Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages
Other

Oefentoets MD-K 5.14 Neonatale_problematiek | Verloskunde | InHolland | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages

Oefentoets met 30 casusgerichte meerkeuzevragen op HBO+ niveau voor MD-K Module 5 Verloskunde aan Hogeschool InHolland. De vragen behandelen neonatale hyperbilirubinemie, polycytemie en andere neonatale aandoeningen met uitgebreide antwoordsleutel en wetenschappelijke toelichting. Ideaal voor examenvoorbereiding – alle vragen zijn gericht op de praktische diagnostiek en behandeling van neonatale problematiek.

Content preview

Oefentoets Neonatale Problematiek - HBO+ Niveau




OEFENTOETS: NEONATALE PROBLEMATIEK
30 Casusgerichte meerkeuzevragen op HBO+ Niveau
inclusief uitgebreide antwoordsleutel en wetenschappelijke Toelichting



Deel 1: Meerkeuzevragen (30 Vragen)
Thema A: Neonatale Hyperbilirubinemie (Vraag 1 - 15)

Vraag 1: Waarom hebben pasgeborenen een verhoogd risico op het ontwikkelen van een fysiologische
icterus?
A) Door een verhoogde levensduur van foetaal hemoglobine (HbF) en een overmatige activiteit
van het enzym UGT1A1 in de onrijpe lever.
B) Door een kortere levensduur van foetaal hemoglobine (HbF) gekoppeld aan een onrijpe lever
met een lagere activiteit van het enzym UGT1A1 (UDPGT).
C) Door een anatomische obstructie van de galgangen die leidt tot verminderde uitscheiding van
geconjugeerd bilirubine.
D) Door een versnelde enterohepatische kringloop die primair wordt veroorzaakt door vroege en
frequente voeding.

Vraag 2: Binnen welk tijdsbestek bereikt de fysiologische icterus bij een pasgeborene doorgaans zijn
piek en wanneer verdwijnt deze meestal?
A) Piek op dag 1 post partum; verdwijnt volledig binnen 5 dagen.
B) Piek rond dag 2-4 post partum; verdwijnt doorgaans na 1 tot 2 weken.
C) Piek rond dag 5-7 post partum; verdwijnt fysiologisch na 3 tot 4 weken.
D) Piek binnen 24 uur post partum; verdwijnt binnen 48 uur.

Vraag 3: Welke van de volgende oorzaken van pathologische hyperbilirubinemie wordt geclassificeerd
als een pre-hepatische oorzaak?
A) Het Syndroom van Crigler-Najjar.
B) Vertraagde meconiumlozing door onvoldoende voedingsinname.
C) ABO- of Rhesus-antagonisme.
D) Anatomische galgangobstructie (galgangatresie).




Pagina 1

, Oefentoets Neonatale Problematiek - HBO+ Niveau



Vraag 4: Welke aandoening berust op een hepatisch defect in het conjugatie-enzym (UGT1A1),
waardoor het metabolisme van bilirubine is verminderd?
A) Syndroom van Gilbert.
B) Galgangatresie.
C) G6PD-deficiëntie.
D) Hereditaire sferocytose.

Vraag 5: Wat is het belangrijkste biochemische en pathofysiologische kenmerk van post-hepatische
hyperbilirubinemie, zoals bij een galgangatresie?
A) Een versnelde afbraak van foetaal hemoglobine (HbF) in de milt.
B) Een onrijpheid van de hepatocyten waardoor de opname van ongeconjugeerd bilirubine
stagneert.
C) Een anatomische obstructie waardoor geconjugeerd bilirubine teruglekt in de bloedbaan.
D) Een defect in het enzym UGT1A1 dat de omzetting naar geconjugeerd bilirubine volledig
blokkeert.

Vraag 6: Welk mechanisme draagt rechtstreeks bij aan een toegenomen enterohepatische kringloop van
bilirubine bij een pasgeborene?
A) Een defect in het enzym UGT1A1 in de darmmucosa.
B) Een vertraagde meconiumlozing ten gevolge van onvoldoende voedingsinname.
C) Directe lekkage van geconjugeerd bilirubine uit de galwegen in de bloedbaan.
D) Versnelde hemolyse van erytrocyten direct in de darmwand.

