Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages
Class notes

Werkgroep Week 9 Strafprocesrecht Bachelor jaar 3. Universiteit Leiden 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages

Deze werkgroepuitwerking behandelt week 9 van het vak Strafprocesrecht () aan de Universiteit Leiden. De kern van het materiaal concentreert zich op alternatieve scenario's in strafzaken, motiveringseisen van de Hoge Raad, Dakdekker-verweren, en de rol van scenariodenken bij het bepalen van materiële waarheid. Het document bevat gedetailleerde analyses van rechtspraak, procedurele vereisten uit het Wetboek van Strafvordering, en praktische voorbeelden van hoe rechters met conflicterende getuigenverklaringen en verdedigingsverweren omgaan. Deze aantekeningen bieden uitstekende voorbereiding op examens en helpen bij het begrijpen van complexe jurisprudentiële ontwikkelingen in het Nederlandse strafprocesrecht.

Content preview

Werkgroep week 9
Strafprocesrecht
1. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met art. 3, sub b, Opiumwet is
tenlastegelegd in dit arrest

2. Een meer en vaart-verweer. Dit is een alternatief scenario waarvan de rechter moet
uitleggen waarom dit opzij wordt geschoven, oftewel de rechter moet uitleggen waarom dit
alternatieve scenario niet juist is

3. Ogv art. 359 lid 2 Sv is de rechter verplicht om op dit soort verweren te reageren als dit
verweer uitdrukkelijk is voorgedragen.

4. Het Hof kwam tot vrijspraak omdat de verklaringen van getuige als betrouwbaar werden
gekwalificeerd. Dit kwam omdat het Hof de tegenargumenten voor de onbetrouwbaarheid
summier heeft weerlegd in r.o. 3.5 maar de regel is ontstaan dat: ‘bij niet-aanvaarding van
een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (u.o.s.) niet op ieder detail van de argumentatie
hoeft te worden ingegaan.’

5. De HR wil hier niet te veel eisen aan stellen omdat zij ruimte aan de feitenrechter willen
laten om tot een eigen overtuiging te komen. Dit is soms moeilijk te motiveren en dus stelt
de HR niet te hoge eisen aan de bewijsbeslissing in cassatie.

6. De eerste manier is door het opnemen van bewijsmiddelen of vermelding van aan wettige
bewijsmiddelen te ontlenen feiten en omstandigheden die de alternatieve lezing van de
verdachte uitsluiten.
De tweede manier is dat de rechter ter weerlegging zou kunnen oordelen dat de door
verdachte gestelde alternatieve toedracht niet aannemelijk is geworden.
De derde manier is dat de rechter oordeelt dat de lezing van de verdachte als
ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld.

7. Een Dakdekker-verweer stelt een rechtsvraag aan de orde over een woord uit de
tenlastelegging; het gaat om een verweer betreffende de juridische uitleg van een term die
uit de delictsomschrijving in de tenlastelegging is overgenomen.
Voorbeeld hiervan is uit het Dakdekker-arrest zelf waarin de verdachte aanvoert niet als
werknemer te moeten zijn gekwalificeerd maar het Hof dit niet heeft uitgelegd.
De beslissing op een Dakdekker-verweer moet wel worden opgenomen in het vonnis en
motiveren op grond van het Dakdekker-arrest en art. 359 Sv.

8. Zie art. 358 en 359 Sv

9. Het arrest benadrukt dat motiveringseisen van de Hoge Raad een direct gevolg hebben
voor het bewijsproces en het feitenonderzoek, omdat rechters verplicht zijn om hun
beslissingen duidelijk en concreet te onderbouwen. Dit betekent dat het feitenonderzoek
systematischer en diepgaander moet worden uitgevoerd, om zo voldoende bewijs te

, verzamelen dat een duidelijke en overtuigende redenering mogelijk maakt. De
motiveringseisen van de Hoge Raad dwingen rechters om niet alleen vast te stellen wat er is
bewezen, maar ook waarom en hoe dit is bewezen.

10. Materiële waarheidsvinding is het achterhalen van de feitelijke, werkelijke
gebeurtenissen, ongeacht formele of juridische beperkingen. 'Scenariodenken' kan hierbij
helpen door alternatieve interpretaties en mogelijke toekomstige ontwikkelingen van de
situatie in kaart te brengen, wat kan leiden tot een completer beeld en het ontdekken van
gemiste feiten of onjuiste aannames.

11. Het Nederlandse strafrecht is:
- Dogmatisch gezien niet ingericht op scenario-denken, omdat het is gebaseerd op het
legaliteitsbeginsel: een feit is alleen strafbaar als het in de wet staat, en het strafproces moet
volgens de wet worden gevolgd.
- Praktisch gezien wel scenario-gericht, aangezien er in de praktijk door politie, OvJ en
rechter scenario's worden uitgewerkt om tot een veroordeling te komen of de onschuld van
een verdachte te bewijzen.

Analysevraag
Betekenis van scenario denken voor de materiële waarheid
 Materiële waarheid is de centrale doelstelling van strafproces en gaat erom dat de
werkelijke schuldige wordt gestraft en te voorkomen dat de onschuldige wordt
veroordeeld of vervolgd. Er moet worden vastgesteld wat daadwerkelijk is
voorgevallen
 Bij het denken in scenario’s wordt niet alleen het schuldige scenario in overweging
genomen, maar wordt ook onderzocht hoe goed de resultaten van het onderzoek
passen bij alternatieve scenario’s waarin een ander verhaal van de toedracht wordt
geschetst. Het alternatieve scenario is dan – kort gezegd – het onschuldige scenario.
 Scenario denken is een belangrijk aspect van het strafproces, omdat het helpt bij het
bepalen van de materiële waarheid. Het stelt partijen in staat om verschillende
mogelijke uitkomsten te overwegen en hun strategieën dienovereenkomstig aan te
passen.
 Scenario denken draagt bij aan de materiële waarheid door een uitgebreide analyse
van alle mogelijke uitkomsten en hun waarschijnlijkheid. Het helpt bij het
identificeren van de meest waarschijnlijke scenario's en het elimineren van de
minder waarschijnlijke. Dit draagt bij aan een meer nauwkeurige en eerlijke
beoordeling van de feiten.
 Dossier draait vaak om het schuldige scenario waarbij de verdachte het feit heeft
begaan. Met scenario denken heb je zowel het schuldige als onschuldige scenario.
Het onderzoeken van onschuldige scenario kan bijdragen aan de materiële
waarheidsvinding.


Stel- en responsieplicht bij een Meer- en Vaartverweer:
 Bij een Meer- en Vaartverweer heeft de verdediging de plicht om een alternatief
scenario voor te stellen (stelplicht) en de aanklager heeft de plicht om hierop te
reageren (responsieplicht). Dit zorgt voor een evenwichtige en eerlijke behandeling
van de zaak. Scenario denken speelt hier een cruciale rol, omdat het de verdediging

Document information

Study
Uploaded on
September 2, 2026
Number of pages
9
Written in
2025/2026
Type
Class notes
Professor(s)
Van noorloos
Contains
All classes
$7.15

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
3
Followers
0
Items
27
Last sold
2 days ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions