Mediaeco 2026
1 NO BUSINESS LIKE THE MEDIA BUSINESS
AFBAKENING MEDIA
Comwet onstaan dmv effectenonderzoeken, niet uit economisch zicht
Media= laatkomertje
AFBAKENING ECONOMIE
Vraag en aanbod => interactie zorgt vr de prijs
‘economie is wetenschap van schaarste’,
schaarse middelen inzetten om zo efficiënt
mogelijk meeste return te bekomen
4 schaarste middelen
-Personeel/ arbeid: creatief & zakelijk talent
‘people business’
-Grondstoffen: materiaal of immaterieel
-Land
-Kapitaal: via eigenaars, investeerders/beursgang
Contradicite:
-Media-eco ook gekenmerkt door overvloed
-Gigantische toename aan aanbod (platformen & content)
-> Toch schaarste, niet overvloed, creeërt eco waarde
-Niet langer technische schaarste, wel kunstmatige schaarste (strategieën v
bedrijven)
-MAAR: tijd consument blijft schaars. -> Moeten aandacht/tijd van consument
winnen om eco waarde te creeëren
AFBAKENING MEDIA-ECONOMIE
-Combinatie van mediastudies/economie
-Toepassen v eco theorieën, concepten en principes -> werking v media-
industrie/bedrijven/producten te verklaren
-Begrijpen welke invloed financieel-economische krachten/structuren op media-
industrie/bedrijven/producten uitoefenen
-Sterk gelinkt aan pol eco vd communicatie
-> Media als ruilwaarde: niet altijd met geld, ook aandacht
MACRO VS MICRO ECO
Macro Micro
Gehele economische omgeving Vraag & aanbod tussen individuele
--> Nationale, Europese, wereldeco actoren
Consumenten, bedrijven, markten
Mediaeco vooral micro gericht
Macro is meer import, export, crisissen, eco groei, …
1
, Mediaeco 2026
WAAROM (MEDIA)BEDRIJVEN BESTAAN
VERSCHILLENDE TYPES ONDERNEMINGEN
-Functies (rollen): producent -aggregator – distributeur
-Omvang: groot en klein, lokaal en internationaal
-Eigendom: beursgenoteerd; familie-eigendom?
1.WINSTMAXIMALISATIE/ NEOKLASSIEKE THEORIE
-Streeft naar winstmaximalisatie
-Bedrijf zet middelen efficiënt in (kosten & batenanalyse) -Rationele keuzes ->
opportuniteitkost
= wat je laat liggen door iets anders te doen
-Overheid mag zich niet bemoeien, enkel bij marktfalen
KRITIEK:
-Niet elk mediabedrijf streeft naar zoveel mogelijk winst maken
-Overheid om negatieve uikomst markt te remediëren
-> in media is de overheid wel van toepassing (teveel reclame)
-Niet elk mediaberijf is gelijk
2.TRANSACTIEKOSTEN/ TRANSACTIEKOSTENTHEORIE
-Bedrijven als alternatief voor de markt
-Marktcontracten: productie per productie
-Losse arbeidscontracten voor specifieke opdracht
-> TRANSACTIEKOST (onderhandeling)
-Centrale organisatie als subsituut vr markt (seriële producties)
-Langdurige arbeidscontracten in hiërarchisch verband
-> COÖRDINATIEKOSTEN (management)
-Bedrijf als coördinatiekosten < transactiekosten
-> speelt vaak een rol bij overnames in media
=> Voor dagelijkse uitzendingen is een transactiekost niet mogelijk ->
coördinatie
3.TEGENGESTELDE BELANGEN/ AGECYTHEORIE
-Relatie tussen eigenaars en managers
-Tegenstrijdige belangen (principaal-agent probleem) en conflict
Eigenaars: winstmaximalisering
Manager: eigen agenda, loon, aanzien
-Incentives om belangen gelijk te schakelen (prestatiecontract)
-Verschuiving eigendomsstructurr in media
Vroeger: Familiale bedrijven
NU: eigennaar is niet altijd manager
2
, Mediaeco 2026
MEDIABEDRIJVEN ZIJN GEEN KOEKJESFABRIEKEN
1.CULTUREEL GOED & DEMOCRATISCHE FUNCITIE
-Vaak symbolische inhoud: creatief, esthetisch, maatschappelijke waarde
-Niet altijd commercieel
-VB: FC de kampioenen, nieuws (waakhond vd democratie)
2.PUBLIEK BELANG
-Bepaalde programma’s zouden niet bestaand als ze enkel gebaseerd waren op
winst
VB: nieuws (is niet echt winstgevend), CANVAS, = subsidies (voor
cultuur/educatieve zaken)
3.PUBLIEK GOED
1. Niet rivaliserend: iederee kan hetzelfde consumeren
2. Ni uitsluitbaar: mensen die niet betalen kunnen nog steeds aan de media
geraken
-> Maar we moeten steeds meer betalen voor media
=> evolueren nr een clubgoed, waar je wel mensen kan uitsluiten
VB: radio, vrt, internet
4.INDIRECTE PRIJSRELATIE
-Tweevoudige marktmodel
1. Is verkocht aan jou als consument
2. Verkopen een deel van hun ruimte/tijd aan adverteerders => reclames = winst
5.AANDACHT
-Wij spenderen heel veel tijd aan media
-Bedrijven willen die aandacht op hun
6.ERVARINGSGOED
-Kwaliteit moet je ervaren -> daarna beoordelen
-Eerst consumeren vooraleer je je kwaliteit kan oordelen
7.RISICOVOL
-Succes is niet te voorspellen
-Aanbod is er wel maar de vraag is onzeker (=nobody really knows principe)
8.NIET-FYSIEK
-Digitale distributie heel makkelijk en kost weinig
->Kwetsbaar voor digitale piraterij
3
, Mediaeco 2026
9. APARTE KOSTENSTRUCTUUR
-Media om te maken kost wel duur
-Vaste kosten:constant -> Maar verkleint zich bij elke nieuwe kijker = 1 ste
examplaar duur
-Marginale kost: lage kost = de kopiëen
Zie hs 3
10. MINDER CONCURRENTIE
-Door monopolies of oligopolies
-> Andere sectoren buiten de media hebben veel meer concurrentie
4
1 NO BUSINESS LIKE THE MEDIA BUSINESS
AFBAKENING MEDIA
Comwet onstaan dmv effectenonderzoeken, niet uit economisch zicht
Media= laatkomertje
AFBAKENING ECONOMIE
Vraag en aanbod => interactie zorgt vr de prijs
‘economie is wetenschap van schaarste’,
schaarse middelen inzetten om zo efficiënt
mogelijk meeste return te bekomen
4 schaarste middelen
-Personeel/ arbeid: creatief & zakelijk talent
‘people business’
-Grondstoffen: materiaal of immaterieel
-Land
-Kapitaal: via eigenaars, investeerders/beursgang
Contradicite:
-Media-eco ook gekenmerkt door overvloed
-Gigantische toename aan aanbod (platformen & content)
-> Toch schaarste, niet overvloed, creeërt eco waarde
-Niet langer technische schaarste, wel kunstmatige schaarste (strategieën v
bedrijven)
-MAAR: tijd consument blijft schaars. -> Moeten aandacht/tijd van consument
winnen om eco waarde te creeëren
AFBAKENING MEDIA-ECONOMIE
-Combinatie van mediastudies/economie
-Toepassen v eco theorieën, concepten en principes -> werking v media-
industrie/bedrijven/producten te verklaren
-Begrijpen welke invloed financieel-economische krachten/structuren op media-
industrie/bedrijven/producten uitoefenen
-Sterk gelinkt aan pol eco vd communicatie
-> Media als ruilwaarde: niet altijd met geld, ook aandacht
MACRO VS MICRO ECO
Macro Micro
Gehele economische omgeving Vraag & aanbod tussen individuele
--> Nationale, Europese, wereldeco actoren
Consumenten, bedrijven, markten
Mediaeco vooral micro gericht
Macro is meer import, export, crisissen, eco groei, …
1
, Mediaeco 2026
WAAROM (MEDIA)BEDRIJVEN BESTAAN
VERSCHILLENDE TYPES ONDERNEMINGEN
-Functies (rollen): producent -aggregator – distributeur
-Omvang: groot en klein, lokaal en internationaal
-Eigendom: beursgenoteerd; familie-eigendom?