Vraag 7: Een neonaat vertoont 18 uur na de geboorte een duidelijke gele verkleuring van de huid en
sclerae. Wat is op basis van de klinische richtlijnen het juiste handelen?
A) Dit valt binnen de fysiologische grenzen; adviseer vaker te voeden en herbeoordeel over 24
uur.
B) Dit is per definitie pathologisch en vereist directe medische verwijzing.
C) Voer een transcutane bilirubinemeting (TcB) uit en start bij een waarde >150 µmol/l met
fototherapie thuis.
D) Dit is een fysiologische reactie op moedermelk; stel de ouders gerust en adviseer rust.

Vraag 8: Bij een neonaat van 18 dagen oud is er nog steeds sprake van geelzien (icterus prolongatus).
Welke potentieel levensbedreigende aandoening moet in dit stadium met name worden uitgesloten?
A) Rhesus-antagonisme.
B) G6PD-deficiëntie.
C) Galgangatresie.
D) Fysiologische icterus.




Pagina 2

, Oefentoets Neonatale Problematiek - HBO+ Niveau



Vraag 9: Waarom is het beoordelen van de kleur van de ontlasting (bijvoorbeeld middels een
ontlastingkleurenkaart) essentieel bij een baby met icterus prolongatus?
A) Omdat ontkleurde (witte of stopverfkleurige) ontlasting wijst op een pre-hepatische hemolyse.
B) Omdat donkere, meconium-achtige ontlasting duidt op een acute verstopping van de dikke
darm.
C) Omdat ontkleurde (witte of stopverfkleurige) ontlasting wijst op een post-hepatische obstructie
zoals galgangatresie.
D) Omdat felgroene ontlasting wijst op een enzymatisch defect in de bilirubinesynthese.

Vraag 10: Voor welke categorie pasgeborenen is de transcutane bilirubinemeting (TcB) een geschikte en
betrouwbare screeningstool?
A) Voor alle neonaten vanaf de geboorte tot een leeftijd van 28 dagen.
B) Uitsluitend voor pasgeborenen die al actieve fototherapie ondergaan.
C) Voor baby's tussen de 2 en 7 dagen oud op de intacte huid.
D) Voor baby's ouder dan 21 dagen om geconjugeerd van ongeconjugeerd bilirubine te
onderscheiden.

Vraag 11: In welke van de volgende klinische situaties is een veneus laboratoriumonderzoek ter bepaling
van bilirubine direct geïndiceerd bij een icterische neonaat?
A) Bij elke gezonde neonaat ter screening voorafgaand aan ontslag uit het geboortecentrum.
B) Wanneer de transcutane bilirubinemeting (TcB) > 310 µmol/l is of > 50 µmol/l boven de
behandelgrens ligt.
C) Wanneer de baby uitsluitend borstvoeding krijgt en minimaal 6 keer per dag drinkt.
D) Bij elke baby van 4 dagen oud met een milde gele verkleuring van de neuspunt.

Vraag 12: Wat is het pathofysiologische mechanisme achter de neurotoxiciteit van ongeconjugeerd
bilirubine?
A) Ongeconjugeerd bilirubine is hydrofiel (wateroplosbaar) en bindt direct aan de hersencellen.
B) Ongeconjugeerd bilirubine is lipofiel (vetoplosbaar) en passeert gemakkelijk de bloed-
hersenbarrière om neer te slaan in de hersenkernen.
C) Geconjugeerd bilirubine is lipofiel en wordt daardoor sneller in de liquor cerebrospinalis
opgenomen.
D) Ongeconjugeerd bilirubine stimuleert de synthese van cytotoxische antistoffen die specifiek de
basale ganglia vernietigen.

Vraag 13: Welke symptomen passen specifiek bij de latere fase van een acute bilirubine encefalopathie?
A) Extreme algemene hypotonie met een slappe, lethargische houding en vlakke ademhaling.
B) Hypertonie met overstrekken (opisthotonus), een hoog, schel huilen (high-pitched cry) en
convulsies.



Pagina 3

Document information

Study
Uploaded on
September 1, 2026
Number of pages
16
Written in
2026/2027
Type
Other
Person
Unknown
$5.37

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
RenateVIO
4.0
(1)
Sold
1
Followers
0
Items
121
Last sold
1 week ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions