Methodologie 2026
DEEL 1: ALGEMEEN BASISBEGRIPPEN
1 WAAROM SOCIAALWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK?
1 INLEIDING
Alomtegenwoordig in het dagelijks leven
Methodologie: verwijst naar de wijze waarop het hele proces van
wetenschapsbeoefening functioneert, en houdt dus niet alleen de kennis en
beheersin van methoden en technieken in
2 DE WETENSCHAPPELIJKE AANPAK
2.1 WETENSCHAP: EEN SPECIFIEKE BENADERING
->Gebaseerd op het toepassen van regels en procedures die de kwaliteit en het
waarheidsgehalte van die inzichten maximaliseren
Methodologie: het hele proces van wetenschapsbeoefening
Methoden: het geheel van specifieke technieken die je in wetenschappelijk
onderzoek gebruikt om onderzoekseenheden te selecteren, er gegevens over te
verzamelen, die gegevens te analyseren en de resultaten te rapporteren
2.2 ALTERNATIEVE BRONNEN VAN KENNIS OVER DE WERKELIJKHEID
Persoonlijke ervaringen:
-Neiging om te overgeneraliseren
-Selectieve observatie: het feit dat je speciaal gaat letten op bepaalde
mensen/situaties en van daaruit veralgemeningen maakt
Media:
-Informatie zonder wetenschappelijk statuut/valse info
-Heel selevtieve berichtgeving
1
, Methodologie 2026
2
, Methodologie 2026
2 BOUWSTENEN EN SOORTEN SOCIAALWETENSCHAPPELIJK
ONDERZOEK
INLEIDING/BEGRIPPEN
Doel: theoretische kennis op bouwen over de samenleving
Kennissystemen: mediaberichtgeving, persoonlijke ervaring
Wetenschappelijke kennis: Voortdurende wisselwerking tss theorie en empirie
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: Productie v geldige & betrouwbare
kennis over de sociale realiteit dr het combineren v theorie & empirie, waarbij
methodologische principes rigoureus w toegepast
-BOUWSTENEN-
1 THEORIE VS EMPERIE
Ideeën vs observaties
Theorie= een verhaal dat verklaart hoe de wereld rond ons in elkaar zit/ geheel
van samenhangende uitspraken die bepaalde fenomeen beschrijven of verklaren
2 basisblokken
1 Concept: (abstract)= label om fenomenen te categoriseren (bv stress
waarnemen)
2 Propositie= veronderstelde relaties tssn concepten
-> theorieën bevatten stellingen over hoe concepten met elkaar gerelateerd zijn
VOORWAARDEN:
-Logisch consistent: geheel v relatie tssn concepten, ze spreken elkaar ni tegen
-Verklaringskracht
- veralgemeenbaarheid
-Spaarzaam: hoe minder concepten/pr opositie hoe beter
-Empirisch toetsbaar: verifieerbaarheid (observeerbaar) & falsifieerbaar
(inbeelding)
SOORTEN THEORIE
Formele theorie (vb rational choice theory, veldtheorie)
->Vanuit vormelijke basisprincipes
=> eerst economisch, daarna op alle aspecten vh leven
Grand theories, Mills (vb: structureel functionalisme)
-> Probeert sociale fenomenen in 1 abstract conceptueel kader te zette,
waar concepten belangrijker zijn dan het begrijpen£
-> hoge abstractieniveau
= alle aspecten vh menselijk handelen duiden
3
, Methodologie 2026
Middle range theories, Merton
-> domeinspecifiek
=> makkelijk om hypothese uit af te leiden
THEORETISCHE INSTEEK
1 Organisatieklimaat
-Cognitief: mate v betrokkenheid bij organisatie
-Instrumenteel: mate v betrokkenheid bij werking
-Affectief: interpersoonlijke relaties collega’s
2 SW theorie Karasek: Job demand-control model (JDC-S model)
-> verklaard waarom sommige jobs tot meer stress leiden
1 Demands: job-eisen
2 Control: mate v job-autonomie
3 Support: sociale steun
4 Cases:
=> werkdruk x en autonomie y
-> naarmate de werkdruk hoger en minder autonomie, hoe meer stress
Empirie (het ervaren van de wereld door waarnemingen)
-> onderzoeken & observaties
1 Gestandaardiseerde procedures: kwalitatieve metingen (surveyonderzoek)
2 Constructivistische traditie: subjectiviteit v observaties centraal (diepte-
interview)
2 INDUCTIE VS DEDUCTIE
-> theorie en empirie zijn hierdoor verbonden
Deductie (theorie -> empirie)
= vh algemene nr het specifieke
=> hypothese
Inductie (empirie -> theorie)
-> obv vh specifieke proberen we naar het algemene te gaan
-Afleiden en toetsen v hypothese
4
DEEL 1: ALGEMEEN BASISBEGRIPPEN
1 WAAROM SOCIAALWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK?
1 INLEIDING
Alomtegenwoordig in het dagelijks leven
Methodologie: verwijst naar de wijze waarop het hele proces van
wetenschapsbeoefening functioneert, en houdt dus niet alleen de kennis en
beheersin van methoden en technieken in
2 DE WETENSCHAPPELIJKE AANPAK
2.1 WETENSCHAP: EEN SPECIFIEKE BENADERING
->Gebaseerd op het toepassen van regels en procedures die de kwaliteit en het
waarheidsgehalte van die inzichten maximaliseren
Methodologie: het hele proces van wetenschapsbeoefening
Methoden: het geheel van specifieke technieken die je in wetenschappelijk
onderzoek gebruikt om onderzoekseenheden te selecteren, er gegevens over te
verzamelen, die gegevens te analyseren en de resultaten te rapporteren
2.2 ALTERNATIEVE BRONNEN VAN KENNIS OVER DE WERKELIJKHEID
Persoonlijke ervaringen:
-Neiging om te overgeneraliseren
-Selectieve observatie: het feit dat je speciaal gaat letten op bepaalde
mensen/situaties en van daaruit veralgemeningen maakt
Media:
-Informatie zonder wetenschappelijk statuut/valse info
-Heel selevtieve berichtgeving
1
, Methodologie 2026
2
, Methodologie 2026
2 BOUWSTENEN EN SOORTEN SOCIAALWETENSCHAPPELIJK
ONDERZOEK
INLEIDING/BEGRIPPEN
Doel: theoretische kennis op bouwen over de samenleving
Kennissystemen: mediaberichtgeving, persoonlijke ervaring
Wetenschappelijke kennis: Voortdurende wisselwerking tss theorie en empirie
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: Productie v geldige & betrouwbare
kennis over de sociale realiteit dr het combineren v theorie & empirie, waarbij
methodologische principes rigoureus w toegepast
-BOUWSTENEN-
1 THEORIE VS EMPERIE
Ideeën vs observaties
Theorie= een verhaal dat verklaart hoe de wereld rond ons in elkaar zit/ geheel
van samenhangende uitspraken die bepaalde fenomeen beschrijven of verklaren
2 basisblokken
1 Concept: (abstract)= label om fenomenen te categoriseren (bv stress
waarnemen)
2 Propositie= veronderstelde relaties tssn concepten
-> theorieën bevatten stellingen over hoe concepten met elkaar gerelateerd zijn
VOORWAARDEN:
-Logisch consistent: geheel v relatie tssn concepten, ze spreken elkaar ni tegen
-Verklaringskracht
- veralgemeenbaarheid
-Spaarzaam: hoe minder concepten/pr opositie hoe beter
-Empirisch toetsbaar: verifieerbaarheid (observeerbaar) & falsifieerbaar
(inbeelding)
SOORTEN THEORIE
Formele theorie (vb rational choice theory, veldtheorie)
->Vanuit vormelijke basisprincipes
=> eerst economisch, daarna op alle aspecten vh leven
Grand theories, Mills (vb: structureel functionalisme)
-> Probeert sociale fenomenen in 1 abstract conceptueel kader te zette,
waar concepten belangrijker zijn dan het begrijpen£
-> hoge abstractieniveau
= alle aspecten vh menselijk handelen duiden
3
, Methodologie 2026
Middle range theories, Merton
-> domeinspecifiek
=> makkelijk om hypothese uit af te leiden
THEORETISCHE INSTEEK
1 Organisatieklimaat
-Cognitief: mate v betrokkenheid bij organisatie
-Instrumenteel: mate v betrokkenheid bij werking
-Affectief: interpersoonlijke relaties collega’s
2 SW theorie Karasek: Job demand-control model (JDC-S model)
-> verklaard waarom sommige jobs tot meer stress leiden
1 Demands: job-eisen
2 Control: mate v job-autonomie
3 Support: sociale steun
4 Cases:
=> werkdruk x en autonomie y
-> naarmate de werkdruk hoger en minder autonomie, hoe meer stress
Empirie (het ervaren van de wereld door waarnemingen)
-> onderzoeken & observaties
1 Gestandaardiseerde procedures: kwalitatieve metingen (surveyonderzoek)
2 Constructivistische traditie: subjectiviteit v observaties centraal (diepte-
interview)
2 INDUCTIE VS DEDUCTIE
-> theorie en empirie zijn hierdoor verbonden
Deductie (theorie -> empirie)
= vh algemene nr het specifieke
=> hypothese
Inductie (empirie -> theorie)
-> obv vh specifieke proberen we naar het algemene te gaan
-Afleiden en toetsen v hypothese
4