• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 59 pages
Summary

Samenvatting - doelgroepen 1

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 59 pages

Dit is een samenvatting van Doelgroepen 1 die ik zelf heb gemaakt. Ik ben naar alle lessen gegaan en heb deze samenvatting gemaakt op basis van wat er in de les werd gezegd en in het boek stond. Ik heb zelf enkel mijn samenvatting geleerd en ben geslaagd voor dit vak.

Content preview

DOELGROEPEN 1
DEEL 1 DOELGROEPEN: WHAT’S IN A NAME

2. LEREN OVER STOORNISSEN

Stoornisdenken= benadering die zich richt op het ‘herstellen’ of compenseren van een
functiebeperking zodat iemand zo dicht mogelijk bij de norm kan functioneren

 Voordelen: medische vooruitgang, therapieën
 Nadelen: stigmatisering, segregatie

Functiedenken= bekijkt de persoon nt alleen op basis van stoornis, maar op basis van
mogelijkheden en beperkingen in functioneren, met focus op participatie en context

 doelgroepbenadering (lichamelijke/verstandelijke beperking) mag nt leiden tot
alleen focussen op beperkingen, maar mt kijken nr het individu in zijn omgeving
en ondersteuningsnoden

3. KIJKEN NAAR MENSEN

Diversiteitsdenken

Elke persoon heeft meervoudige identiteiten (bv. geslacht,
leeftijd, cultuur, beperking)

 Identiteiten beïnvloeden elkaar en het leven van een persoon

!Belang van holistisch kijken: hele persoon zien, inclusief sterktes
en noden, niet alleen de beperking!

Intersectioneel / kruispuntdenken

- Combinatie van identiteiten kan voordeel of nadeel geven in de mttij
- Gezondheid/beperking is slechts 1 aspect; te veel focus hierop beperkt
ontwikkeling v andere identiteiten
- vb: In Bolivia w een kreupele hand als heilig gezien, niet als beperking

Praktische impact

Kinderen/jongeren met beperking krijgen veel aandacht op fysiek welzijn → minder ruimte
voor andere identiteitsaspecten

 Beperking beïnvloedt kansen op onderwijs, werk, sociale contacten,
seksualiteitsvoorlichting

Disability studies

- Kijk naar ondersteuningsvragen vanuit recht op participatie, niet vanuit
stoornis
- Betrek zowel persoon als omgeving bij het organiseren van hulp

Rol van orthopedagoog

 Gebruik kennis over stoornissen bewust, maar focus op holistische,
intersectionele aanpak

1

,  Doel: maximale participatie en ontwikkeling vh individu in zijn context

4. WERKEN MET MENSEN

Beeldvorming over identiteiten en leefomgeving is nodig om hulp te bepalen  als PGO
werk je methodisch via een handelingsplan

Kennis over doelgroepen helpt handelingsplannen begrijpen of opstellen, maar moet
aangevuld w met andere identiteiten van de hulpvrager

 Niet kijken naar de doelgroep alleen, maar nr de mens
 Het orthopedagogisch grondplan helpt holistisch kijken en alle aspecten in kaart
brengen
 Keuzes hangen af van factoren op micro-, meso- en macroniveau, beïnvloed door
mttij tendensen
 Hoe je relatie vormgeeft, hoe je kijkt en wat je doet w bepaald door wat als
belangrijk, relevant of na te streven w beschouwd in de mttij

Het grondplan en tendensen vormen een bril om theorie over doelgroepen te bekijken en
handelingsgericht een beeldvorming te maken


4.1 HET ORTHOPEDAGOGISCH GRONDPLAN
Het grondplan richt zich op de relatie met de cliënt, rekening houdend met zijn
individuele identiteiten

Microniveau: elke cliënt heeft unieke orthopedagogische noden, beïnvloed door
individuele ontwikkeling en biomedische/psychosociale geschiedenis.

 Deze noden beïnvloeden cognitief, sociaal-emotioneel, lichamelijk en moreel
functioneren
 Kennis van veelvoorkomende noden helpt de begeleider dagelijkse situaties,
leefklimaat en aanpak aan te passen
- Ecologische visie: verandering vd omgeving beïnvloedt het gedrag vd cliënt
bv: pad toegankelijk maken zodat kind met rolstoel zelfstandig naar
speelplaats kan.
- Specifieke methodieken per doelgroep ondersteunen de begeleiding van
cliënten en cliëntsystemen

Mesoniveau: focus op beschikbare diensten en voorzieningen voor begeleiding,
geïntegreerd in de opleiding

Macroniveau: beïnvloeden mens- en wereldvisies én (zorg)beleid hoe PGO’s omgaan
met doelgroepen

 In Vlaanderen bepaalt het VAPH wie erkend is als persoon met een handicap en
wie recht heeft op overheidssteun

Definitie van handicap die het VAPH hanteert

“elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon dat te wijten is aan het
samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke
aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en persoonlijke en externe factoren.”




