Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 79 pages
Class notes

College aantekeningen JUR-4ERFR2

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 79 pages

Dit zijn de college aantekeningen van het vak JUR-4ERFR2

Content preview

Erfrecht II hoorcollege
Hoorcollege 1 – Inleiding en Overgangsrecht
Het model printen en hier artikelen bij schrijven.
Stuk van commissie erfrecht uit 2010  stuk printen en dan kun je het niveau bekijken wat er van
ons verwacht wordt. Je moet over discussies een visie hebben en hier moet je over kunnen praten.

Algemeen overgangsrecht
Op 1 januari 2003 werd een nieuw boek 4 BW ingevoerd. Het oude boek 4 was slecht, oude Franse
taal. Op elk artikel was wel een uitspraak van de HR dat iets anders zei. Overgangsrechtelijk is het
vandaag de dag niet meer zo spannend. In 2003 was er nog heel veel te beleven op
overgangsrechtelijk terrein. Iemand die was overleden in 2002, daarvan moest de boedel worden
afgewikkeld in 2003. De mensen die nu overlijden, die overlijden onder het nieuwe huidige recht.

Of zijn er toch nog overgangsrechtelijke vraagstukken? Mensen overlijden met testamenten van voor
1 januari 2003. Dan hebben we het overgangsrecht nodig om te kijken hoe we het oude testament
gaan inpassen in het nieuwe systeem. Maar dit is het dan wel een beetje, voor de rest kun je het
overgangsrecht vergeten.

 Hoe zit het overgangsrecht in elkaar? Toen het 1 januari 2003 was, hadden we al een
overgangswet liggen. Het algemene vermogensrecht kom je op alle terreinen tegen. Je begint in de
algemene overgangswet. Dan is art. 68a e.v. van belang. Het nieuwe erfrecht dat gemaakt wordt,
heeft onmiddellijke werking. We gaan met dat nieuwe erfrecht meteen aan de slag. Vaak wordt ook
eerst begonnen met een overgangsrechtelijke bepaling in een testament. Je lost dus alles op met
boek 4 BW, ook al is het testament van voor 2003. Maar dit zou tot rampen kunnen leiden. Dus op de
hoofdregel onmiddellijke werking, zijn uitzonderingen gemaakt:
 Art. 69-75 Ow

De ouderlijke boedelverdeling en de wettelijke verdeling
Voorbeeld  ouderlijke boedelverdeling: dit koppel je aan de wettelijke verdeling. MAAR maak hier
een nuance op. Obv was testamentair erfrecht, het verdelen van de nalatenschap bij voorbaat. Maar
de wettelijke verdeling is een basis versterferfrecht. De wettelijke verdeling is gebaseerd op het
testament van destijds, die obv (art. 1167 Oud BW). Dit testament is zoveel gemaakt, dus belangrijk
om hier nog iets van te weten. De obv werd gemaakt om de onverdeeldheid te voorkomen  samen
de nalatenschap verdelen indien er drie erfgenamen waren dus allemaal 1/3 e. Maar het was een
verdeling van de erflater die werd toegedeeld aan de erfgenamen.

Wat is de nieuwe obv? De obv is niet meer, maar ze zijn wel gemaakt in het verleden. De nieuwe obv
is de wettelijke verdeling. MAAR dit is fout. De nieuwe obv is NIET de wettelijke verdeling. De
wettelijke verdeling is gebaseerd op de obv. Maar het is een denkfout, deze fout is ook gemaakt in
het notariaat.
 De een is versterferfrecht en de ander is testamentair erfrecht. Maar waarom werd de obv
gebruikt? Het was de enige manier om de legitieme portie van de kinderen te temperen onder oud
recht. De legitieme portie zag er vroeger anders uit: een onterfd kind kon een beroep doen op de
legitieme en werd hierdoor erfgenaam. Als je erfgenaam wordt ben je deelgenoot en heb je ook
erfgenaamschap. Dan heb je ook recht op goederen van de nalatenschap. Het was een aanspraak in
natura. Dit was belangrijk om te weten.
Met de obv kon je de aanspraak van een legitimaris op goederen van de nalatenschap omzetten in
een aanspraak in geld. Het scheelt dus of je iemand goederenrechtelijk aan tafel hebt zitten of dat
diegene alleen een aanspraak heeft op geld. Je kont legitimarissen in hun ‘hok’ houden. De enige
regeling dat B in de spulletjes kon blijven en dus de spullen niet goederenrechtelijk hoefde te delen
met de kinderen.

1

, De obv was een manier om de legitieme te verzachten en de kinderen op afstand te houden.

Is dit onder het nieuwe rechte nodig? Is de wettelijke verdeling nodig om de kinderen op afstand te
houden? Nee, de kinderen hebben überhaupt geen aanspraak op goederen, maar alleen op geld.

Hoe ging het vroeger met de obv? Alle goederen toegedeeld aan B, de kinderen aanspraak op geld.
De kinderen hadden geen aanspraak op goederen. Maar de vordering die de kinderen kregen op B
was in principe opeisbaar. Je kon wel het recht in de legitieme op goederen opnemen maar niet op
het geld. Hier had je nog een extra stap voor nodig.

HR 30 november 1945 (Visser/Harms)  de kinderen hebben recht op geld, tenzij er een natuurlijke
verbintenis speelt. De natuurlijke verplichting van A om B verzorgd achter te laten. De
verzorgingsplicht van A en verzorgingsbehoefte van B is belangrijker dan de legitieme van de
kinderen. Verzorgd achterblijven was het criterium. In het testament stond dat alle goederen naar B
gaan en de vorderingen van de kinderen pas opeisbaar zijn bij overlijden van B. Maar als B miljoenen
had dan is B niet verzorgingsbehoeftig en heeft A geen morele verplichting.
Dus obv is om recht op goederen te ontnemen, en boter bij de vis, tenzij verzorgingsbehoefte bij B,
dus een natuurlijke verbintenis.

Is de w.v. de nieuwe obv? Hij is erop gebaseerd en wat ze gedaan hebben is de obv in de wet geplakt.
Maar gebruik van obv is om legitieme opzij te zetten en daar hebben we hem niet meer voor nodig.
Hoe kunnen we de kinderen in de erfrechtelijke wachtkamer houden? Met de w.v. zitten de kinderen
in de erfrechtelijke wachtkamer, maar dit is niet de enige optie. Dit is art. 4:82 BW: de niet
opeisbaarheidsclausule. Hiermee kun je dus ook kinderen in de wachtkamer houden.

Geldt bij art. 4:82 BW ook verzorgd achterblijven? Nee, hier geldt onverstoord voortleven. De
techniek was obv, maar de techniek is nu art. 4:82 BW.
 De denkfout van de 21e eeuw was: echtgenoot verzorgd achterlaten is obv, maar het werd 1
januari 2003 en men riep ik wil iets voor B doen dus ik bevestigd de w.v. Maar het ging om 4:82 BW.
Is het erg dat notarissen voor iedereen de w.v. heeft vastgelegd destijds? Niet iedereen ligt hier
wakker van, maar het probleem van de w.v. in het systeem van de estate planning is weinig
flexibiliteit. Heel snel ongedaan maken, namelijk binnen 3 maanden. De meeste mensen willen dat
niet, maar als er onroerend goed of ab-aandelen aan de kinderen moeten dan zit de zaak op slot. Er
had ook een flexibelere regeling kunnen komen, zoals de quasi-w.v. of keuzelegaat tegen inbreng.

De notaris had moeten beginnen met een blanco-testament waar alleen art. 4:82 BW in stond.

Kunnen we de obv nog maken? We hebben testeervrijheid, maar kunnen we de obv nog maken? Ze
worden niet gemaakt en het kan ook niet meer. Je hebt het ook niet nodig. Want je hebt de w.v. of
de andere testamenten van boek 4 BW.
MAAR waar staat dit? Het nieuwe recht heeft onmiddellijke werking, maar waar staat in het nieuwe
recht dat je de obv niet meer kan maken?
 De definitie van een uiterste wilsbeschikking  art. 4:42 BW: in boek 4 BW of ergens anders
in de wet moet er een uiterste wilsbeschikking op staan, maar de obv komen we nergens
meer tegen. Als je iets maken in strijd met het gesloten stelsel, is dan nietig. Dus alle obv’s die
gemaakt zijn en in kluizen liggen zouden nietig zijn. De harde kantjes van de onmiddellijke
werking worden ervan afgehaald door het algemene overgangsrecht.
In art. 79, 80 en 81 Ow is iets gezegd over vernietigbaar, nietigheden en geldigheden  in
samenhang met art. 127 Ow: alles wat geldig was onder oud recht, blijft geldig.

DUS: je kunt de obv niet meer maken maar wat geldig was blijft geldig.


2

,Verboden beschikkingen
Een ander voorbeeld: leerstuk van de verboden beschikkingen (art. 4:57 e.v. BW). Deze zijn niet echt
verboden en vaak geldig, maar soms zijn ze vernietigbaar. Onder oud recht waren deze bepalingen
nietig. Op 1-1-2003 werd het opeens vernietigbaar. Met deze artikelen geldt: alles wat geldig was,
blijft geldig maar voor het overige gelden de nieuwe sancties. Dus als het nietig was, kan het geldig
worden. Dit is dus een verzachting.

Hoe benoem ik een executeur? Kan dit na het overlijden nog? Dit kan niet, die moet bij uiterste
wilsbeschikking worden benoemd. Een notarieel testament kon vroeger bij codicil een executeur
benoemen. Dit kon vroeger wel, maar dit zou nu nietig zijn.

Bijzonder overgangsrecht
Het algemene overgangsrecht uit de oudheid heeft de functie onmiddellijke werking maar met een
verzachting. Dit is bijzonder overgangsrecht (art. 125 Ow). Je moet dus ook altijd kijken naar het
bijzondere overgangsrecht, titel 5. Er zijn een aantal punten die de wetgever heeft voorzien. Een
vraag die bijv. kan opkomen: onder oud recht en oud testament is een executeur benoemd. Het
codicil blijft geldig, o.g.v. het algemene overgangsrecht. Vervolgens komt de vraag op wat zijn de
bevoegdheden van de executeur? Zijn dat de nieuwe of de oude bevoegdheden? De hoofregel is
onmiddellijke werking. Dus als je hier zou stoppen, zou je zeggen: altijd de nieuwe bevoegdheden.
Zie art. 133 Ow  een oude executeur krijgt nieuwe bevoegdheden en wordt een beheersexecuteur.
Dit is het standaardpakket. Maar dan moet hem wel in het verleden het bezit van de nalatenschap
zijn toegekend. Dan wordt her hiermee een beheersexecuteur. Als dit niet zo is, dan wordt het een
executeur met 1 ster die niks kan. Dus eerst aan de slag met het algemene en vervolgens kijken of er
geen bijzondere regeling is.

Art. 139 Ow  gaat over inbreng van schenkingen. Inbreng is een regel die hoort bij verdeling van de
nalatenschap. Schenkingen kunnen gezien worden als een voorschot op het erfdeel. Schenkingen aan
kinderen waren vroeger aan inbreng onderhevig, maar nu is de regel geen inbreng tenzij bepaald. Dit
is dus een bijz. regel van overgangsrecht. Waar dus niks bepaald is zijn aan inbreng onderhevig voor
2003 en daarna niet.
 Op het mondeling: ‘dan zou ik even de bijzondere bepalingen moeten nalopen’.

A maakt een klein testament en benoemd B en C ieder voor de helft als erfgenaam. C heeft twee
kinderen D en E, kort en krachtig. Meer stond er niet in. Als A overlijdt is C al vooroverleden. Wie erft
de nalatenschap? Alleen B, want er is een testament gemaakt en in het testamentaire erfrecht
hebben we GEEN plaatsvervulling!!! In het gemiddelde testament in NL staat: ‘ook de regels van
plaatsvervulling zijn van overeenkomstige toepassing’. Dit is een subsidiaire erfstelling. Nu gelden de
regels van aanwas van art. 4:48 BW. Als er een plaatsvervulling clausule is dan gelden deze ook niet.

De testamenten worden meestal anders opgezet. C leeft ook nog gewoon op het moment van
overlijden van A. Wie erven dan? B en C. C denkt: ik erf een hele hoop en ik was net lekker bezig van
het overhevelen van vermogen aan de volgende generatie en nu kan ik weer opnieuw beginnen met
overhevelen. C denkt: had A mij maar overgedragen (‘generation skipping’). Dan betaal je maar 1 x
erfbelasting, wel meer want kleinkinderen betalen hoger percentage.
Wat zou nog een tool kunnen zijn? C kan verwerpen en de regels van plaatsvervulling zijn van
overeenkomstige toepassing. Dan gaan we kijken naar art. 4:12 BW. In dit artikel staat dat ook bij
verwerping plaatsvervulling is. Dus hij slaat zich als het ware zelf over dan.
 MAAR dit gaat fout. Het testament is opgemaakt in 1990. Dan zit je in de sferen van destijds. Daar
staat dus dat de regels van plaatsvervulling van toepassing zijn, maar je moet de code kraken met art.
4:12 BW maar die was er in 1990 nog niet!!! er was wel een plaatsvervullingsregels: vindt alleen maar
plaats t.b.v. personen die zijn vooroverleden. Dus in het testament staat: ik benoem B en C tot mijn


3

, erfgenamen en als B of C voor overlijdt, dan benoemd ik D en E. Voor verwerping is geen oplossing
gegeven. Dus als C verwerpt dan wast het deel van aan bij B, maar dat was niet de bedoeling.

Uitleg van art. 4:46 BW
De laatste is de uitleg van de uiterste wilsbeschikking (art. 4:46 BW). A heeft iets gewild en dit is niet
veranderd door de invoering van het nieuwe erfrecht. Wat heeft A willen weggeven aan wie? Je
moet het testament uitleggen naar de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt. De
notaris had wel in testament kunnen zetten: B en C erfgenamen en als B of C is vooroverleden dan
worden D en E tot erfgenamen benoemd. Er is nu een begrip gebruikt dat onder het oude recht een
andere lading heeft dan onder het nieuwe recht, dus dan moet je dat begrip uitleggen naar de
inhoud van destijds.
Dit is eigenlijk geen overgangsrecht, maar wel belangrijk. Dus kijken door de bril van destijds.

Stel A overlijdt, heeft geen vader en moeder meer, maar er is nog wel een oma en opa en een tante
X. Hoe vererft de nalatenschap? Er is geen testament, geen groep a en b. We zitten in groep c. Hoe zit
het met X? Opa en oma Q, W en V krijgen 1/4 e. X krijgt ook 1/4e. Onder oud recht ging dit anders: Q
1/2e en W en V 1/4e.

Stel A komt in 1990 op notariskantoor en wil Greenpeace 100.000 gulden geven. Dit gebeurt d.m.v.
een legaat. Wie moeten dan de erfgenamen zijn? Notaris schrijft op: ik bevestig de wettelijke
erfopvolging. A komt te overlijden in 2026. Dan is de vraag: is dit de erfopvolging van nu dus allemaal
1/4e of de wettelijke erfopvolging van destijds? In dit geval is ook weer een begrip gebruikt, dus dit
wordt dan ½ en ¼ en ¼. We gaan niet de wil veranderen door enkel het feit dat het erfrecht is
veranderd.
De notaris hoeft niet in het testament te schrijven, wat al in de wet staat. In het testament zijn alleen
de erfdelen bepaald. Volgens de minister was hier niks uit te leggen, maar volgens Schols kom je wel
uit in het oude recht.

Filmpje  gaat ook over de uitleg van art. 4:46 BW. A overlijdt en B en C. In testament van A,
opgemaakt in 1980, staat: ik stel C in de legitieme. Dit is een veelvoorkomende beschikking. A kwam
bij de notaris en sommige A’s wilden C onterven. Maar als kind beroep doet op de l.p. dan werd het
kind alsnog erfgenaam voor de legitieme breuk. Die breuk was vroeger anders. Vroeger was het de
helft, 2/3 of ¾ van afhankelijk van het aantal kinderen.
A zette dus in testament: ik stel C in de legitieme. De nalatenschap valt open onder het huidige recht,
dan is er weer een term gebruikt in de legitieme. We hebben onmiddellijke werking, dus als we over
de legitieme zouden praten is dat de nieuwe legitieme. Maar hier is iets anders aan de orde, want
wat heeft A aan C willen geven? Wat heeft A weg willen geven? Niks, ¼ of een erfdeel van 1/3? Ook
hier zegt de minister weer dat we dit moeten uitleggen door de bril van destijds. Dit zou ook
betekenen dat C voor 1/3e gedeelte erfgenaam is. Dit is het startpunt. In het testament uit 1980: ik
stel C in de legitieme en een last opleggen om een standbeeld op te richten. Dan lees je dit door de
bril van 1980: benoeming van C voor 1/3e erfgenaam onder een last.
Wat zou C kunnen doen als het overlijden is in 2025? Hij is ook legitimaris en legitieme heeft
onmiddellijke werking. Als je verkrijgt onder een last als legitimaris, wat kun je dan doen? Of onder
een bewind of onder een voorwaarde? De term inferieure verkrijging: je kunt dan verwerpen, de
contantenverklaring afleggen. Dan krijgt C 1/4e. Hij is neergezet voor het oude breukdeel. Als hij gaat
voor de contante verklaring van art. 4:63 en volledig voor legitieme, dan krijgt hij de nieuwe
legitieme, gelet op de onmiddellijke werking. Heeft eigenlijk niks met overgangsrecht te maken, is
gewoon nieuwe legitieme.

 Het vertrekpunt is: wat heeft A willen weggeven aan C? Hier is het oude recht voor van belang.



4

Document information

Study
Uploaded on
September 10, 2026
Number of pages
79
Written in
2025/2026
Type
Class notes
Professor(s)
F. schols
Contains
All classes
$10.02

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
10
Followers
0
Items
18
Last sold
2 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions