Goederenrecht
Casus 1
3 februari 2025: Veneman heeft abonnement voor 3 maanden van een softwareprogramma
bij Accerito gesloten.
10 maart 2025: A verkoopt alle vorderingen die zij op haar klanten heeft en zal verkrijgen aan
Graantje Meepikken. Dit wordt gedaan d.m.v. een stille cessie akte opgemaakt en
geregistreerd op 11 maart aan Belastingdienst (peilmoment).
1 mei 2025: V sluit een 1-jarig abonnement bij A
12 mei 2025: GM doet een schriftelijke mededeling van cessie aan V, waarbij gevraagd wordt
de onbetaalde facturen te betalen.
Aan wie kan Veneman op 13 mei 2025 bevrijdend betalen met betrekking tot de vorderingen
over de maanden maart, april en mei 2025?
Er zijn drie vorderingen
Maart 2025: Er moet gekeken worden of de vordering is overgedragen, waardoor GM de
eigenaar is over de vordering. Art. 3:84 lid 1 BW:
1. Geldige titel: ja, koopovereenkomst van 10 maart (wat is de reden dat er wordt
overgedragen?)
2. Levering: art. 3:94 lid 3 (stille cessie): geen mededeling vereist. De debiteur weet dan
niet dat de vorderingen worden overgedragen. Er is wel een authentieke akte die
door de notaris is opgesteld nodig of een onderhandse akte nodig die geregistreerd is
bij Belastingdienst. Er is sprake van een onderhandse akte + registreren.
Dag dat akte is geregistreerd is peilmoment: 11 maart. Partijen hebben afgesproken
dat de vordering op 1 maart ontstaat; afwijkend partijafspraak. Er is sprake van een
bestaande vordering. Factuur wordt voor het peilmoment verstuurt. Er is sprake van
een geldige levering.
Art. 3:94 lid 1 is bij openbare cessie: akte en mededeling. Deze is in casu n.v.t.
3. Beschikkingsbevoegdheid: bestaande vordering en V heeft nog niet betaald, dus A is
rechthebbende en de vordering zit in zijn vermogen. A is beschikkingsbevoegd.
vordering wordt rechtsgeldig gecedeerd en GM heeft vordering op V op 11 maart.
April 2025: Er moet alweer gekeken worden of de vordering rechtsgeldig is overgedragen.
Art. 3:84 lid 1 BW:
i. Geldige titel: koopovereenkomst
ii. Levering: art. 3:94 lid 3 BW. De handeling is een onderhandse akte die geregistreerd is
van op 11 maart: alle bestaande en toekomstige vorderingen.
Vordering is pas in april en op 11 maart was nog geen vordering. Het is dus een
toekomstige vordering. Er is al een bestaande rechtsverhouding, namelijk die uit het