• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 31 pages
Summary

Samenvatting Inleiding tot de Macro Economie - 18/20!

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 31 pages

Complete samenvatting van het vak Inleiding tot de Macro Economie, gedoceerd in 1ste bachelor Handelsingenieur en TEW door Prof. Hens. Deze samenvatting is gebaseerd op de slides, aangevuld met persoonlijke lesnotities, antwoorden op collegevragen. Veel succes!

Content preview

Samenvatting Macro-Economie
Macro-economie bestudeert de economie van een land als geheel. We bekijken dus niet één individu of
één bedrijf afzonderlijk, maar voegen alle economische activiteiten samen. Dit noemen we aggregeren (=
samenvoegen).

Prijspeil = het gemiddelde niveau van de prijzen in een economie.

Wanneer we in de macro-economie spreken over inkomen, bedoelen we het geaggregeerde inkomen.
Dit is het totale inkomen van alle individuen en bedrijven samen binnen een land. Het gaat dus om het
totale inkomen van de economie als geheel.

Hoofdstuk 2: Het bbp en het Meetkundig Proces
Bruto binnenlands product (bbp)/Gross domestic product (GDP)

Definitie: Het bruto binnenlands product (bbp) is de marktwaarde van alle eindgoederen en diensten die
in een bepaald land gedurende één jaar worden geproduceerd. Het bbp geeft een algemeen beeld van de
materiële vooruitgang en welvaart van een land.

-> Bbp per capita = het gemiddelde inkomen per inwoner. Dit wordt berekend door het totale bbp te
delen door het aantal inwoners.

1. Marktwaarde: Niet alle goederen en diensten hebben dezelfde prijs. Daarom worden ze in het
bbp gewaardeerd aan hun marktwaarde. De totale waarde wordt dus berekend als: TR = p × q
waarbij: p = prijs en q = hoeveelheid. Door de marktwaarde te gebruiken, kunnen verschillende
goederen en diensten toch worden samengevoegd tot één totale waarde.

2. Alle eindgoederen en diensten: Bij de berekening van het bbp moeten we een onderscheid
maken tussen eindgoederen en intermediaire goederen. Een intermediair goed is een goed dat
wordt gebruikt als onderdeel of hulpmiddel bij de productie van een ander goed. Intermediaire
goederen worden niet afzonderlijk meegerekend in het bbp. Anders zou er dubbeltelling ontstaan,
omdat de waarde van het intermediaire goed al verwerkt zit in de prijs van het eindgoed.

Voorbeeld: als meel wordt gebruikt om brood te maken, tellen we niet zowel de volledige waarde van het
meel als die van het brood mee.

Belangrijk: een machine of materiaal dat wordt gekocht om andere producten te produceren, wordt wel
beschouwd als een eindgoed. Het wordt namelijk niet onmiddellijk verwerkt in een ander product, maar
wordt als investeringsgoed gebruikt.

3. Goederen en diensten: Het bbp omvat zowel goederen als diensten. Diensten leveren een
voordeel aan individuen zonder dat daarbij noodzakelijk een tastbaar product wordt
geproduceerd. Diensten vertegenwoordigen ongeveer 70% van het bbp. Een groot deel daarvan
bestaat bijvoorbeeld uit medische zorg en recreatieve activiteiten.

4. Geproduceerd: Het bbp is bedoeld om de productie binnen een bepaalde periode te meten.
Daarom worden alleen goederen en diensten meegerekend die tijdens die periode worden
geproduceerd.

Tweedehandsgoederen behoren niet tot het bbp, omdat ze al eerder geproduceerd werden. Hun verkoop
zorgt dus niet voor nieuwe productie. Ook financiële transacties, zoals de aankoop en verkoop van
obligaties en aandelen, worden niet meegerekend. Deze transacties zijn namelijk geen geproduceerde
goederen of diensten. Commissielonen worden wel meegerekend, omdat de tussenpersoon een nieuwe
dienst levert bij de verkoop.



1

, 5. Binnen een land: Het bbp heeft betrekking op wat binnen de grenzen van een land wordt
geproduceerd. Het gaat dus niet om de nationaliteit van de persoon die produceert.

Voorbeeld: een Amerikaan die in Mexico werkt en daar goederen of diensten produceert, draagt bij aan
het bbp van Mexico.

GNP = Gross National Product of bruto nationaal product: Het GNP lijkt op het bbp, maar kijkt naar
de nationaliteit van de producent en niet naar het land waarin de productie plaatsvindt.

Definitie: Het bruto nationaal product (GNP) is de marktwaarde van alle eindgoederen en diensten die
gedurende één jaar worden geproduceerd door personen of ondernemingen die tot een bepaalde
nationale economie behoren, ongeacht waar ze zich bevinden.

Bijvoorbeeld: productie van een Amerikaanse onderneming of Amerikaan in het buitenland kan
bijdragen aan het Amerikaanse GNP, maar niet noodzakelijk aan het Amerikaanse bbp.



