INSPANNINGSFYSIOLOGIE
1

,Eline Lievens Julie Demunter
DEEL 1: CELLULAIRE INSPANNINGSFYSIOLOGIE
• ACCUUT
Behandeld voorbeeld van in de les: fragment bekeken van 400 m sprint. Wat zagen we? Na sprint is
loper op de grond gaan liggen en weggedragen moeten worden. Hoe komt dit? Dat is een gevolg
van verzuring.
H1: Energielevering en substraatverbruik tijdens inspanning
In dit deel gaan we eigenlijk kijken naar: wat gebeurt er in de spier zelf?
Onze voedingssto en komen binnen via de mond. We hebben 3 soorten: vetten (triglyceriden),
koolhydraten en eiwitten. Elk met hun voordelen en nadelen. In ons lichaam proberen we zoveel
mogelijk vetten en koolhydraten te gebruiken. Waarom geen eiwitten? Om eiwitten te kunnen
gebruiken zouden we onze eigen spieren moeten a breken. De spier gebruikt het liefst koolhydraten
maar hoeveelheid is beperkt (je kan hiermee ongeveer 2 uur sporten). Van vetten hebben we het
meest in ons lichaam.
Hoe gebruiken we vetten?
2
ff f
,Eline Lievens Julie Demunter
Hoe gebruiken we koolhydraten?
Hoe gebruiken we eiwitten?
We zien dat alles eigenlijk samenhangt. Algemeen schema dat we gaan gebruiken in de les:
Wat zien we? Voedingssto en hebben heel wat manieren om in bloedbaan terecht te komen.
Bijvoorbeeld via darm of uit lever. Ook uit vetcellen (= opslag voor vetten). Als er energie nodig is in
spier -> ATP nodig; halen we uit verschillende systemen die ons van ATP voorzien.
3
ff
, Eline Lievens Julie Demunter
Bio- energetica = energielevering & substraatverbruik
Enkele systemen:
- fosfageen systeem
- anaeroob (substraat fosforylatie)
- aeroob (oxidatieve fosforylatie)
- interacties van energiesystemen
- spiervezeltype
voorbeelden van verschillende systemen: 100 meter (energiesystemen: creatinefosfaatsysteem),
400 meter (energiesystemen: glycolyse) en marathon (energiesystemen: oxidatieve fosforylatie)
ATP is een heel belangrijke ‘energiecarrier’ maar heeft ook nog andere functies…
Zowel voor contractie als relaxatie heb je ATP nodig maar ook voor primair actief transport.
- relaxatie: Ca++ - reuptake in SR
Als calcium verbruikt en je wil het weer wegbrengen -> tegen concentratiegradiënt in, hiervoor heb
je energie nodig.
- exciteerbaarheid: Na+ - K+ - pomp
Ook voor pomp heb je energie nodig.
Hoe geraken we aan ATP? Voorraad ATP is gering -> bronnen van ATP
- fosfageen systeem
=> fosfocreatine
- anaëroob (substraat fosforylatie)
=> glycogeen, glucose
- aëroob (oxidatieve fosforylatie)
=> glycogeen, glucose
=> vrije vetzuren (vetten)
=> aminozuren (eiwitten)
Fosfageensysteem
We gaan fosfaat van fosfocreatine samenvoegen met
ADP -> vorming van ATP onder invloed van creatine
kinase (CK)
Fosfocreatine heeft heel wat functies…
-werkt als temporele energiebu er (= geeft heel snel
veel energie)
4
ff