• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 28 pages
Summary

Samenvatting Sociologie (Ultee, Arts, Flap)

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 28 pages

Samenvatting van de verplichte hoofdstukken uit het Sociologieboek van Ultee, Arts en Flap. Met deze samenvatting het tentamen gehaald met een 8.

Content preview

Week 1 (H1 H2) Inleiding


H1 Spelregels voor sociologen

Sociologie: een probleemgerichte discipline
Sociologie is een probleemgerichte discipline die tegelijkertijd theoretisch en empirisch is.
Theoretisch betekent met behulp van algemene beginselen verklaard en voorspeld,
empirisch betekent dat wordt nagegaan in hoeverre deze beginselen met de werkelijkheid
sporen en waarnemingen leiden tot aanvaarden of verwerpen van theorieën. De sociologie
is probleemgericht, omdat sociologisch onderzoek wordt begonnen nadat een sociologische
vraag is opgeworpen. De sociologische regels bestaan uit de PTO structuur. Stel een
probleem, formuleer een theorie en verricht onderzoek. Bij het onderzoek komen altijd weer
andere problemen aan het licht waarvoor een oplossing gevonden moet worden.

De drie hoofdvragen van de sociologie
Het ongelijkheidsprobleem, het cohesieprobleem en het rationaliseringsprobleem. Het
ongelijkheidsprobleem houdt zich bezig met ongelijkheden tussen leden van een
samenleving, inkomensongelijkheid. Samenlevingen zijn vaak gelaagd, daarom wordt het
probleem ook stratificatieproblematiek genoemd. Maar de overgangen kunnen ook
vloeiend zijn. Het cohesieprobleem betreft de mate van samenhang in samenlevingen. Ze
kunnen hecht zijn maar ook los van elkaar zij. In hoeverre gaan mensen op een vreedzame
wijze met elkaar om. Geringe samenhang blijkt onder meer uit geweld, daarom wordt het
ook wel ordeprobleem genoemd. Het rationaliseringsprobleem heeft betrekking op de mate
waarin rationaliseringsprocessen zich in de samenleving voltrekken, zoals techniek en
wetenschap. Wat zijn de verschillen in de werelddelen? Het wordt ook wel
moderniseringsprobleem genoemd.

Problemen en theorieën
Er zijn verklaringsproblemen in de sociologie, sociologische problemen die opgelost moeten
worden. Maar er zijn ook beschrijvings- en toetsingsproblemen. Vaak wordt er begonnen met
een beschrijvingsvraag, daarna een trendvraag, vergelijkingsvraag, verklaringsvraag en
toetsingsvraag. Het antwoord op de verklaringsvraag bestaat uit een theorie. Een theorie is
een gedachteconstructie waarmee wordt getracht verschijnselen te verklaren. De verklaring
is een afleiding van bijzondere uitspraken die een verschijnsel beschrijven uit een aantal
andere uitspraken.

W – wetmatigheden, algemene uitspraken
C – bijkomende veronderstelling
E – kan worden afgeleid uit bovenstaande.

„‟Als C zich voordoet, kan door wetmatigheid W, niet uitblijven dat E zich voordoet.‟‟ Als de
uitspraak in de loop van vele jaren bekrachtigd blijft door ervaringsgegevens, heet het een
wet. Als dat niet het geval is blijft het een hypothese. Hypothesen vormen een deductief
systeem, de lagere stellingen zijn afgeleid uit de hogere beginselen.

Verrichten van onderzoek
Om te zien of sociologische theorieën en verklaringen kloppen moeten ze onderzocht
worden. De sociale verschijnselen moeten zo vastgelegd worden dat ze iets zeggen over de
houdbaarheid van de theorie. Er moeten concrete voorspellingen uit abstracte theorieën
gehaald worden en met deze voorspellingen de theorie aan de werkelijkheid toetsen. Ze
worden dan bekrachtigd of gefalsifieerd. Bekrachtiging moet wel reproduceerbaar zijn.
Falsifiëring is vaak een verzwakking van de theorie, de theorie wordt niet gelijk weggegooid.
Soms moeten er zoveel veronderstellingen bijkomen dat de theorie bezwijkt door de
complexiteit. Hoe meer verschijnselen een theorie verklaart, hoe beter. Theorieën en
onderzoek staan niet los van elkaar, theorieën geven richting aan onderzoek omdat ze
vragen oproepen. Onderzoeken geven aanleiding tot theorieontwikkeling doordat ze
nieuwe vragen opwerpen.

