Oefentoets
Vaginaal Bloedverlies in het Eerste Trimester
30 Toetsvragen op HBO+ Niveau met Toelichtingen
Deel 1: Meerkeuzevragen
Vraag 1: Vaginaal bloedverlies komt frequent voor in het eerste trimester van de zwangerschap. Wat is
de geschatte prevalentie van vaginaal bloedverlies in de eerste helft van de zwangerschap, en bij welk
percentage van deze vrouwen blijft de zwangerschap uiteindelijk intact?
A) Prevalentie van 5-10%; bij ongeveer 25% blijft de zwangerschap intact.
B) Prevalentie van 10-15%; bij ongeveer 40% blijft de zwangerschap intact.
C) Prevalentie van 20-25%; bij ongeveer 50% blijft de zwangerschap intact.
D) Prevalentie van 30-35%; bij ongeveer 60% blijft de zwangerschap intact.
Vraag 2: Een zwangere patiënte (7 weken zwanger) meldt zich met hevig vaginaal bloedverlies, felle
eenzijdige onderbuikspijn en referred pain naar de schouders (schouderpijn). Waar wijst deze
schouderpijn klinisch en pathofysiologisch primair op?
A) Uteriene contracties die uitstralen naar het bovenlichaam.
B) Prikkeling van het diafragma door vrij bloed in de buikholte (intra-abdominale bloeding).
C) Cervixverstrijking en dilatatie als gevolg van een miskraam in gang.
D) Lokale compressie van de nervus obturatorius door een adnexmassa.
Vraag 3: Bij de anamnese van een patiënte met vaginaal bloedverlies is het van belang om andere, niet-
gynaecologische bronnen uit te sluiten. Welk anamnestisch symptoom duidt specifiek op een defecatie-
gerelateerde oorzaak in plaats van een gynaecologische oorzaak?
A) Bloedverlies dat optreedt tijdens mictie, vergezeld van dysurie.
B) Bloedverlies dat uitsluitend gekoppeld is aan de ontlasting, bijvoorbeeld door hemorroïden of
een fissura ani.
C) Spotting die toeneemt na fysieke activiteit of sporten.
D) Bruine, dikke afscheiding met een onaangename geur.
Vraag 4: Wat is de pathofysiologische verklaring voor een fysiologische innestelingsbloeding?
A) Een hormonale dip in het progesterongehalte rond de verwachte menstruatie.
B) Erosie van de blastocyst in de decidua en het endometriaal stroombed op de plaats van
innesteling rond dag 20-24 van de cyclus.
C) Een tijdelijke verhoogde druk in de spiraalarteriën van de uterus.
Pagina 1
, Klinische Oefentoets - Eerste Trimester Bloedverlies
D) Ontsteking van het cervixslijmvlies door trofoblastinvasie.
Vraag 5: Bij welk klinisch beeld hoort de volgende presentatie: vaginaal bloedverlies in het eerste
trimester, buikkrampen, en een transvaginale echo die een vitale intra-uteriene zwangerschap toont bij
een gesloten ostium uteri internum?
A) Abortus incipiens
B) Abortus incompletus
C) Abortus imminens
D) Missed abortion
Vraag 6: Een patiënte presenteert zich met toenemend vaginaal bloedverlies en hevige kramppijn in de
onderbuik. Bij vaginaal toucher wordt een verstreken en geopende portio vastgesteld. Hoe wordt deze
klinische vorm van een miskraam geclassificeerd?
A) Abortus imminens
B) Abortus incipiens
C) Abortus incompletus
D) Missed abortion
Vraag 7: Wanneer spreekt men van een 'abortus incompletus'?
A) Volledige uitstoting van foetus en placenta waarbij de baarmoedermond gesloten is.
B) Een niet-vitale zwangerschap waarbij het zwangerschapsproduct volledig in de baarmoeder is
achtergebleven.
C) Gedeeltelijke uitstoting van het zwangerschapsweefsel, waarbij resten (miskraamrest) in de
baarmoeder achterblijven.
D) Een zwangerschap van onbekende locatie met dalende hCG-waarden.
Vraag 8: Welke echoscopische meting bij transvaginale echoscopie (TVE) stelt de diagnose 'missed
abortion' (niet-vitale zwangerschap) definitief vast?
A) Een kruin-stuitlengte (CRL) van ≥ 7 mm zonder embryonale hartactie.
B) Een kruin-stuitlengte (CRL) van ≥ 5 mm met twijfelachtige hartactie.
C) Een gemiddelde vruchtzakdiameter (GS) van ≥ 15 mm zonder embryo.
D) Een lege vruchtzak bij een zwangerschapsduur van 5 weken.
Vraag 9: Indien er echoscopisch een lege vruchtzak wordt gezien zonder embryo of dooierzak, vanaf
welke gemiddelde vruchtzakdiameter (GS) mag dan de diagnose 'missed abortion' gesteld worden?
A) ≥ 15 mm
B) ≥ 20 mm
C) ≥ 25 mm
Pagina 2