MD-K 1.5 Oefentoets: Hart en zwangerschap
HBO+ Niveau - Uitgebreide Oefentoets
――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――――
Deel A: Vragen
Vraag 1: Plasmavolumestijging in de zwangerschap
Welk percentage weerspiegelt de fysiologische stijging van het totale plasmavolume bij een
eenlingzwangerschap rond week 32 tot 34?
A) 10% tot 15%
B) 25% tot 30%
C) 40% tot 50%
D) 70% tot 80%
Vraag 2: Fysiologische hemodilutie en nadir van Hb
Tussen welke zwangerschapsweken treedt fysiologisch gezien de 'nadir' (laagste waarde) van het
hemoglobinegehalte op als gevolg van maximale hemodilutie?
A) 12 tot 16 weken
B) 18 tot 22 weken
C) 26 tot 34 weken
D) 37 tot 40 weken
Vraag 3: Slagvolumeveranderingen
Op welk moment in de zwangerschap bereikt het fysiologische slagvolume (SV) haar piektoename van circa
25% tot 30%?
A) Tussen 8 en 12 weken
B) Tussen 16 en 24 weken
C) Tussen 32 en 34 weken
D) Tijdens de actieve uitdrijvingsfase
Vraag 4: Hartfrequentiecompensatie
Hoeveel slagen per minuut (bpm) stijgt de maternale hartfrequentie (HF) gemiddeld fysiologisch in de
rusttoestand tijdens het derde trimester?
A) 3 tot 5 bpm
B) 10 tot 15 bpm
Pagina 1
, Klinische Oefendatabase | MD-K 1.5 Oefentoets: Hart en zwangerschap
C) 25 tot 30 bpm
D) 35 tot 40 bpm
Vraag 5: Hartminuutvolume (HMV) fysiologie
Welke fysiologische formule beschrijft de stijging van het Hartminuutvolume (HMV) en welk percentage
stijging wordt gemiddeld bereikt?
A) HMV = SV / HF; stijging van 10-15%
B) HMV = SV * HF; stijging van 30-50%
C) HMV = SV + HF; stijging van 20-25%
D) HMV = (SV * HF) / SVR; stijging van 60-70%
Vraag 6: Systemische vaatweerstand (SVR)
Welke fysiologische factor is primair verantwoordelijk voor de massale daling van de systemische
vaatweerstand (SVR) met 20% tot 30% tijdens het tweede trimester?
A) De vasoconstrictieve werking van prostaglandine F2-alfa op de systemische arteriën.
B) De mechanische druk van de uterus op de vena cava inferior.
C) De vaatwandrelaxerende werking van progesteron en een toegenomen synthese van stikstofmonoxide
(NO).
D) De fysiologische stijging van de bloedviscositeit door plasma-indroging.
Vraag 7: Vena Cava Inferior Syndroom
Een zwangere van 34 weken wordt acuut duizelig en misselijk tijdens het liggen op haar rug voor een
prenatale controle. Welk pathofysiologisch mechanisme ligt hieraan ten grondslag?
A) Een acute stijging van de cardiale preload door overmatige veneuze terugstroom.
B) Compressie van de abdominale aorta en vena cava inferior door de zware uterus, leidend tot een daling van
het HMV met 25% tot 30%.
C) Een acute stijging van de totale perifere vaatweerstand (SVR).
D) Veneuze pooling in de superieure vena cava.
Vraag 8: Vena Cava Inferior Syndroom - Handelen
Wat is de direct aangewezen verloskundige handeling bij een zwangere die symptomen vertoont van het
supine hypotensive syndrome?
A) Zij in semi-Fowler positie (halfzittend) brengen en extra zuurstof toedienen.
B) Haar onmiddellijk op haar rechterzij draaien om de leverperfusie te maximaliseren.
C) Haar direct op haar linkerzij positioneren om de uterus van de vena cava te schuiven.
D) De benen in Trendelenburg-positie (omhoog) brengen terwijl zij plat op haar rug blijft liggen.
Vraag 9: Varices (Spataderen)
Welke hormonale factor draagt direct bij aan het ontstaan van vulvaire en beenvarices tijdens de
zwangerschap?
Pagina 2