Privaatrecht (10 EC)
,Hoorcollege’s
Week 1 “vermogensrechten”
Er zijn meerdere namen voor privaatrecht, ofwel synoniemen:
- Civiel recht
- Burgerlijk recht
- Privaat recht
De overheid is vrij passief in het privaat, en treedt pas echt actief op als in extremere
omstandigheden. Het is ofwel regelend recht, er is dan contractvrijheid waarbij de wet
voorwaarden toevoegd over de aspecten waarover geen afspraken waren gemaakt .
Er is ook dwingend recht, dan zijn er vaste afspraken geschreven in de wet. Goederen- en
consumentrecht vallen vaak onder dwingend recht. Je kan onderscheid maken tussen
verbintenissen en goederenrecht (bijvoorbeeld hypotheek en eigendomsrecht). Dit is een
belangrijk verschil, omdat je bijvoorbeeld bij een famalissiemnt weinig recht hebt met je
verbintenissenrecht, maar veel met je goederenrecht.
Het woord contract, en overeenkomst is hetzelfde.
Week 2 “Schadevergoeding en causaal verband”
Wanprestatie → opschorten / ontbinden (geen verzuim + wel toerekeningbaarheid) /
schadevergoeding (verzuim + toerekeningbaarheid)
Bij schadevergoeding kijken we naar Art. 6:95 e.v.
Van welke schadeposten kun je vergoeding vorderen als daar een grondslag voor is:
- Materiele schade (6:96 BW)
a. Geleden verlies (negatief belang)
b. Gederfde winst (positief belang)
c. Kosten (bijv door schadebeperking)
- Immateriele schade (smartengeld):
a. Kan alleen in de gevallen a.b en c (6:106 BW)
b. Ziet alleen op schade die geen materiele schade is
c. Schatting van bedragen (ANWB-smartengeldgids)
Hoofdregel: schadevergoeding wordt altijd betaald in geld, tenzij de rechter een andere vorm
bepaalt → HR Pos/Van den Bosch.
Er zijn twee manieren van schadeberekening:
1. Concrete schadebereking (hoofdregell) → bijv met facturen
2. Abstracte schadeberekening → hierbij worden eventuele forfaitaire bedragen
gemaakt + wettelijke rente over nog niet-betaalde bedrag (6:119-120 BW)
Schadevergoeding kan verandert/vermindert worden in bepaalde scenario’s:
, - Voordeelsverrekening (6:100 BW)
- Winstafdracht (6:104 BW) → winst die gemaakt van onrechtvaardig goed wordt ook
overhandigt aan het slachtoffer
- Matiging (6:109 BW) → schadevergoeding kan gematigd als het bijvoorbeeld gaat
over een miljonair die enorm veel schadevergoeding vordert van iemand die arm is.
Affectieschade (6:107 jo. 6:108)
- Lichamelijke of geestelijke letsel of overlijden
- Imateriele schadevergoeding voor partner, ouders, kinderen, en verzorger in
gezinsverband.
- Vaste bedragen van 12.500 tot 20.000
Causaal verband “condicio sine qua non” → de schade in kwestie is gericht door de dader in
kwestie.
Causaal verband bij veroorzaken door meerdere daders
1. Alternatieve causaliteit (6:99 BW)
De schade is veroorzaakt door de ene dader OF door de andere dader. HR
Des-Dochters. Elk mogelijke dader kan de gehele schade betalen, tenzij hij kan
bewezen dat hij niet de dader van de geleden schade in kwestie was. Er is dus wel
causaal verband.
2. Cumulatieve causaliteit (6:102 BW)
De schade is veroorzaakt door de ene dader EN door de andere daden. Hierbij geldt
groepsaansprakelijkheid (6:166 BW), ofwel, elk mogelijke dader kan de gehele
schade betalen. Ook al bewijst de dader dat hij niet degene was in de groep die de
schade in kwestie had aangericht. Er is dus geen causaal verband vereist.
Causaal verband bij veroorzaking door dader en slachtoffer zelf
- Eigen schuld (6:101 BW)
De schade is voor een deel veroorzaakt door het slachtoffer zelf.
- Proportionele aansprakelijkheid
De schade is veroorzaakt door de dader of door het slachtoffer zelf. HR
Nefalit/Karamus.
- Als het vrijwel zeker het een of het ander is, dan is de dader voor 100% of 0%
aansprakelijk. Alshet meer in het midden ligt (bijv 25% kans dader, 75% kans eigen
schuld), dan is de dader voor 25% aansprakelijk.
,Hoorcollege’s
Week 1 “vermogensrechten”
Er zijn meerdere namen voor privaatrecht, ofwel synoniemen:
- Civiel recht
- Burgerlijk recht
- Privaat recht
De overheid is vrij passief in het privaat, en treedt pas echt actief op als in extremere
omstandigheden. Het is ofwel regelend recht, er is dan contractvrijheid waarbij de wet
voorwaarden toevoegd over de aspecten waarover geen afspraken waren gemaakt .
Er is ook dwingend recht, dan zijn er vaste afspraken geschreven in de wet. Goederen- en
consumentrecht vallen vaak onder dwingend recht. Je kan onderscheid maken tussen
verbintenissen en goederenrecht (bijvoorbeeld hypotheek en eigendomsrecht). Dit is een
belangrijk verschil, omdat je bijvoorbeeld bij een famalissiemnt weinig recht hebt met je
verbintenissenrecht, maar veel met je goederenrecht.
Het woord contract, en overeenkomst is hetzelfde.
Week 2 “Schadevergoeding en causaal verband”
Wanprestatie → opschorten / ontbinden (geen verzuim + wel toerekeningbaarheid) /
schadevergoeding (verzuim + toerekeningbaarheid)
Bij schadevergoeding kijken we naar Art. 6:95 e.v.
Van welke schadeposten kun je vergoeding vorderen als daar een grondslag voor is:
- Materiele schade (6:96 BW)
a. Geleden verlies (negatief belang)
b. Gederfde winst (positief belang)
c. Kosten (bijv door schadebeperking)
- Immateriele schade (smartengeld):
a. Kan alleen in de gevallen a.b en c (6:106 BW)
b. Ziet alleen op schade die geen materiele schade is
c. Schatting van bedragen (ANWB-smartengeldgids)
Hoofdregel: schadevergoeding wordt altijd betaald in geld, tenzij de rechter een andere vorm
bepaalt → HR Pos/Van den Bosch.
Er zijn twee manieren van schadeberekening:
1. Concrete schadebereking (hoofdregell) → bijv met facturen
2. Abstracte schadeberekening → hierbij worden eventuele forfaitaire bedragen
gemaakt + wettelijke rente over nog niet-betaalde bedrag (6:119-120 BW)
Schadevergoeding kan verandert/vermindert worden in bepaalde scenario’s:
, - Voordeelsverrekening (6:100 BW)
- Winstafdracht (6:104 BW) → winst die gemaakt van onrechtvaardig goed wordt ook
overhandigt aan het slachtoffer
- Matiging (6:109 BW) → schadevergoeding kan gematigd als het bijvoorbeeld gaat
over een miljonair die enorm veel schadevergoeding vordert van iemand die arm is.
Affectieschade (6:107 jo. 6:108)
- Lichamelijke of geestelijke letsel of overlijden
- Imateriele schadevergoeding voor partner, ouders, kinderen, en verzorger in
gezinsverband.
- Vaste bedragen van 12.500 tot 20.000
Causaal verband “condicio sine qua non” → de schade in kwestie is gericht door de dader in
kwestie.
Causaal verband bij veroorzaken door meerdere daders
1. Alternatieve causaliteit (6:99 BW)
De schade is veroorzaakt door de ene dader OF door de andere dader. HR
Des-Dochters. Elk mogelijke dader kan de gehele schade betalen, tenzij hij kan
bewezen dat hij niet de dader van de geleden schade in kwestie was. Er is dus wel
causaal verband.
2. Cumulatieve causaliteit (6:102 BW)
De schade is veroorzaakt door de ene dader EN door de andere daden. Hierbij geldt
groepsaansprakelijkheid (6:166 BW), ofwel, elk mogelijke dader kan de gehele
schade betalen. Ook al bewijst de dader dat hij niet degene was in de groep die de
schade in kwestie had aangericht. Er is dus geen causaal verband vereist.
Causaal verband bij veroorzaking door dader en slachtoffer zelf
- Eigen schuld (6:101 BW)
De schade is voor een deel veroorzaakt door het slachtoffer zelf.
- Proportionele aansprakelijkheid
De schade is veroorzaakt door de dader of door het slachtoffer zelf. HR
Nefalit/Karamus.
- Als het vrijwel zeker het een of het ander is, dan is de dader voor 100% of 0%
aansprakelijk. Alshet meer in het midden ligt (bijv 25% kans dader, 75% kans eigen
schuld), dan is de dader voor 25% aansprakelijk.