Moduledoel 13. Je legt het proces van hemostase uit en de
veranderingen in de zwangerschap.
1. Inleiding en fysiologisch kader van de hemostase
Hemostase is het dynamische, ragfijn gereguleerde fysiologische proces dat zorgt voor het
behoud van de vloeibare toestand van het bloed binnen de intacte vaatboom, terwijl het bij
beschadiging van een bloedvat een snelle, gelokaliseerde vorming van een bloedstolsel
(thrombus) induceert om bloedverlies te stoppen (Kennisclip MD-K 5.12; Mfnp H8). Het
hemostatische systeem rust op een voortdurend evenwicht tussen drie nauw met elkaar
verknoopte pijlers: procoagulatoire krachten (stollingsbevordering), anticoagulatieve
mechanismen (stollingsremming) en het fibrinolytische systeem (afbraak van fibrine) (Vander et
al., 2022).
Tijdens de zwangerschap ondergaat de maternale hemostase een ingrijpende fysiologische
herstructurering. Het vrouwelijke lichaam verschuift naar een uitgesproken hypercoagulabele
staat (prothrombotisch profiel) (Kennisclip MD-K 5.12; De Jonge et al., 2025). Dit is een
essentieel evolutief beschermingsmechanisme dat is ontworpen om de vrouw te beschermen
tegen levensbedreigend bloedverlies tijdens de placentascheiding en de baring (fluxus post
partum / PPH). Deze fysiologische adaptatie brengt echter tevens een aanzienlijk verhoogd risico
met zich mee op thrombo-embolische complicaties gedurende de gehele zwangerschap en de
kraamperiode (Mfnp H8; De Jonge et al., 2025).
2. De Drie Fasen van de Basisfysiologie van Hemostase
Klassiek wordt de hemostase onderverdeeld in drie opeenvolgende en deels overlappende
fasen: de primaire hemostase, de secundaire hemostase en de tertiaire hemostase (fibrinolyse)
(Vander et al., 2022; Mfnp H8).
2.1 Primaire Hemostase: Vasoconstrictie en Bloedplaatjesplug
De primaire hemostase heeft als doel de directe vorming van een tijdelijke, instabiele
bloedplaatjesplug (thrombocytenprop) op de plaats van het vaatletsel binnen enkele seconden
tot minuten (Vander et al., 2022). Het proces verloopt via de volgende stappen:
Vasoconstrictie: Direct na beschadiging van het endotheel treedt reflexmatige myogene en
neurogene vaatvernauwing op, versterkt door lokale afgifte van endotheline door
endotheelcellen en tromboxaan A₂ (TXA₂) door geactiveerde bloedplaatjes. Dit vermindert
direct de lokale bloedstroom (Vander et al., 2022).
, Thrombocytenadhesie: Bij beschadiging van het endotheel komt het subendotheliale
collageen bloot te liggen. Von Willebrand Factor (vWF), gesynthetiseerd door
endotheelcellen en megakaryocyten, bindt aan het blootliggende collageen. Thrombocyten
binden vervolgens via hun oppervlaktereceptor Glycoproteïne Ib/IX/V (GPIb/IX/V) aan vWF.
Deze hechting is bestand tegen de hoge schuifspanningen (shear stress) in de arteriële
circulatie (Mfnp H8; Vander et al., 2022).
Thrombocytenactivatie en -degranulatie: Na adhesie veranderen bloedplaatjes van vorm
(van gladde schijfjes naar stervormige cellen met pseudopodia) en legen zij hun α-granula
(bevattend vWF, fibrinogeen, factor V) en dichte (dense) granula (bevattend ADP,
serotonine, calcium). ADP en TXA₂ activeren nabijgelegen circulerende bloedplaatjes
(Vander et al., 2022).
Thrombocytenaggregatie: Activatie leidt tot een vormverandering van de
oppervlaktereceptor Glycoproteïne IIb/IIIa (GPIIb/IIIa), waardoor deze een hoge affiniteit
krijgt voor fibrinogeen en vWF. Fibrinogeen vormt bruggetjes tussen de GPIIb/IIIa-
receptoren van aanpalende bloedplaatjes, wat leidt tot het ontstaan van de primaire
thrombocytenplug (Vander et al., 2022; Mfnp H8).
2.2 Secundaire Hemostase: De Stollingscascade en Fibrinevorming
De secundaire hemostase dient om de instabiele bloedplaatjesplug te versterken en te
verankeren door de omzetting van oplosbaar fibrinogeen in een onoplosbaar, stabiel netwerk
van draderig fibrine (Kennisclip MD-K 5.12; Mfnp H8).
Het Klassieke Cascade-Model (Intrinsiek, Extrinsiek en Gemeenschappelijk)
In de klassieke laboratoriumbenadering worden twee initiatiewegen onderscheiden die
samenkomen in de gemeenschappelijke weg (Vander et al., 2022):
De Extrinsieke Weg (Tissue Factor Route): Dit is de fysiologisch belangrijkste route voor de
initiatie van de stelling. Bij vaatschade komt weefselfactor (Tissue Factor / TF / Factor III) uit
de subendotheliale weefsels in contact met circulerend Factor VII. Dit vormt het TF-FVIIa
complex, dat vervolgens Factor X activeert tot Factor Xa. De extrinsieke weg wordt gemeten
via de Prothorombinetijd (PT) of INR (Vander et al., 2022; Mfnp H8).
De Intrinsieke Weg (Contact-activatie Route): Wordt geïnitieerd wanneer Factor XII in
contact komt met negatief geladen vreemde oppervlakken (zoals collageen of glas in het
lab). Dit activeert een enzymatische ketenreactie: FXIIa → FXIa → FIXa. FIXa vormt samen
met co-factor FVIIIa, calcium en fosfolipiden het 'tenase-complex', dat eveneens Factor X
activeert tot FXa. De intrinsieke weg wordt gemeten via de Geactiveerde Partiële
Tromboplastinetijd (aPTT) (Vander et al., 2022; Mfnp H8).
De Gemeenschappelijke Weg: Factor Xa vormt samen met co-factor Va, calcium en
prothrombinase-complexen op het geactiveerde thrombocytenmembraan het
prothrombinase-complex. Dit complex zet prothrombine (Factor II) om in actief thrombine
(Factor IIa). Thrombine zet vervolgens oplosbaar fibrinogeen (Factor I) om in
fibrinemonomeren, die polymeriseren tot een draderig netwerk. Tenslotte zet thrombine