Kindermishandeling
Opdracht 1
Eleanor en Finn zijn juridisch ouders met gezag van de tweeling Elsa en Anna. Ze willen graag
ondersteuning bij de opvoeding en vragen zich af waar ze daarvoor terecht kunnen.
a) Waar kunnen E en F hulp vragen voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen?
Dit kan via een hulpvraag bij een wijk-of buurtteam of bij het Centrum voor Jeugd en Gezin in
hun gemeente. Deze hulp heet jeugdhulp en staat in art. 1.1 Jeugdwet omschreven. Als E en
F onder de jeugdhulp vallen, dan heeft de gemeente de jeugdhulpplicht volgens art. 2.3 lid 1
Jw.
Gemeente waar je woont -> plicht om jou te helpen voor zover jij het niet meer kan.
Een andere manier is via een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
volgens art. 2.6 lid 1 sub e Jw.
b) Wie is financieel verantwoordelijk voor het treffen van jeugdzorghulpvoorzieningen? Wie
is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk leveren van de hulpverlening aan dit gezin.
De gemeente waar de jeugdige voorafgaand aan de zorg staat ingeschreven is financieel
verantwoordelijk volgens art. 2.3 lid 1 Jw. Hierbij geldt het woonplaatsbeginsel volgens art.
1.1 lid 1 Jw: gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de basisregistratie. Dit
is de gemeente Maastricht. Ook is de jeugdhulpaanbieder verantwoordelijk voor het leveren
van ambulante hulpverlening. In art. 1.1 Jw staat de definitie van jeugdhulpaanbieder.
Waar je als jeugdige bent ingeschreven, die gemeente is verantwoordelijk.
Gemeente koopt jeugdhulp in; jeugdhulpaanbieder is verantwoordelijk voor leveren
ambulante hulpverlening.
Opdracht 2
Mark is alleenstaande vader van Mees. Hij kan moeilijk voor Mees zorgen en klopt aan bij de
huisarts voor zijn klachten.
a) Wat wordt er van de huisarts verwacht in deze situatie?
Opvallend is dat Mark voor zichzelf komt en niet voor Mees. De huisarts moet niet alleen
handelen naar de hulpvraag van Mark, maar ook naar het idee van de Mees. De huisarts
moet dus de KNMG meldcode volgen:
Art. 2 KNMG meldcode onder de kindercheck. Deze wordt uitgevoerd bij patiënten
die verkeren in een dusdanige lichamelijke of geestelijke conditie of in dusdanige
omstandigheden verkeren, dat zij een risico kunnen vormen voor de veiligheid of de
ontwikkeling van de kinderen die van hen afhankelijk zijn. Het is de professionele
inschatting van de individuele arts om te besluiten in welke gevallen een kindcheck
noodzakelijk is. De vraag is dus of de lichamelijke/geestelijke conditie van Mark een
risico vormt voor de veiligheid of ontwikkeling van Mees.