week 1
Algemeen
Suïcidaliteit bespreekbaar maken
Persoonlijkheidsproblematiek vergroot het risico op suïcidaal gedrag, maar
niet iedereen met een persoonlijkheidsstoornis is suïcidaal.
Feiten Fabels
Als iemand dood wil geeft hij Vragen naar zelfmoord wakkert
signalen. ideeën aan.
Praten over suïcidale gedachten Suïcidale gedachten en
lucht op. gedragingen betekenen dat
iemand dood wil.
Het aantal zelfdoding is sinds 2013 Zelfmoord gebeurt plotseling.
toegenomen.
De meeste zelfdoding worden Mensen die over zelfmoord praten
gepleegd op middelbare leeftijd doen het toch niet.
(40-65/70).
Elke dag overlijden er vijf mensen Zelfmoord is een ziekte.
in Nederland door zelfdoding.
1 op de 10 mensen die na een suïcidepoging op de IC zijn opgenomen,
overlijden daarna alsnog aan zelfmoord.
Als verpleegkundige is het belangrijk om dit onderwerp zorgvuldig aan te
pakken. Dit gebeurt aan de hand van een gesprek in 5 fasen.
1. Signaleren
2. Stel de vraag
3. Contact met wanhoop
4. Contact met hoop
5. Verwijzen en veiligheid
,Om signalen van suïcide te herkennen, moet je weten waar je op kunt
letten. Je kan denken aan signalen, zoals;
- Uitingen van het gevoel klem te zitten
- Op zoek naar ontsnappingsmogelijkheden
- Vragen om vrijheden/snel met verlof willen
- Pillen sparen
- Zelfbeschadigend gedrag
- Plotseling bovenmatig alcohol of drugsgebruik
- Stil en teruggetrokken
- Boosheid op anderen die omslaat naar boosheid op zichzelf
- Destructief gedrag
- Spullen weggeven
Bij suïcidale patiënten is het van cruciaal belang om goed contact te
maken. Patiënten hebben veelal het gevoel dat hulpverleners óver ze
praten in plaats van mét ze. Probeer de suïcidaliteit van de patiënt goed in
kaart te brengen en nodig de patiënt uit over de gedachten te praten.
Erken dat dit voor de patiënt moeilijk kan zijn. Dit is belangrijker dan het
zoeken naar oplossingen.
“Veiligheidsplan 113 Zelfmoordpreventie” kan hierbij worden ingezet.
,Verpleegtechnische vaardigheden
EHBO 1
De vijf EHBO-principes zijn:
1. Let op gevaar
2. Ga na wat er is gebeurd en wat het slachtoffer mankeert
3. Stel slachtoffer gerust en zorg voor beschutting
4. Zorg voor professionele hulp
5. Help het slachtoffer
ABCDE-methode -> "treat first what kills first"
A-Airway: luchtweg/ademweg & alertheid
B-Breathing: ademhaling
C-Circulation: circulatie, beheersing van bloedingen
D-Disability: neurologische status
E-Exposure & Enviroment: ontkleden & omgeving
Het doel van de Head-tilt/chin-lift manoeuvre is het openen van de
luchtweg bij een bewusteloze patiënt zonder vermoeden van nekletsel.
Door het hoofd achterover te kantelen en de kin omhoog te liften, wordt
de tong van de achterwand van de keel getild, waardoor de luchtweg
vrijkomt.
Stabilisatie van de cervicale wervelkolom (CWK) wordt toegepast om
te voorkomen dat beweging van de nek verdere schade veroorzaakt aan
de wervels, het ruggenmerg of de zenuwen. Dit is belangrijk bij patiënten
met mogelijk nek- of wervelkolomletsel.
Het doel van de Jaw-thrust manoeuvre is het openen van de luchtweg
met behoud van CWK-stabiliteit, bij patiënten met een vermoeden van
nek- of wervelkolomletsel. Door de onderkaak naar voren te schuiven, trek
je de tong mee naar voren zonder het hoofd te bewegen.
, Klinisch redeneren
Klinisch redeneren in de GGZ
Tijdens de anamnese van een patiënt met een vermoedelijke
persoonlijkheidsstoornis kan je als eerste stap gebruikmaken van het Leids
Kaartje. Deze wordt voornamelijk gebruikt voor de medische diagnose die
door de arts wordt vastgesteld. Tijdens het invullen ga je dieper in op de
cognitieve, affectieve en conatieve functies van de patiënt om een beter
beeld te krijgen van het functioneren. Vervolgens werk je de
gezondheidspatronen volgens Gordon uit (FGP’s).
Cognitieve functies Affectieve functies Conatieve functies
Kennen Voelen Willen
- Bewustzijn, - Stemming - Psychomotoriek
aandacht en - Affect en spraak
oriëntatie - Somatische - Motivatie en
- Intellectuele klachten en gedrag
functies verschijnselen
- Voorstelling,
waarneming en
zelfwaarneming
- Denken
Er zijn drie verschillende clusters voor persoonlijkheidsstoornissen,
namelijk:
Cluster A – Cluster B – Cluster C –
vreemd/excentriek dramatisch/emotion nerveus/angstig
eel
Paranoïde Histrionische Ontwijkende/
vermijdende
Schizoïde Narcistische Afhankelijke
Schizotypische Borderline Obsessief-compulsieve
Antisociale