2

,  De impact van een beperking hangt af vd sml, cultuur en omgeving: participatie is
makkelijker in een toegankelijke, inclusieve omgeving dan in een
moeilijk bereikbare omgeving




4.2 TENDENSEN
 Macroniveau: tendensen sturen beleid, diensten en voorzieningen
 Mesoniveau: invloed op middelen, visie, locatie en materiële omgeving van
voorzieningen
 Microniveau: zichtbaar in dagelijks werk van PGO (relatie, klimaat,
situatiehantering).
 volgen v tendensen ondersteunt holistisch kijken en maatwerk voor de cliënt


4.3 HANDELINGSGERICHTE BEELDVORMING
Je vertrekt altijd vanuit het orthopedagogisch grondplan → je werkt vraaggestuurd en op
maat

 Er bestaat gn standaardaanpak (“one size fits all”) voor mensen met een
beperking
 Een diagnose alleen zegt nt welke ondersteuning iemand nodig heeft  daarom
doe je handelingsgerichte beeldvorming (informatie verzamelen om juiste
doelen te bepalen)
o Je kijkt breed en holistisch: naar de persoon én zijn omgeving
o Je gaat in gesprek met de cliënt (en netwerk) over mogelijkheden, wensen,
beperkingen, motivaties en identiteiten
o Theoretische modellen helpen je om gerichte vragen te stellen en alles te
begrijpen.
o Jij legt zelf de puzzel per cliënt (microniveau), rekening houdend met
organisatie (meso) en maatschappij (macro)
 Er bestaat niet “dé” verstandelijke of lichamelijke beperking  wel kapstokken om
beter te begrijpen en samen te werken in een team


4.4 CULTUURSENSITIEVE ZORG BINNEN DIVERSSENSITIEF KIJKEN
Culturele achtergrond beïnvloedt hoe een persoon met beperking w bekeken en
ondersteund

 Migratieachtergrond + beperking = dubbel nadeel → extra kwetsbaar
 Gevolg: minder toegang tot zorg en vaak lagere zorgkwaliteit → nood aan
cultuursensitieve zorg

Barrières (voor cultuursensitieve zorg bij personen met een beperking en
migratieachtergrond)

1. Communicatieproblemen  taal en culturele noden moeilijk bespreekbaar
2. Verschillend referentiekader  andere visie op gezondheid/opvoeding:
hulpverlening heeft vaak te weinig culturele kennis
3. Onvoldoende kennis over ontwikkeling binnen gezin → minder inzicht in
beperking


3

, 4. Taboe rond beperking → minder hulp zoeken of deelname vermijden
5. Complex hulpverleningssysteem → moeilijke toegang, weinig assertiviteit +
stigmatisering/racisme

Adviezen

1. Opleiding en zelfreflectie → bewust worden van eigen referentiekader
2. Divers team → beter begrip + meer vertrouwen
3. Kritisch kijken naar organisatie → procedures toegankelijker maken
4. Tolk inschakelen (liefst cultureel passend)
5. Meer tijd nemen voor gesprekken
6. Cliënten versterken in communicatie en zorginzicht



Valkuilen

- Othering & stereotypering → denken dat alleen “de ander” cultuur heeft en
werken met vaste culturele recepten
- Cultuur te eng bekijken → cultuur ≠ enkel etniciteit; ook de hulpverlener is
cultureel gekleurd
- Uniciteit vergeten → culturele achtergrond is slechts 1 deel van een complexe
identiteit → blijf holistisch en diverssensitief kijken

DEEL 2: LICHAMELIJKE BEPERKING
 Er is een lichamelijke beperking = er is een hinder in het lichaam  groep is
heterogeen (zie p25)

“Personen met een lichamelijke beperking
ondervinden door blijvende, tijdelijke of
terugkerende motorische belemmeringen
hinder in hun groei, ontwikkeling en dagelijks
functioneren. Deze belemmeringen hebben hun
oorsprong in neurologische, musculaire,
metabolische stoornissen of traumata. De
groep is niet eenduidig afgebakend: sommige personen hebben bijkomende beperkingen
(verstandelijk, zintuiglijk) of andere problemen (gedrag, emotie, leren, communicatie)”


1.1 ONTRAFELING DEFINITIE
Hinder in motorische ontwikkeling  belemmering van functioneren (dagelijkse
activiteiten moeilijk uitvoeren)

Verloop kan zijn: van korte duur of blijvend (tijdelijk of permanent), progressief
(wordt erger), of recidiverend (wisselende periodes met en zonder beperking)

Oorzaak kan zijn:

- Neuromusculair (spieren en zenuwen)
- Bot of gewricht (biomedisch kader motorische beperking)
- Neurologisch (hersenen/zenuwstelsel)
- Metabolisch (stofwisseling)
- Trauma (letsel, bv NAH)



4

Table of contents

  1. 01 deel 1 doelgroepen: what’s in a name 1
    1. 2. leren over stoornissen 1
    2. 3. kijken naar mensen 1
    3. 4. werken met mensen 2
  2. 02 DEEL 2: lichamelijke beperking 4
    1. 1.1 ontrafeling definitie 4
    2. 2 etiologie 5
    3. 3 preventie 7
    4. 4 prevalentie 7
    5. 6 ICF 2de dimensie: bespreking van mogelijke beperkingen 14
    6. 7 ICF 3de dimensie: bespreking van mogelijke participatieproblemen 21
  3. 03 DEEL 3: verstandelijke beperking 24
    1. 1. Terminologie 24
    2. 2. etiologie 27
    3. 3. preventie 28
    4. 4. PREVALENTIE 29
    5. 5 HANDELINGSGERICHTE BEELDVORMING VOLGENS DE ERNST vd VERSTANDELIJKE BEPERKING 29
    6. 6 HANDELINGSGERICHTE BEELDVORMING & ONDERSTEUNING VOLGENS HET AAIDD-MODEL 40
  4. 04 DEEL 4 Specifieke ondersteuningsvragen 49
    1. 1 personen met een ernstige meervoudige beperking vragen jou om klein te kijken 49
    2. 2 PERSONEN MET NAH VRAGEN JOU OM ANDERS TE KIJKEN 52
    3. 3 PERSONEN MET EEN BEPERKING EN BIJKOMENDE KWETSBAARHEID VRAGEN JOU OM BREED TE KIJKEN 56

Document information

Study
Uploaded on
August 31, 2026
Number of pages
59
Written in
2025/2026
Type
Summary
$9.18

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
0
Items
16
Last sold
4 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions