HOOFDSTUK 1: MINDERJARIGHEID
1.1 MINDERJARIGEN ONDER DE HOEDE VAN MEERDERJARIGEN
In België is de meerderjarigheid vastgesteld op de leeftijd van 18 jaar.
Het wetboek stelt dat men op die leeftijd “bekwaam is tot alle handelingen van het burgerlijk leven.”
Op deze leeftijd wordt een mens handelingsbekwaam aanschouwd.
D.w.z.: Dat hij of zij bv rechtshandelingen kan doen zoals stemmen of contracten handtekenen maar
moet ook jaarlijks een fiscale aangifte doen.
Vanaf 18 jaar kun je wettelijk in het huwelijk treden.
Vanaf 16 jaar wettelijk vrij om seksuele betrekkingen te hebben als het leeftijd niet te groot is kan dit
ook op 14 jaar.
Handelingsbekwaamheid impliceert ook dat elke meerderjarige aansprakelijk is voor de daden die hij
stelt t.o.v. anderen maar ook t.o.v. de maatschappij.
Minderjarigen zijn = personen die de leeftijd van de meerderjarigen nog niet hebben bereikt.
Deze kinderen bevinden zich in een afhankelijke positie van volwassenen.
bv huisvesting, levensonderhoud en opleiding.
Minderjarigen staan juridisch ook niet ster hebben geen stemrecht, mogen geen proces starten bij
de rechtbank, of zelf hun verblijfplaats kiezen.
Minderjarigen dient in te wonen bij (een van ) zijn ouders.
Kinderen hebben ook plichten bv leerplicht tot 18 jaar.
Volwassenen voeden kinderen op. Het is hun taak om te zorgen voor de minderjarige en het kind te
vertegenwoordigen. Dit geldt voor zowel ouders als voogden van een minderjarige. Een voogd wordt
door de vrederechter aangesteld wanneer beide ouders van het kind zijn gestorven, als beide ouders
wettelijk onbekend zijn of als de ouder zich in een voortdurende onmogelijkheid bevinden om het
ouderlijk gezag uit te oefenen. Verschilpunten zitten erin dat een voogd geen onderhoudsplichten heeft
en niet burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de eventuele schade die een kind aanricht.
Ouders hebben rechten en plichten.
Zo hebben ze bv steeds recht op persoonlijk contact van hun kind. Dit blijft zo, ook als de ouders uit de
echt scheiden.
Verder hebben ouders naast het recht op hun kind op de voeden ook de plicht om dit te doen!!
Dit gaat om: verzorgen van het kind, maar ook innemen van belangrijke beslissingen o.a. school,
godsdienst, vrijetijdsbesteding en over een goed toezicht.
Verder moederen ouders bv: nog voorzien in het levensonderhoud van het kind
Dit betekent niet dat hierbij een verplichting hoort om te voorzien in zakgeld.
Ook na de 18de verjaardag blijven jongeren vaak afhankelijk van de ouders.
Zolang hun opleiding niet is voltooid zijn ouders hun kinderen levensonderhoud verschuldigd.
1.2 HET KINDERRECHTENVERDRAG
Het is niet altijd zo geweest dat minderjarigen als een aparte categorie werd aanzien waar speciale
aandacht aan besteed diende te worden.
Kinderbeschermingswetten kwamen er pas vanaf het begin van de 20 ste eeuw in de meeste Westerse
landen.
Na de eerste wereldoorlog 1914-1918 werden de rechten van kinderen pas voor het eerst echt
internationaal opgetekend in de Verklaring van Geneve.
Deze tekst werd mettertijd meer en meer uitgebreid en aangepast tot in 1959 de Verklaring voor
de Rechten van het Kind werd goedgekeurd door de Verenigde Naties (VN)
1
, In het jaar 1979 werd ter gelegenheid van de 20ste verjaardag van deze verklaring uitgeroepen tot
Internationaal Jaar van het kind.
Het startschot werd gegeven om een tekst voor te bereiden die niet louter een verklaring inhield
maar tevens een bindend karakter kende. 10 jaar later was die bindende tekst er, waarin de
Verenigde Naties besloten dat kinderen speciale aandacht verdienen omdat zij kwetsbaarder zijn
dan volwassenen en nog moeten leren
Het verdrag voor de rechten van het kind werd op 20 november 1989 aangenomen door de VN
geen enkele land stemde tegen het verdrag.
Ratificatie = officieel bekrachtigen/concretiseren.
Ratificatie van het verdrag gebeurde tot op heden in bijna alle landen.
In België gebeurde dit in 1912 het kinderrechtencommissariaat waakt over de toepassing en
uitvoering van het gedrag en is ook de organisatie bij uitstek die werkt rond het thema.
WAT BEVAT HET VERDRAG VOOR DE RECHTEN VAN HET KIND?
1) In het Verdrag voor de Rechten van het kind staan een aantal voorzieingenrechten
(provisie) Deze verwijzen naar zaken en diensten die kinderen nodig hebben om op te
groeien in de best mogelijke omstandigheden
2) Het gaat dan bv over het recht op onderwijs en gezondheidszorg. Hiernaast vinden een
aantal participatierecten.
Wat zijn participatierechten? = Dit zijn rechten die regelen dat kinderen voor zichzelf
kunnen opkomen, zoals bv het recht om gehoord te worden, het recht op vrije
meningsuiting of het recht tot informatie uit verschillende bronnen.
3) Tenslotte bevat het verdrag een aantal bescherimingsrechten (protectie). Die de taak
hebben om kinderen en jongeren te beschermen tegen gedrag of leefomstandigheden
die schadelijk zijn voor hun ontwikkeling of welzijn. Bv: het recht op bescherming tegen
mishandeling of kinderarbeid.
Naast rechten hebben volwassenen maar ook kinderen plichten.
In het verdrag voor de rechten van het kind staan een aantal plichten vermeld.
Volwassenen hebben bv het plicht om te zorgen voor de voeding, kleding en onderdak.
Regeringsleiders hebben de plicht te zorgen voor dergelijk onderwijs en een uitgebouwd
rechtssysteem zodat ouders hun plichten tov kinderen kunnen waarmaken.
Kinderen hebben bv het plicht om naar school te gaan.
Het is duidelijk dat de aandacht voor de rechten van de kinderen de laatste decennia sterk is toegenomen in
Vlaanderen. Dit wordt niet alleen duidelijk in de toepassing van het verdrag voor de rechten van het kind,
maar ook uit de werking van bv de jongerentelefoon, kinderrechtswinkel en het
kinderrrechtencommissariaat. 20 November werd uitgeroepen tot de universele dag van het kind.
2
,1.3 MINDERJARIGEN IN DE JEUGDHULP: DRM - DECREET
Omdat men vaststelde dat het statuut van minderjarigen in de jeugdhulp in Vlaanderen intersectorale
verschillen vertoonde is er sinds 2006 een decreet in voege dat hierin tracht eenduidigheid te
verkrijgen en tevens probeert om de rechtspositie van minderjarigen te versterken.
Het kinderrechtenverdrag vormde het referentiekader voor dit decreet.
“Het algemeen uitgangspunt van het decreet rechtspositie is dat de minderjarige de rechten opgesomd
in het decreet rechtspositie zelfstandig kan uitoefenen. Dit lijkt op het eerste zicht verregaand en
afwijkend van de algemene burgerrechtelijke regeling, doch is dit niet. Het decreet gaat er vanuit dat de
minderjarige bekwaam is. Er wordt hier geen leeftijdsgrens voorzien, noch moet de hulpverlener enige
afweging maken. Hij kan m.a.w. de minderjarige zijn rechten niet ontzeggen omdat hij onvoldoende
maturiteit heeft of niet in staat is tot een redelijke beoordeling van zijn belangen. Dit impliceert dat elke
minderjarige recht heeft op een dossier, het recht heeft bijgestaan te worden, het recht heeft mee te
vergaderen,…””
Het Decreet Rechtspositie (voor kinderjarigen in de integrale jeugdhulp) (DRM) kent een aantal
duidelijke rechten toe op de minderjarige die zich in de integrale hulpverlening bevindt.
Het DRM kent meer dan 30 artikels.
Kinderen en jongeren blijven voor een stuk afhankelijk van volwassenen, ze kunnen immers niet
zelf naar de rechter stappen om de rechten uit het decreet af te dwingen ze hebben hiervoor
een meerderjarige nodig.
Het is dan ook voor elke hulpverlener in de jeugdhulp van groot beland om op de hoogte te
blijven van de krijtlijnen van het DRM.
Wat is het decreet precies?:
Het decreet stelt dat het belang van de minderjarige steeds voorop moet staan wanneer
hulpverleners keuzes maken.
De bekwaamheid van de minderjarige (leeftijd, rijpheid) alsook zijn mening moeten net als de
mening van de ouders en de belangen van de volwassenen die de minderjarige opvoeden
overwogen worden.
Ook het recht op respect voor het gezinsleven staat beschreven in het Decreet net als het recht
op inspraak en participatie.
Neemt de hulpverlener een beslissing die ingaat tegen de mening van de minderjarige, moet hij
dat zeker verantwoorden in het dossier van de minderjarige.
Een dossier waar de jongere recht op heeft als in het inzage als klachtrecht.
Kinderen hebben recht op hulp.
Een hulpverlener of dienst die zichzelf niet geschikt vindt om juiste hulp te bieden, dient op zoek
te gaan naar de gepaste hulp.
Kinderen hebben recht op bijstand.
Minderjarigen die hulp zoeken, mogen zich steeds laten bijstaan door iemand naar keuze die ze
vertrouwen.
Beperking hierin is dat deze persoon enkel een leerkracht mag zijn, iemand met beroepsgeheim of
iemand die in de hulpverlening werkt, maar niet betrokken is bij het dossier.
3
, Het nieuwe decreet Integrale Jeugdhulp benadrukt het belang van deze vertrouwenspersoon door
te stellen dat de vertrouwenspersoon als vast aanspreekpunt fungeer voor de minderjarige
doorheen het hele hulpverleningstraject zolang dit door de minderjarige wenselijk wordt geacht.
De vertrouwenspersoon krijgt hierbij het mandaat om op elk ogenblik jeugdhulpaanbieders aan te
spreken, de belangen van de minderjarige te verdedigen, bemiddeling en overleg op te starten en
dei situatie te volgen.
De vertrouwenspersoon zal verder ook steeds op de hoogte gebracht worden van beslissingen
over de jeugdhulp.
Het is dan ook de taak van de jeugdhulpaanbieders om de minderjarige en zijn ouders te
informeren over de mogelijkheid en de modaliteit om ondersteund te worden door een
vertrouwenspersoon.
Soms lijken kinderen en jongeren geen positieve steunfiguren te hebben en is een
vertrouwenspersoon toch aangewezen. Dan kan een organisatie zoals LUS vzw helpen en mee op
zoek gaan naar een vertrouwenspersoon.
De vertrouwenspersoon van de minderjarige moet wel cumulatief aan 4 voorwaarden voldoen:
1) Meerderjarig zijn.
2) Niet rechtstreeks betrokken zijn bij de hulp aan de minderjarige.
3) Door de minderjarige aangewezen op ondubbelzinnige wijze.
4) Beschikken over een blanco strafregister dat een model 2 omvat.
Jongeren hebben recht op duidelijke informatie
Deze informatie dient leeftijdsadequaat aangebracht te worden, de minderjarige moet er niet zelf om
vragen.
De gegeven info zal o.a. handelen over de aard en duur van de hulp, afspraken, rechten en plichten.
In het belang van de minderjarige mag een hulpverlener oordelen dat het kind niet alles moet weten.
De bijstandspersoon van het kind dient deze informatie in dit geval wel te krijgen.
Niet begeleide minderjarige vreemdelingen hebben een apart statuut in de hulpverlening zie
hoofdstuk NBMV.
WAT IS DE KINDERFLEX?:
De kinderflex werd ontwikkeld door het steunpunt Welzijn, volksgezondheid en gezin en het
Vlaams Expertisecentrum kindermishandeling
Het stimuleert hulpverleners met hun volwassenen cliënten een gesprek te voeren over het
thema ouderschap.
Ouders krijgen de kans om in alle vrijheid over de kinderen en hun bezorgdheden te praten.
Waar het nodig zal zijn ondersteunen de hulpverleners de ouders in hun rol als moeder of vader.
Het uitvoeren van de Kinderflex verloopt in 6 stappen. Hulpverleners zetten de eerste 3 stappen standaard
bij elke client. De 3 vervolgstappen zijn afhankelijk van de situatie: ze zijn niet altijd van de orde.
1) Stap 1 = voer een gesprek over de kinderen en het ouderschap.
2) Stap 2 = peil naar de veiligheid thuis en het welzijn van de kinderen.
3) Stap 3 = ondersteun de client in zijn rol als ouders.
4) Stap 4 = ga verder na of er sprake is van verontrusting en bereidheid.
5) Stap 5 = herstel de veiligheid.
6) Stap 6 = betrek een gemandateerde voorziening. 4