Positieve Psychologie
Examinator: Johan Lataster
Student:
Studentnummer:
Datum: 17-05-2026
, Mental health continuum – Short form door ‘Proefpersoon’
Mijn superpower in deze cursus is dat ik analytisch ben en goed verbanden kan leggen tussen de
theorie en de praktijk. Mijn kryptonite is dat ik soms te veel uit wil werken waardoor ik op moet
passen dat ik de kern niet uit het oog verlies. Het gevaar is dat ik dan de bijzaken te belangrijk
maak.
Statistische interpretatie van de totaalscore 3.1.1.1
Om de score van de proefpersoon beter te kunnen interpreteren, is de totaalscore omgezet naar
een Z-score. De proefpersoon behaalde een gemiddelde score van 3.36 terwijl het
populatiegemiddelde 2.98 bedraagt (SD = 0.85). Dit resulteert in een Z-score van ongeveer
+0.45. Op basis van de normaalverdeling komt deze Z-score overeen met een percentielscore
van ongeveer 67. Dit betekent dat de proefpersoon hoger scoort dan circa 67% van de
normpopulatie. De score bevindt zich daarmee boven het gemiddelde, maar nog wel binnen één
standaarddeviatie van het gemiddelde.
Dit wijst erop dat het welbevinden van de proefpersoon relatief gunstig is, maar niet uitzonderlijk
hoog. In termen van de normaalverdeling kan worden gesteld dat de proefpersoon zich in het
bovengemiddelde bereik bevindt.
Subschalen
Wanneer we de drie subschalen met elkaar vergelijken, ontstaat een profiel waarin vooral het
emotioneel welbevinden sterk naar voren komt, terwijl het sociaal welbevinden relatief
achterblijft en het psychologisch welbevinden een middenpositie inneemt.
Emotioneel welbevinden
De proefpersoon laat een relaties hoog niveau van emotioneel welbevinden zien. De scores op
gevoelens van geluk, interesse in het leven en tevredenheid liggen allen hoog, met een
gemiddelde dat duidelijk boven de normscore uitkomt. (M = 4.33) Dit wijst erop dat de
proefpersoon in de afgelopen maand frequent positieve emoties heeft ervaren en overwegend
tevreden is met haar leven. In vergelijking met de Nederlandse normgroep (M = 3.67) ligt deze
score substantieel hoger, wat suggereert dat het emotioneel functioneren van de proefpersoon
bovengemiddeld goed is.
Sociaal welbevinden
Het sociaal welbevinden van de proefpersoon ligt rond het gemiddelde, maar is duidelijk lager
dan andere subschalen. De scores laten een gemengd beeld zien: enerzijds ervaart de
proefpersoon in enige mate dat zij bijdraagt aan de samenleving en zij zich onderdeel voelt van
een gemeenschap, maar anderzijds is er minder vertrouwen in de samenleving en in de
goedheid van mensen. Ook het gevoel dat de maatschappij zich positief ontwikkelt is relatief
laag. In vergelijking met de normscore (M = 2.33) ligt het sociaal welbevinden iets hoger (M =
2.60), maar het is wel de minst sterke dimensie binnen het profiel van de proefpersoon.
Psychologisch welbevinden
Het psychologisch welbevinden van de proefpersoon bevindt zich boven het gemiddelde en laat
een redelijk sterk niveau van persoonlijk functioneren zien. De proefpersoon ervaart in zekere
mate zingeving, persoonlijke groei en warme relaties met anderen. Ook lijkt er sprake van een
voldoende gevoel van competentie in het omgaan met dagelijkse verantwoordelijkheden.