1.WINSTMAXIMALISATIE/ NEOKLASSIEKE THEORIE
-Streeft naar winstmaximalisatie
-Bedrijf zet middelen efficiënt in (kosten & batenanalyse) -Rationele keuzes ->
opportuniteitkost
= wat je laat liggen door iets anders te doen
-Overheid mag zich niet bemoeien, enkel bij marktfalen
KRITIEK:
-Niet elk mediabedrijf streeft naar zoveel mogelijk winst maken
-Overheid om negatieve uikomst markt te remediëren
-> in media is de overheid wel van toepassing (teveel reclame)
-Niet elk mediaberijf is gelijk
2.TRANSACTIEKOSTEN/ TRANSACTIEKOSTENTHEORIE
-Bedrijven als alternatief voor de markt
-Marktcontracten: productie per productie
-Losse arbeidscontracten voor specifieke opdracht
-> TRANSACTIEKOST (onderhandeling)
-Centrale organisatie als subsituut vr markt (seriële producties)
-Langdurige arbeidscontracten in hiërarchisch verband
-> COÖRDINATIEKOSTEN (management)
-Bedrijf als coördinatiekosten < transactiekosten
-> speelt vaak een rol bij overnames in media
=> Voor dagelijkse uitzendingen is een transactiekost niet mogelijk ->
coördinatie
3.TEGENGESTELDE BELANGEN/ AGECYTHEORIE
-Relatie tussen eigenaars en managers
-Tegenstrijdige belangen (principaal-agent probleem) en conflict
Eigenaars: winstmaximalisering
Manager: eigen agenda, loon, aanzien
-Incentives om belangen gelijk te schakelen (prestatiecontract)
-Verschuiving eigendomsstructurr in media
Vroeger: Familiale bedrijven
NU: eigennaar is niet altijd manager
2
, Mediaeco 2026
MEDIABEDRIJVEN ZIJN GEEN KOEKJESFABRIEKEN
1.CULTUREEL GOED & DEMOCRATISCHE FUNCITIE
-Vaak symbolische inhoud: creatief, esthetisch, maatschappelijke waarde
-Niet altijd commercieel
-VB: FC de kampioenen, nieuws (waakhond vd democratie)
2.PUBLIEK BELANG
-Bepaalde programma’s zouden niet bestaand als ze enkel gebaseerd waren op
winst
VB: nieuws (is niet echt winstgevend), CANVAS, = subsidies (voor
cultuur/educatieve zaken)
3.PUBLIEK GOED
1. Niet rivaliserend: iederee kan hetzelfde consumeren
2. Ni uitsluitbaar: mensen die niet betalen kunnen nog steeds aan de media
geraken
-> Maar we moeten steeds meer betalen voor media
=> evolueren nr een clubgoed, waar je wel mensen kan uitsluiten
VB: radio, vrt, internet
4.INDIRECTE PRIJSRELATIE
-Tweevoudige marktmodel
1. Is verkocht aan jou als consument
2. Verkopen een deel van hun ruimte/tijd aan adverteerders => reclames = winst
5.AANDACHT
-Wij spenderen heel veel tijd aan media
-Bedrijven willen die aandacht op hun
6.ERVARINGSGOED
-Kwaliteit moet je ervaren -> daarna beoordelen
-Eerst consumeren vooraleer je je kwaliteit kan oordelen
7.RISICOVOL
-Succes is niet te voorspellen
-Aanbod is er wel maar de vraag is onzeker (=nobody really knows principe)
8.NIET-FYSIEK
-Digitale distributie heel makkelijk en kost weinig
->Kwetsbaar voor digitale piraterij
3
, Mediaeco 2026
9. APARTE KOSTENSTRUCTUUR
-Media om te maken kost wel duur
-Vaste kosten:constant -> Maar verkleint zich bij elke nieuwe kijker = 1 ste
examplaar duur
-Marginale kost: lage kost = de kopiëen
Zie hs 3
10. MINDER CONCURRENTIE
-Door monopolies of oligopolies
-> Andere sectoren buiten de media hebben veel meer concurrentie
4