zijn juridisch bindend
o Wetgeving
o Verdragen en Europees recht
o Rechtspraak
o Gewoonterecht
- Daarnaast bestaat er ondersteunende bron, die helpt bij uitleg en toepassing
o Rechtswetenschap
Vb. gemeentelijke regel is alleen geldig als die gebaseerd is op een wet
Vb. uitleg uit een leerboek helpt bij begrip, maar is geen recht
Wetgeving en verdragen: de belangrijkste rechtsbronnen
, Rechtspraak, gewoonterecht en rechtswetenschap
Niet alle rechtsbronnen zijn geschreven wetten. Ook andere bronnen spelen een rol bij
toepassen van recht.
Rechtspraak
- Uitspraken van rechters
- Geven uitleg aan wettelijke regels
- Zorgen voor eenheid en voorspelbaarheid
Vb. uitspraken van rechter over wanneer een omgevingsvergunning mag worden geweigerd
Gewoonterecht
- Vast en langdurig gebruik
- Algemeen aanvaard als recht
- Geldt alleen zolang het niet in strijd is met de wet
Vb. een al jarenlang gevolgde handelswijze die door rechters als juridisch bindend wordt
erkend
Rechtswetenschap (ondersteunend)
- Juridische literatuur en commentaren
- Helpt bij uitleg en interpretatie van het recht
- Niet bindend, wel richtinggevend
Vb. studieboeken bestuursrecht, juridische handboeken, commentaren bij Awb
Hiërarchie van wet- en regelgeving: hogere regels gaan vóór lagere regels EN lagere regels
mogen niét in strijd zijn met hogere regels
Van hoog naar laag:
- Internationaal en Europees recht
- Grondwet
- Wetten in formele zin
- Algemene maatregelen van bestuur AMvB’s
- Decentrale regelgeving (verordeningen)
Voorrangsregels bij strijd tussen regels; als regels met elkaar in strijd zijn, gelden vaste
voorrangsregels
- Lex superior derogat legi inferiori = de hogere regel gaat voor de lagere
Vb. een gemeentelijke verordening mag niet afwijken van het Bbl
- Lex specialis derogat legi generali = de bijzondere regel gaat voor de algemene
Vb. specifieke beslistermijnen uit omgevingswet gaan voor op algemene regels uit Awb
- Lex posterior derogat legi priori = de nieuwere regel gaat voor de oudere
Vb. wanneer omgevingswet ouder artikel uit Wabo vervangt, geldt nieuwe norm
Rangorde rechtsbronnen
Niet alleen regels, maar ook rechtsbronnen onderling hebben een rangorde
- De rangorde bepaalt welke rechtsbron voorgaat bij strijd
- Formele rechtsbronnen hebben voorrang boven andere bronnen
Globaal geldt van hoog naar laag
1. Wetgeving en verdragen
2. Rechtspraak
3. Gewoonterecht
Rechtspraak mag de wet uitleggen, maar niet opzijzetten. Gewoonterecht geldt alleen zolang
het niet in strijd is met de wet