GLUCOSEREGULATIE &
ZWANGERSCHAPSFYSIOLOGIE
30 Meerkeuzevragen met uitgebreide toelichting
Onderwerp Glucoseregulatie, Koolhydraatstofwisseling &
Zwangerschapsfysiologie (incl. Diabetes Gravidarum)
Doelgroep HBO / HBO+ (Bachelor- en Masterstudenten Verloskunde,
Verpleegkunde, Klinische Fysiologie)
Aantal Vragen 30 Meerkeuzevragen (Multiple Choice)
Structuur Deel 1: Basis Fysiologie & Biochemie | Deel 2:
Zwangerschapsfysiologie | Deel 3: Pathofysiologie & Screening
Inclusief Volledige antwoordsleutel met diepgaande biochemische en klinische
verklaringen
, Oefentoets: Glucoseregulatie & Zwangerschap (HBO+)
Oefentoets: Glucoseregulatie & Zwangerschapsfysiologie
Beantwoord de onderstaande 30 meerkeuzevragen. Er is telkens één antwoord juist. De
antwoordsleutel met uitgebreide fysiologische en klinische toelichtingen bevindt zich achterin dit
document.
Deel 1: Basis Fysiologie & Biochemie van de Glucosehuishouding
Vraag 1. De pancreas (alvleesklier) speelt een centrale endocriene rol in de glucosehuishouding.
Welke specifieke cellen in de pancreas zijn verantwoordelijk voor de productie van glucagon, en onder
welke omstandigheid wordt de afgifte hiervan primair gestimuleerd?
A. Beta-cellen in de eilandjes van Langerhans; gestimuleerd bij een stijgende bloedglucosespiegel
na een maaltijd.
B. Alfa-cellen in de eilandjes van Langerhans; gestimuleerd bij een dalende of lage
bloedglucosespiegel tijdens vasten.
C. Delta-cellen in de eilandjes van Langerhans; gestimuleerd door een verhoogde toevoer van
aminozuren.
D. F-cellen in de exocriene pancreas; gestimuleerd bij de opname van vetten in het duodenum.
Vraag 2. Glucose kan niet eenvoudig door de lipidendubbellaag van het celmembraan diffunderen.
Welk specifiek transportmechanisme en welk transporteiwit worden in spier- en vetcellen gebruikt
voor de insuline-afhankelijke opname van glucose?
A. Actief transport via SGLT-1, aangedreven door de directe splitsing van ATP.
B. Simpele passieve diffusie door membraankanalen onder invloed van een osmotische gradiënt.
C. Gefaciliteerde diffusie (passief transport) via GLUT-4 transporteiwitten die onder invloed van
insuline naar het celmembraan verplaatsen.
D. Pinocytose, waarbij de celmembraan glucosemoleculen insluit via blaasjesvorming.
Vraag 3. De regulatie van de insulinesecretie door de bèta-cellen in de pancreas is van cruciaal belang.
Welke fysiologische eigenschap karakteriseert de aansturing van deze bèta-cellen?
A. De bèta-cellen staan onder directe hormonale controle van het thyroïdstimulerend hormoon
(TSH) uit de hypofysevoorkwab.
B. De bèta-cellen reageren uitsluitend op neurale stimulatie vanuit de nervus vagus,
onafhankelijk van circulerende bloedwaarden.
C. De bèta-cellen staan onder directe fysiologische invloed van de glucoseconcentratie in het
bloed, zonder tussenkomst van de hypofyse of andere perifere hormoonklieren.
D. De bèta-cellen worden primair geactiveerd door een negatieve feedbacklus van de
bijnierschorshormonen.
Pagina 2