6. In een jaar: Het bbp heeft betrekking op productie gedurende een bepaalde periode, meestal één
jaar. Een tractor die bijvoorbeeld in 2005 werd geproduceerd, kan vandaag nog steeds bestaan en
deel uitmaken van het nationale vermogen (“wealth”), maar maakt geen deel meer uit van het
bbp van het huidige jaar. De productie ervan vond namelijk in 2005 plaats. Het bbp wordt meestal
op jaarbasis uitgedrukt, maar wordt ook per kwartaal berekend. In de Verenigde Staten gebeurt
dit onder andere door het BEA (= Bureau of Economic Analysis). De kwartaalcijfers van het bbp
kunnen sterkere schommelingen vertonen dan de cijfers over een volledig jaar, omdat tijdelijke
veranderingen dan duidelijker zichtbaar zijn.

Nationaal vermogen versus bbp:

Het nationaal vermogen is normaal gezien groter dan het bbp, omdat het nationaal vermogen de totale
waarde van opgebouwde bezittingen omvat. Het nationaal vermogen is een voorraadvariabele. Dit
betekent dat het op één bepaald tijdstip wordt gemeten, zoals een balans. Het is dus een
momentopname.

Het bbp is daarentegen een stroomvariabele. Een stroomvariabele wordt gemeten over een bepaalde
periode, bijvoorbeeld het bbp gedurende één jaar.

Groeivoeten

De groeivoet van het reële bbp geeft weer met hoeveel procent het reële bbp is gestegen of gedaald ten
opzichte van het vorige jaar. Zowel de teller als de noemer worden uitgedrukt in dezelfde eenheid,
bijvoorbeeld miljard euro. Daardoor valt deze eenheid weg bij de deling. Daarna vermenigvuldigen we met
100 om de groeivoet als een percentage uit te drukken.


(𝑅𝑒𝑎𝑙 𝐺𝐷𝑃 𝑖𝑛 𝑐𝑢𝑟𝑟𝑒𝑛𝑡 𝑦𝑒𝑎𝑟 − 𝑅𝑒𝑎𝑙 𝐺𝐷𝑃 𝑖𝑛 𝑝𝑟𝑒𝑣𝑖𝑜𝑢𝑠 𝑦𝑒𝑎𝑟)
Formule: 𝑥 100
(𝑅𝑒𝑎𝑙 𝐺𝐷𝑃 𝑖𝑛 𝑝𝑟𝑒𝑣𝑖𝑜𝑢𝑠 𝑦𝑒𝑎𝑟)

Interpretatie: Positieve groeivoet → het reële bbp is gestegen, negatieve groeivoet → het reële bbp is
gedaald en groeivoet van 0% → het reële bbp is gelijk gebleven.

Voorbeeld: als het reële bbp stijgt van €500 miljard naar €510 miljard:

((510 − 500) / 500) × 100 = 2%

Het reële bbp is dus met 2% gegroeid.




2

,Nominaal bbp en reëel bbp

Het nominaal bbp wordt berekend aan de hand van de prijzen die gelden op het moment van verkoop.
Hierdoor kan het nominale bbp doorheen de jaren veranderen om twee redenen: de hoeveelheid
geproduceerde goederen en diensten verandert en de prijzen van goederen en diensten veranderen.

Het reëel bbp wordt berekend door in verschillende jaren dezelfde prijzen te gebruiken. Zo schakelen we
het effect van prijsveranderingen uit en kunnen we beter zien of de hoeveelheid geproduceerde goederen
en diensten werkelijk is veranderd. De exacte gekozen prijs is op zich minder belangrijk, zolang we voor de
vergelijking maar dezelfde prijzen blijven gebruiken.

We gebruiken het reëel bbp dus om het prijseffect, en vooral het effect van inflatie, te vermijden.

-> Reële variabele: Een variabele die gecorrigeerd is voor inflatie, zodat prijsveranderingen het
resultaat niet beïnvloeden.

-> Nominale variabele: Een variabele die niet gecorrigeerd is voor inflatie.

Kwaliteitsveranderingen: Bij het vergelijken van prijzen doorheen de tijd moet men ook rekening houden
met veranderingen in kwaliteit. Een goed kan vandaag duurder zijn dan vroeger, maar tegelijk ook veel
beter van kwaliteit zijn. De kwaliteit en prijs van goederen vandaag zijn bijvoorbeeld moeilijk rechtstreeks
te vergelijken met die van goederen uit 1925. Een prijsstijging betekent dus niet altijd dat er enkel sprake is
van inflatie; een deel van de hogere prijs kan ook het gevolg zijn van een kwaliteitsverbetering.

De bbp-deflator

Inflatie is de algemene stijging van het prijsniveau in een economie. De bbp-deflator is een maatstaf
waarmee we kunnen meten hoeveel de prijzen gemiddeld zijn gestegen. De bbp-deflator beantwoordt dus
de vraag: met hoeveel procent zijn de prijzen gemiddeld toegenomen? De bbp-deflator is een prijsindex
en heeft geen eenheid.

-> Prijsindex: Een statistische maatstaf om veranderingen in prijzen doorheen de tijd te meten.

Formule: 𝐵𝑏𝑝 − 𝑑𝑒𝑓𝑙𝑎𝑡𝑜𝑟 = (𝑁𝑜𝑚𝑖𝑛𝑎𝑎𝑙 𝑏𝑏𝑝⁄𝑟𝑒ë𝑒𝑙 𝑏𝑏𝑝) 𝑥 100

Interpretatie: In het basisjaar is de bbp-deflator gelijk aan 100, een bbp-deflator hoger dan 100 betekent
dat het algemene prijsniveau is gestegen ten opzichte van het basisjaar en een bbp-deflator lager dan 100
betekent dat het prijsniveau lager ligt dan in het basisjaar.

Voorbeeld: als de bbp-deflator gelijk is aan 111,45, betekent dit dat het algemene prijsniveau met
11,45% is gestegen ten opzichte van het basisjaar.

111,45 − 100 = 11,45%



Evolutie van het reëel bbp en recessies

Het reëel bbp kende een sterke groei in de jaren 1960. Door de olieprijsschokken van 1973 en 1979
vertraagde de economische groei tijdens de jaren 1970 en het begin van de jaren 1980. Na de recessie van
1982 kende de economie opnieuw een sterkere groei tot ongeveer 2000. Sinds de recessie van 2009 is er
opnieuw sprake van een tragere groei. Sinds 1948 stijgt het bbp van de Verenigde Staten gemiddeld met
ongeveer 3,2% per jaar.

Definitie: Een recessie is een krimp of terugval van het bbp, of van de economie in haar geheel. Een
recessie beperkt zich meestal niet tot één sector, maar treft meerdere delen van de economie. Om te
bepalen of er sprake is van een recessie, kijkt men daarom niet alleen naar het bbp, maar ook naar andere
gegevens zoals: inkomen, verkoop, werkgelegenheid en productie.



3

, Het is niet altijd onmiddellijk duidelijk wanneer een recessie precies begint. Dat komt doordat
economische gegevens met vertraging beschikbaar zijn. Bepaalde gegevens worden bijvoorbeeld pas na
afloop van een kwartaal verzameld en pas enkele maanden later gepubliceerd.

Business fluctuations en business cycles verwijzen naar periodieke schommelingen in de economische
activiteit. Een periode van economische groei wordt gevolgd door een periode van vertraging of neergang.
Deze bewegingen op korte termijn worden vooral zichtbaar in het reëel bbp.

Het reëel bbp per capita is het reëel bbp gedeeld door het aantal inwoners. Een stijging van het reëel bbp
per capita betekent niet automatisch dat de welvaart met exact hetzelfde percentage stijgt. Het is slechts
een algemene maatstaf voor de gemiddelde materiële levensstandaard en houdt niet met alle aspecten
van welvaart rekening.

Voorbeeld: als het reëel bbp per capita met 2% stijgt en het aantal inwoners met 1,8% stijgt, dan stijgt het
totale reëel bbp met ongeveer 3,8%.

Voorbeeld: Nigeria kende bijvoorbeeld in 2000 een lager reëel bbp per capita dan in 1960. Dit kan worden
omschreven als een “growth disaster” of “failure to grow”: de economie slaagde er over een lange
periode niet in om de productie per inwoner duurzaam te verhogen.

Bbp opsplitsen in componenten

Een andere manier om het bbp te begrijpen, is door de totale productie van goederen en diensten op te
splitsen in verschillende componenten. Er zijn twee belangrijke manieren om dit te doen:

1. Nationale bestedingsbenadering: Formule: Y = C + I + G + NX, waarbij ongeveer:

-> C = consumptie, ongeveer 60%

-> I = investeringen, ongeveer 20%

-> G = overheidsbestedingen, ongeveer 20%

-> NX = netto-export, ongeveer 0%; NX = export − import

Deze benadering wordt vooral gebruikt om economische fluctuaties op korte termijn te analyseren. De
formule is gelijk aan het bbp omdat alle eindgoederen en diensten die in een land worden geproduceerd
uiteindelijk op één van deze manieren worden besteed: ze worden geconsumeerd, geïnvesteerd,
aangekocht door de overheid of geëxporteerd.

Een deel van de consumptie, investeringen en overheidsbestedingen bestaat echter uit ingevoerde
goederen die niet in het eigen land zijn geproduceerd. Daarom wordt de import opnieuw afgetrokken via
NX.

Y = nominaal bbp



C = consumptie

Consumptie bestaat uit bestedingen van huishoudens aan eindgoederen en diensten. Voorbeelden
zijn voeding, kleding, transport en andere goederen en diensten die huishoudens gebruiken. Belangrijk:
de aankoop van een nieuw huis wordt niet beschouwd als consumptie, een nieuw huis wordt gezien als
een kapitaalgoed en wordt daarom opgenomen bij investeringen en educatie kan worden beschouwd
als een investering in menselijk kapitaal.




4

Document information

Study
Uploaded on
September 12, 2026
Number of pages
31
Written in
2023/2024
Type
Summary
$11.53

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
10
Followers
0
Items
10
Last sold
6 days ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions