Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 50 pages
Summary

Samenvatting: Assurantie A Transport 2026/2027

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 50 pages

Samenvatting Assurantie A: Transport. Dit is een samenvatting behorend bij het onderdeel algemeen van de opleiding assurantie A. Dit is een vrij uitgebreide samenvatting van het tekstboek dat hoort bij het gedeelte van transport. De samenvatting is per hoofdstuk geschreven. Ik heb de module gevolgd en behaald bij het NIBESVV.

Content preview

Samenvatting Assurantie transport

Hoofdstuk 1: Algemene aspecten en Nederlands en Engels recht

Verzekerbare risico’s die tot de branche transportverzekering worden gerekend zijn in te delen naar
gevaarsobject en naar degene die behoefte hebben aan een transportverzekering. Het Nederlandse
verzekeringsrecht is ook van toepassing op transportverzekeringen. Er zijn vooral een aantal wettelijke
bepalingen rondom de verzekeringsovereenkomst van belang. Naast het Nederlandse recht is ook het
Engelse recht van groot belang binnen de transportbranche. Een grove overkoepelende term is ook
wel de maritieme verzekering die veel kan omvatten. Deze Maritieme verzekering kan onderverdeeld
worden in:
1. Landmaterieel (2), binnenvaartcasco (3) en zeecasco (4)  vooral materiele schade
2. Transport goederen (5), logistieke aansprakelijkheid (6) en P&I (4.6)  vooral aansprakelijkheid

In het BW wordt een onderscheid gemaakt in schadeverzekeringen, aansprakelijkheidsverzekering en
levensverzekeringen (hier behandeld). Een schadeverzekering keert alleen uit als materiele schade is
opgetreden aan het verzekerde object en dekt geen enkele vorm van aansprakelijkheid. Hier wordt
alleen uitgekeerd op basis van polisvoorwaarden als schade is ontstaan aan de verzekerde zaak. Een
aansprakelijkheidsverzekering keert juist een bedrag uit als de verzekerde aansprakelijk is voor dit
bedrag op basis van de wet, verdrag of contract. Hier wordt gekeken naar de contracten en wettelijke
bepalingen en hoeft er bijvoorbeeld ook geen materiele schade te zijn. Dit verschil is van groot belang
voor maritieme verzekeringen. Als adviseur hiervan goed op de hoogte zijn. Soms beide verzekerd.

Nederlands recht

Voor wat betreft het Nederlands recht wordt het BW behandeld voor zover dit uitsluitend of vooral van
belang is voor de transportverzekering. NB: vaak (ook) ander recht van toepassing. Het Nederlands
recht is op hoofdlijnen te onderscheiden in Publiekrecht (verhouding overheid-overheid en overheid-
burger) én Privaatrecht (verhouding burger-burger en overheid-burger voor zover een privaatrechte-
lijke betrekking). Belang zit hem ook wie initiatief moet nemen als rechtsregels worden overtreden.
Het Nederlands recht kent ook een onderscheid in dwingend (niet afwijken), semi-dwingend (ten
voordele afwijken) én regelend recht (afwijken mag, renunciatie). Specifiek in het verzekeringsrecht
zijn slotartikelen opgenomen of sprake is van dwingend of semi-dwingend recht. Als een artikel niet is
opgesomd dan is dit regelend recht en mag een verzekeraar hier in beginsel van afwijken. In beginsel
omdat wél rekening gehouden dient te worden met R&B én andere wettelijke bepalingen.

Het Nederlandse recht kent 4 rechtsbronnen. Dit zijn wet, verdrag, gewoonterecht (gewoonte zo sterk
dat het een ongeschreven rechtsplicht is geworden) en jurisprudentie (interpretatie van rechters van
de overige rechtsbronnen). Vooral het verdrag is voor maritieme verzekering van belang. Een verdrag
is een overeenkomst tussen twee of meer landen. Je hebt een directe werking van verdragen. Dan
gaan de rechtsverplichtingen van het verdrag rechtstreeks doorwerken voor de burgers van dat land.
De kracht van een verdrag gaat ook boven nationale wetgeving (volgens de grondwet). Als een
verdrag een indirecte werking heeft dan moeten deze bepalingen eerst omgezet worden in nationale
wetgeving. De volgens internationale regelingen zijn voor deze opleiding van belang:
- Internationale wegvervoer (CMR) -Beperking aansprakelijkheid voor binnenvaartschepen (CLNI)
- Internationale luchtvervoer (Montreal) -Beperking aansprakelijkheid voor zeeschepen (Londens)
- Internationaal spoorwegvervoer (COTIF) -Avarij-grosse regels (geen verdrag)
- Internationaal Zeevervoer (Hague-Visby rule) -York-Antwerp Rules (YAR) (geen verdrag)
Deze regelingen hebben allemaal betrekking op het regelen van de rechtsverhouding tussen partijen
die betrokken zijn bij een transport. BV: de CMR regelt in hoeverre en in welke gevallen de vervoerder
ten opzichte van de landingsbelanghebbende aansprakelijk is voor schade aan zaken tijdens een
grensoverschrijdend wegtransport.

Verzekering  De definitieve van verzekering is in het Nederlands recht opgenomen in artikel 7:925
BW. Deze definitie kent een ruime omschrijving. Een van de meeste belangrijke elementen hiervan is
de subjectieve onzekerheid die moet bestaan bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst.
Zonder onzekerheid is er geen sprake van een verzekering. In het verzekeringsrecht is hierover niets
geregeld dus ook een geringe mate van onzekerheid zou voldoende kunnen zijn om van een
verzekering te spreken. De onzekerheid kan zich manifesteren in of, wanneer en hoeveel de uitkering
zal bedragen en/of verschuldigd zijn, maar ook wat de premiebetalingsduur voor de verzekerings-
nemer zou zijn. Subjectief want er wordt gekeken naar wat betrokkene wist en niet naar wat hij
Behoorde te weten. Bij een schadeverzekering (waaronder de transportverzekering) vallen de meeste
elementen samen. Veel transportverzekeraar willen alsnog vasthouden aan het vertrouwde begrip van
een ‘onzeker voorval’. Vaak wordt dit op een polisblad aangetekend. Dit heeft wel tot gevolg dat naast
een bewijslast dat de schade door een gedekt gevaar is ontstaan ook eventueel aanvullende
bewijslevering kan worden verlangd over het onzekere voorval. Een transportverzekering is een
schadeverzekering. Dit betekent dat ook aan die definitie moet worden voldaan.

1

,Samenvatting Assurantie transport

Kortgezegd moet het gaan om het gegeven dat het moet gaan om een vergoeding van schade die de
verzekering in zijn vermogen heeft geleden. Dit is de bedoeling ook van een schadeverzekering.

Verzekeringsovereenkomst  De verzekeringsovereenkomst komt tot stand door een wilsovereen-
stemming tussen kandidaat-verzekeringnemer en verzekeraar. Vaak met bemiddeling van een
verzekeringsmakelaar (TP). De makelaar komt op voor het belang van verzekeringnemer zorgt voor
het advies, regelt de schade voor verzekerde en onderhoudt en afgesloten contract. Verzekering
overeenkomsten zijn overeenkomsten van de uiterste goede trouw. In het BW wordt hiervan
gesproken door R&B.

De strekking van een schadeverzekering is het vergoeden van schade die de verzekerde in zin
vermogen lijdt. Dit betekent dat een verzekerde wel een financieel belang of contractueel belang moet
hebben bij het verzekerde object op het moment van het optreden van een onder de verzekering
gedekte gebeurtenis waardoor zijn vermogen wordt aangetast. NB: dit is niet per se het eigenaars-
belang. NB: in het internationale handelsverkeer komt het vaak voor dat goederen van eigenaar
verwisselen. De verkoper levert niet de feitelijke zaken maar het bewijs dat deze zijn geladen in het
zeeschip bijvoorbeeld. Dit heet ook wel cognossement of de bill of Lading. Goederentransport-
verzekeringen worden in de regel niet op naam, maar aan order of aan toonder gesteld. Bij een
schade moet er dan worden aangetoond dat je belang hebt bij de vervoerde zaken die beschadigd
raken en/of verloren gaan. Dit kan dan bijvoorbeeld door middel van de cognossement of de bill of
lading. Dit wordt dan gezien als eigendomsbewijs van de zaken en daarmee het financiële belang dat
je hebt. De polis aan order of toonder (waardepapier) geldt dat de houder hiervan als verzekerde van
de polis. Daarbij geldt wel de eis dat het belang bij het behoud van de zak bij die houder rust. Als
schade is ontstaan kan de polishouder als belanghebbende de schade onder de verzekering claimen
en de eventuele schadeuitkering ontvangen.

Makelaar/beurspolissen  Als een verzekeringsovereenkomst tot stand komt via een assurantie-
makelaar gelden er nog wat bijzonderheden met betrekking tot wanbetalingsrisico (delcrederebeding),
schadeuitkeringen, premiebetalingen én verrekeningen. De makelaar loopt het wanbetalingsrisico,
omdat de tussenpersoon de premieschuld van verzekeringnemer overneemt. De verzekeraar brengt
de premie in rekening bij de TP en kwiteert daarmee de verzekeringnemer. Tussen de TP en
Verzekeraar bestaat in de regel een Rekening-Courant. De TP wordt hier wel beperkt beschermd in
artikel 7:936 BW. Bijvoorbeeld dat de TP een voorrecht krijgt op de uitkering (mogelijkheden tot
verrekening, 10 dagen kennisgeving) én dat als verzekeringnemer bijvoorbeeld failliet gaat de TP een
bevoorrechte vordering krijgt ten opzichte van andere schuldeisers. Wel geldt dat de verzekering-
nemer tegenover de verzekeraar is gekweten als hij de premie heeft voldaan aan de TP (en dus in
rekening-courant is belast). Dit geldt ook als de premie nog niet is voldaan, maar wel in rekening-
courant is belast omdat de premie voor rekening van de TP is gekomen. Als de TP in dit geval failliet
gaat dan kan door de premiekwijting de verzekeraar de verzekerde niet meer aanspreken tot
premiebetaling. Dit wordt geacht te zijn gedaan. Zoals gezegd heeft een TP wel een voorrecht op de
uitkering. De uitkering mag worden verrekend met de openstaande premie. Dit mag ook voor
uitkeringen op andere verzekeringen. Bij een uitkering moet verzekeraar dit vragen aan TP met een
termijn van 10 dagen. Eventueel restant wordt wel overgemaakt aan verzekeringnemer. Om te
voorkomen dat door verrekening andere worden benadeeld zijn er wel drie voorwaarden:
- De uitkeringsgerechtigde en verzekeringnemer moeten dezelfde persoon zijn
- De verzekeringen moeten dezelfde verzekeringnemer hebben
- De verzekeringen moeten zijn gesloten via dezelfde tussenpersoon.
Verder geldt nog dat het voorrecht van de TP niet geldt bij verplichte aansprakelijkheidsverzekeringen.
Hierbij geldt ook nog aanvullend dat de benadeelde een zelfstandig vorderingsrecht heeft op de
verzekeraar (denk aan de WAM-verzekering). Bij onverplichte aansprakelijkheidsverzekeringen mag
uitsluitend de openstaande premie van de betreffende verzekering worden verrekend. Dus niet met
andere verzekeringen. NB: deze bescherming geldt ook voor derden die een beroep kunnen doen op
de uitkeringen uit toonder- of orderpolissen met een beperkt recht of voorrecht op het recht van
uitkering. In die gevallen mag dus geen verrekening van openstaande premie plaatsvinden.

De schadeuitkering loopt dus ook (vaak) via de TP. Een verzekeraar is in beginsel gekweten van zijn
betalingsverplichting tegenover de uitkeringsgerechtigde als een betaling heeft plaatsgevonden aan
de TP. De uitkeringsgerechtigde krijgt wel bescherming in de wet tegen onvermogen van de TP. De
bepaling regelt dat de verzekeraar pas tegenover de uitkeringsgerechtigde is gekweten als deze de
uitkering heeft ontvangen (geldt ook als volgens polisvoorwaarden betaald mag worden aan TP),
echter het verzekeringsrecht speelt hierop in dat de verzekeraar ook is gekweten van betaling als de
uitkering niet daadwerkelijk is ontvangen, maar de uitkeringsgerechtigde wel door de uitkering is
gebaar. Denk hierbij aan verrekening. Omdat de eis van het daadwerkelijk ontvangen bestaat
(overigens dwingend recht) kan het dus voorkomen bij faillissement van een TP dat een verzekeraar 2
keer een uitkering zou kunnen betalen.

2

,Samenvatting Assurantie transport

Eigen gebrek  In artikel 7:951 BW is bepaald dat een eigen gebrek op grond van de wet is
uitgesloten (regelend recht). Eigen gebrek valt uiteen in aard van een zaak. Dit zijn normale
eigenschappen van een zaak die schade veroorzaken. En je hebt een gebrek van een zaak. Dit zijn
juist ongunstige of minderjarige eigenschappen van een zaak die zaken van dezelfde soort juist niet
bezitten. Als een verzekeraar een beroep wil doen op dit artikel moet het echt gaan voor zover het
bestaat ten aanzien van de verzekerde voorwerpen zelf. Ook geldt dat hij dan moet aantonen dat
eventuele andere oorzaken geen rol hebben gespeeld bij de schade. VB: schip zinkt door ouderdom
(geen dekking). De vervoerde zaken komen wel voor dekking in aanmerking, omdat dit een van
buitenkomend onheil is en geen eigen gebrek van de vervoerde zaken.

Opzet en roekeloosheid  Ook dit zijn wettelijke uitsluitingsgronden die regelend recht zijn. Bij opzet
gaat het om bewust, willens en wetens veroorzaken van schade. Bij roekeloosheid gaat het om grove
schuld. Roekeloosheid ligt dicht tegen schuld aan. Er kunnen door het regelend recht andere vormen
van schuld worden toegepast. Bijvoorbeeld een lichtere vorm van schuld door roekeloosheid.

Duur van verzekering  De verzekering is van kracht vanaf het moment dat tussen partijen wils-
overeenstemming is verkregen. Dit is het formele begin van de verzekering. Het risico begint echter te
lopen op de door partijen opgegeven tijdstippen. Dit is ook wel het materiele begin. Voor verzekerings-
dekking moet de schade zich openbaren tijdens de looptijd van de verzekering. Het kan voorkomen
dat een verzekering met TWK ingaat. Dit is dan voor het formele begin. Dit kan dus ook als er al
schade is, voorwaarde hiervoor wel is dat verzekerde niet op de hoogte is op de schade op het
moment van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst.

Verjaring  Over verjaring is een artikel opgenomen in het BW (7:942). Een rechtsvordering tegen
een verzekeraar verjaart door verloop van 3 jaar na de dag waarop de uitkeringsgerechtigde met de
opeisbaarheid daarvan bekend is geworden. Het gaat dus om de bekendheid met de opeisbaarheid
van de vordering (subjectivering) en niet het moment van de opeisbaarheid van de vordering
(objectivering). Er is hierdoor sprake van een relatief verjaringstermijn (niet absoluut). Dit termijn wordt
gestuit door een schriftelijke mededeling waarbij op uitkering aanspraak wordt gemaakt. Een nieuw
verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen op de dag volgend op die waarop de verzekeraar de
aanspraak erkent of ondubbelzinnig afwijst. Er is dus actie nodig van de verzekeraar voordat een
nieuw verjaringstermijn ingaat en anders gaat er geen termijn lopen. NB: Bij een aansprakelijkheids-
verzekering wordt de verjaring gestuit door iedere onderhandeling. Hier geldt ook dat er pas een
nieuw termijn gaat lopen na erkenning of beëindiging afbreekt (ondubbelzinnig aangegeven). Deze
bepaling is van semi-dwingend recht. Mag niet ten nadele van worden afgeweken voor verzekerden.

Causaliteitsleer  Voor schade is causaliteit een van de vereiste voor een toekenning van een
schadevergoeding. In Nederland is het uitgangspunt de leer van oorzaak en gevolg. Deze leer geldt
naast verzekeringsrecht ook in het civiele- en strafrecht. In Nederland loopt de leer van de ‘adequate
veroorzaking’ én ‘toerekening naar redelijkheid’ door elkaar heen. Deze laatste is uitdrukkelijk erkend
geaccepteerd voor toerekenbare tekortkoming en OD. Voor het verzekeringsrecht lijkt dit daarom ook
wel te gelden. De toerekening naar redelijkheid houdt in dat of de schade aan de verzekeraar moet
worden toegerekend wordt gekeken op basis van wat partijen bij het aangaan van de verzekering voor
ogen heeft gehad. Dit is een toerekening op basis van redelijkheid. Bij de adequate veroorzaking
wordt als oorzaak van de schade te beschouwen die gebeurtenis waaruit redelijkerwijs volgens de
algemene ervaringsregels de schade heeft moeten voortvloeien. Wanneer meerdere feiten volgens
deze redenatie in aanmerking komen dan wordt in het algemeen gesteld en aanvaard dat van die
feiten het verst verwijderde feit als het relevante feit kan worden beschouwd. Dit heet ook wel ‘causa
remote, non proxima spectatur). In de praktijk is het soms wel erg lastig om vast te stellen welke factor
feitelijk kan worden beschouwd als de enige echte oorzaak van de schade. Zie voorbeeld boek. NB: in
Engeland geldt de ‘causa proxima, non remota spectator’. Je kijkt dan naar het dichtst bijgelegen
oorzaak en niet naar het verst verwijderde feit. Dit heet ook wel de naaste meest effectieve oorzaak.

Bewijslast  Bij elke schade moet de verzekerde de schadeomvang bewijzen én het feit dat de
schade is ontstaan door een gedekt gevaar binnen de verzekerde periode of reis. In voorkomende
gevallen kan van de verzekerde ander bewijs van het onzekere voorval worden verlangd. Als een
verzekeraar bedenkingen heeft bij de toedracht aantonen dat de oorzaak van de schadde is gelegen
in een niet gedekt gevaar. Vaak kan worden volstaan met het leveren van bewijs van vermoedens. In
deze gevallen kan de rechter omkering van bewijslast opleggen. De verzekerde moet dan bewijzen
(aantonen) dat de schade niet heeft kunnen ontstaan door het niet-gedekte gevaar.

Toepasselijk recht  In beginsel is het in Nederland zo dat verzekeringen die in Nederland worden
gesloten Nederlands recht van toepassing is. Er is op dit thema wel contractsvrijheid door het
aanwijzen van wetgeving aan partijen over te laten. Wordt er niets aangewezen dan is vaak het recht
van toepassing van het land waar zij het contract gesloten hebben. NB: Voor de Nederlandse rechter

3

, Samenvatting Assurantie transport

is een door buitenlands recht beheerste en naar dat recht gerechtvaardigde vordering niet ontvankelijk
als de toepassing van het vreemde recht strijdig is met de Nederlandse openbare orde of goede
zeden. Wel kunnen Nederlandse rechters dus overeenkomsten naar buitenlands recht dus erkennen
die nooit in Nederland gesloten hadden kunnen worden. Maar het is wel verboden een naar
Nederlands recht nietig beding door buitenlands recht te laten beheersen waarbij voor het overige
Nederlands recht van toepassing is.

Voor de zeeverzekering is het Engels recht belangrijker dan het Nederlandse recht. Vooral de
internationale bekendheid met het Engelse recht is een van de voordelen om vaker Engels recht te
kiezen. Het kiezen voor Engels recht is geen bezwaar, maar dit moet dan wel uitdrukkelijk uit de polis
blijken door bepaalde terminologie toe te passen. Hiermee wordt bereikt dat bij een eventueel geschil
de Nederlandse rechter zich uitsluitend laat leiden door de bepalingen van het Engelse verzekerings-
recht. Mits deze dus niet in strijd zijn met de Nederlandse openbare orde of goede zeden.

Engels recht

Voor de transportverzekeringsbranche is dus Engels recht heel belangrijk. In dit kader zijn vooral de
Marine Insurance Act 1906 (MIA 1906) én de Insurance Act 2015 belangrijk. In de MIA 1906 worden
de meeste verzekeringsthema’s bepaald. Het Engels recht is anders opgebouwd dan het Nederlandse
recht. Want zij kennen geen BW. De beeste bepalingen zijn gebaseerd op vroegere uitspraken door
rechters. Uitspraken krijgen de kracht van wet en worden naderhand op deze manier uitgelegd. Wel
zijn op sommige domeinen wel wetgeving in wetten neergelegd om aspecten van de samenleving te
reguleren. De MIA is nog steeds van toepassing al zijn bepaalde bepalingen wel vervangen door de
Insurance Act uit 2015. De Mia bestaat uit veel paragrafen inclusief een modelpolis (Lloyd’s S.G.
Policy Form) én Rules for Construction of policy (RFC, definitie uitleg).

De verzekeringsovereenkomst  Dit is vergelijkbaar met het NL-recht. Er komt een
verzekeringsovereenkomst tot stand door wilsovereenstemming. Een verzekeringsovereenkomst is
een tweezijdige overeenkomst.

Goede trouw  Een verzekering moet zijn gebaseerd op uiterste goede trouw. Zo niet, dan kan een
partij een nietigverklaring van de overeenkomst eisen. Dit is ook wel utmost good faith.

Mededelingsplicht  Onder de MIA 1906 gold op overtreding van de mededelingsplicht een zware
sanctie. Namelijk geen uitkering. Dit is met de Insurance Act wel teruggebracht naar een vergelijkbare
regeling als NL. Met deze Act is een vangnet gecreëerd door bij een schending toch nog vragen te
stellen en antwoorden te verkrijgen (wel datadumps tegengaan). Bij constatering kunnen er andere
voorwaarden, hogere premie worden gesteld en/of de verzekering worden beëindigd. Dan wordt wel
premie restitueert. Bij opzet of bewuste roekeloosheid wordt polis ook beëindigd zonder restitutie.

Dubbele verzekering  Er is sprake van een dubbele verzekering als 2 of meer verzekeringen
betrekking hebben op hetzelfde belang of een gedeelte daarvan en het totaal van de verzekerde
bedragen het werkelijke belang te boven gaat (samenloop). Het indemniteitsbeginsel moet wel worden
toegepast. Dit betekent dat de betrokken verzekeringen in gemeenschap worden gebracht. Bij schade
heeft de verzekerde de keuze onder welke verzekering dekking wordt verzocht. Bij betaling van de
verzekeraar volgt erna onderling verhaal. Let op, bij dit recht gaat het om de verhouding van het
verzekerd bedrag tot het totaal van de verzekerde bedragen. In Nederland wordt voor de verhouding
gekeken naar de totale uitkering die een verzekeraar zou moeten doen als wij wordt aangesproken in
plaatst van naar de verzekerde som.

Garanties ‘warranties’ en andere ‘terms’  Bij warranties gaat het om voorwaarden voor verzekerings-
dekking. Onder de MIA 1906 was dit heel strikt/streng. Bij schending (ongeacht de grootte e.d.)
werden verzekeraars automatisch van hun uitkeringsverplichting ontheven. Dit is aangepast met de
invoering van de Insurance Act. Garanties moeten expliciet in de polis worden opgenomen, er worden
standaard gevolgen aan verbonden (niet blijvend meer ontheven) en alleen als er een verband bestaat
tussen de schending van de garantie en het risico zoals dat zich heeft voorgedaan kunnen er
gevolgen zijn. Insurance Act ziet nu op warranties en terms, Het moet wel gaan om specifieke risico’s
en niet op risico’s in algemene zin, het gaat ook om uitsluitingsclausules. Garanties en terms worden
nu ook wel ‘suspensory condition’ genoemd. NB: Als een verzekerde aantoon dat de niet-nakoming
van de garanties/terms niet to schade kan hebben geleid komt de verzekeraar geen beroep toe op de
niet-nakoming onder de polis. De garanties/terms zijn hiermee allemaal ‘Conditional’ geworden.
Hieronder drie voorbeelden van een aantal warranties onder oud & nieuw:
- Conditional express warranty  Opname van een vaartomschrijving (bepaald vaargebied). Dit
wordt toegevoegd met de term ‘or held covered’ (OHC). Dit betekent dat er niet direct sprake is
van nietigheid, maar dat de dekking wel blijvend wordt geboden. Vaak tegen meer premie. Onder


4

Document information

Uploaded on
September 1, 2026
Number of pages
50
Written in
2026/2027
Type
Summary
$12.96

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
MiClubby
4.0
(1)
Sold
21
Followers
0
Items
11
Last sold
2 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions