Fysiologie van de baring
Boek 1 normale baring en kraambed
Hoofdstuk 2 – Factoren van de baring
BARINGSKANAAL
• Beenderig baringskanaal
• Weke baringskanaal
2.1.1 BEENDERIG BARINGSKANAAL = BEKKEN = PELVIS
Os coxae -> 2 heupbeenderen (gevormd door door de bekkengordel)
- Os ilium -> darmbeen
- Os ischii -> zitbeen
- Os pubis -> schaambeen
• Os sacrum -> heiligbeen
• Os coccygis -> staartbeen
• Linea innominata
- = linea terminialis
- Bekken in 2 verdelen
- Groot bekken -> boven linea
innominata
- Klein bekken -> onder linea
innominata
,BEKKENVERBINDINGEN
• Tijdens zwangerschap -> veranderingen ondergaan
• Veranderingen => treden op onder hormonen -> progesteron & relaxine
Symfyse
• Verbinding tss L & R os pubis
• Door verweking kraakbeen => afstand tss beide os pubis vergroten = symfysiolyse
Articulatio sacro-iliaca (2)
• Verbinding tussen os ilium & os sacrum L & R
• Verweking -> kan rugklachten veroorzaken (grotere mobiliteit tijdens G en in PP)
Hierdoor kan de diamter van de bekken in- en uitgang vergroten
Articulatio sacrococcygea
• verbinding tussen os sacrum & os coccygis
• staartbeen kan tov sacrum nr achter kantelen => bekkenuitgang vergroten (uitdrijving is
gemakkelijker)
LIGAMENTA PELVIS
• stevigheid bekken garanderen
• onder invloed vh hormoon relaxine -> ligamenten die tijdens zws weker worden =>
bekken meer beweeglijk (foetaal hoofd heeft meer ruimte tijdens de passage)
• uitrekken v ligamenten -> pijnklachten veroorzaken -> meestal tijdens late zw of
vroege PP
GYNAECOÏD BEKKEN = VROUWELIJK BEKKEN
• foetus tijdens baring -> dr kleine bekken gedreven (grote bekken is niet van belang
voor geboorte)
• verschil bekken vrouw tov man
- lichtere beenderen
- pubishoek > 90°
- ruimer dwarse ovale bekkeningang
- vorm v cilinder
- beenderen wijder uit elkaar
→ wijdere os coxae
→ sacrum biconcaaf
,ANATOMISCHE VLAKKEN
Bekkeningang = BI
• bovenste begrenzing vdkleine bekken en de grens met het groot bekken
• vlak, begrensd gevormd door linea innominata (= linea terminalis)
bekkenuitgang = BU
• onderste begrenzing vh kleine bekken
• wordt gevormd door 2 driehoekige vlakken met een verbindingslijn tussen de 2 tubera
ischiadica
• laagste niveau in het bekken waar de foetus is omgeven met beenderen
bekkenholte = BH
• ruimte vh bekken, gelegen tss BI en BU
• bekkenwijdte (BW)
o dit vlak gaat door het midden van de symfyse en midden van sacraal wervel 3
• bekkenengte (BE)
o Dit vlak gaat door de onderrand van de symfyse, de spinae ischiadicae en de
articulatio secrococcygea
BEKKENMATEN
Bekkeningang
• voorachterwaartse diameters
- conjugata vera (CV) = 11 cm
→ tss achterbovenrand symfyse & voorrand
promontorium
- conjugata diagonalis (CD) = 12,5 cm
→ tss achteronderrand v symfyse & voorrand
promontorium
• dwarse diameters
- conjugata transversa (CT) = 13 cm
→ afstand tss 2 verst verwijderde punten op linea innominata
• schuine diameter
- conjugata obliqua (CO)= 12 cm
→ afstand tss sacro-iliacaal gewricht & eminentia iliopectinea
• dwarse diameter =
-10,5
afstand
cm tss spina
- =ischiadica
- Hier is bekkenholte het
interspinaallij
kleinst
n
Bekkenuitga
ng
• Voorachterwaartse
-diameter
Afstand tss achteronderrand vd symfyse & punt-1 v os
- Wnr os coccygis
coccygis =9 tov os sacrum nr achter
-1 cm
kantelt
0 cm
• Dwarse
= 11 diameter = 11 2
-cmAfstand tss binnenzijden tuber
ischiadica
, bekkenholte
BEKKENAS
• Beschrijft richting waarin foetus zich tijdens de baring dr het bekken voortbeweegt
• Middelpunten v alle voorachterwaartse diameters vh kleine bekken verbindt =>
ontstaan een as INCLINATIO PELVIS
• Inclinatiehoek
- Vlak v bekkeningang vormt met horizontale vlak een hoek => staat open nr voor
- Normale waarde -> 60°
- Inclinatiehoek groter dan 60° => hyperinclinatie vh bekken = lendenlordose
OBSTETRISCHE VLAKKEN
• Graad v indaling vd foetus bepalen
• Definitie ingedaalde caput = wanneer het diepste deel vh foetale caput thv H4 bevindt,
dan is het hoofd volledig ingedaald
• Hodge -> 4 parallelle vlakken
- Hodge 1
→ Bekkeningang
→ Gaat dr bovenrand symfyse
→ Nog nt ingedaald => bbbi = beweeglijk boven
bekkeningang
- Hodge 2
→ Evenwijdig aan H1
→ Onderrand symfyse
→ Hoofd 1/3 ingedaald = vib
- Hodge 3
→ Evenwijdig aan H2
→ Spinae ischiadicae
→ Hoofd half ingedaald => mechanische vaginale bevalling mogelijk
- Hodge 4
→ Evenwijdig aan H3
→ Door spits v os coccygis
→ Komt overeen met bekkenbodem
→ Hoofd volledig ingedaald
• Andere manier -> graad v indaling te bepalen:
- Stand vh voorliggend deel tov spina ischiadicae
(0cm) bepalen
- Uitgedruk in cm boven/onder deze spinae
→ Boven spinae -> -1, -2, -3 cm
→ Onder spinae -> +1, +2, +3 cm
BEKKENEVALUATIE
• Doelen / nut
- Om cefalopelvische disproportie (CPD) op te sporen
- Om bekkenafwijkingen op te sporen
Boek 1 normale baring en kraambed
Hoofdstuk 2 – Factoren van de baring
BARINGSKANAAL
• Beenderig baringskanaal
• Weke baringskanaal
2.1.1 BEENDERIG BARINGSKANAAL = BEKKEN = PELVIS
Os coxae -> 2 heupbeenderen (gevormd door door de bekkengordel)
- Os ilium -> darmbeen
- Os ischii -> zitbeen
- Os pubis -> schaambeen
• Os sacrum -> heiligbeen
• Os coccygis -> staartbeen
• Linea innominata
- = linea terminialis
- Bekken in 2 verdelen
- Groot bekken -> boven linea
innominata
- Klein bekken -> onder linea
innominata
,BEKKENVERBINDINGEN
• Tijdens zwangerschap -> veranderingen ondergaan
• Veranderingen => treden op onder hormonen -> progesteron & relaxine
Symfyse
• Verbinding tss L & R os pubis
• Door verweking kraakbeen => afstand tss beide os pubis vergroten = symfysiolyse
Articulatio sacro-iliaca (2)
• Verbinding tussen os ilium & os sacrum L & R
• Verweking -> kan rugklachten veroorzaken (grotere mobiliteit tijdens G en in PP)
Hierdoor kan de diamter van de bekken in- en uitgang vergroten
Articulatio sacrococcygea
• verbinding tussen os sacrum & os coccygis
• staartbeen kan tov sacrum nr achter kantelen => bekkenuitgang vergroten (uitdrijving is
gemakkelijker)
LIGAMENTA PELVIS
• stevigheid bekken garanderen
• onder invloed vh hormoon relaxine -> ligamenten die tijdens zws weker worden =>
bekken meer beweeglijk (foetaal hoofd heeft meer ruimte tijdens de passage)
• uitrekken v ligamenten -> pijnklachten veroorzaken -> meestal tijdens late zw of
vroege PP
GYNAECOÏD BEKKEN = VROUWELIJK BEKKEN
• foetus tijdens baring -> dr kleine bekken gedreven (grote bekken is niet van belang
voor geboorte)
• verschil bekken vrouw tov man
- lichtere beenderen
- pubishoek > 90°
- ruimer dwarse ovale bekkeningang
- vorm v cilinder
- beenderen wijder uit elkaar
→ wijdere os coxae
→ sacrum biconcaaf
,ANATOMISCHE VLAKKEN
Bekkeningang = BI
• bovenste begrenzing vdkleine bekken en de grens met het groot bekken
• vlak, begrensd gevormd door linea innominata (= linea terminalis)
bekkenuitgang = BU
• onderste begrenzing vh kleine bekken
• wordt gevormd door 2 driehoekige vlakken met een verbindingslijn tussen de 2 tubera
ischiadica
• laagste niveau in het bekken waar de foetus is omgeven met beenderen
bekkenholte = BH
• ruimte vh bekken, gelegen tss BI en BU
• bekkenwijdte (BW)
o dit vlak gaat door het midden van de symfyse en midden van sacraal wervel 3
• bekkenengte (BE)
o Dit vlak gaat door de onderrand van de symfyse, de spinae ischiadicae en de
articulatio secrococcygea
BEKKENMATEN
Bekkeningang
• voorachterwaartse diameters
- conjugata vera (CV) = 11 cm
→ tss achterbovenrand symfyse & voorrand
promontorium
- conjugata diagonalis (CD) = 12,5 cm
→ tss achteronderrand v symfyse & voorrand
promontorium
• dwarse diameters
- conjugata transversa (CT) = 13 cm
→ afstand tss 2 verst verwijderde punten op linea innominata
• schuine diameter
- conjugata obliqua (CO)= 12 cm
→ afstand tss sacro-iliacaal gewricht & eminentia iliopectinea
• dwarse diameter =
-10,5
afstand
cm tss spina
- =ischiadica
- Hier is bekkenholte het
interspinaallij
kleinst
n
Bekkenuitga
ng
• Voorachterwaartse
-diameter
Afstand tss achteronderrand vd symfyse & punt-1 v os
- Wnr os coccygis
coccygis =9 tov os sacrum nr achter
-1 cm
kantelt
0 cm
• Dwarse
= 11 diameter = 11 2
-cmAfstand tss binnenzijden tuber
ischiadica
, bekkenholte
BEKKENAS
• Beschrijft richting waarin foetus zich tijdens de baring dr het bekken voortbeweegt
• Middelpunten v alle voorachterwaartse diameters vh kleine bekken verbindt =>
ontstaan een as INCLINATIO PELVIS
• Inclinatiehoek
- Vlak v bekkeningang vormt met horizontale vlak een hoek => staat open nr voor
- Normale waarde -> 60°
- Inclinatiehoek groter dan 60° => hyperinclinatie vh bekken = lendenlordose
OBSTETRISCHE VLAKKEN
• Graad v indaling vd foetus bepalen
• Definitie ingedaalde caput = wanneer het diepste deel vh foetale caput thv H4 bevindt,
dan is het hoofd volledig ingedaald
• Hodge -> 4 parallelle vlakken
- Hodge 1
→ Bekkeningang
→ Gaat dr bovenrand symfyse
→ Nog nt ingedaald => bbbi = beweeglijk boven
bekkeningang
- Hodge 2
→ Evenwijdig aan H1
→ Onderrand symfyse
→ Hoofd 1/3 ingedaald = vib
- Hodge 3
→ Evenwijdig aan H2
→ Spinae ischiadicae
→ Hoofd half ingedaald => mechanische vaginale bevalling mogelijk
- Hodge 4
→ Evenwijdig aan H3
→ Door spits v os coccygis
→ Komt overeen met bekkenbodem
→ Hoofd volledig ingedaald
• Andere manier -> graad v indaling te bepalen:
- Stand vh voorliggend deel tov spina ischiadicae
(0cm) bepalen
- Uitgedruk in cm boven/onder deze spinae
→ Boven spinae -> -1, -2, -3 cm
→ Onder spinae -> +1, +2, +3 cm
BEKKENEVALUATIE
• Doelen / nut
- Om cefalopelvische disproportie (CPD) op te sporen
- Om bekkenafwijkingen op te sporen