,Sociale en sociologische problemen
Sommige kenmerken van de samenleving zijn door sociologen geproblematiseerd en
daardoor hoofdvraag van de sociologie geworden. Sociale problemen ontstaan als
algemeen gedeelde doeleinden niet worden bereikt door mensen en dat als problematisch
wordt ervaren. Toch zijn er wel bruggen tussen sociale en sociologische problemen. Sociale
problemen kunnen de aanleiding vormen voor sociologische vragen en soms zijn oplossingen
voor sociale problemen te ontlenen aan het antwoorden op sociologische hoofdvragen.
Sociale problemen zijn vaak normatief en praktisch, sociologische problemen beschrijvend
en verklarend. Als een sociologisch probleem is opgelost kan dit ook toegepast worden bij
een praktische kwestie. Politici kunnen als theoretici worden beschouwd, die praktische
problemen oplossen. Eerst moeten er dan experimenten worden gedaan, zoals
doelbereikingsonderzoek, effectrapportage, effectiviteitsonderzoek en evaluatieonderzoek.
Maar toch zijn sociale problemen vooral handelings- en waarderingskwesties en
sociologische vragen zijn logisch argumenteren en empirisch onderzoeken.

H2 Voer voor sociologen: geweld, ondergeschiktheid, welvaart

Het probleem van geweld of orde
Comte bedacht het woord sociologie. Hij versmolt socius (medemens) met logos (leer).
Hobbes was belangrijk voor de sociologie. Hij vroeg zich af onder welke omstandigheden
mensen vreedzaam samenleven; hij dacht dat alle staten een oorlog van allen tegen allen
verhinderden. Alle gebeurtenissen waarop veel mensen werden gedood (WOII, 11-11) samen
vormen het ordeprobleem. Volgens Hobbes hebben mensen aversies en verlangens.
Iedereen vreest dood en verwonding, heeft voedsel en vocht nodig en wil eer, kennis en
rijkdom. Maar waarom sterven mensen dan toch jong door geweld? Mensen ontlopen
toestanden die afkeer wekken maar dat lukt alleen onder de voorwaarde dat er een staat
bestaat. Mensen komen dichter bij hun doelen als ze over meer middelen (eigendom, kennis)
beschikken. Kracht van het lichaam is ook een hulpmiddel, omdat angst voor de dood elk
verlangen overschaduwt, vormt geweld het uiterste dwangmiddel. In de natuurtoestand
waar mensen vrij leefden, waren geen wetten. Toen dit wet opgeheven kwamen die er wel
en ziet de staat toe op naleving ervan. De staat heeft als enige het recht om geweld te
gebruiken. Mensen die leven in een gebied waar geen staat heerst, zijn bereid geweld te
gebruiken. Hobbes veronderstelt ook dat er overal schaarste heerst, in de natuurtoestand
bedreigen mensen elkaar dus. Bewoners van een leefgebied zouden elkaar slecht weinig in
lichaamskracht ontlopen, het verschil is klein. Op elk leefgebied waarover geen staat heerst,
waar zich schaarste voordoet en de mensen ongeveer even sterk zijn „een oorlog van allen
tegen allen‟ woedt en het leven eenzaam, schaars, wreed en kort is. Onder een staat leven
mensen langer en in welstand, ze vermijden dan straf die staten op geweld stellen en worden
zo ouder. Ze gaan eigen arbeid leveren waardoor het levenspeil stijgt. Staten ontstaan op 2
wijzen: mensen beschikken over kennis die ze doet inzien dat de staat te verkiezen is boven
de natuurtoestand. Daarnaast onderwerpen winnaars hun tegenstanders en geven verliezers
hem over. Zo ontstaan groepen die blijven groeien, hun leiders worden staatshoofden.
Hobbes verklaart oorlog tussen staten met het feit dat ze hun grondgebied willen uitbreiden,
net zoals dat burgers hun rijkdom willen uitbreiden.

Locke verbeterde de theorie van Hobbes. Volgens Loche bant een staat geweld niet altijd
uit. Locke vraagt zich af welke omstandigheden onderdrukking en corruptie verkleinen en
daarmee de kans dat inwoners in opstand komen. Zijn hypothese is dat in een staat waar de
persoon die mensen aanklaagt wegens wetsovertreding ook vonnis velt, het staatsgeweld
tegen de onderdanen soms te sterk en soms te zwak is. Het is verleidelijk om ten gunste van
vrienden te handelen in die positie. Als de machten zijn gescheiden, is de kans op misbruik
kleiner. Dit versterkt de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Bentham stelde dat
mensen lusten najagen en lasten vermijden. Ze voeren handelingen uit waarvan de baten
de kosten overtreffen.

, Als mensen kunnen kiezen tussen 2 of meer handelingen, voeren ze die handeling uit
waarvan de lusten het meest de lasten overtreffen.
Het naleven of overtreden van de wetten van een land vormt voor de inwoners van dit land
zo‟n handelingsalternatief.
Als de baten minus kosten van wetsovertreding groter zijn dan de baten minus kosten van
wetsnaleving, overtreden mensen de wetten van een land.
In een land waar zwaarder, langer en sneller wordt gestraft en de pakkans groter is, zijn de
kosten voor een wetsovertreder hoger.
Hoe zwaarder een land straft, hoe sneller het vonnis, hoe langer de straffen er duren en hoe
hoger de kans op veroordeling, des te minder worden de wetten overtreden.

Het probleem van ongelijke verhoudingen en verdelingen
Volgens Hobbes schikken zwakkeren zich onder sterksten. Deze ongelijke verhouding zorgt
ervoor dat schaarse goederen ongelijk verdeeld raken. Ferguson onderscheidt 4 stadia in de
ontwikkeling van maatschappijen. De eerste fase is die van jagen en verzamelen, dan de
fase van vee houden, dan de fase van land bewerken en dan de fase van ambacht en
handel drijven. Staatvorming leidt tot grondbewerking en arbeidsdeling, en grondbewerking
weer op individueel eigendom. Maar hoe ontstonden de gewoonten van eigendom?
Eigendommen raakten niet ongelijk verdeeld omdat sommige mensen meer wilden bezitten
dan andere, maar omdat mensen hun bestaan veilig wilde stellen door voorraden aan te
leggen en sommigen dit beter lukte. Rechten en regelmatigheden zijn volgens Ferguson
geen uitvoering van een ontwerp, maar een onbedoelde uitkomst van menselijk handelen.
Als een voornemens mislukken, stellen mensen die bij of nemen een voorbeeld aan anderen.
Zo stoten ze op algemene oplossingen, die de vorm aanneemt van recht of regelmatigheid.

Millar beperkt zich tot de ondergeschiktheid. Hij deelt de vraag hoe ongelijk de
verhoudingen die er bij gewoonte of wet tussen de leden van een samenleving bestaan in
vieren.
1. De zeggenschap van een man over zijn vrouw
2. De bevoegdheden van een vader ten aanzien van zijn kinderen
3. Het gezag van een vorst over zijn onderdanen
4. De diensten die een meester van zijn personeel mag eisen

Elke verbetering in bestaanswijze (fasen) zwakt iedere vorm van ondergeschikt af. Volgens
Millar is er overal en altijd zoiets al het huwelijk met man als gezinshoofd. Als
bestaansmiddelen meer opbrengen, neemt de onderwerping van vrouwen af en krijgen
vaders minder over hun kroost te zeggen. Maar verbetering in de bestaanswijze doet gezag
van heersers juist toenemen. Van meester tot personeel wordt niet minder naarmate
bestaanswijze verbetert. Uiteindelijk is de kern van Fergusons stuk de ongelijkheid in de
verdeling van schaarse goederen en die van Millar over de ongelijke verdeling van allerlei
diensten.

Het welvaartsprobleem
Volgens Locke bestaat rijkdom uit goud en zilver, als deze stoffen in een land niet worden
gedolven neemt de voorraad van deze metalen pas toe bij overschotten op de
handelsbalans. Volgens Smith echter gaat het beter met een land als er per jaar per hoofd
meer goederen worden vervaardigd. Grotere markten leiden tot meer arbeidsdeling;
arbeidsdeling leidt tot de voortbrenging van eer goederen. Als markten volledig benut zijn, is
de productie optimaal. Waarom verklaart Smith dat arbeidsverdeling samengaat met
hogere productie? Mensen willen beter leven, vervaardigen een enkel goed als ze dat wat
oplevert en ze delen het maken van dit goed op in afzonderlijke handelingen. De goederen
die ze niet gebruiken, ruilen ze tegen goederen die ontbreken. Een hulpbron die daarbij
onmisbaar is, is welbespraaktheid. Waarom is de arbeidsverdeling in sommige landen beter
dan in andere? Arbeidsdeling gaat net zo ver tot de omvang (vraag) van de markt het
toelaat. Hoe meer inwoners, hoe groter de markt van een land en hoe meer ruilmogelijkheid.
Als de ruilmogelijkheden enkel aan bepaalde mensen van de samenleving zijn

Document information

Study
Uploaded on
December 14, 2014
Number of pages
28
Written in
2011/2012
Type
Summary
$5.76

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
MDCM
3.4
(77)
Sold
368
Followers
256
Items
22
Last sold
2 year ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions