BASISBOEK PSYCHOLOGIE — JAKOP RIGTER
Uitgebreide Samenvatting Hoofdstuk 5
Hoe wij denken en leren
Inclusief Systeem 1 & 2, Cognitieve Schema's, 5G-Schema, Priming, Denkvervormingen, Theory of Mind &
Examenchecker
5.1 Inleiding & De Aard van het Menselijk Denken
Wat is denken? Denken is een innerlijk, onzichtbaar en mentaal proces dat plaatsvindt tussen onze
oren. Het beroemde standbeeld 'De Denker' van Auguste Rodin verbeeldt dit proces van in gedachten
verzonken zijn. In de psychologie wordt het totaal aan onzichtbare informatieverwerkingsprocessen
aangeduid met het begrip cognitie.
Twee informatiebronnen: Onze hersenen maken bij het denken gebruik van twee fundamentele
informatiebronnen:
Zintuiglijke informatie (buitenwereld): prikkels die op dit moment via de zintuigen binnenkomen
(zien, horen, voelen, etc.).
Geheugeninformatie (binnenwereld): kennis, ervaringen, emoties en opgeslagen associaties uit het
verleden.
Tussen deze twee bronnen bestaat een voortdurende wisselwerking: wat we al weten beïnvloedt wat
we waarnemen (top-down), en wat we waarnemen verandert en verrijkt onze opgeslagen kennis
(bottom-up).
5.2 Ontwikkeling van het Denkvermogen & Het Sociale Brein
5.2.1 Ontwikkeling van het denken gedurende de levensloop
Volgens de bekende ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget ontstaat het denken bij baby's vanuit concrete
fysieke handelingen. Eerst grijpt een kind naar een rammelaar (handeling) en pas daarna be-grijpt het
dat het bewegen van de rammelaar een geluid veroorzaakt. Dit is de basis van het oorzaak-
gevolgdenken.
Peuter- en kleutertijd: Denken is gekoppeld aan de directe waarneming. Kenmerkend zijn
egocentrisme (onvermogen om het perspectief van een ander in te nemen), animistisch denken
(levenloze objecten hebben intenties of gevoelens, bijv. 'de stoel is stout') en magisch denken.
Basisschoolleeftijd (ca. 6-12 jaar): Ontwikkeling van concreet denkvermogen. Kinderen kunnen
rekenen, ordenen en categoriseren, maar hebben hierbij nog concrete hulpmiddelen nodig (zoals
vingers of een telraam).
Hoofdstuk 5: Hoe wij denken en leren — Verkoopklaar & Examen-Georiënteerd
, Samenvatting | Basisboek Psychologie (Rigter) - Hoofdstuk 5
Adolescentie & Volwassenheid: Ontstaan van abstract denken en hypothetisch-deductief denken
('stel-dat-denken'). Men kan vanuit een aanname logische redeneringen opbouwen los van de
fysieke werkelijkheid.
5.2.2 De inhoud van onze gedachten: Het Sociale Brein
Sociale gerichtheid: Waar denken mensen het grootste deel van de dag aan? Wetenschappelijk
onderzoek toont aan dat onze gedachten nauwelijks gaan over de fysieke wereld, maar voor het
overgrote deel over de sociale werkelijkheid: jezelf, andere mensen, relaties en sociale intenties.
Default-netwerk ('terugvalnetwerk'): Dit hersennetwerk wordt automatisch actief wanneer we in
rust zijn (dagdromen, pauze houden, wandelen). Het vertoont een enorme overlap met het netwerk
voor sociale cognitie. Als we niks te doen hebben, gaan we automatisch aan andere mensen
denken!
10.000 uur-regel voor sociaal denken: Door het default-netwerk heeft een kind vóór zijn 10e
levensjaar al meer dan 10.000 uur geoefend in sociaal denken, waardoor ieder mens op jonge
leeftijd al een 'toppresteerder' is in het inschatten van anderen.
Theory of Mind (ToM) & Mentaliseren: Theory of Mind is het vermogen om te beseffen dat
anderen eigen gedachten, gevoelens en wensen hebben die verschillen van de jouwe. Mentaliseren
(metadenken) is het actief nadenken over het eigen denken en voelen én dat van de ander.
TENTAMEN-CASUS / INZICHT: Het Experiment van Heider & Simmel (1944) — Sociale Projectie
Proefpersonen bekeken een kort animatiefilmpje van bewegende geometrische figuren: een grote
driehoek, een kleine driehoek, een cirkel en een rechthoek.
Resultaat: Vrijwel alle proefpersonen beschreven het filmpje niet als neutrale vormen, maar als een
menselijk drama! De grote driehoek werd gezien als een 'agressieve pestkop', de kleine driehoek als een
'heldhaftige man' en de cirkel als een 'hulpeloze vrouw'.
Tentamen-inzicht: Dit toont aan dat ons sociale brein zo geprogrammeerd is dat we overal menselijke
intenties, emoties en verhalen in zien (antropomorfisme).
5.3 De Twee Denksystemen (Kahneman) & Doelen van Denken
Daniel Kahneman (nobelprijswinnaar en auteur van 'Ons feilbare denken') onderscheidt twee
denksystemen in ons brein die informatie op een volstrekt verschillende manier verwerken:
Kenmerk Systeem 1 (Snelle denken) Systeem 2 (Langzame denken)
Werking & Aard Automatisch, intuïtief, snel, associatief Bewust, beredenerend, langzaam, logisch
Inspanning & Energie Moeiteloos, kost geen mentale energie Vereist concentratie, energie en moeite
Hoofdstuk 5: Hoe wij denken en leren — Verkoopklaar & Examen-Georiënteerd