Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages
Other

Oefentoets MD-K 1.10 Foetale Schedel & Spildraai | Verloskunde | InHolland | 2026/27 | AVAG

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages

Deze klinische oefentoets bevat 30 oefenvragen op HBO+ niveau voor het onderdeel MD-K 1.10 uit de Verloskunde opleiding aan Hogeschool InHolland. De vragen behandelen de anatomie van de foetale schedel, fontanellen, schedelnaden, schedeldiameters, moulage, caput succedaneum, en de mechanica van de inwendige en uitwendige spildraai tijdens de bevalling. Ideaal voor examenvoorbereiding: de vragen trainingen het herkennen van anatomische structuren tijdens vaginaal toucher en het begrijpen van de fysiologische mechanismen van de geboorte.

Content preview

Klinische Oefentoets | MD-K 1.10: Foetale schedel en spildraai




Klinische Oefentoets op HBO+ Niveau
MD-K 1.10: Foetale schedel en spildraai - 30 Oefenvragen


1. Oefenvragen (Vragen 1 t/m 30)
Vraag 1. [MD-K 1.10]
Bij een vaginaal toucher tijdens een actieve baring voelt de verloskundige een ruitvormige structuur met vier
uitlopende schedelnaden. Welke anatomische structuur palpeert zij hier, en welke botplaten begrenzen deze
structuur?
A) De kleine fontanel (fontanelle posterior), begrensd door het os occipitale en de twee ossa parietalia.
B) De grote fontanel (fontanelle anterior / bregma), begrensd door de twee ossa frontalia en de twee ossa
parietalia.
C) Het lambda, begrensd door de sutura frontalis en de sutura coronaria.
D) De slaapsuturen, begrensd door het os temporale en het os parietale.

Vraag 2. [MD-K 1.10]
Welke schedelnaad scheidt de beide ossa parietalia (wandbeenderen) van elkaar in de mediaanlijn?
A) Sutura frontalis (voorhoofdsnaad).
B) Sutura coronaria (kroonnaad).
C) Sutura lambdoidea (achterhoofdsnaad).
D) Sutura sagittalis (pijlnaad).

Vraag 3. [MD-K 1.10]
Welke diameter van de foetale schedel presenteert zich in de bekkeningang wanneer het hoofd van de foetus
zich in een militaire houding (kruinligging / matige deflexie) bevindt?
A) Distantia suboccipito-bregmatica (~9.5 cm).
B) Distantia suboccipito-frontalis (~11.0 to 11.5 cm).
C) Distantia mento-occipitalis (~13.5 cm).
D) Distantia biparietalis (~9.5 cm).

Vraag 4. [MD-K 1.10]
Tijdens de uitdrijving wordt het hoofd van de foetus door de compressie in het baringskanaal plastisch
vervormd: de botten schuiven langs de naden over elkaar heen. Wat is de medische term voor dit
fysiologische mechanisme, en welk fenomeen beschrijft de gelijktijdige oedeemvorming op het leidende
schedeldeel?




Pagina 1

, Klinische Oefentoets | MD-K 1.10: Foetale schedel en spildraai



A) Caput succedaneum; Cefaal hematoom.
B) Moulage; Caput succedaneum.
C) Asynclitisme; Moulage.
D) Restitutie; Caput succedaneum.

Vraag 5. [MD-K 1.10]
Tijdens de inwendige spildraai draait het achterhoofd (de kleine fontanel) fysiologisch naar voren (occipito-
anterior). Welke factor speelt GEEN directe rol bij de mechanische totstandkoming van deze draaiing?
A) Het verschil in buigbaarheid van de foetale halswervelkolom.
B) De excentrische aanhechting van de wervelkolom aan de schedelbasis (excentrische pool).
C) De opwaartse spierweerstand van de m. levator ani (bekkenbodemtrechter).
D) Het niveau van amylase in het vruchtwater.

Vraag 6. [MD-K 1.10]
Een barende bevindt zich in de uitdrijvingsfase. Het achterhoofd van de foetus heeft zich genesteld onder de
symfyse pubis. Dit contactpunt fungeert als spil en draaipunt voor de verdere geboorte. Wat is de medische
term voor dit draaipunt, en welke beweging maakt het foetale hoofd nu om geboren te worden?
A) Promontorium; Flexie.
B) Hypomochlion; Deflexie.
C) Spina ischiadica; Asynclitisme.
D) Crista iliaca; Restitutie.

Vraag 7. [MD-K 1.10]
Tijdens een vaginaal toucher palpeert de verloskundige de pijlnaad (sutura sagittalis) die niet netjes in het
midden ligt, maar duidelijk verschoven is in de richting van het os sacrum. Hierdoor presenteert het voorste
wandbeen zich dominant. Hoe wordt deze ligging fysiologisch genoemd?
A) Synclitische indaling.
B) Asynclitisme anterior (Naegele-obliquiteit).
C) Asynclitisme posterior (Litzmann-obliquiteit).
D) Kruinligging met militaire stand.

Vraag 8. [MD-K 1.10]
Wat is de fysiologische betekenis van de 'restitutie' (uitwendige spildraai) direct nadat het foetale hoofd
geboren is?
A) Het hoofd draait terug naar de oorspronkelijke stand om de schouders in de transversale diameter van de
bekkeningang te dwingen.
B) Het hoofd draait 90 graden terug om de schoudergordel in de anteroposteriore diameter van de
bekkenuitgang te brengen.
C) Het hoofd buigt maximaal om de schouders te beschermen tegen de symfyse.



Pagina 2

Document information

Study
Uploaded on
September 3, 2026
Number of pages
9
Written in
2026/2027
Type
Other
Person
Unknown
$5.37

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
RenateVIO
4.0
(1)
Sold
1
Followers
0
Items
121
Last sold
1 week ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions