PRAKTISCHE VERLOSKUNDE
HOOFDSTUK 11: COMPLICATIES BIJ DE BARING
Complete -Samenvatting| Inclusief WHO-Partogram, HELPERR-Protocol, Deflexies & Spoedsituaties
💡 EXAMEN-SAMENVATTING | OPTIMAAL VOOR TENTAMENVOORBEREIDING
• Bronmateriaal: 100% gebaseerd op het officiële handboek 'Praktische Verloskunde' (Hoofdstuk 11).
• Kernfokus: Niet-vorderende baring, Partogram-criteria, Dynamische vs. Mechanische stoornissen,
Deflexieliggingen, Schouderdystocie (HELPERR), Navelstrengprolaps, Uterusruptuur, Vruchtwaterembolie,
Neonatale Reanimatie en Kunstverlossingen.
• Tentamentip: Bestudeer met name de tabellen voor overdrachtsredenen, HELPERR-stappen, MBO-
afkapwaarden en het onderscheid tussen primaire en secundaire weeënzwakte!
1. Niet-vorderende Ontsluiting & WHO-Partogram
Een baring verloopt zelden van het ene op het andere moment gecompliceerd; meestal doen zich
geleidelijk symptomen voor die extra monitoring of interventie vereisen. In Nederland vindt ruim
30% van de baringen plaats onder begeleiding van verloskundigen in de 1e lijn zonder CTG-
bewaking, wat mede bijdraagt aan het lage nationale sectiopercentage (< 20%).
Definitie & Criterium voor Niet-Vorderende Baring
Overgang Latente naar Actieve Fase: De actieve fase start tegenwoordig pas vanaf 5–6 cm
ontsluiting (in plaats van de klassieke 4 cm). De term 'latente fase' dient volgens de NVOG-
richtlijn terughoudend gebruikt te worden.
Definitie Niet-vorderende Ontsluiting: Stagneren of traag vorderen van de ontsluiting
gedurende 4 uur in de actieve fase na 5–6 cm ontsluiting (conform ACOG/SMFM richtlijnen).
WHO-Partogram: In het gemodificeerde WHO-partogram lopen de 'Alertlijn' en 'Actielijn'. Bij
het overschrijden van de actielijn is medische interventie (bijstimulatie of sectio) noodzakelijk.
De vordering bij nulliparae bedraagt gemiddeld 1 cm per 1–2 uur.
Landelijke Redenen van Overdracht Durante Partu (2015)
Van de vrouwen die in de 1e lijn aan de baring beginnen, wordt 34,5% van de nulliparae en 12,9%
van de multiparae durante partu overgedragen aan de 2e lijn. De belangrijkste medische indicaties
staan in onderstaande tabel:
Reden van Overdracht Durante Partu Percentage van Totaal (1e
lijn start)
Verzoek om Pijnstilling (Epiduraal / Remifentanil) 8,6 %
Meconiumhoudend Vruchtwater 7,7 %
Pagina 1
, Praktische Verloskunde — Samenvatting | Hoofdstuk 11
Onvoldoende Vorderende Ontsluiting 6,1 %
Onvoldoende Vorderende Uitdrijving 3,5 %
Langdurig Gebroken Vliezen zonder Weeën 3,4 %
Vermoeden van Foetale Nood (afwijkend FHR) 1,4 %
Vroeggeboorte (< 37 weken) 0,9 %
Bloedverlies Durante Partu 0,2 %
Liggingsafwijking (inclusief stuitligging) 0,1 %
2. Dynamische Baringsstoornissen (Weeënzwakte)
Baringsstoornissen worden primair onderverdeeld in dynamische oorzaken
(onvoldoende/inefficiënte myometriale activiteit) en mechanische oorzaken (disproportie tussen
foetaal kopje en maternaal bekken).
Primaire vs. Secundaire Weeënzwakte
Primaire Weeënzwakte: Schiet vanaf het begin van de baring tekort in intensiteit, frequentie
en duur. De actieve fase blijft uit. Oorzaken: overrekking van de uterus (polyhydramnion,
meerling). Behandeling: breken van de vliezen en i.v. oxytocine-bijstimulatie onder continu
CTG.
Secundaire Weeënzwakte: Goede initiële progressie, maar rond 7–8 cm of tijdens de
uitdrijving zwakken de weeën af en stagneert de baring. Eerste stap: vliezen breken (indien nog
staand). Indien vliezen al gebroken zijn, moet worden gedifferentieerd tussen inefficiënte
weeën en mechanische wanverhouding (CPD).
Vergelijkende Matrix: Dynamische vs. Mechanische Baringsstoornis
Kenmerk Dynamische Oorzaak Mechanische Oorzaak (CPD /
(Weeënzwakte) Disproportie)
Weeënpatroon Primaire of secundaire weeënzwakte; Krachtige, pijnlijk-frequente weeën;
korte/frequentie-arme weeën later eventueel secundair uitgeput
Verloop Ontsluiting Traag maar gestaag vorderend Eerst normaal verloop, daarna abrupte
stop/stagnatie
Effect Vliezen Breken Stimuleert de weeën en geeft vaak snelle Geen invloed op de progressie van de
progressie ontsluiting
Indaling Caput Traag maar geleidelijk Stagnatie op niveau H1 of H2 (hoofd
blijft hoog)
Caput Succedaneum & Niet of nauwelijks aanwezig Sterke moulage en groot caput
Moulage succedaneum aanwezig
Pagina 2